Homo Analyzans – vr 16 mrt 2007

Denkend aan Holland zie ik lange vergaderingen traag door oneindige woordenbrij gaan.

De pré-kadernotavergadering was een verdeeld succes. Sommige fracties kwamen met wensenlijstjes, anderen, waaronder ik namens GroenLinks, hadden juist een meer thematische aanpak.

Het was voor het eerst dat de gemeenteraad van Breda gaat praten over de hoofdlijnen van de kadernota voor het komende jaar, nog voordat het college ook maar een eerste letter op papier heeft gezet. Maar wie het heeft over hoofdlijnen van beleid, moet je geen wensenlijstjes gaan indienen met een paar duizend euro hier en een half tonnetje daar. Hoofdlijnen gaan niet over geld, maar over prioriteiten.

Dat is misschien teleurstellend voor voornamelijk de dorps- en wijkraden, die een maand eerder in een vier uur durende hoorzitting al hun wensen en ongenoegens op tafel legden. Inderdaad, zij hoorden niets van hun eisenpakket terug in mijn bijdrage. Maar op dat detailniveau wilde ik het debat dan ook simpelweg niet voeren.

Er is in Breda heel wat aan te merken op de manier waarop dorps- en wijkraden behandeld worden. De politiek is enerzijds ontzettend bang voor ze en proberen hooguit op de meest poeslieve toon wel eens duidelijk te maken dat voor bepaalde wensen geen geld is. Anderzijds zijn vrijwel alle raadsleden het met elkaar eens dat de dorps- en wijkraden lang niet alle Bredanaars vertegenwoordigen en zeker ook niet alle problemen verwoorden.

Wie zich in het beginstadium van het debat al laat leiden door de wensenlijstjes van de dorps- en wijkraden en de beperkte spreektijd gebruikt om op detailniveau het beheer en de inrichting van de openbare ruimte, is niet bezig met het formuleren met uitgangspunten voor beleid, maar met uitvoeringskwesties. Ik ben er van overtuigd dat de Kadernotabehandeling daar in eerste instantie niet voor bedoeld is.

Homo Orans – do 15 mrt 2007

wijze raad?

Een novum in de Bredase politiek: de pré-kadernotabehandeling. Vroeger kon de raad alleen maar reageren op de kadernota, die op het moment van de behandeling al vrijwel helemaal was dichtgetimmerd door ht college. In de pré-kadernotabehandeling geeft de raad het college van Burgemeester en Wethouders de kaders mee waarbinnen de Kadernota moet worden opgesteld. Hieronder mijn bijdrage.

De bespreking van de kadernota is in Breda vaak een postzegelbespreking geweest, waarbij hier of daar nog een klein bedrag wordt binnengehaald voor een bepaalde buurt of wijk. Een jaarlijkse dans waarbij na een uren durende vergadering duidelijk werd welke stoeptegel er het komende jaar recht gelegd zou worden.

Klimaat
De Pré-kadernota is een wat andere vergadering. Zij vraagt, on onze ogen, om een wat meer thematisch verhaal, waarbij het college onderwerpen meekrijgt die de raad nader uitgewerkt wil zien. Waar de raad accenten verwacht in de Kadernota. Verwacht dus van mij hier op dit moment geen verhaal op de vierkante millimeter. Daar is deze vergadering niet voor bedoeld.

De klimaatverandering staat internationaal eindelijk weer hoog op de agenda. Dat gevoel van urgentie wordt gevoed door alarmerende rapporten in opdracht van de VN, waarin geconcludeerd wordt dat het niet meer zozeer de vraag is of het klimaat veranderd, maar hoe ernstig die veranderingen zullen zijn. Dat die klimaatverandering aan de mens is toe te schrijven, wordt door de wetenschap ook nauwelijks meer in twijfel getrokken.

De gevolgen van de klimaatcrisis zijn niet eenzijdig af te wentelen op de landelijke overheid of de internationale gemeenschap. Ook op gemeentelijk niveau moet een krachtige extra inspanning geleverd worden om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Door energiezuinig te bouwen. Door nieuwe wijken zo in te richten dat ze qua energieverbruik nagenoeg zelfvoorzienend zijn. Er is in Breda een streven om te komen tot een energie-neutrale of klimaat-neutrale stad. Willen we dat doel halen, dan is het noodzakelijk om daar een helder beleid op te voeren en hiervoor ook voldoende middelen voor te reserveren.

Qua luchtkwaliteit, maar ook de kwaliteit van bodem en oppervlaktewater wordt Breda geconfronteerd met nieuwe, strengere Europese regels. Willen we aan onze verplichtingen voldoen, zal ook daar extra geld voor beschikbaar gesteld moeten worden.

Wat GroenLinks betreft wordt dit thema van duurzaamheid, naast de bestaande thema’s uit het programacoord leidend in de kadernota 2008. Daarbij gaat het om meer dan alleen maar geld. Het gaat evenzeer om toekomstgericht denken op alle beleidsvelden.

Solidariteit
Dit college heeft zich een jaar geleden duidelijk uitgesproken voor een sociale en solidaire stad. Dat betekende in eerste instantie voortzetting van het armoedebeleid. Zonder daar iets aan af te doen, weten we dat er desondanks groepen zijn die moeite hebben om de eindjes aan elkaar te knopen. Dat vraagt vooral creativiteit van het college. Het voorstel van de PvdA om het armoedebeleid op te rekken en daarmee de problematiek van de armoedeval te dempen, wordt door ons van harte ondersteund.

Ook op mondiaal vlak heeft deze coalitie verdergaande ambities getoond. Allereerst door met elkaar af te spreken dat de middelen in deze periode konden worden opgehoogd tot 1 euro per inwoner. Afgelopen maand heeft de commissie bestuur die ambitie nog eens herhaald. Breda gaat werk maken van mondiale samenwerking. Nu er een beroep gedaan gaat worden op die extra middelen, is het van belang dat deze in de kadernota 2008 ook als zodanig gereserveerd worden.

Jeugd / cultuur
Een opmerking wil ik nog maken over het cultuurbeleid in de stad. De stedelijke discussie staat in de startblokken en GroenLinks is benieuwd naar de uitkomsten. In de culturele sector zijn de voornaamste knelpunten eindelijk opgelost. Maar er blijven pijnpunten die binnen de huidige geldstromen moeilijk zijn op te lossen. Dat geldt met name ook op het gebied van jeugd- en jongerencultuur. Hier moet in geïnvesteerd worden.

Extra aandacht verdient op dat punt Danstheater De Stilte. Dat zij kwaliteit leveren staat buiten kijf en dat dat een zware wissel trekt op een eigenlijk te beperkt aantal medewerkers is ook bekend. In het net verschenen rapport van de raad van cultuur wordt dat onderkend. De raad pleit voor extra middelen voor de jeugddans. Het is aan een gezamenlijke verantwoordelijkheid van politiek, bestuur en De Stilte zelf om er zorg voor te dragen dat De Stilte kan meedelen in de ruif en dat hoe dan ook de professionalisering van De Stilte niet tot stilstand komt door gebrekkige financiële middelen.

Homo Agitans – wo 14 mrt. 2007

aandeelhouder

Het was de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van Café de Beyerd. Dit jaar viel onder meer mij de eer te beurt dat ik de vergadering mocht toespreken. Hieronder ongeveer wat ik gezegd heb.

Collega aandeelhouders van Brouwerij de Beyerd, vrienden,

Het gaat goed met ons. De economie trekt aan, mensen gaan weer vrolijk naar de kroeg en het Klassiek vloeit rijkelijk. Gisteren nog zat ik met een collega-stamgast, laten we hem Ad noemen, aan de vuilen hoek. Ik ga daar dan zitten en keer mijn rug naar gans het volk. Aan de bar, turend over de rand van ons zojuist getapte pils, beschouwen wij de wereld. Van bier moet je in stilte genieten.

Gelukkig duurt dat moment nooit lang. Binnen luttele minuten vliegt er wel een mop over de bar waar op enigerlei wijze dan wel seks, dan wel geslachtsziekten een hoofdrol in spelen. Of, om maar eens een andere Beyerd-gast te citeren: „het is lachen man”.

Het gaat goed met de Beyerd. Zo goed dat er regelmatig maandagen en dinsdagen zijn dat er vreemden zitten aan de vuilen hoek. Ad en ik mopperen dan een beetje, maar denken daarna al snel aan het dividend.  Trouwens, die vreemden gaan op een gegeven moment altijd wel weg. De aandeelhouder wint.

Toen wij als aandeelhouders drie jaar geleden in dit avontuur stapten, wisten wij een aantal dingen zeker. Belangrijkste was dat het voortbestaan van de brouwerstraditie in deze stad bij de familie de Jong in goede handen is. Maar we wisten ook dat ons aandeel nooit meer waard zou worden, dat we geen inspraak in het beleid van de brouwerij hadden en dat onze rol dan ook louter ceremoniëel zou zijn. Dat hinderde niet: bier is emotie.

Maar vrienden, hoe goed zijn wij, is deze brouwerij beschermd tegen de buitenwereld. Boze geruchten gaan fluisterend over de bar, over private equity, over hedgefondsen die een vijandig overnamebod zouden willen doen om daarna dit prachtige bedrijf op te splitsen en met winst door te verkopen aan de hoogste bieders. Na KBB-Vendex en Stork zou De Beyerd wel eens het volgende slachtoffer kunnen zijn. Als aasgieren kijken de durfkapitalisten kwijlend naar ons.

Maar wat me nog de meeste schrik aanjoeg was een beeld, nog geen drie weken geleden in dit café.

Nietsvermoedend kwam ik dit café binnen. Dronk, aan de vuilen hoek, de nodige hoeveelheden pils. En onvermijdelijk volgde het moment waarop ik de behoefte voelde mijn blaas te ledigen.

Nog steeds nietsvermoedend nam ik plaats achter de linker-urinoir. Of voor, dat mag ik even kwijt zijn. Vervolgens, bij het wassen van de handen, wordt ik geconfronteerd met een nieuwe kraan.

Een kraan met een SEN – SOR.

Een kraan die automatisch begint wanneer de handen onder het mondstuk van de kraan gehouden worden, en acuut weer stopt wanneer je die handen weghaald. Ik was verbijsterd. Onaangenaam verrast door dit modernisme in mijn stamkroeg.

Ja, zeiden Orson en Michael. Da’s goed voor het milieu. Pardon? Zo lichtvaardig wordt daar niet overheen gestapt, dunkt me. Want het zijn schuivende panelen. Vrienden, voor je het weet wordt ook het urinoir zelf volledig geautomatiseerd. Voor je het weet worden in dit café de gloeilampen vervangen door spaarlampen. Of wordt De Beyerd rookvrij. Onverkwikkelijke zaken.

Als aandeelhouders hebben wij geen inspraak in het beleid. Maar niets weerhoudt ons van het geven van ongevraagde adviezen. Daarom vrienden, wil ik hier, met jullie, paal en perk stellen aan deze vreemde invloeden, deze modernistische rariteiten die onze samenleving, ons café bedreigen.
Daartoe heb ik een motie opgesteld.

De aandeelhouders van de Beyerd, bijeen in vergadering op 14 maart 2007 in De Beyerd,

overwegende dat
morsen een onvervreemdbaar recht is van alle café-bezoekers en barpersoneel, hoe zonde dit ook moge zijn van het bier;
dat verregaande automatisering tot vervreemding in samenleving en café kan leiden;

verzoekt de directie van De Beyerd:

de tapinstallatie niet te voorzien van een sensor en deze gewoon te laten zoals deze is.

De motie werd met één stem tegen aangenomen.

Homo Recolens – zo 11 mrt. 2007

Koos DeLaRey

Toen ik de volgende middag, na een brunch bestaande uit uitsmijter in een vers afgebakken broodje, met de bus van Joris meecarpoolde naar Breda, reden we bij het verlaten van de stad langs de DeLaReyweg. Of DeLaReystraat, dat mag ik even kwijt zijn.

Ik moest denken aan het liedje van de Zuid Afrikaanse folkrocker Bok van Blerk, die lange tijd hoog in Zuid Afrikaanse hitlijst stond met een lied over deze man. Het is op zich een alleraardigst liedje, enigszins bombastisch, met een pakkende melodielijn en gezongen in het Zuid-Afrikaans over Generaal Koos DeLaRey, een blanke generaal uit de tijd van de Boerenoorlogen tegen de Engelsen die bekend staat als briljant strateeg.

Het lied is omstreden in Zuid Afrika. De blanke boeren zijn immers symbool van het afgrijselijke apartheidsregime dat tot in de jaren ’90 stand heeft gehouden in Zuid Afrika. En hoewel in het nummer nergens dit regime verheerlijkt wordt, en zanger Bok van Blerk de apartheid ook ten zeerste afwijst, is het wel een eerbetoon aan de opstand van de Nederlandse kolonisten tegen de Engelsen en daarmee impliciet ook een verheerlijking van de tijd van het kolonialisme en de dagen dat de Nederlandse boeren nog invloedrijk waren in Zuid Afrika.

Ineens bedacht ik me hoeveel straten er in Nederland wel niet moeten bestaan die naar deze generaal vernoemd zijn. Meer nog dan het nummer van Bok van Blerk is dat nogal dubieus. In Nederland hebben we immers al helemaal geen reden om trots te zijn op ons koloniale verleden. Misschien moeten we die straatnamen maar eens gaan vervangen. Niet dat je daarmee het racisme uit deze wereld bant en eigenlijk ben ik ook niet zo dol op symboolpolitiek. Maar anderzijds gaat het eren van deze man door er straatnamen naar te vernoemen ook nogal ver.

Homo Ingeniosus – za 10 mrt. 2007

Creativiteit kent geen tijd

Bart had een feestje. Bart woont in Den Haag. En aangezien ik de afgelopen campagneweken een aantal Haagse klussen voor me uit moest schuiven, besloot ik ’s middags al naar Den Haag af te reizen om daar een paar klussen af te werken.

Niet eerder dan dat ik dat af had, zou ik me aan het bier laven, zo had ik met mezelf afgesproken. En zo gebeurde het dan ook dat ik pas na twaalven arriveerde op het feest aan de Beekstraat. Gelukkig beïnvloed alcohol je sneller als je niets gegeten hebt, dus het duurde niet heel lang voor ik op hetzelfde niveau was als de rest.

Het mooie is dat de feestjes bij Bart tijdloos zijn. Of altijd al ouderwets zijn geweest wellicht. Zij ademen de sfeer van de vroege jaren ’70, waarin alles relaxed gaat en iedereen mag doen wat hij wil. Dat levert vaak behoorlijk creatieve sessies op, aangezien Bart houtbewerker is en zijn werkbank met gereedschap gewoon midden in de huiskamer heeft staan.

En dus werd er gebeiteld, geschaafd, gezaagd en geboord bij het leven. Had er een boom in zijn huis gestaan, hadden we zeker een boomhut gebouwd, maar uiteraard pas nadat we de vorige hadden verwijderd. Een feestje bij Bart is een therapeutische sessie. Ongetwijfeld voer voor psychologen. Maar wij vinden het gewoon leuk. Tot diep in de ochtend, toen we moe waren geworden.

Homo Docens – do 8 mrt 2007

NHTV (foto: Wessel Keizer)

Daar ik de dag ervoor eerst zonder stemkaart en vervolgens – nadat ik terug was gegaan om die te halen – zonder sleutels van huis was gegaan, bleef ik, na onze nachtelijke escapades in Amsterdam, op het Dwarspand in Utrecht slapen.

Onthouden van elke vorm van luxe of zelfs maar een luchtbed, bleef er voor mij weinig anders over dan de vloer als matras, mijn scheerwollen jas als deken en een stapel oude NRC’s als kussen. Ik werd dan ook niet bijster prettig wakker de volgende morgen.

Nu zou dat allemaal niet vreselijk erg zijn geweest, indien ik, zoals te doen gebruikelijk na een verkiezingsdag, ook daadwerkelijk vrij had gehad. Helaas had ik me gecommitteerd aan het geven van een gastcollege op de Nationale Hogeschool voor Toerisme en Verkeer. Daar hadden de dame en heer docent een dubbel educatief doel mee voor ogen. Allereerst inzicht geven in de politiek-bestuurlijke afweging die voorafgaat aan een te nemen verkeersbesluit. En ten tweede, het opdoen van debatvaardigheden. Dus of ik ze aan de hand van een stelling ook nog eens met elkaar in debat wilde laten gaan.

Ik wilde het eerst allemaal maar op de automatische piloot doen, maar eenmaal geconfronteerd met een klas vol enthousiaste – of althans, niet geheel ongeïnteresseerde – studenten, vond ik dat ik dat toch maar niet kon maken. Daarnaast had ik een gewaardeerd GroenLinks-lid en oud NHTV-student om mij door de moeilijkste momenten heen te helpen.

Zowaar, ik had af en toe zelfs het gevoel dat het fantastisch ging.

Homo Deligens – wo 7 mrt. 2007

anti-slaapbeugels? que?

Toen ik de deur achter me dichttrok en in de richting van het station liep, ging ik nog even na of ik wel overal aan gedacht had. Ik voelde of ik mijn portemonnee bij me droeg, mijn zware shag op zak had en mijn sleutels wel had meegenomen. Alles zat op de juiste plaats. Toch knaagde het.

Halverwege het station schoot het me te binnen. Mijn stemkaart. Ik zou het, na weken campagne zelf bijna vergeten. Ik liep terug, draaide de deur open, pakte mijn stemkaart, trok de deur achter me dicht en kwam vervolgens tot de conclusie dat ik dit maal mijn sleutels op de eettafel had laten liggen. Gmpff.

Mijn dag bracht ik werkend door in het partijburo in Utrecht. Aan het eind van de middag reisden we met een klein groepje af naar Amsterdam, om daar met andere GroenLinksers in pakhuis de Zwijger de uitslagenavond te volgen. Lange tijd waren we erg tevreden over de uitslagen: weliswaar een licht verlies ten opzichte van vier jaar geleden, maar beter dan bij de landelijke verkiezingen. We behielden, volgends de voorspellingen onze vijf zetels in de Eerste Kamer. Toen Ferry Mingelen die voorspelling naar beneden moest bijstellen, werd ook bij ons de sfeer wat bedompt.

Vrolijk en eigenzinnig wij waren, besloot het jonge deel van de aanwezigen, waar ik me nog steeds graag toe reken, de hoofdstad onveilig te maken. Ik had het plan opgevat om de bende richting de regulier te loodsen, waar we overigens nooit terecht zijn gekomen. Wel liepen we langs de Wallen, zodat we toch nog iets van de grootstadse allure van Amsterdam hebben mogen meemaken.

Na verloop van tijd besloten we de eerste de beste kroeg binnen te gaan. Bleek dat geheel toevallig tevens het nakater-kroegje van Wouter Bos en kornuiten. Party-crashen bij de PvdA, wie had dat gedacht. En eerlijk is eerlijk, het was best gezellig, al dacht de partijleider van de sociaal-democraten daar, gezien zijn teleurgestelde blik, net iets anders over.

Na het laatste nummer, en de volgende zes, was de laatste trein naar Breda al lang vertrokken. Ik besloot met het nachtnet mee te reizen naar Utrecht, om daar in het Dwars-pand het laatste restje van de nacht weg te slapen. Op de grond, met een lange scheerwollen jas als deken. Ver voordat de trein die mij daar naartoe zou brengen, in Amsterdam arriveerde, had mijn lichaam al besloten het voor die dag voor gezien te houden.

De foto heb ik gejat van Maritjuh, wier eigen verslag van deze avond alhier te lezen is.

Homo Legens – di 6 mrt. 2007

Femke goes Goes.

Ons bezoek aan Goes begon met een lunch in Boekhandel annex Drukkerij annex lunchroom annex kantoorartikelenwinkel De Koperen Tuin. Buiten regende het mot.

Zet tien GroenLinksers in een boekhandel en het lijkt wel alsof de lagere school uitgaat. Of eigenlijk, het tegenovergestelde. Of het nu reisboeken, dichtbundels of romans zijn, iedereen koopt wel iets. De mevrouw achter de kassa kon dat wel waarderen. Zoveel omzet draait ze doorgaans niet op een dinsdag.

Dat de Goese bevolking niet massaal was uitgelopen om Femke te begroeten, vergeven we ze met liefde. Het regende nogal. Mogen de eerstvolgende verkiezingen weer in de zomer?