Homo Umens – za 5 juli 2008

The Black Box Revelation - foto: Gie Knaeps/HUMO
Dries Van Dijck, The Black Box Revelation - foto: Gie Knaeps/HUMO

Het weer op Werchter was wisselend. Op vrijdag een prachtig zonnige dag, de zaterdag was wisselvallig en geregeld moesten de regenponcho’s aan, en vervolgens vrij snel ook weer uit.

Dag twee van Werchter begon na het opstaan per ommegaande met een biertje en daarna een ontbijtje met gebakken ei. De eerste band van die dag was het verrassend goede ‘The Black Box Revelation’. De dag eindigde met ons, zatte ‘ollanders die het niet konden laten tussen de nummers van Neil Young door telkens maar weer ‘Opa! Opa! Opa!’ te scanderen.

Dag drie was, ondanks de festivaldip die ik aan het eind van de middag eventjes had, eigenlijk een toppertje. Jammer dat ik zo’n beetje de enige was die MGMT wilde horen, terwijl de rest te druk bezig was met een handdynamo zijn telefoon op te laden. Een naast zeer luidruchtige ook behoorlijk futiele bezigheid, aangezien twintig minuten laden ongeveer voldoende is voor het versturen van één sms’je.

Met de Editors en Kings of Leon stiekem een geweldige middag en een prachtig begin van de avond met het sprookjesachtige Sigur Rós. Om vervolgens af te sluiten met een weliswaar helemaal uitgedachte en ingestudeerde, maar daarom niet minder goede show van Radiohead.

Nog even twijfelden we gedurende de dag over de plaats in mijn gezicht waar ik mijn piercing moest laten zetten. Als basisdemocraat ben ik van mening dat je dergelijke beslissingen in gezamenlijkheid moet nemen. We konden het echter niet met elkaar eens worden, waarmee het drieste plan al weer snel in de vergetelheid raakte.

Homo Festivus – vr 4 juli 2008

Werchter 2008

Tijdens ‘Man on the Moon’ van R.E.M. was ik het gezelschap kwijt geraakt. Niet heel vreemd aangezien ik uit pure blijdschap besloot het publiek in te rennen en mee te blèren. R.E.M. heeft dat effect op mensen.

Dat de rest terug naar de tent wilde, was hun probleem. Ik was tijdens Mika al natgeregend en daarna ook nog eens vol uitgegleden in de modder, dus ik vond dat ik nog wel even door kon. En trouwens, the Chemical Brothers moesten nog komen en daarnaast was ik tijdens de pauze tussen de laatste twee bands ook nog een knappe blonde Belg tegengekomen met de naam Tom die, zo ontdekte ik iets later, overigens zowel zeventien als hetero was. Waarvan dan vooral dat laatste een bezwaar vormde en dan met name voor hem.

Op de weg terug naar de tenten nog een Ier ontmoet, met wie ik in één van de vele provisorische biertentjes aan de kant van de weg nog een pint vatte en luidkeels liedjes van Shane McGowen declameerde. Vervolgens ook nog even met twee Finse broers rondgehangen om uiteindelijk, bij aankomst op de camping, het gezelschap op te zoeken van onze Ierse buren – die de volgende dag overigens verdacht goed Vlaams bleken te spreken- van wie ik ook nog een volle beker water aangereikt kreeg -dat na de eerste slok dan weer verdacht veel naar Vodka bleek te smaken. Om me daarna weer aan te sluiten bij een groepje met gitaar. Het begon in het Oosten al weer behoorlijk op de volgende morgen te lijken toen ik eindelijk besloot dat het wel klaar was met de eerste dag Werchter.

Homo Torrens – do 3 juli 2008

Bagagerek

Na een jaartje afwezigheid stond Werchter dit jaar weer op het program. En, in het kader van het klimaat maar vooral ook het feit dat ik een kleine twee jaar geleden mijn auto de deur uit heb gedaan, ging de reis dit maal per trein.

Om enkele minuten over tien schoot ik recht overeind. Whaaa! Om acht minuten voor elf had ik met Jaap afgesproken op het station en ik moest mijn tas nog helemaal inpakken. En douchen natuurlijk, een luxe die ik de volgende vier dagen zou ontberen.

Nu weet ik niet precies hoe het wereldwonder is geschied, maar op de één of andere wijze is het me gelukt om alles binnen de gestelde tijdslimiet te doen. Toen ik hijgend, met rugtas, tent en een paar stoelen, het station inrende was ik net op tijd om vanuit de binnenkant van de trein te zien hoe de deuren sloten. Dat is altijd de beste kant om terindeuren gesloten te zien worden, tenzij je te laat bent met uitstappen.

Rock Werchter begint vanaf Roosendaal, zo bleek. We moesten onszelf werkelijk in de trein persen om nog een plaats te bemachtigen. De Belgische Spoorwegen boden de treinreis voor Werchtergangers weliswaar gratis aan, maar er waren geen extra treinen ingezet. Enkelen besloten op de meegebrachte strandstoeltjes te gaan zitten. Op het gangpad van de eerste klas, dat dan weer wel. Een mede-festivalganger had geen rugzak bij zich maar had al zijn spullen in een kliko gegooid. Handig, want wieltjes, zo zei hij. Iets waar hij bij de overstap in Mechelen, waar vooral stenen trappen zijn in plaats van roltrappen, al weer een stuk genuanceerder over dacht.

Toen in Leuven enkele dames van Axe anti-transpirant aan het uitdelen waren, was dat zonder twijfel net zo veel een promo-actie als een mensenrechtenkwestie. Nog een laatste busrit en de tent kon worden opgezet. Op camping A4. A3 was, zoals de Vlamingen dat zo mooi plegen te zeggen, al volzet.

Homo Voluntarius – za 31 mei 2008

Boogiedown Breda

Met hiphop heb ik niet bijzonder veel. Toch heb ik me laten overhalen om vrijwilliger te zijn op het eerste Bredase gratis hiphop openluchtfestival Boogiedown Breda.

Ik had wel sympathie voor de jonge organisatoren, allen ergens rond de twintig, die met veel lef en een flinke bak gemeentelijke subsidie in enkele maanden tijd een serieus festival uit de grond gestampt hebben.

Dat lieten ze zich geen twee keer zeggen. Of ik maar wilde beginnen met een muntendienst en ook maar meteen barhoofd van de tweede shift wilde worden. Een shift van vijf tot elf ‘s avonds, dus aanmerkelijk drukker dan de vroege bardienst. En ook nog met een kleinere ploeg, zes vrijwilligers in plaats van acht. Dat werd dus lekker doorwerken.

Ik heb altijd liefst een ploeg die een tikkie krap is dan te groot. Niets zo saai als wachten p werk. Dus we konden ons hart ophalen: gesjouw met vaten, flink doortappen, een enkele keer een instructie fustverwisselen en na een korte gewenningsperiode een goed geoliede samenwerking. En uiteraard mijn stem weer aan gort.

Barren op een festival. Veel leukere dingen zijn er niet te doen. Of, zoals Leo van Lieshout vanaf de andere kant van de bar het nog het meest treffend verwoordde: „het zal weer eens niet dat Akinci op een festival achter de bar staat.”

Homo Solaris (1) – za 11 aug. 2007

Reggae Sundance

Multi-culti doen is niet zo moeilijk. Je loopt zo nu en dan een Marokkaanse toko binnen voor couscous en geitenkaas en kijkt wekelijks naar Raymann is laat. Maar zeg nu zelf: hoeveel gekleurden kom je nu werkelijk tegen als je op een feestje bent?

Of het nu Pukkelpop, Werchter of Lowlands is, het publiek is overal even tolerant. En blank. Zelfverkozen apartheid. De gemiddelde Marokkaan of Turk houdt nu eenmaal niet van de Kaiser Chiefs of de Scissor Sisters. En alleen Wokro’s * gaan naar Maroc-party’s, dus zie hier: segregatie.

Toen ik het terrein van Reggae Sundance opliep, was dat dan ook een verademing. Ongeveer een derde van het publiek kwam oorspronkelijk ergens anders vandaan. Alle winstreken van Afrika waren vertegenwoordigd, Azië was in da house en de Suri’s en Antillianen waren present.

Kijk, we hoeven natuurlijk niet altijd maar verplicht te mengen. Maar als het dan eens een keertje gebeurd, valt me wel op dat de sfeer zo ontzettend vrolijk is. En de kwaliteit van het festival-eten ineens omhoog schiet. En er niemand zeurt of moeilijk doet. Dat er om de vijf minuten eer betuigd werd aan de inmiddels mythische Ethiopische keizer Haile Selassie nam ik dus maar voor lief. Pass the Dutchie please…

*) Wannabee Marokkanen, doorgaans jonge blanke mannen tussen de twintig en dertig en en Havo-diploma, die hun iPod vol met Rai-muziek zetten en vervolgens naar de Marokkaan gaan om een kilo lamsbout, twee ons geitenkaas en een bos verse munt te bestellen.

Afzien – 29 juni t/m 3 juli 2006

Eerste weekeinde van juli. Dat kan slechts één ding betekenen. Het wordt weer tijd om de hygiënische standaard trapsgewijs te verlagen en vioer dagen af te zien. Oordoppen in en rijden maar.

Te laat voor Matisyahu, te veel muziekliefhebber voor de Deftones, te vergeetachtig voor Kaizers Orchestra, enigszins verbaasd door Death Cab for Cutie, nonchalant kennis genomen van de val van het kabinet tijdens Tool, teleurgesteld door Manu Chau, verveeld door de Red Hot Chili Peppers, frietje gegeten tijdens The Streets en de tas met fotocamera en de hoed van Jaap kwijtgeraakt tijdens de Black Eyed Peas.

Geërgerd aan Skin, aangenaam verpoosd bij A Brand, aangenaam wakker geworden bij The Kooks, aangenaam meegeklapt bij Clap Your Hands Say Yeah, waanzinnig snel naar de festivalmarkt weggevlucht voor Kayne West en aansluitend ver weg gebleven van Sean Paul, Elbow amper meegekregen, intens genoten van Mogwai, kennis genomen van Anouk, toen toch maar gekozen voor Soulwax, gekotst tijdens Muse en weer enigszins bijgekomen tijdens My Generation van The Who.

Bijna omgetoverd in een naïeve hippie door Xavier Rudd, gered door Donavon Frankenteiler, blij geworden van de Arctic Monkeys, maar daardoor amper iets gezien van Absynthe Minded, bewegingsloos uit mijn dak gegaan (te warm) bij de Raconteurs, gesmolten bij Franz Ferdinand, bij een groep zestienjarige homo’s uit België gestaan tijdens Placebo en pas vanaf de tweede helft positief gaan denken over wat alles bij elkaar dan toch best wel weer een aardig concert van dEUS was.

Respect opgebracht voor Danko Jones, gediscussiëerd over de artistieke interpretatie van eels, op afstand genoten van Starsailor (verkeerde weide), enigszins gegrepen door het enthousiasme van Leela James (maar het blijft helaas funk), heel veel herkend bij Robert Plant, weggevlucht voor de reli-shit van Ben Harper maar daardoor dan weer wel terecht gekomen bij Hard-Fi, even mijn oor te luister gelegd bij Hooverphonic, uiteindelijk gekozen voor de Scissor Sisters (geboren homo, niets meer aan doen), en zeer, maar dan ook zeer positief verbaasd over Depeche Mode.

Toen we vervolgens maandag uit onze tent zweetten, en we stonken naar iemand die zich acht dagen niet gewassen had (we waren nog met z’n tweeën over en hadden ons beiden vier dagen niet gewassen) reden we, een beetje iebelig en met de nagalm van de festivalweide, richting Breda. De klapband op de snelweg (vrachtwagen naast en vrachtwagen achter me, thank you) maakte zelfs van de reis terug nog een avontuur. Rock Werchter was weer eens fantastisch

Werchter – 30 juni t/m 4 juli 2005

Er is een hoop verandert sinds de keer dat we voor het eerst naar een festival gingen. Een weekeinde Dynamo Open Air, met 25 gulden in de portemonnee voor bier en, zo bleek achteraf, ook eten, omdat Joris het tussenstuk voor de gaspit vergeten was mee te nemen. Inmiddels zijn we luxe-paarden geworden en laden we de auto vol met stoelen, platenspelers, een mobiele platenspeler, scheerspiegel en meer dan voldoende drank.

De reis naar het Belgische Werchter was er één die recht uit een modern jongensboek had kunnen komen. Om de structurele file bij Antwerpen en de vijf euro kostende Liefkenshoektunnel te vermijden reden we over provinciale weggetjes, waar we, iets voor Aarschot, werden geconfronteerd met een grootschalige politiecontrole. En hoewel ik zelf al een tijdje gestopt ben met blowen, hadden mijn reisgenoten wel enige softdrugs bij zich. Dat we bij die controle flink de lul zouden zijn, was al snel duidelijk.

Nu is het ook mijn eigen schuld. Doorgaans ben ik vrij strikt: in mijn auto geen drugs. De reden is nogal simpel, ik wil geen gezeik als ik tijdens een vakantie naar het buitenland reis. Deze keer had ik er echter helemaal niet bij nagedacht dat mijn bijrijder een mooi blikje met enkele grammen wiet bij zich had. En dat werd dus meteen geconfisqueerd door de autoriteiten. Als chauffeur werd ik ook nog onderworpen aan een alcoholcontrole, die ik overigens met vlag en wimpel passeerde.

Mijn vrienden in de andere wagen hadden het moeilijker. Niet wat betreft de alcoholcontrole, wel wat betreft de drugs. Z had namelijk genoeg hasj bij zich om een klein Europees land mee plat te leggen en dat hij daar niet zo makkelijk mee weg zou komen als mijn passagier was van meet af aan volstrekt helder. En toen hij zag dat mijn auto ook nog eens met een drugshond werd onderzocht, wist hij zeker dat hij de gebeten hond zou zijn.

Een plotselinge maar zeer heftige regenbui bracht redding. De agenten, die nog maar net van de vorige plensbui waren opgedroogd, hadden geen zin in nog een nat pak en daarnaast schijnt zo’n hond ook niet zoveel te ruiken als alles nat is. Z bleef een controle, confiscatie van de hasj, bijbehorende boete en eventueel ook nog een paar uur cel dus bespaard. En een inderhaast door mij uit mijn eigen auto gehaalde paraplu, die behalve aan mij ook aan de rijkswacht onderdak bood, maakte hen helemaal soepel. Bijrijder Bart was weliswaar al zijn wiet kwijt, hij kreeg een eerder ingenomen halve joint terug. En moet je nagaan: Werchter was nog niet eens begonnen.

Na een frieteke bij Odette (die aan de muur onder andere een poster had voor een ‘blotte tette foaf’; je maakt wat mee in Vlaanderen) hadden we de zenuwen overwonnen. Eenmaal in Werchter aangekomen was het weer zelfs een beetje opgeklaard en kon ik mijn tent, waarvan ik die ochtend nog een scheur in de buitentent gerepareerd had die ik nog te danken had aan Pukkelpop (zie weblog 18 t/m 22 augustus 2004), zelfs in de zon gaan opzetten. En dankzij die fijne ultraviolette stralen was er zelfs de mogelijkheid om ‘m meteen te impregneren, want dat is bij een acht jaar oude tent die al heel wat regenbuien en ondergelopen weilanden heeft doorstaan, geen overbodige luxe.

De regen heeft ons overigens niet lang in de steek gelaten. ’s Avonds, iets na het optreden van Kraftwerk, kwam de regen werkelijk met bakken tegelijk uit de hemel. Zonder enig overdrijven kan ik zeggen dat een sprong in een zwembad ongeveer dezelfde gevolgen zou hebben als ongeveer een minuut in de buitenlucht tijdens die plensbui. Koud, nat en met pijnlijke voeten keerde ik terug naar de tent.

Die pijnlijke voeten, overigens, hebben me nog het hele weekeinde bezig gehouden en me enigszins beperkt in mijn festivalvreugde. Al sinds enkele weken heb ik last van een slecht recupererend gestel. Kleine wondjes die nog dateerden van Breda Barst wilden maar langzaam genezen en mijn voeten waren veranderd in pijnlijke open wonden ter grootte van een oude rijksdaalder. Dat loopt best lastig, kan ik je zeggen. Het zal wel de drukte van de laatste weken zijn, hield ik mezelf voor. Uitgeputte energievoorraden en een lijf dat toe is aan vacantie. Oftewel: een popfestival is goed voor je gezondheid. Tuurlijk!

Het vriendengroepje waar ik mee naar Werchter toog had slechts een kaartje voor de eerste dag. Ik voor het hele weekeinde, maar gelukkig lopen er op een festival als Werchter altijd genoeg andere bekenden rond met wie je op kan trekken. Daarnaast bleven mijn vrienden nog tot zondagochtend op de camping en dat is ook erg gezellig. En zodoende kreeg ik op zondag alle resterende eet- en drinkbonnen van de rest van de groep, om lekker helemaal zelf op te maken. Met als consequentie dat ik tijdens het allerlaatste optreden van R.E.M. nog dertien bonnen overhad, terwijl ik samen met vriend Guido toch al behoorlijk up-tempo gezopen had op deze warmste Werchter-dag van 2005. Maar het was inmiddels een erezaak geworden: de bonnen moesten op. En dus hebben we in het laatste anderhalf uur toch nog zes-en-een-beetje biertjes de man weten weg te werken.

Met het gevoel dat mijn voeten inmiddels stompjes waren geworden strompelde ik voetje voor voetje terug naar de tent. Via het thuisfront had ik al geregeld dat er een afspraak met de huisarts gemaakt zou worden voor de volgende middag. Daar kwam ik slechts nipt op tijd aan, omdat het verkeer rond Werchter op zo’n maandag altijd muurvast zit met vertrekkende festivalgangers. Overigens waren Guido (mijn bijrijder voor de terugweg) en ik halverwege het pad van de kampeerplaats tot de auto opnieuw getracteerd op een fikse regenbui met wederom doorweekte t-shirts tot gevolg.

De huisarts kon kort zijn over de diagnose. De nare wonden onder mijn voeten bleken het gevolg van een nare, hardnekkige en ooit verwaarloosde voetschimmel. Het schijnt een kwaal te zijn waar een derde van de Nederlanders last van heeft. Ik dacht altijd dat die blaasjes onder mijn voeten slechts gevolg waren van mijn zweetvoeten. Met veel te dure medicijnen hoopte de huisarts, die me overigens al jaren niet had gezien, de kwaal te verhelpen. We zullen zien.

Pukkelpop – 18 t/m 22 aug. 2004

Al anderhalve maand geleden had ik met Tom afgesproken naar Pukkelpop te gaan. Pukkelpop is Lowlands, maar dan in België en dus leuker. De acts zijn zo ongeveer gelijk, maar het is in Hasselt altijd wat minder druk. Het publiek is over het algemeen wat jonger en dus nog zwaar puberende en over het algemeen zwaar beschonken. Ontluikende adolescentie in festivalmodus, hence the name ‘Pukkelpop’.

Eigenlijk zag ik een beetje op tegen het festival. Ik was pas net terug van vacantie en had ook het Cropredyfestival (zie weblog do 12 aug. 2004, vr 13 aug. 2004, za 14 aug. 2004 en zo 15 aug. 2004 nog vers in mijn hoofd.

Hoewel Pukkelpop pas op donderdag begint, wilde Tom graag al op woensdag op de camping staan. Dat hadden we achteraf beter niet kunnen doen, want we hebben onze tent in de regen op moeten zetten. En aangezien de camping op Pukkelpop aanmerkelijk chaotischer van opzet is dan die op Cropredy, stonden alle tenten hutje-mutje tegen elkaar aan.

Het waren vooral de muzikalere acts, waar ik het meest van genoten heb. Die Anarchistische Abendunterhaltung (DAAU, een soort ontheemde zigeunerpop) had samen met Ez3kiel een pracht van een set en ook Kaizers Orchestra (Scandinavische Tom Waits-rockband) was overweldigend. Ook Joanna Newsom (Melanie op harp met vleugjes Björk) was een onverwacht muzikaal hoogtepunt.

Op Pukkelpop kwam ik zaterdagochtend toevallig ook Timmer weer tegen, de onvolprezen, Sangria-drinkende roadie-annex-chauffeur van Osdorp Posse, die op Werchter, toen samen met Def P. onze buurman was. ’s Avonds ontmoetten we hem opnieuw, dit maal in kennelijke staat (dat krijg je van Sangria: het drinkt als Roos-Vicee, er zit echter wel 7,5% alcohol in). Eerder hadden we zelf een groep Belgen ontmoet waar we een tijdje mee opgetrokken zijn en waarvan er nu één zo dronken en misselijk was dat hij in zijn eentje nooit meer naar zijn tent zou kunnen lopen. Zijn vrienden sliepen niet op de camping, dus het was aan ons om hem naar zijn tent te begeleiden. Timmer was geïnteresseerd in de zus van één van de jongens (is de drank in de man…).

De diverse kleine regenbuien heeft mijn tent met verve overleefd. Tegen vallende Belgen was de katoenen woning minder goed bestand. Toen we na de laatste avond terugkwamen bij onze tent, bleek een tentstok gebroken en het buitendoek gescheurd. Gelukkig heeft het die nacht verder niet geregend, al zijn de schoenen van Tom die avond nog wel gejat.

Werchter – 1 t/m 4 juli 2004

Normaal schrijf ik één log per dag, maar aangezien festivals als eenheid in plaats en tijd gezien kunnen worden, volstaat hier één log.

Heerlijk in het gras gelegen tijdens Michael Franti , geschrokken van de agressie van Sean Paul , kennis genomen van P!NK en depressief geworden tijdens de alles behalve vrolijke nummers van The Cure .

Gelachen en meegezongen met de folk-covers van de punkband Dropkick Murphys (folk leent zich heel erg voor punk-uitvoeringen), geslapen op de wei tijdens The Darkness , afgezien bij de Sugababes , teleurgesteld door Nelly Furtado , op de achtergrond geluisterd naar Korn, boos weggelopen bij Metellica , verrast bij Kosheen en iets nieuws geleerd bij T.Raumschmiere .

Te laat mijn bed uitgekomen voor The Rasmus en de Heideroosjes , niet geïnteresseerd in Within Temptation , niet langsgegaan bij The Black Eyed Pees , genoten van Franz Ferdinand , bij ongeïnteresseerde vrienden in het tentenkamp gebleven tijdens Muse , met grote ogen gekeken en geluisterd naar Lenny Kravitz .

Op de wei gebanjerd tijdens Lamp , zo’n beetje vooraan gestaan tijdens weer een compleet ander optreden van PJ Harvey , gelukkig geworden bij de afstandelijke Pixies , niet warm geworden van N*E*R*D , buitengewoon blij geworden van Placebo , gedroomd tijdens Air , gebaald van de uitslag van het EK (ik was voor Tsjechië), en, eenmaal teruggekeerd bij de tent, op de festivalradio geluisterd naar El Tattoo del Tigre .

Het is altijd weer wonderbaarlijk hoe een mens zijn hygiënische standaard kan verlagen op dergelijke festivals. Vier dagen niet douchen is tot daar aan toe, maar wat altijd een beetje eng zal blijven is een bezoek aan één van de schaarse Dixies voor een grote boodschap. Zondagavond, op de weg terug naar mijn tent die op twintig minuten loopafstand lag van het festivalterrein, kwam ik terecht in een klein festivalwalhalla. Een zojuist geleegde, schoongemaakte en fris ruikende Dixie met voldoende toiletpapier.