Homo Collega – za 2 dec. 2006

laatste afdaling

Ik zou nog even terugkomen op collega Rogier Elshout, die afgelopen donderdag zijn laatste werkdag had op de fractie. En aangezien ik, als ik dit schrijf, in de mijmerfase lijk te zitten en de afspraak met Jaap waar ik eigenlijk over had kunnen schrijven is verzet naar de volgende dag, is dit een even goed moment als elk ander.

Rogier was een jaar of wat medewerker van de publieksdienst van GroenLinks en uit die functie door GeenStijl ooit omschreven als de Kay van der Linde van GroenLinks. Een hele eer, alhoewel het wat ver gaat om een publieksdienstfunctionaris als spin-doctor te omschrijven. Ik ontmoette Rogier volgens mij voor het eerst op het Jongerenweekeinde van GroenLinks op 30 november 2003. Op het Voorum, een klein jaar later, en op de vele daaropvolgende Dwars-bijeenkomsten leerde ik hem beter kennen en bleken we eenzelfde absurdistisch en enigszins afwijkend gevoel voor humor te hebben. Toen ik voor GroenLinks in Den Haag ging werken, bleek hij tot mijn grote verrassing een collega te worden.

Rogier denkt sneller dan dat hij typt. Op zich is dat niet een heel unieke eigenschap, maar wel bijzonder lastig, aangezien hij net zo dyslectisch is als een mol zonder veterstrikdiploma. Extra lastig is het dat hij als medewerker van de publieksdienst voornamelijk bezig was met het beantwoorden van brieven en mails van burgers. Meest memorabele fout was in een e-mail aan een mevrouw van één of ander actie-comité, die hij afsloot met de zinsnede ‘succes met Uw sterven’. Gelukkig kon de dame in kwestie de humor van deze onbedoelde typo wel inzien.

Rogier is gestopt met zijn werk om meer aandacht te kunnen besteden aan zijn studie en aan zijn carrière als beroepsjongere. Hij is nu jongerenvertegenwoordiger bij de jeugdraad en ik ben er van overtuigd dat we hem nog wel eens terugzien in de grote-mensenpolitiek, om het zo maar even te noemen.

Met Rogier kan ik bijzonder goed opschieten. Hij verdacht mij er zelfs van dat ik op de Vrije School had gezeten. Rogier kan namelijk vooral met andere Vrije School-gangers opschieten. Wat deze groep onderscheidt van de rest van de mensheid is mij niet geheel duidelijk, maar ik heb tot mijn achttiende dan ook alleen maar katholiek onderwijs genoten.

Rogier werkte altijd op dinsdagen en donderdagen. Stiekem waren dat ook de dagen dat ik het meest fluitend afreisde naar Den Haag. Eén van onze grootste meesterwerken in het halve jaar dat we collega’s waren is ongetwijfeld het jongerenprogramma, dat we grotendeels in één nacht en met drie flessen wijn hebben geschreven.

Nee, dit is geen In Memoriam. Ik ben er van overtuigd dat ik Rogier nog vaak ga tegenkomen. Laat het een eerbetoon zijn aan een scheidend collega. En aan alle andere collegae van GroenLinks. Want geloof het of niet, het moet wel zo’n beetje de leukste en vrolijkste club mensen zijn waar je voor kunt werken. Waarvan akte.

Homo Vigilens – di 10 okt. 2006

bedverhaaltje

Collega Rogier en ik zaten in overdrive. Na het eten werkten we nog een paar uur door. Tot elf uur, was aanvankelijk de bedoeling. Dat werd twaalf uur. En dat, op zijn beurt, werd nog veel later.

Toen we ver na twaalven het onszelf al zo lang beloofde biertje namen, en daarna nog een, misten we de nachtnettrein van twee voor twee naar Rotterdam. Althans, dat realiseerden we toen ik Rogier in de lift van het kamergebouw droogjes meedeelde dat we nooit binnen vijf minuten op centraal zouden zijn. En toen kwam onze briljante ingeving.

En dus liepen we terug naar onze werkplekken, trokken een fles wijn open en tikten we vol energie door tot een uur of half zeven. Althans, Rogier. Ergens rond half zes ben ik halverwege een zin in slaap gevallen. ‘Sommige mensen zijn best …’ luidde de onafgemaakte zin op het beeldscherm.

Om half zeven waren we klaar. Althans, we waren op. Rogier ging naar huis, ik verkoos het bed in de rustkamer van de fractie. Vier uur later verscheen ik weer op mijn werk.

Waar we mee bezig waren? Ssst. Daar mag ik nog niets over zeggen. Het moet nog worden goedgekeurd.

Homo Salutor – do 28 sep. 2006

De laatste dag van de algemene beschouwingen. Het was, zoals eigenlijk al sinds Prinsjesdag, druk in het Tweede Kamergebouw. Zo liep er de hele dag een delegatie van de Nationale Jeugdraad rond. En laten ze nu net de grote vergadertafel in mijn wekkamer ontdekt hebben als ideale hang- en schreeuwplek. De arbeidsproductiviteit leed er weer eens zichbaar onder.

Het was om nog een tweede reden een bijzondere dag. Tijdens mijn Kenya-reis had ik via Jaap Mr. Ottienna Jowi leren kennen. Jowi ziet voor zichzelf een toekomst weggelegd in het Kenyaanse parlement, en hij maakte daar dan ook veelvuldig grappen over. Ik had hem beloofd dat hij, wanneer hij eens naar Nederland zou komen, hij van mij een rondleiding door ons parlement zou krijgen. Gisteren was het zover. Jowi had geen mooier moment in het parlementaire jaar kunnen uitkiezen.

Jowi kan straks met trots melden dat hij het debat tussen Wouter Bos en Maxime Verhagen vanaf de publieke tribune van de Tweede Kamer heeft gezien. “The future prime minister?”, vroeg hij, wijzend naar Bos. “Probably”, antwoordde ik. Hoewel Jowi geen woord kon verstaan van het debat, genoot hij zichtbaar van de grootse gebaren en overdreven intonatie die de politici aan de dag legden. Oja, en hij hield natuurlijk van onze eigen Femke Halsema, alhoewel ik z helaas, aangezien zij nog lang in vergadering zat, niet aan elkaar kunnen voorstellen.

We aten en dronken in Delft. Waar we andere Kenyanen en Kenyagangers ontmoetten. Het gesprek hing over katers en hoe daar ’s ochtends weer vanaf te komen. “Dawa ya moto ni moto”, antwoordde Marco in Swahili. ‘Het medicijn tegen vuur is vuur.’ Oja, en ik had sjans met een jongen die afkomstig was uit Breda, woonde in Amsterdam en uitging in Delft. Ik was te lam om er op in te gaan. Sukkel die ik er ben.

Homo Defessus – wo 13 sept. 2006

jaaaa!

Het is drie uur ’s nachts en ik zit met een biertje achter mijn bureau in Den Haag. Het is een belachelijke dag geweest. Het lijkt een goed moment om mijn log eens bij te werken.

De dag begon fris en fruitig om vier minuten over zes. Ik was vergeten mijn wekker te zetten en werd helemaal vanzelf op het juiste moment wakker. Het teken van een goede nachtrust.

Na het douchen stapte ik richting station, in de richting van de langzaam opkomende zon. De spits was nog niet begonnen, de coupé van het Duitse treinstel was nog nagenoeg leeg. Alle tekenen wezen op een in het verschiet liggende, vruchtbare werkdag. Wat ik op dat moment echter gemakshalve was vergeten, was dat ik die avond ook alle 584 ingediende amendementen op het landelijke verkiezingsprogramma moest bespreken met collega-bestuursleden, leden van de programcommissie en het congrespresidium. Iets waar, zo kwam ik die avond achter, een lange zit met zich mee zou brengen.

In plaats van Breda besloot ik de nachttrein naar mijn werkplek in Den Haag te nemen. Zou me de volgende ochtend weer anderhalf uur besparen. Kon ik gelijk nog even wat dingen doen waar ik eerder vandaag niet meer aan toegekomen was. Mijn  peuk is opgebrand en ik denk te weten hoe hij zich voelt. Zodadelijk kruip ik het bed van de rustkamer in. Te moe om nog een punch-line voor dit stukje te verzinnen.

Homo Ruptus – vr 1 sept. 2006

auw!

We hadden standdag. In Scheveningen, in Oscar’s, een strandtentje naast het foeilelijke Carlton-hotel. Een dagje vrij, zei U? Niets van dat. De Kamerfracties, Europafractie, fractiemedewerkers en bestuursleden van GroenLinks kwamen bijeen om de campagnelijn voor de komende verkiezingen uit te stippelen. En geen van de genodigden kwam in zwemtenue.

Goed, er werd tussen de bedrijven door best ook veel gelachen. We zijn immers een vrolijke en gezellige partij. Maar tot laat in de middag werd er ook serieus gewerkt. Overal in Oscar’s waren werkoverlegjes, deelsessies en bilateraaltjes gaande. Om over de plenaire sessies met heuse powerpoint-presentaties maar niet te spreken.

Maar aan het eind van de middag was er ook nog wat ontspanning. Op het Scheveningse zand werd gevolleyd en gevoetbald. Hoewel ik slecht kan voetballen, deed ik ook even mee. Eventjes, omdat ik al snel merkte dat mij conditie het niet toeliet lang te rennen in het mulle zand, maar ook omdat ik mijn teen enigszins bezeerd had aan de schenen van Kamerlid Kees Vendrik. Wiens schenen, zo merkte ik, net zo hard zijn als zijn financiële doorberekeningen.

Veel te laat arriveerde ik thuis in Breda, al waar ik achter de pijnlijke ontdekking kwam dat ik mijn eerste sportblessure in mijn leven had opgelopen. Politiek is een kwetsbaar vak.