Void – do 18 nov. 2004

Er was een feestje op het Mediapark die avond. Na een jaar geleden een nieuw pand te hebben betrokken, werd gevierd dat onlangs ook de laatste afdeling van RTL naar het nieuwe gebouw was verhuisd. Via de broer van een NPS-collega werden we het RTL-feestje binnengeloosd.

Nu is het natuurlijk sowieso geen vreselijk goed idee om als publieken naar een commerciëel feestje te gaan. Voor mij is het een dubbelslecht idee, want ik heb in het geheel niet veel op met televisie, ongeacht of het publiek of commerciëel is. Het lijkt er steeds vaker op dat de hele beroepsgroep televisiemakers verworden is tot een imbeciel clubje randdebielen. En van dit slag mensen zag het zwart in het Sodom en Gomorra van televisieland: het beruchte Studio 22.

Toegegeven: de show was gelikt en de catering was buitengewoon. Kennelijk bulkt het bij RTL-moedermaatschappij HMG van het geld, want overal stonden voedselkraampjes. Als klap op de vuurpijl kwam er zelfs een gigantische schaal zoetigheid binnen met daarop iets wat in de verte iets weg had van profiterol. Jammer dat de optredende artiesten moeite hadden meer dan de helft van het aantal uitgekraamde noten zuiver te zingen en dat nog ver voor tienen het overgrote deel van het HMG-personeel te dronken was om een zinnig gesprek mee te voeren. ‘Totale leemte’ is een te inadequate omschrijving van het hedonistische tafereel dat zich hier afspeelde.

East is East and West is West and never the twain shall meet, schreef Rudyard Kippling. De waterscheiding tussen de publieken van Net3 en de commerciëlen is minstens net zo groot. Ieder zijn ding.

God’s last – ma 15 nov. 2004

Het geloof zal niet geridiculiseerd worden. En daarom meende Donner dat het artikel op de godslastering in de wet maar moest worden aangescherpt. Een volstrekt belachelijk idee natuurlijk, maar de grootvader van Donner had vroeger als minister nu eenmaal het verbod op godslastering ingevoerd en dus zal het wel een kwestie van het redden van de familie-eer geweest zijn.

Ik zal hier geen betoog houden over mijn bezwaren tegen de inperking van de vrijheid van meningsuiting. Mijn mening daarover mag inmiddels gevoeglijk bekend verondersteld worden, al was het maar door de columns die ik tot deze zomer wekelijks anderhalf jaar lang in het radioprogramma ‘Een Robbertje Bartol’ heb uitgesproken. Nee, er is een nog dringendere reden om het verbod op godslastering niet aan te scherpen, sterker nog, om het maar helemaal af te schaffen.

Over elk politiek idee, elke politieke beweging, mag je in Nederland vrijuit zeggen hoe je denkt. Het maoïsme bijvoorbeeld, is door vele mensen belachelijk gemaakt (geheel terecht trouwens), en hetzelfde geldt voor andere discutabele vormen van communisme en socialisme (waarbij sommigen weer zullen beweren dat er alleen maar discutabele vormen van socialisme zijn, maar aan die opmerking wil ik niet, al was het maar omdat ik mijzelf op mijn zestiende ooit overtuigd communist heb verklaard, een kwaal waar ik gelukkig al weer geruime tijd van bevrijd ben). Aan de andere kant van het politieke spectrum zijn overigens ook voldoende stromingen om belachelijk te maken, zoals elke vorm van extreem rechts, het conservatisme en het populisme. Het leuke van populisten is overigens dat hun rook na de crematie ook met alle winden meewaait.

Als je al die stromingen, inclusief hun politieke vertegenwoordigers, zowel inhoudelijk mag fileren, als inhoudelijk belachelijk mag maken, dan zie ik niet in waarom je een godsdienst, en al zijn vertegenwoordigers, ook niet tot op het bot toe aan de schandpaal mag nagelen, met elke vloek en zucht die daarbij hoort. Want hoe absurd bepaalde politieke stromingen ook mogen zijn, ik ken er geen die het zo bond hebben gemaakt als de drie monotheïstische godsdiensten die deze wereld rijk is. Waarbij ‘rijk’ een op z’n zachtst gezegd wat ongelukkig gekozen woord is.

Of het nu de Koran is, de Bijbel of de TNCH, ik vindt het stuk voor stuk abjecte boeken. En de reden dat ik ze volstrekt verwerpelijk vindt, is de waarde dat een aantal andere mensen aan deze teksten hecht. Zouden de mensen op deze planeet de teksten uit de drie boeken beschouwen als een collectie historische verhalen, zonder daar meteen allemaal waandenkbeelden als het bestaan van God aan te koppelen, dan had ik er allemaal niet zoveel waarde aan gehecht. Maar het feit dat hele volksstammen de inhoud van die drie boeken voor WAAR aanneemt (en dan bij voorkeur ook nog met een zeer intolerante interpretatie die alleen maar leidt tot nog meer oorlog), dat maakt het zo onverkwikkelijk dat die teksten nog steeds circuleren. De heilige schriften, noemen ze dat. Terwijl ik dagelijks meer geluk ondervindt dankzij de uitvinding van het toiletpapier, dan van, pak ‘m beet, Leviticus.

Godsdienst mag niet alleen beledigd worden, het is eigenlijk de plicht van elke weldenkende burger dit zo vaak mogelijk te doen. Maar, en dat zeg ik met nadruk, op inhoudelijke gronden (zoals dat er geen feitelijke redenen zijn aan te dragen om in het bestaan van God te geloven, of dat de geplande kindermoord van Abraham op zijn zoon Isaak toch eigenlijk wel een erg verwerpelijk concept is, of dat de vernietiging van Sodom en Gomorra volgens de Genevse Conventie toch echt wel als zware oorlogsmisdaad gestempeld zou worden in de categorie genocide). Een frontale aanval dus op het instituut religie. Individuele gelovigen kunnen ondanks hun geloof namelijk best relaxte mensen zijn, en ik heb geen behoefte om die mensen belachelijk te maken. Maar laten we nu met z’n allen afspreken dat je de ideeën van iedereen, dus ook de ideeën van een stelletje naïevelingen dat zich toevallig kerk noemt, kritisch onder de loep mag nemen en, indien noodzakelijk, ook op badinerende toon door de mangel mag halen.

Donner is natuurlijk een gereformeerde zuurpruim. Had hij een katholieke Brabander geweest, dan had hij geweten dat de grootste groep godslasteraars de gelovigen zelf zijn. Elk jaar doen zij dingen die volgens artikel 147 en 147a van het Wetboek van Strafrecht volstrekt ontoelaatbaar zijn. Zij beledigen god en zijn dienaar op de meest grove wijze. De normen en waarden maken plaats voor zeer lichte zeden en het straatbeeld doet denken aan die bijbelse plaatsen Sodom en Gomorra. Maar iedereen lacht erom. Ze noemen dat Carnaval. En het is het levende bewijs dat god niet bestaat. Katholiek Brabant is in tegenstelling tot die biblische plaatsen immers nooit omgetoverd tot een brandend inferno. Gott ist tod. Ik geloof dat ik in deze zaak in Nietsche geloof.

Verdiende sporen – zo 14 nov. 2004

Na een energieke vrijdag en zaterdag viel de zondag als dag enigszins tegen. Ik had nog zo’n zestig e-mailtjes binnen te halen, ik had nog wat politiek inhaalwerk en ik heb thuis nog een montage afgemaakt voor de 4fm-uitzending van Spotlight. Eigenlijk een gewone werkdag, dus.

Die montage had ik natuurlijk ook in Hilversum kunnen maken. Sterker nog, dat had ik gedaan, in Pro Tools. Helaas bleek het Apple-station waarop ik werkte niet te beschikken over een cd-brander. Daar kwam ik natuurlijk pas na het afmonteren achter. Waarna ik met de gemonteerde uitzending weinig anders kon doen dan naar de prullenbak transporteren. Jammer, maar helaas.

’s Avonds uiteraard weer naar Freek gekeken. Het was weer eens een goede aflevering, nadat hij me vorige week een beetje was tegengevallen. Maar dat kwam misschien wel door heel andere dingen :-)

Niet voor de poes – za 13 nov. 2004

Poezen zijn nieuwsgierige huisdieren. Dat bleek bij het wakker worden, toen Gizmo, de kater van de huisgenoot, als een soort indiaan op de uitkijk vanaf de rand van de bank de vrijpartij gadesloeg. De kater was enkele minuten eerder door zijn baasje de kamer binnengelaten, toen deze aan ons vroeg of we wellicht ook een kopje thee wilde, en (want dat was de eigenlijke reden) of hij wat suiker mocht lenen. Een vrolijk ‘goedemorgen’, gevolgd door de aan mij gerichte, quasi-verbaasde opmerking “Oh, jij bent er natuurlijk ook nog”, kon ons weinig deren. We hadden de deken van het kleine, en daardoor erg intieme éénpersoonsbed tot fatsoenlijke hoogte opgetrokken.

Het gezamenlijk ontbijt bestond uit twee kaasbroodjes, een croissant en een hartige hap. Daarna gevolgd door een wandeling door Haarlem, kopje thee op de bank, een ritje naar de biologische slager (shit, ik moet nog kip hebben) en een wat onhandig afscheid bij een bushalte vlak bij zijn huis, waarbij we een oudere dame wellicht de schok van haar leven hebben bezorgd.

Of we elkaar nog vaker zouden zien, vroeg Jaap later die avond, nadat ‘ie me dronken had gevoerd om zo meer details uit me te kunnen trekken dan in nuchtere toestand. Het werd een openhartig gesprek.

Mijn Nederland – do 11 nov. 2004

De afgelopen week zijn er pogingen tot brandstichting geweest bij moskeeën, kerken en scholen. Sommigen daarvan helaas succesvol. Zie hoe snel ons land afzakt in een spiraal van escalerend geweld. Vorige week werd het recht van het vrije woord herbevestigd en meende iedereen, terecht, dat het totaal absurd was dat Theo daarvoor werd vermoord. Een week later meent een kleine groep extreem-rechtse Nederlanders dat dat vrije woord kracht bijgezet moet worden door moskeeën in brand te steken en meent een kleine groep fundamentalistische moslims dat weer te moeten beantwoorden met het in brand proberen te steken van kerken. Dit, wrang genoeg, allemaal in de week van de 66e kristalnachtherdenking. Op 9 november 1938 werden synagogen, joodse winkels en huizen van joden systematisch inde fik gestoken door een door de nazi-propaganda in de jaren daarvoor opgehitst volk. Het was het begin van de systematische vernedering van de joden in nazi-Duitsland en later de rest van (bezet) Europa, het begin van de plundering van joodse eigendommen en, uiteindelijk, de vernietiging van 6 miljoen joden en daarmee tevens effectief de vernietiging van de toen nog levendige Jiddische cultuur in Europa.

Het is natuurlijk niet te vergelijken met de situatie in Nederland. Hier is geen overheid die het volk aanzet tot haat en geweld jegens minderheden, in dit geval moslims. Ook kijkt hier de brandweer niet grijnzend toe als een school of moskee in de hens gaat. Desalniettemin worden mijn gedachten heel somber als ik denk aan de gevolgen die deze incidenten kunnen hebben, wanneer de neergaande spiraal van geweld niet acuut wordt omgebogen. Vorige week dichtte ik de Nederlandse samenleving genoeg veerkracht toe om de moord op Van Gogh door een religieuze fanaat zonder al te veel kleerscheuren te boven te komen. Nu twijfel ik daaraan. Ik had incidenten verwacht, maar niet zulke incidenten. Nog even en Nederland is mijn Nederland niet meer, om maar een wanstaltig cliché uit de kast te halen.

Er gaan steeds meer geluiden op om de vrijheid van meningsuiting in te perken. Om belediging van godsdiensten sneller strafbaar te maken. Dat betekent dat ik straks zowel Jezus als Mohammed niet meer zou mogen beledigen. En wie bepaald dan wat een belediging is? Ik vind de drie monotheïstische godsdiensten alledrie verwerpelijk, zeker wanneer wordt overgegaan op letterlijke interpretatie van de tekst zonder de vertaling van de teksten binnen een historische context naar het huidige tijdsgewricht. Ja mensen, ooit was de Islam een vooruitstrevende, emancipatoire en tolerante godsdienst. Er wordt wel eens gezegd dat Moslims nooit de verlichting hebben doorgemaakt. In feite was de revolutie van Mohammed de verlichting in een tijdperk dat de rest van de wereld (lees: europa en noord-Afrika; Azië is een geval apart) in de donkere, primitieve middeleeuwen leefde. Maar verlichtingsidealen zijn net zo vergankelijk als papier, op een gegeven moment worden het statische begrippen en starre dogma’s. Net als met onze Europese verlichting eigenlijk: prachtige ideeën, maar in de handen van Geert Wilders verworden de idealen van de verlichting beknellende, intolerante en inflexibele ideeën. Wilders vertaalt de verlichtingsidealen niet naar de huidige tijd, maar blijft vasthouden aan eeuwen geleden opgetekende woorden. Hij is daarmee een reactionair pur sang (wat overigens zijn goed recht is).

Inperking van de vrijheid van meningsuiting laat ruimte voor een overheid om te bepalen wat wel en niet fatsoenlijk is om te zeggen. ‘Johnson, moordenaar’ was tijdens een staatsbezoek van deze president een niet toegestane kreet. Desondanks een met argumenten te staven mening. Een overheid die bepaald welke mening vrijelijk uitgesproken mag worden is geen democratie. Slechts bij het anderen aanzetten tot geweld ligt een enigszins duidelijk af te bakenen grens. En zelfs dan moet zo’n uitspraak gemeend zijn. Iemand die in het café roept: “Balkenende, je zou hem toch …” heeft niet de bedoeling zijn publiek aan te sporen tot het daadwerkelijk omzetten in daden van deze uitspraak. Op een website of in een toespraak hiertoe oproepen, heeft die intentie redelijkerwijs wèl.

Laat ik optimistisch blijven. Nederland zal niet verworden in een land waarin, net zoals ruim tien jaar geleden in Joegoslavië, bevolkingsgroepen die tijdenlang vreedzaam naast- en doorelkaar hebben geleefd, ineens op grote schaal elkaar de hersens in gaan slaan. Maar ik ben er me ook van bewust dat die zogenaamde tolerantie van Nederland een dun laagje vernis is wat er nu zo langzamerhand wel afgesleten is. Met schaamte denk ik terug aan de briefkaartenactie van Jane Cooymans en Peter van Brugge in 1993. Neo-nazi’s hadden in Duitsland een huis van een Turks gezin in de hens gezet en heel Nederland toonde hooghartig zijn morele verontwaardiging door massaal briefkaarten met afkeurende reacties naar toenmalig Bundeskanzler Kohl te sturen. Zie waar wij nu, elf jaar later staan. Ik geloof dat we heel wat kunnen leren van de tolerantie die er in Duitsland wèl is.

Antihomomanifest – wo 10 nov. 2004

Op www.elqalem.nl staat een anti-homomanifest te lezen. Er is de afgelopen dagen al heel wat over te doen geweest in de media. Aanvankelijk zou het gisteren, de dag van de crematie van Theo van Gogh, onthuld worden, maar ‘uit respect’ hebben de redacteuren van de site het een dag uitgesteld.

Je kunt je de reacties in de pers wel voorstellen. Woedend was iedereen. Het feit dat inwoners van Nederland niet kunnen accepteren dat homosexualiteit in Nederland gewoon wordt toegestaan, was een teken dat de integratie mislukt was, bla bla bla.

Pamflettenschrijver Jabri heeft een kunststukje afgeleverd. Het enige dat in het pamflet staat is dat Jabri ziek wordt van al die extravagante homo’s die in het straatbeeld met hun homosexualiteit lopen te koketteren. Wees homosexueel, maar doe dat thuis, is kortweg zijn stelling. Geen Gay-parade’s meer, geen zoenende jongens op straat en geen versierpogingen aan zijn adres. Uiteraard vat heel Nederland dit op als een teken dat de integratie volstrekt is mislukt, dat Jabri een extremist is en, eigenlijk, dat al die geitenneukers (om de terminologie van Van Gogh maar te gebruiken) zo snel mogelijk het land uitgezet moeten worden. Daarbij vergeten ze even dat zo’n beetje half Nederland er exact dezelfde mening op nahoudt. Maar dan niet met de Islam als achtergrond, maar de Bijbel (kent U het abjecte Bijbelboek Leviticus nog?) of gewoon omdat ze zoenende mannen gewoon enorm smerig vinden. Eigenlijk is Jabri dus enorm geïntegreerd. Hij is net zo fout als de rest van Nederland, maar dan minder hypocriet. Hij erkent het ten minste. En daarnaast heeft hij zelfs homosexuele vrienden.

Wat ik daarnaast erg sterk vindt, is de manier waarop Jabri de publiciteit heeft gezocht. Eerst op de dag van de moord de site op zwart zetten vanwege vermeende bedreigingen aan het adres van de makers van de site (uhuh), daarna aankondigen dat je de presentatie van een anti-homomanifest uitstelt omdat je dat niet tegelijk wilt laten vallen met de crematie van Van Gogh (tuurlijk) en daarmee zoveel aandacht weten te trekken dat de dag erna iedereen op je site kijkt wat voor pamflet het wel niet is. Iets wat niemand gedaan zou hebben op het moment dat de site vanwege die vermeende dreigementen een week eerder niet op zwart was gegaan.

Theo zou er trots op zijn (althans, dat kan ik me goed voorstellen. Zeker weten doe ik het niet want ik heb Theo nooit persoonlijk ontmoet, net zoals al die andere mensen die straks allemaal een lijntje met Theo hebben): de perfecte manier om je eigen vrije mening zo wijd mogelijk te verspreiden. Vestig de aandacht op je, maak een statement, beledig en passant een paar minderheden en maak je punt. Jabri is het voorlopige toppunt van Marokkaanse integratie. Geen geweld, maar meningen. El Qalem betekent volgens mij ‘de pen’ en da’s dus niet voor niets. Ik ben er enorm voor dat hij in Nederland de mogelijkheid heeft om meningen te verkondigen waar ik het schurft aan heb.

Want, voor de duidelijkheid, zijn mening kunnen ze wat mij betreft het beste verwerken in een lekkere kouskous. Want als ik een leuke jongen wil zoenen, al dan niet op straat, dan ga ik net zo vrijelijk mijn gang als Jabri met zijn mening. Hooguit zal ik Jabri netjes mijn opinie op zijn mening geven door bedeesd mijn lange middelvinger aan hem te laten zien, maar daar houd het ongeveer bij op. En dat Jabri niet gediend is van relnichten in strings, die zomers het straatbeeld kleuren, kan ik me prima voorstellen. Mijn idee zou het ook niet zijn. Maar zolang moslima’s zich in Nederland zomer of winter in een dikke jas met daaronder een trui, drie onderjurken, wollen sokken en een burka (dit is slechts een voorbeeld, ik wil echt niet alle moslima’s over één kam te scheren) mogen hijsen, dan moet Jabri toch echt maar accepteren dat die nichten ook gewoon buiten in de zon hun nichterigheid mogen uitdragen.

Met groet,
Selçuk

Begroting – di 9 nov. 2004

Door de kristalnachtherdenking kwam ik wat later aan op de raadsvergadering. Niet zo erg, aangezien bij de begroting doorgaans alleen de fractievoorzitters het woord voeren. Stemmen over moties gebeurt pas helemaal op het eind, zo rond 23.00 uur. En daarvoor was ik ruim op tijd.

De begroting niet op onze instemming rekenen. Simpel: wij zouden andere prioriteiten leggen dan bijvoorbeeld het realiseren van een Museum voor Grafische Vormgeving (kosten: 13 miljoen).

Toch hebben we als GroenLinks het één en ander bereikt. De wethouder heeft een motie van ons over het ombouwen van leegstaande kantoorpanden in woonruimte voor onder meer studenten overgenomen. Er komt nu een onderzoek naar de mogelijkheden en dat wordt aan de commissie Volkshuisvesting voorgelegd.

Ook onze constante kritiek op het mogelijk bebouwen van delen van natuurgebied De Rith (waarbij wij gezamenlijk optrokken met Mariëlle Overboom van D’66) heeft zin gehad: de wethouder wilde eerst van geen wijken weten, maar langzaam beseft hij zich ook wel dat bebouwen van de Rith voor de Bredase raad onbespreekbaar is. De enige discussie die nu nog gevoerd moet worden is waar precies de grenzen van De Rith liggen. De wethouder dacht nog even dat als hij uitging van voor hem gunstige grenzen, waardoor het gebied veel kleiner wordt dan het eigenlijk is, hij via een omweg toch nog delen van het gebied kon gebruiken als ontwikkelingslocatie voor bedrijventerreinen en woningbouw. Maar zo dom zijn we natuurlijk niet en dus wordt binnenkort in de commissie Ruimtelijke Ordening de grens van De Rith bepaald. Door de raad dus, en niet door de wethouder! Overigens, dat moet gezegd worden: hoewel de meningen uiteenlopen, accepteerde wethouder Niederer nobel het verlies en deed hij enkele concessies aan de raad. Ik ken politici die daar meer moeite mee zouden hebben.

Tot slot nog een mooie opsteker: mede dankzij de aanhoudende wens van GroenLinks om de zaak rond de voorwerkopslag midden in de woonwijk Zandberg te bespreken, maar vooral dankzij de inspanningen van de buurtbewoners zelf is nu ook het CDA van mening dat vuurwerkopslagplaatsen in woonwijken niet zo’n goed idee zijn en dat de gemeente er alles aan moet doen om dat te voorkomen. Zij dienden, in overleg met Leefbaar Breda en GroenLinks, een motie in, die door iedereen werd geaccepteerd, behalve door PvdA en VVD. Deze partijen hebben kennelijk geen moeite met een vuurwerkopslag midden in een dichtbevolkte woonwijk, met alle gevaren van dien.

Nog drie nachtjes slapen voordat ik naar Haarlem ga…

Carkit – ma 8 nov. 2004

Aangezien ik nog niet genoeg moed had verzameld om te bellen en ik die dan ook nog maar weinig van het nieuws gehoord had, besloot ik op de terugweg van Hilversum naar Breda eerst nog naar het laatste half uurtje van het Radio 1 Journaal te luisteren. Niet dat ik van het nieuws veel heb meegekregen, aangezien ik drukker bezig was met het bedenken van mogelijke scenario’s voor het te voeren telefoongesprek. Al snel brak onverbiddelijk het moment aan dat ik geen excuses kon verzinnen voor verder uitstel. De rest van de avond zou ik, gezien de fractievergadering, namelijk niet meer aan bellen toekomen. Door al vast wat voorraadpeuken te draaien, kon ik het onvermijdelijke nog enige minuten uitstellen (op verantwoorde wijze sjekkies draaien in de auto is niet altijd makkelijk), maar van verder uitstel kon geen sprake meer zijn.

“Hallo”
“Hoi, met Selçuk, ik hoop dat ik je niet stoor”
“Nee, helemaal niet. Ik zag dat je gisterenavond ook gebeld had, maar toen lag ik al op bed. Het leek me niet zo handig je op je werk terug te bellen.”
“Hoe was je zondag verder. Zaten er nog goede kandidaten tussen?”

[heel epistel over de gesprekken van zondag]

“Was je nog op tijd oor het optreden in Alkmaar?”
“Tsja, da’s nog een heel verhaal. Cbi woont in een studentenhuis dat vroeger een kantoorpand was. Toen ik mijn auto daar ging ophalen bleek het hek van de parkeerplaats nog dicht te zijn, dus ik kon er niet uit.”
“balen”
“Ja, ik heb een uur of twee moeten wachten voordat ik eruit kon, dus toen ben ik maar op eigen gelegenheid naar Alkmaar gegaan, in plaats van naar Breda, om daar met de rest van het koor met de bus naar Alkmaar af te reizen. Ondertussen dacht ik alleen maar dat ik dus net zo goed nog wat langer bij jou had kunnen blijven.”
“hihi”
“Op de terugweg reed ik op de snelweg en zag ik allemaal bordjes. Haarlem 12 kilometer, Haarlem 9 kilometer, Haarlem Noord, Haarlem Centrum, Haarlem Zuid.
“De verleiding van de snelweg.”
“Heb volgens mijn gevoel de hele dag met een hele brede grijns op mijn gezicht rondgelopen.”
“Heb ik ook. Het is misschien een rare vergelijking, maar het is net een kookplaat. Die worden langzaam warm, maar ze blijven daarna steeds warmer worden.”
“Het mooie van die metafoor is wel dat kookplaten ook héél langzaam afkoelen.”
“oja”

[heel lang om de hete brei heen dansen]

“Heb je het de komende tijd erg druk?”
“Hmm, best wel eigenlijk. Morgen begroting, woensdag koor of commissie, donderdag AZ, maar daar gaat misschien ook wel iemand anders naar toe. Vrijdag kan wel. Maar zaterdagavond heb ik in Breda weer een afspraak”
“Zullen we dan vrijdag afspreken?”
“Da’s goed. Ik bel je wel wanneer ik vertrek. Ik zal wel niet lang bij de vrijmibo blijven hangen, als je weet wat dat is”
“Ja, ik heb je log gelezen”
“hihi”.

Ik stond al twee minuten stil op de parkeerplaats in Breda toen ik rond kwart voor acht de telefoon ophing.

het bovenstaande is een vrije interpretatie van het daadwerkelijk gevoerde gesprek