Generatiekloof – za 22 okt. 2005

Guido vierde zijn 34e verjaardag in Dok19. Het bier vloeide welig. Uit de luidsprekers klonk de ene na de andere hit uit de jaren tachtig en negentig. We worden oud. De muziek waar we mee opgroeide, is inmiddels verworden tot een curiosum voor een nieuwe generatie zestienjarigen. SNAP is camp geworden.

Aan het einde van de avond ontstond het idee om naar de Graanbeurs te gaan. Ik heb me sterk gehouden en heb dit Sodom en Gomorra van het Bredase uitgaansleven links laten liggen. Een nog diepere generatiekloof zou ik die avond niet meer trekken.

Electron – vr 21 okt. 2005

Het zijn drukke tijden. Het concept-verkiezingsprogramma was vorige week nog maar koud uit de printer komen rollen, of de begroting van 2006 druppelde al weer op de mat. Ondertussen gaat het dagelijkse politieke werk ook nog door.

Afgelopen week heb ik mijn vakantie geboekt. Volgende maand ben ik even een paar weekjes weg, naar Kenya. Aangezien het al bijna anderhalf jaar geleden is dat ik voor het laatst op vakantie gegaan was (overigens ook de laatste keer dat ik vakantie had), ben ik wel toe aan een beetje rust.

De vliegticket naar Kenya was behoorlijk aan de prijs. Dat komt niet alleen door de luchthavenbelasting en de terrorismetax die we aan de hysterie rond Osama bin Laden te danken hebben, maar ook door de steeds verder stijgende olieprijzen. Op zich heb ik daar als GroenLinkser niet zo heel veel moeite mee, maar even slikken was het wel.

’s Avonds naar de opening van Electron geweest. Dat is een nieuw verzamelgebouw voor kunstenaars. Het openingsfeest was erg gezellig, met veel bekenden uit de cultuurhoek. Erg kunstzinnig was het pand nog niet, of het zou de industriële leegte moeten zijn die het voormalige fabrieksgebouw uitstraalt. Ik heb er alle vertrouwen in dat de kunstenaars dat snel goed zullen maken. De activiteitenagenda van Electron staat voor de komende maanden al erg vol.

De openingsspeech van de wethouder was door de matige versterking amper te verstaan. Op zich niet zo erg. Hij legde weer eens de parallel tussen kunst, economie en stadsontwikkeling en probeerde uit te leggen waarom cultuur een bijdrage kon leveren aan een economisch aantrekkelijke stad. L’art pour l’art is een principe dat ze op het stadskantoor in ieder geval niet meer kennen.

Verkiezingsdag – za 15 okt. 2005

In Akantes, een vroeger voor mannen volstrekt verboden vrouwenhuis annex studiecentrum in Amsterdam, hield de groenlinkse jongerenorganisatie Dwars een bijeenkomst over de rol van Dwars binnen de gemeenteraadscampagne van GroenLinks. Ik mocht de dag aan elkaar praten.

Ondanks het inhoudelijk nogal stevige programma was de opkomst vrij behoorlijk. Toen de avond gevallen was, besloten we met vijf mensen nog wat te gaan eten in één of ander zeer trendy ogend, maar desalniettemin niet zeer prijzig restaurant in de hoofdstad.

Het was een uur of één toen ik arriveerde in Breda. Ik kon dus nog best even langs het verjaardagsfeestje van Guus. Ondanks de drukke dag hield ik het het langste vol. Om zeven uur ’s ochtends, toen zo’n beetje iedereen al naar huis was, draaide we nog een laatste plaatje.

Cultuur – wo 12 okt. 2005

Velen hadden er al lange tijd naar uitgekeken: het grote cultuurdebat in de commissie cultuur. Het werd een grote tegenvaller. Over het beleid van de wethouder wilde niemand het hebben. En dat is eigenlijk verreweg het grootste probleem in deze sector.

Al jarenlang kampt de afdeling cultuur met tekorten. En na jarenlang pappen en nathouden, nam dit college enkele maanden geleden het besluit dan maar een streep te zetten door onder andere kamermuziekconcerten, te schrappen in het cursusaanbod van De Nieuwe Veste en de abonnementsprijzen van de bibliotheek te verhogen (zie weblog 18 mei 2005). Bezuinigingen die de hele commissie destijds pijnlijk vond, maar die de collegepartijen (CDA, VVD en PvdA) desondanks niet wilden terugdraaien.

Het hele debat ging uiteindelijk dus over geld. Centrale vraag: hoe kan in de toekomst de cultuurbegroting sluitend gekregen worden. Daarbij kwamen de grote partijen niet verder dan het snijden in de overhead. Als politici dringend op zoek zijn naar geld, willen ze het snijden in de overhead wel vaker als oplossing presenteren. Vaak valt daar echter niet veel geld mee te winnen.

Namens GroenLinks heb ik gepleit voor een andere aanpak. Breda heeft in verhouding erg veel beleidsambtenaren cultuur die de hele dag bezig zijn met het maken en uitvoeren van beleid. Terwijl een bruisend cultureel leven wat mij betreft niet ontstaat in een stoffig kantoor. Het rendement van die beleidsambtenaren is dus nogal twijfelachtig. Daarnaast, en daar heb ik al jaren kritiek op, hebben die beleidsambtenaren bedacht dat cultuur ten dienste moet staan van de economische aantrekkelijkheid van Breda voor bedrijven.

Wie cultuur niet meer als eigenstandige waarde ziet, maar als middel om bedrijven naar de stad te trekken, loopt al snel het risico alleen nog maar oog te hebben voor ‘sexy’ cultuur. Kleinere, autonome cultuur, die onmisbaar is voor de ontwikkeling van de hele culturele sector, krijgt dan geen aandacht meer. En dat is desastreus voor de creativiteit. Maar in Breda organiseert de gemeente liever zelf evenementen en manifestaties, in plaats van dat ze particulier initiatief van kunstenaars en dragers van het culturele leven proberen te ondersteunen. Het huidige beleid in Breda heeft geen liefde voor de kunsten. Dan kun je dus ook net zo goed snijden in het beleid en dat geld reserveren voor de initiatieven en ideeën van kunstenaars.

De tweede oplossing die ik aandroeg, was even simpel als helder. Breda geeft al jarenlang structureel te weinig geld uit aan cultuur. Een volgend college zou dan ook meer geld moeten reserveren voor cultuur, wil de hele sector niet wegkwijnen. En hoewel ik in het debat zowel CDA als PvdA kon verleiden tot de uitspraak dat meer geld wellicht nodig was, heeft geen van deze partijen die toezegging ook daadwerkelijk willen doen.

Na de vergadering eindigde ik met vele cultuurdragers in Zeezicht. Waarin het gesprek nog uren verder ging. Met als eindconclusie dat er in Breda nog een hoop te verbeteren viel.

Ledenflank – wo 5 okt. 2005

Vandaag had ik een afspraakje met Herman. Het belangrijkste wat me bezighield tijdens de rit ernaartoe was wat ik moest zeggen als ik bij hem aan tafel zou zitten.

Herman Meijer is de partijvoorzitter van GroenLinks. Met hem zou ik filosoferen over de toekomstige inrichting van de afdeling Partijontwikkeling. Aangezien het bestuur het plan heeft opgevat zich meer naar buiten te richten, zal dat ook betekenen dat de structuur van het partijbureau enigszins moet veranderen. Hoe die toekomstige taakverdeling eruit gaat zien, moet nog uitgekristalliseerd worden. Deze brainstormsessie was een eerste aanzet daarvoor.

Bijeenkomsten met Herman zijn altijd erg gezellig. Zet twee homo’s in één ruimte en het gesprek gaat alle kanten op. Zo ook met ons deze keer, ware het niet dat we na een uur of twee redelijk wat zinnige opmerkingen op een kladblaadje hadden staan. En tevens ook op de hoogte waren van alle perikelen in ons privé-leven. De uitspraak ‘politiek is persoonlijk’ krijgt op die manier een heel nieuwe dimensie.

Luchtkwaliteit – di 4 okt. 2005

We hadden er lang op gewacht, maar vandaag stond eindelijk de rapportage over de luchtkwaliteit op de agenda. En die ziet er in Breda slecht uit. Zeker toen bleek dat TNO een rekenfout had gemaakt en we tijdens de commissievergadering een nieuw rapport met andere cijfers kregen uitgereikt. De hoeveelheid fijnstof bleek nog groter te zijn dan we al vreesden.

Ik had het rapport goed gelezen en zag in een oogopslag al wel dat de cijfers er een stuk slechter uitzagen. Desondanks had PvdA-collega Jackson de behoefte om de cijfers even wat nader te bekijken en hij vroeg dus ook een schorsing aan van ongeveer 10 minuten. Tot mijn grote verbazing wilde commissievoorzitter Knipscheer deze eerst niet geven. Ik vond het werkelijk te zot voor woorden en steunde het voorstel van Jackson. Het kan toch niet zo zijn dat we hier straks gaan praten over een luchtkwaliteitsrapportage bestaande uit verkeerde cijfers. Of we krijgen de tijd de goede cijfers te bekijken, of we kunnen het punt net zo goed van de agenda afvoeren, zo beet ik haar toe. Het werd het eerste.

Tijdens de bespreking viel op dat er maar weinig partijen waren, die wilde erkennen dat het autoverkeer één van de belangrijkste veroorzakers was van de vervuiling. Terwijl dat keihard in het TNO-rapport stond. De PvdA vond de luchtvervuiling uit Antwerpen en Rotterdam belangrijker. Ik snap dat wel: zolang je de oorzaak van een probleem maar ergens anders legt, hoef je ook niet te denken aan moeilijke oplossingen in je eigen stad. Leefbaar Breda ging nog verder en wilde zelfs een andere methode van meten in gaan voeren. Alsof daar de ongezonde gevolgen van de slechte luchtkwaliteit ineens verholpen zouden zijn.

VVD-collega Van Maanen wilde niet praten over oplossingen. Die moest de wethouder maar bedenken. Op mijn vraag of zij als raadslid niet op zijn minst een oplossingsrichting wilde aandragen (“aan wat voor soort maatregelen denkt Uw fractie dan), antwoordde ze dat ze daar geen behoefte aan had. Het CDA had een soortgelijke opstelling.

De oplossingen kwamen dus vooral van GroenLinks en Breda’97. En die kwamen grotendeels met elkaar overeen. Het zijn geen leuke maatregelen, maar helaas wel nodig: park en pendel, transferia aan de stad met hoogfrequente en goedkope verbindingen naar het centrum, schonere bussen, eenrichtingsverkeer rond de singels en minder mogelijkheden om ‘linksaf’ te slaan, veiligere en snellere fietspaden, ontmoedigen van korte autoritten en een nagenoeg autovrije binnenstad. “Ja ja”, zei VVD-er Van Maanen, “dat lijstje van U kennen we nu onderhand wel.” “Dan wordt het misschien tijd om eens te gaan luisteren”, was mijn antwoord. Er wordt decennialang gewaarschuwd voor de klimaatsverandering. Zolang er niets tegen gedaan wordt, zal ik mijn lijstje blijven herhalen.

Regionaal gekeuvel – ma 3 okt. 2005

Zet raadsleden uit diverse gemeenten bij elkaar en je weet één ding zeker. Het zal altijd gaan over de inhoud. Je kunt van een kind ook niet verlangen niet af en toe te grabbelen in het snoepblik. Waarmee het Regio-overleg van de GroenLinks-fracties in West-Brabant gedoemd is uit te lopen.

Enkele maanden geleden is het Westbrabantse regio-overleg in het leven geroepen. Zo eens per kwartaal komen de fracties uit de regio bijeen om met elkaar te praten over politieke zaken waar we allemaal mee te maken hebben. En daarbij gaat het er vooral om hoe we daarbij het beste kunnen samenwerken.

Eén van die zaken waar we allemaal mee te maken hebben zijn de zogenoemde ‘gemeenschappelijke regelingen’. Een voorbeeld: de GGD is een organisatie die gefinancierd wordt door diverse gemeenten samen. Probleem bij dergelijke gezamenlijke regelingen, is dat geen enkele gemeenteraad direct verantwoordelijk is. En zo kon het bijvoorbeeld een jaar geleden gebeuren dat de GGD ineens veel meer geld gekost te hebben, dan was afgesproken. Geen enkele gemeente was er verantwoordelijk voor, we moesten ook eigenlijk wel gewoon dat geld ophoesten, maar het liet bij alle gemeenten een wrange smaak na.

De oplossing is wat mij betreft simpel: gezamenlijke regelingen opdoeken en de individuele gemeenten weer de verantwoordelijkheid geven of, bij zaken zoals de ambulancedienst of de GGD de volle verantwoordelijkheid over de gehele provincie ook neerleggen bij provinciale staten. Gemeenschappelijke regelingen tussen gemeenten vormen een soort ondemocratische en onzichtbare vierde bestuurslaag in Nederland, die niemand wil hebben.

Journalistiek gelul – do 29 sept. 2005

Op de Hogeschool Journalistiek was een rond-de-tafel gesprek (wie verzint zo’n naam) georganiseerd over het nut van een opleiding journalistiek. Of ik, als succesvol oud-student mee wilde doen. Ik moest erom lachen. Succesvol is kennelijk een zeer relatief begrip, zeker als je elke maand weer naar je bankafschriften kijkt.

Het was een gesprek met vakgenoten en de directeur van de opleiding. Dat laatste weerhield me er gelukkig niet van af en toe best kritisch te zijn op nut en rendement van bepaalde vakgebieden. Vooral op het terrein van inhoudelijke kennisverbreding laat de opleiding behoorlijk wat liggen, als je het mij vraagt.

Zo is de kennis over staatsinrichting en politiek bij sommige studenten ronduit erbarmelijk. Een student wist ooit niet wat het verschil tussen de PvdA en de VVD was. Eerst dacht ik dat het een statement was over de naar rechts opgeschoven PvdA, maar het bleek een serieuze vraag te zijn. Zo iemand moet natuurlijk teruggestuurd worden naar de Havo om opnieuw eindexamen geschiedenis en maatschappijleer te doen. Basisvorming, tweede fase en studiehuisconstructies zijn leuk bedacht, zolang ze maar niet ten koste gaan van rekenen, taal en algemene ontwikkeling.

Wijkbezoek
Overigens was ik voor dit journalistiek gesprek in de wijk Chassé/Oud-Boeimeer op bezoek. Leuke wijk met een erg leuk wijkcomité. Ze waren zelf over veel zaken in de buurt ook best tevreden. Maar er zijn altijd een paar dingen die niet helemaal goed zijn doordacht. Zoals verkeerd geplaatste leuningen, een slecht verlichtte stoeprand die niemand ziet (goed voor ettelijke botbreuken per jaar) en een kruispunt waarbij de automobilist de fietser op geen enkele manier kan zien aankomen. Het oplossen van dergelijke problemen kost relatief helemaal niet zoveel geld. Toch blijkt het telkens weer vreselijk moeilijk om daar bij het college geld voor los te peuteren.

Kitty’s Kluster – wo 28 sept. 2005

Het cluster partijontwikkeling werd omgedoopt tot Kitty’s Kluster, naar de voornaam van één van de landelijk medewerkers partijontwikkeling. Vandaag kwam Kitty’s Kluster bijeen om te praten over de taken die het bureau partijontwikkeling voor zijn rekening moest nemen en welke taken eventueel afgestoten kunnen worden.

Op zich functioneert Partijontwikkeling nu prima. Dus waarom veranderen, zul je denken. Het heeft ermee te maken dat GroenLinks meer campagnematig wil werken. Kort gezegd komt het erop neer dat we meer naar buiten toe willen opereren en dus per definitie iets minder intern bezig willen zijn. En aangezien je nu eenmaal niet alles kunt doen, zul je tegen een aantal dingen in de toekomst ‘nee’ moeten zeggen.

Dat valt GroenLinksers soms moeilijk. Maar politiek is nu eenmaal keuzes maken. En aangezien de zinnigheid van ‘meer naar buiten toe opereren’ door iedereen in grote lijnen wel werd onderschreven, werd er gebrainstormd over de toekomstige taken van Partijontwikkeling en de manier waarop deze vormgegeven moeten worden.

Hoewel de discussie nog lang niet klaar is, kwamen er goede ideeën naar voren. Soms is het heel zinvol verplicht te schrappen in activiteiten. Dan ben je namelijk verplicht ook te kijken naar het rendement en het nut van sommige dingen die je als partij doet ‘omdat je ze nu eenmaal altijd al zo hebt gedaan’. Oud voor nieuw, dat zouden ze vaker moeten doen.

Landelijk bestuur – 26 sept. 2005

Er staan bij GroenLinks heel wat interne veranderingen op stapel. Het voert te ver om die hier allemaal te bespreken. Het leuke is dat in mijn functie als algemeen bestuurslid van GroenLinks al die veranderingen bij de maandelijkse bestuursvergaderingen voorbijkomen. Sommige veranderingen leveren best wat discussie op

Zoals deze: moet het bestuur verkleind worden tot een zes of zevenkoppig dagelijks bestuur en kunnen de algemeen bestuursleden (de bestuursleden op afstand) afgeschaft worden. Het zou de organisatie wellicht slagvaardiger maken. Doorgaans heb ik er ook geen enkele moeite mee om een orgaan waar ik zelf toevallig inzit, op te heffen als dat zinnig is. Maar de vraag die bij mij blijft rondzingen is of een kleiner bestuur nog wel de brede vertegenwoordiging kan vormen die het binnen een partij moet zijn. En of andere organen binnen de partij het wegvallen van het Algemeen Bestuur kunnen opvangen.

De belangrijkste vraag die rijst is echter, is het zinvol wat ik nu, als AB-er doe? Volgens mij wel, al is het maar omdat je als AB-er contacten kunt onderhouden met afdelingen, werkgroepen en wat dies meer zij. Ik was er dus nog niet uit en de beslissing is ook nog niet gevallen. Laat de rest mij maar eens overtuigen, in plaats van andersom.

Wie mij desondanks wil beschuldigen van lijfsbehoud, heeft het echt mis. Een verkleining van het bestuur zou pas in de volgende bestuursperiode ingaan. Ik mag hoe dan ook nog eventjes op het partijpluche blijven zitten.