Homo Stipendiarius – za 23 dec. 2007

blauwe envelop

De zaterdag voor kerst. Alle broodnodige inkopen zijn gedaan, ook al is de supermarkt ook op zondag voor de gelegenheid nog open. ‘s Avonds bij Liesbeth en Joris een biertje gaan drinken. Een goede gelegenheid om het meest bizarre verhaal van de afgelopen week in visserslatijn te vertellen.

Het ging over onze vrienden van de belastingdienst. Al jaren betaal ik mijn belasting achteraf, een gewoonte die ik over heb gehouden aan mijn tijd als freelancer. Daarnaast is het, gezien het feit dat mijn inkomen van diverse bronnen afkomstig is, ook gewoon makkelijk. Ik moet namelijk altijd bijbetalen.

Dit jaar had ik in Augustus mijn aanvullende belasting over 2005 betaald. Nog geen maand later kreeg ik ineens een voorlopige aanslag voor 2006. Of ik die voor 31 december wilde betalen. Vooruit dan maar weer dacht ik.

Nu was ik die brief natuurlijk al weer kwijt en dus belde ik met de belastingtelefoon, waar een dame mij na 10 minuten ‘eternal flame’ van de Bangles mij welwillend te woord stond. Logisch, ik wilde immers betalen. Of ze mij even het betalingskenmerk kon doorgeven en het exacte bedrag. Nu was het betalingskenmerk zo opgehoest. Het exacte bedrag dat ik moest betalen, mocht ze me echter niet vertellen.

Hoe moet ik dan betalen, vroeg ik? Tsja, wij mogen geen privacygevoelige informatie doorgeven. Stel nu dat U niet Uzelf, maar Uw werkgever bent. Toen ik bijna besloot kwaad te gaan worden, omdat ik al vreesde voor een boete wegens te laat betalen, werd de dame toch nog behulpzaam. Ik kan U vertellen dat het om hetzelfde bedrag gaat als Uw naheffing van vorig jaar. Waarna ik haar vriendelijk bedankte voor haar welwillende medewerking.

Toen ik opzocht hoeveel het was, schrok ik weer even. Twee naheffingen in een jaar zijn toch een behoorlijke aanslag op de bankrekening. Vandaar waarschijnlijk ook dat ze het belasting-aanslag noemen. Zou de terrorisme-coördinator daar niets aan kunnen doen?

Homo Conquiescens – vr 22 dec. 2006

Eindhoven de volgende ochtend

Ik werd wakker bij Joost in Eindhoven. Na de verhuis in Den Haag was ik gisterenmiddag doorgereden naar Utrecht, waar de kerstborrel van GroenLinks was. Met de laatste trein keerde ik huiswaarts. Helaas was ik in de trein in slaap gevallen en miste ik zo mijn overstapstation Den Bosch.

Dat kwam natuurlijk, behalve door de drank, vooral door een hobby die ik als treinreiziger tegenwoordig heb. Het is eigenlijk meer een sport en die heet ‘genieten van het uitzicht’. Ofwel, hoe zorg je dat je in de trein tegenover iemand komt te zitten die de moeite van het aanstaren waard is.

Voordat iedereen die wel eens tegenover me in de trein heeft gezeten een oversized ego krijgt: het lukt me vooralsnog lang niet altijd. Deze keer leek het te lukken, maar viel het resultaat licht tegen. Alhoewel hij wel heel schattig in een puzzelboekje aan het schrijven was. Minzaam sloot ik mijn ogen.

En dàt had ik dus niet moeten doen. Om het moment dat ik de ogen weer opende, was de driftige puzzelaar verdwenen. En voelde ik hoe langzaam de trein zich weer begon voort te bewegen. G**verdomme. Dat was ‘s Hertogenbosch. Volgende en laatste station: Eindhoven.

Gelukkig ken ik ook in Eindhoven wel een paar mensen bij wie ik vast wel mocht blijven slapen. Gek genoeg heten twee daarvan Joost. En aangzien Joost zelfs nog in de stad was, kon hij me nog op komen halen ook. Hij was toch van plan net naar huis te gaan.

En zo heb ik eindelijk Joost zijn woning gezien. En konden we weer eens bijpraten. Over zijn ingewikkelde liefdesleven, mijn non-existente liefdesleven en hoe bijna alle leuke meisjes (aldus Joost) gecompliceerd zijn en bijna alle leuke jongens (aldus mij) hetero. Of bezet natuurlijk (aldus ons beiden). Al met al nog best een lang gesprek dus.

Homo Migrans – do 21 dec. 2006

verhuiswoede

De Tweede Kamerfractie van GroenLinks moet voor het eerst in haar bestaan verhuizen. Al zestien jaar zaten we op de derde verdieping van het oude Hotel in de Tweede Kamer. Nu moeten we plaats maken voor Geert Wilders. Onze verdieping schijnt de best beveiligbare van het Kamergebouw en dat kan Geert goed gebruiken.

GroenLinks verhuist naar het gebouw Koloniën. We krijgen één van de verdiepingen van de PvdA. Die moet er, gezien haar verlies, eentje inleveren. Zo’n verhuis gaat niet in de kouwe kleren zitten. Vooral niet bij beleidsmedewerkers. Zij moeten namelijk kasten vol dossiers ontruimen. Iedereen probeert angstvallig de in al die jaren zorgvuldig opgebouwde systematiek niet te verstoren, een welhaast ondoenbare taak.

De gang waar we doorgaans zo onverstoorbaar ons harde werd verrichten, staat nu vol met dozen en oud papier-kliko’s. Want bijkomend voordeel van zo’n verplichte verhuis is dat je je archiefkasten meteen kan ontdoen van alle dossiers en mappen die de afgelopen jaren amper of niet zijn ingekeken. Dat is voor de één makkelijker dan voor de ander. Ik stopte zelf vrij weinig dossiers in de verhuiskisten. Maar daar is een logische verklaring voor: ik werk er pas een half jaartje.

Homo Cenans – wo 20 dec. 2006

Het Middenhuis

Laatste activiteit voor het reces, of eigenlijk de eerste activiteit in het reces, was een etentje met de coalitiegenoten. Even namen we de tijd om met elkaar te bespreken of het afgelopen jaar nu gegaan was zoals we hadden gehoopt en verwacht. Een typische kerstoverdenking eigenlijk.

Maar eigenlijk hadden we het het grootste deel van de tijd over andere dingen die we de moeite vonden elkaar te vertellen. Het was dus gewoon een gezellige avond, met, mag ik het zeggen, voortreffelijk eten. Mieke had met het Middenhuis in Teteringen een uitstekende keuze gemaakt.

Eigenlijk was alles perfect. Alhoewel… toen Henk en ik terug fietsten over de Oosterhoutseweg, konden we ons niet helemaal aan de indruk onttrekken dat Mieke dat restaurant niet alleen vanwege de goede keuken, maar ook vanwege de ligging had uitgekozen. De Oosterhoutseweg ligt namelijk al enige tijd open wegens herinrichtingswerkzaamheden en dat maakt de bereikbaarheid en het fietscomfort er niet beter op. Misschien wilde ze dat ons, als raadsleden, toch nog even onder de neus wrijven.

Homo Aestimans – di 19 dec. 2006

'wij hebben waap'nen hen te raken, die dorstig schijnen naar ons bloed'

Op de rand van het reces had onze fractie samen met het bestuur een evaluatie gepland van het afgelopen jaar. Evaluatievergaderingen zijn vaak net zo nuttig als dat ze vervelend zijn. Naast positieve opmerkingen moet je immers ook kritiek op elkaar leveren.

Evaluatievergaderingen worden pas echt spannend als na een aantal praktische gebeurtenissen de evaluatie van personen aan bod komt. Als eerste was ik de spreekwoordelijke lul. Het is één van die dingen die bij het fractievoorzittersschap hoort. Maar toen iedereen eenmaal op gang kwam, ging de beerput dan ook helemaal open.

Iedereen viel over iedereen, het moddergooien was begonnen. De één werd nog meer door het slijk gehaald dan de ander. Personen en functies werden ter discussie gesteld, scheldkanonnades waren niet van de lucht en als voorlopig dieptepunt werden, toen alle denkbare en ondenkbare persoonlijke verwijten de revue waren gepasseerd, ook nog de familieleden van de fractieleden erbij gehaald.

Wat uiteindelijk resulteerde in het betere gooi- en smijtwerk met kopjes, bierflessen en zo nu en dan een opengevouwen Zwitsers zakmes dat eigenlijk bedoeld was om de zojuist gesneuvelde fles wijn mee te openen. Al met al lieten we het interieur van de afdelingsvoorzitter, die zo aardig was om zijn huiskamer voor deze gelegenheid ter beschikking te stellen, enigszins gehavend achter.

Nee hoor, zo ging het dus niet. Alhoewel het zelfvertrouwen van sommigen misschien hier en daar een blauw plekje heeft opgelopen. Maar dat hoort zo. Die verdwijnen vanzelf en uiteindelijk wordt je er hard van. Leuk joh, evalueren.

Homo Valedicens – ma 18 dec. 2006

afscheid

Partir, c’est mourir un peu. Het is een beginregel van de Franse dichter Alphonse Allais. Vreemd dat we dan toch spreken van afscheidsfeestjes. Terwijl het beter afscheidsherdenkingen genoemd hadden kunnen worden.

Oud-kamerlid Farah Karimi had vandaag haar afscheidsfeestje afscheidsreceptie. Bij dergelijke gelegenheden zijn er ook altijd sprekers die dieper ingaan op het verleden van de persoon die afscheid neemt. Een soort In Memoriam voor de levende. Vaak gelardeerd met een beetje humor en hier en daar een leuke anekdote.

Beter is het om van al je vrienden en bekenden al vast zo’n afscheidsrede te schrijven. Want als ze straks echt dood zijn, en niet alleen maar afscheid hebben genomen van een woonplaats, werkkring of wat dies meer zij, dan vallen vaak die kwinkslagen en die leuke anekdotes als eerste weg. En laten we eerlijk zijn: begrafenissen zijn toch al niet de meest lollige aangelegenheden.

De spreker met de meeste lachers op zijn hand was Paul Rosenmöller. Hè, Paul Rosenmöller een toespraak? Die was toch al dood… ik bedoel, die had toch al afscheid genomen?

Homo Coquens – za 16 dec. 2006

klinkt toch beter dan Knolselderij

Ik had al enige tijd een afspraak met Marlies in de agenda staan. Ze zou komen eten. Goede reden om weer eens uitgebreider dan normaal in de keuken te staan.

Ik besloot maar weer eens mijn gevulde aubergines uit de kast te halen. De aubergine is eigenlijk een groente die vooral in het najaar thuishoort. Maar aangezien de merels in de achtertuin van mijn moeder druk bezig zijn een nestje te bouwen, de temperatuur nog steeds aanvoelt als die van een late nazomer en sowieso de natuur in zijn algeheel door het broeikaseffect flink van slag lijkt te zijn, vond ik het best verantwoord ook in december nog aubergines klaar te maken.

Zelfs de tomaten die ook bij het recept horen, kwamen van de koude grond, proefde ik onbetwistbaar. Alhoewel dat ongetwijfeld de koude grond van een veel zuidelijker gelegen land zal zijn geweest.

Maar eerlijkheidshalve houdt ik me nooit zo aan de seizoenen als het om groenten gaat. Dat komt omdat ik, zomer of winter kan genieten van een goede salade. En hoewel daar in de winter vaak meer noten en witlof doorheen gaan, vergrijp ik me doorgaans ook regelmatig aan tomaten, komkommers en paprika’s. Die, toegegeven, ‘s zomers nog altijd net wat lekkerder smaken.

Homo Contemplans – vr 15 dec. 2006

the observer

Het fractievoorzittersoverleg had het begin van het reces in Breda moeten inluiden, ware het niet dat we de maandag daarop nog een extra vergadering hebben om de drukke eind-van-het-jaar agenda af te werken. Zelf had ik die middag ook nog een aparte afspraak met mijn wethouder en de griffier.

Zowel de GroenLinks-wethouder Wilbert Willems als griffier Nico van Maurik komen van buiten de stad. Ze zijn ook beiden relatief nieuw. Wilbert begon in April aan zijn nieuwe functie, Nico in augustus. Beiden hebben een flinke portie bestuurlijke ervaring. Ik was dus wel benieuwd hoe zij aankeken tegen de bestuurs- en debatcultuur in Breda.

Uiteraard zijn dit soort benen-op-tafel observaties vooral bedoeld om elkaar te scherpen. Niet om er uitgebreid over op dit blog te publiceren. Safe to say dat er best een aantal punten voor verbetering waren. Anderzijds – en dat is toch altijd positief – de patiënt is ook absoluut niet opgegeven. En da’s toch ook wat waard.

Homo Nubilis – do 14 dec. 2006

Joep Taks (foto geleend van Rian Verweijmeren)

De agenda van de raadsvergadering was, zoals altijd in december, nogal lang. En de burgemeester moest en zou om elf uur de vergadering afronden. Van alle raadsleden wist daar slechts één iemand de reden niet van: de jubilaris zelf.

Joep Taks zat namelijk op een dag of wat na precies 35 jaar in de gemeenteraad van Breda en dat moest kennelijk gevierd worden. Het is namelijk nogal een hele prestatie. Om twee redenen: allereerst heeft hij 35 jaar politieke intriges overleefd en ten tweede is het maar weinig mensen gegeven de moed op te brengen 35 begrotingen en jaarrekeningen te moeten behandelen. Behalve Joep: Joep is onze eigen Bas van de Vlies.

De jubilaris moest er licht van fronzen. De vergadering was om elf uur nog lang niet klaar en werd tot ieders verbazing geschorst tot de maandag erna. En collega Taks is democraat genoeg om te weten dat politieke besluitvorming boven jubileumvieringen zou moeten gaan. Desondanks liet een ieder het gelaten over zich heen komen.
Ik vind het een kunst om zo lang in de raad te blijven zitten. Anderen vinden het een kunst om te weten wanneer je moet stoppen. Misschien zijn beide wel waar.

Homo Perscribens – wo 13 dec. 2006

We bestaan echt al dertig jaar!

Het koor bestaat 30 jaar. Reden om wat liedjes uit ‘de ouden doosch’ opnieuw op plaat te zetten. Ik haalde de digitale opnameapparatuur maar weer van stal.

Eerlijk gezegd, ons koor laat zich maar moeilijk opnemen. Allereerst verschilt de zangkwaliteit van week op week altijd dermate veel dat je nooit precies kunt voorspellen of de samenzang deze keer loepzuiver, of tenenkrommend vals zal worden. En onzuiverheden die bij een optreden nog wel voor lief genomen worden, zijn op band een stuk storender.

Daarnaast is ons koor eigenlijk veel te gezellig om op te nemen. De helft van onze repetitietijd gaat doorgaans op aan zinloos gebabbel. Dat soms tot ergernis van de dirigente, die op zijn minst nog de ambitie heeft ons ooit beter te laten zijn dan het Bredaas mannenkoor. Dit alles heb ik nu ook digitaal en in stereo heb kunnen vastleggen.

Wellicht is historisch gezien dat gebrabbel tussen de liedjes door nog wel het meest interessant.