Brugman – di 4 apr. 2006

Vijf lijsttrekkers kwamen samen in Café de Boswachter in het Liesbos. Waren het geheime onderhandelingen voor de vorming van een nieuw college? Was De Boswachter het Des Indes-hotel van Breda, waar een totaal onverwachte nieuwe coalitie gesmeed zou gaan worden?

Niets van dat alles. Samen met vier andere fractievoorzitters had ik zitting in de selectiecommissie voor een nieuwe griffier (zie web-log do 1 nov. 2005 en
do 12 jan. 2006). Deze dagen stonden de sollicitatiegesprekken op de agenda. En aangezien het bij dit soort functies gebruikelijk is om niet aan de grote klok te hangen wie er allemaal gesolliciteerd heeft en het uiteindelijk niet geworden is, worden dat soort gesprekken een beetje in een rustige omgeving gehouden.

Overigens waren er die avond wel weer onderhandelingen. Dat begon met een etentje en eindigde in de oude college-kamer in het Stadhuis. De verschillende partijen legden hun belangrijkste punten voor het nieuwe college-programma op tafel. Je kunt je voorstellen dat het een lange sessie werd.

Door het dak – ma 3 april 2006

‘Elk nadeel heb ze voordeel’, of zoiets. Dat is volgens mij wat Johan Cruijff altijd zegt. En als rasoptimist die dit weekeind effe z’n dag niet heeft gehad, moet ik het hele gebeuren ook met soortgelijke gedachten relativeren. Zie hier het resultaat van mijn relativeringsvermogen.

Herman Meijer is afgetreden, het bestuur blijft aan en de partijraad heeft een soort van motie van wantrouwen ingediend (zie weblog za 1 apr. 2006, zo 2 apr. 2006 en nog een keer zo 2 apr. 2006). Niet bepaald het weekeinde waar ik op zat te wachten. Liever, en dat is niet eens cynisch bedoeld, zat ik afgelopen weekeinde fulltime te wroeten door honderden pagina’s vol financiële malaise, waar de gemeente Breda in verkeerd. Ik zit ondertussen immers ook nog te onderhandelen voor collegedeelname.

Maar elk nadeel heb ze voordeel. Het bezoekersaantal van mijn blog is nog nooit zo hoog geweest. En het aantal reacties trouwens ook niet. En ik heb dit weekeinde zelfs heel even de top-50 van web-log.nl gehaald. Niemand kan beweren dat politiek geen afwisselend Grieks drama met plotselinge wendingen is. Maar zelfs ondanks de hoge bezoekersaantallen (want daar doe je het natuurlijk allemaal voor :-) ) had het van mij allemaal niet zo gehoeven.

Übersexueel – vr 31 mrt. 2006

Marian Salzman heeft begin deze week de meterosexueel afgeschaft. Terwijl haar vorig jaar met veel poeha gelanceerde metro-man een verademing was in het straatbeeld en in het maatschappelijk functioneren. Voor homo’s in ieder geval.

Sinds de introductie van de metro-man konden homo’s ongestoord poeders, crème’s en moisturizers kopen bij dure drogisten die tot voor kort nog enkel het bastion van vrouwen en mode-nichten waren. Een homo kon ongestoord met een bonte verzameling aan fag-hags over straat: de metro-man had immers ook een vrouw als beste vriend. Eindelijk nam het percentage fatsoenlijk geklede mannen in het straatbeeld toe. Massaal trok de Bredase metro-man naar Tilburg omdat H&M daar ook een fatsoenlijke mannenafdeling heeft. En ongestoord kon ik mijn eigen spiegelbeeld in sprankelende etalage-ramen bekijken om te zien of mijn haar nog goed zat. Dankzij de metro-sexueel kon de homo eindelijk onopvallend zichzelf zijn.

Het had ook wel een nadeel: de bij mij toch al niet optimaal functionerende gaydar kreeg het moeilijk. Maar tegen een metro-man mag je best zeggen dat je hem leuk vindt. Hij is namelijk gevoelig genoeg om je niet meteen in elkaar te slaan.

Het is voorbij. De metro-man is vervangen door de übersexueel. Een man die een halve kilo vlees prefereert boven twee ons groente en twee stuks fruit. Een man die Bavaria drinkt, een buikje heeft en borsthaar. En, worst of all, een snor. ieeuw! De hermafrodiet moet terug in de kast.

Achter gesloten deuren – do 30 mrt. 2006

“Je bent net zo stoffig en arrogant geworden als de rest”, zei de chef van de stadsredactie van het plaatselijk dagblad in de kroeg. Hij wilde weten hoe het ging met de onderhandelingen. Ik had hem niets te vertellen.

GroenLinks heeft in Breda altijd een groot punt gemaakt van openbare onderhandelingen. Dat was vaak ook de reden dat we tijdens de onderhandelingsvergaderingen na een half uur vaak al mochten vertrekken. Zo niet dit keer. Openbaarheid mochten geen breekpunt meer zijn, want met openbaarheid verdwijnen de voedselbanken niet uit de stad en met openbaarheid wordt het groen om de stad niet beschermd.

Eén keer waren de onderhandelingen in Breda wel ‘openbaar’, in 1994. Althans, de voorbereidende werkgroepen besloten achter gesloten deuren wat er in het programma-accoord moest komen te staan en de delegaties van de partijen tikten dat tijdens een openbare vergadering af. Dat was toen door GroenLinks afgedwongen symboolpolitiek: het onderhandelingsproces was nog steeds net zo onzichtbaar voor de burgers als anders. Feitelijk kwam het erop neer dat het uiteindelijke program-accoord niet in één keer achteraf, maar per pagina tussentijds werd ‘onthuld’. Best een goede mediastunt, maar met het verzilveren van belangrijke idealen heeft het allemaal weinig te maken.

En dus kwamen we donderdagavond voor het eerst bij elkaar. Met broodjes en een bord soep. Geen overbodige luxe, maar wel een fatsoenlijke maaltijd. Twee afgevaardigden per partij, in ons geval was ik dat samen met de afdelingsvoorzitter. We werden bijgepraat over de financiële ruimte in de stad, of het gebrek daaraan en filosofeerden vrijelijk over de consequenties dat dat zou kunnen hebben. De sfeer was in alle opzichten ontspannen te noemen, maar het maken van moeilijke keuzes moet dan ook nog gaan beginnen. Desondanks is er vertrouwen en dat biedt goede perspectieven.

Bijna parallel aan de onderhandelingen was elders in de stad een ledenvergadering van GroenLinks gepland. De informatieperiode is afgerond en er was behoefte om de resultaten daarvan met de leden te bespreken. Halverwege de ledenvergadering schoof ik, samen met de afdelingsvoorzitter, aan. De ledenvergadering was misschien wel de belangrijkste vuurproef tot nu toe. Hadden de leden vertrouwen in hun delegatie, waren ze tevreden met het resultaat tot nu toe? En, het allerbelangrijkste, waren ze bereid de onderhandelingsdelegatie enige ruimte te geven in het proces? Tot mijn grote vreugde werden al die vragen positief beantwoord en ging de discussie voornamelijk over inhoudelijke punten die we graag willen binnenhalen. Naast het vertrouwen tussen de onderhandelingsdelegaties is het vertrouwen dat de leden hebben in hun onderhandelaars namelijk cruciaal voor een program-accoord dat straks, als het er eenmaal is, breed gedragen wordt.

En zo konden we om half twaalf eindelijk naar onze stamkroeg, De Beyerd. En daar stond, toeval of niet, de chef stadsredactie aan de bar. Die natuurlijk alles wilde weten over de stand van zaken. Ik kon zijn nieuwsgierigheid niet bevredigen. Een openingsartikel zat er naar aanleiding van ons korte gesprek voor hem helaas niet in.

Berichten van het onderhandelingsfront – wo 29 mrt

“Jullie zitten in Breda toch in college-onderhandelingen”. Zei de stem aan de andere kant van de telefoon. “Ja”, antwoordde ik met een eerlijkheid die je in de politiek niet zo vaak meer tegenkomt. Opluchting aan de andere kant van de draadloze draad. “Dan wil jij daar de komende weken vast wel af en toe een stukje over schrijven voor linkselente.nl.

Nu kun je inhoudelijk nooit zo veel over onderhandelingen vertellen. Doorgaans vindt dat soort processen alleen maar plaats achter driedubbel gesloten deuren op een geheime locatie. En in de wandelgangen natuurlijk, maar dat is officieus. En zo ging dat in Breda ook de eerste weken. Allereerst was er een radiostilte van maar liefst een week, waarin over en weer de beleefdheden konden worden uitgewisseld en mensen konden worden gefeliciteerd, bedankt of afgedankt. Pas een week later volgde een eerste vergadering, bijeengeroepen door de grootste partij, waarin werd afgesproken dat een informateur aan de slag zou gaan, die weer twee weken later een verslag uit zou brengen. En dat gebeurde dus gisteren. En nu weten we welke partijen met elkaar kunnen gaan onderhandelen. Het gaat nu eenmaal niet overal even snel als in Goes.

‘Het college gaat gewoon door’, merkten cynische gemeenteraads-watchers in Breda al meteen op. Maar niets bleek minder waar. De informateur presenteerde twee realistische mogelijkheden: een coalitie met PvdA, CDA, Breda’97 en GroenLinks en een coalitie PvdA, VVD, Breda’97 en GroenLinks. Op basis van inhoudelijke overeenkomst adviseerde hij te gaan onderhandelen met de partijen uit de eerste variant.

Nu is er geen onderwerp denkbaar, of de GroenLinks-achterban in Breda heeft er wel een mening over. En lang niet altijd is die mening eensluidend. Zo ook over het CDA. Een aanzienlijke groep GroenLinksers zou het toejuichen deze partij een keer aan de kant te schuiven en met de VVD in zee te gaan. Anderen vinden de inhoudelijke verschillen met de VVD welhaast onoverbrugbaar en zien op het onderwerp milieu een bondgenoot in het CDA. Al zij het een bondgenoot die de neiging heeft het pad van het rentmeesterschap nog wel eens uit het oog te verliezen en dus enige richting nodig heeft. En aangezien de leden er hier onderling al jaren niet uitkomen, bevind ik me in de makkelijke positie waarbij niemand uitgesloten hoeft te worden.

En dus waren we er snel uit, tijdens de openbare zitting gisterenavond. Ik ga aan de onderhandelingstafel zitten met Marja (PvdA), Janus (CDA) en Kees (Breda’97). En nog een stuk of wat financieel experts, controllers, ambtenaren, notulisten en bodes. Het gaan lange dagen worden. Ik verheug me er nu al op.

Informatie – di 28 mrt. 2006

De resultaten van de informatie werden eerst in een besloten vergadering teruggekoppeld aan de onderhandelingsdelegaties. Daarna volgde een openbare vergadering, waar diezelfde informatie openbaar gemaakt werd. Uitkomst: Breda gaat werken aan een coalitie tussen PvdA, CDA, Breda ’97 en GroenLinks.

Nadat de informateur de afgelopen twee weken de inhoudelijke punten van de verschillende partijen had geïnventariseerd en tevens had gevraagd wie wel en wie niet met elkaar wilden samenwerken, presenteerde hij zijn eindconclusie: er waren nog twee serieuze alternatieven over: een college tussen PvdA, CDA, Breda’97 en GroenLinks of een college tussen PvdA, VVD, Breda’97 en GroenLinks. Op basis van de inhoudelijke overeenkomsten adviseerde hij te kiezen voor de eerste optie. Daartoe werd dan ook besloten. Een bittere pil voor de VVD, die in de verkiezingen procentueel gewonnen had. Op zich kan ik me een samenwerking met de VVD prima voorstellen. Inhoudelijk waren de verschillen met het CDA gewoon domweg kleiner.

Voor SP en D’66 was het resultaat ook niet naar tevredenheid. Aangezien wij ze nooit hebben uitgesloten, zullen anderen dat gedaan hebben. Ieder mag zelf proberen te analyseren wie dat geweest zouden kunnen zijn.

Stadhuis – ma 27 mrt. 2006

“Selçuk, je weet toch dat wij een afspraak hebben om tien uur”. Het was drie minuten over tien toen de telefoon ging. ‘Shit’, dacht ik bij mezelf. Mijn eerste afspraak stond pas voor drie uur later in mijn agenda. “Ik ben er over tien minuten”, antwoordde ik. Met ongekamde haren fietste ik als een speer naar het stadhuis.

Het was mijn eigen slordigheid, waardoor ik te laat was. We hadden al een week eerder met vijf fractievoorzitters afgesproken. Aangezien ik toen als eerste gebeld werd, was nog niet helemaal zeker of de afspraak ook daadwerkelijk doorging. Een bevestiging heb ik nooit meer gehad en zelf was ik het al weer helemaal vergeten, waardoor ik er ook niet meer achteraan gegaan was.

De hele dag bleef ik zo’n beetje rondhangen in het stadhuis. Enkele uren later kwam de campagnecommissie langs op de fractie om de afgelopen verkiezingscampagne te evalueren, ik had zelf nog enkele andere werkzaamheden en ’s avonds was er al weer een fractievergadering. En ondertussen allerlei ontmoetingen met andere raadsleden die om hun moverende redenen ook op het stadhuis waren en allemaal een beetje gespannen waren over de college-informateur die een dag later zijn resultaat zou presenteren.

Barst – zo 26 mrt. 2006

Tussen de politiek door heb ik zo nu en dan nog wel eens activiteiten voor popfestival Breda Barst, dat dit jaar plaats vindt op 16 en 17 september. Voor de selectie van de lokale en regionale talenten zijn er drie voorrondes. Hoewel niet gepland, zat ik dit jaar toch weer in de jury.

Voor de vijfkoppige jury hadden zich maar liefst drie mensen met de naam Tom aangemeld. Daarvan kregen Tom en Tom daadwerkelijk een plaats in de jury. Tom kwam op de reservelijst te staan. Alleen dachten Tom en Tom beiden dat zij reserve-Tom waren, en waren de beide Tommen dus niet aanwezig. Waardoor de jury overbleef met nog maar één Tom en een in allerijl ingevallen reserve-Selçuk. Duty calls.

Inhaaldag – za 25 mrt. 2006

Het was een inhaaldag. Waarop het toilet werd schoongemaakt, waarop ik eindelijk die vervelende kalkplekken in de douchebak heb verwijderd en waarop intensief werd gestofzuigd. En, feest der feesten, waarop ik heb besloten dat de combi-ketel weer op stand ‘0’ gezet kon worden. Verhip, nu ik dat zo opschrijf, heb ik eigenlijk mijn mini-voorjaarsschoonmaak gehad.

Ik heb dat nooit helemaal begrepen: de obsessie van mensen met de voorjaarsschoonmaak. Je huis schoonhouden is toch een wekelijks terugkerende taak, zou je denken. Of, in mijn geval, bij ernstige drukte, minimaal om de veertien dagen. ‘Voor een homo ruim je slecht op’, vertelde iemand me laatst. Ik haalde mijn schouders op. Als linkse rakker vertoon ik nou eenmaal niet zeer rolpatroonbevestigend gedrag.

Taalverloedering – vr 24 mrt. 2006

Voor we er erg in hadden, was het gebeurd. Het Nederlands is beroofd van weer een mooi woord: de negerzoen is niet meer. We zullen hem missen. Net als de turkestreek, het flikkerlicht en de brillenjood.

Ophef over zogenaamd discriminerende zaken vindt ik altijd ontzettend vermoeiend. Er zijn namelijk op dat gebied nog zoveel echte problemen. Zoals discriminatie in de horeca, of op de werkvloer en tijdens sollicitaties. Dat is nog steeds een groot probleem waar na jaar en dag nog steeds geen adequate oplossing voor is. Ondertussen gaat één of andere politiek correcte klootmongool dan zeiken over de naam van een snoepje.

Het doet me een beetje denken aan die hele discussie rond de naturalisatie van Kalou. Persoonlijk kan het me niet schelen of die gast straks nu wel of niet in het ‘Nederlands’ elftal speelt. Waar ik me wel aan stoor, is dat daar een nationale discussie over losbarst, terwijl diezelfde Verdonk ondertussen massaal homo’s naar Iran terugstuurt, naar Sudan deporteert of naar Kongo verscheept, inclusief dossier. Het zijn immers allemaal ‘veilige’ landen.

Woorden die ook op de nominatie staan uit te sterven: moorkop en nichtenkit. Of gezegden zoals ‘aan de Turken overgeleverd zijn’ of ‘rijden als een Turk’. Overigens: volgens Van Dale bestaat die eerste ook in een Joodse variant: ‘aan de joden overgeleverd zijn’. Tuurlijk zijn die uitdrukkingen niet netjes. Maar ze zijn onderdeel van onze taal, onze geschiedenis. Wellicht moeten we deze uitdrukkingen juist in ere herstellen: om ons een spiegel voor te houden en te laten herinneren dat er een tijd was waarin we alleen negatief dachten over minderheden. Om ons daarna oprecht af te vragen: is er in werkelijkheid nu wel zoveel veranderd.