Homo Gubernans – ma 8 jan. 2007

Landelijk Partijbureau

Voor de laatste maal kwamen we om zes uur bijeen. We wisten dat de meesten van ons elkaar in de toekomst  nog wel tegen zouden komen, maar nooit allemaal en ook nooit meer in de volledige samenstelling.

Ruim twee jaar geleden werd ik gebeld met de vraag of ik wellicht wilde overwegen mezelf kandidaat te stellen voor het algemeen bestuur van GroenLinks. Ik had daar nooit aan gedacht, maar na er een tijdje over nagedacht te hebben, besloot ik het te doen. En zo werd ik op het congres van 19 maart 2005 verkozen tot lid van het Algemeen Bestuur van de mooiste politieke partij van Nederland.

Al met al is het niet in de koude kleren gaan zitten. Eén van onze belangrijkste doelen zou de omvorming naar een meer kiezersgerichte partij moeten zijn geweest. Dat is goeddeels gelukt, maar het wapenfeit werd overschaduwd door de affaire Sam Pormes, die uiteindelijk heeft geleid tot het opstappen van partijvoorzitter Herman Meijer. Vanaf dat moment was de lol er wel vanaf, zo leek het.

In de tweede helft van onze zittingsperiode kwamen we terug, met vervroegde verkiezingen, aangepaste congressen en met een nieuwe interim-voorzitter, Henk Nijhof. Ondertussen verloren we Hans van Egdom aan een raadslidmaatschap in Leiden, Nevin aan een onverwacht kamerlidmaatschap en Saskia Borgers aan een drukke baan. Voor het overige bleef alles hetzelfde: maandelijks kwamen we om 18.00 uur op het partijbureau bijeen, aten daar gezamenlijk een warme maaltijd en klaagden standaard over het toetje, waarvan nooit helemaal duidelijk was wat het nu was.

Nu was dat dus voor het laatst. Op het komende congres wordt een nieuw bestuur gekozen. Voortaan niet meer voor twee, maar voor drie jaar. Ik wens hen alle wijsheid toe, plezier en veel succes.

Homo Resurgens – vr 5 jan. 2007

Eerste deur open, binnen gaan, deur sluiten, jas ophangen, handen ontsmetten en dan pas door de tweede deur naar binnen. Je mag in de Daniël de Hoedkliniek niet zomaar bij mensen op bezoek.

Althans, niet als ze in quarantaine liggen. En daar lag nu net de vriend in kwestie bij wie ik op ziekenbezoek ging. Al drie-en-een-halve week lang. Ik geloof niet dat er dingen waren die ik moeilijker te verkroppen vond dan dat er bij hem voor de derde keer in twee jaar tijd lymfklierkanker werd geconstateerd. En dat ‘ie zich dus weer door een zware chemokuur moest heen bijten.

Drie maal moet scheepsrecht zijn, zullen de artsen gedacht hebben. Want hij kreeg er meteen een beenmergtransplantatie bij. In de hoop dat het nieuwe afweersysteem dat ie zou krijgen zelf het gevecht met de kanker aan zou gaan.

Hij zag er goed uit. Nadat ‘ie de afgelopen weken had ervaren hoe het voelt om een vaatdoek te zijn, begonnen de nieuwe stamcellen ineens te werken. Hij was vrolijk. Hij had immers eerder die dag te horen gekregen dat ‘ie de volgende dag naar huis mocht. Na 24 dagen al, terwijl er normaal vier tot zes weken voor staat. Het nieuwe jaar kon met dit nieuws niet beter beginnen.

Homo Prosperus – do 4 jan. 2007

Gelukkig Nieuwjaar

Smetteloos wit overhemd, gilletje, jasje. Goede riem zoeken, schoenen oppoetsen en een dubbele windsor in de geweven stropdas. Eens per jaar, bij de gemeentelijke nieuwjaarsreceptie, wil ik bewijzen dat ook pakken mij staan.

Het is het kleine beetje lol dat ik belef aan een verder niet zo enerverende bijeenkomst. Goed, iedereen krijgt bij binnenkomst vijf consumptiebonnen om zich bezig te houden, maar voor de rest is het toch een plichtmatige, en daardoor vrij holle bijeenkomst. Bij iedereen die mij een gelukkig of gezond 2007 wenst, vraag ik me af of dat welgemeend, of routinematig is. Omgekeerd vragen ze zich dat bij mij wellicht ook af.

Het wordt eigenlijk pas leuk als ik daarna met een club doorga in de eerstvolgende kroeg, in dit geval de Beyerd. Mijn vrienden – niet in pak – gaan mee. De oud-collegae van BN/DeStem zijn er al als we binnenkomen.

De zes dagen tussen oud-en-nieuw en drie koningen zijn soms lange dagen.

Homo Spectans – di 2 jan. 2007

Nu dankzij de vele avonden met drank en aanverwanten dag en nacht zich in mijn bio-ritme dusdanig hebben omgedraaid dat ik eigenlijk alleen nog maar in het donker leef, werd het tijd voor een ware televisiemarathon. Captain Sisko was er klaar voor.

Jaren geleden volgde ik trouw alle nieuwe Star Trek-series. Of het nu The Next Generation, Deep Space 9 of Voyager was. Ik bewaarde ze zelfs op videoband, een achteraf vrij nutteloze bezigheid aangezien er inmiddels zoiets als e-mule bestaat. Alles bij elkaar opgeteld moet ik ergens nog zo’n vijfhonderd gulden aan videobanden hebben liggen. Beter om maar niet aan te denken.

Nu heb ik destijds de laatste seizoenen van Deep Space Nine niet meer goed kunnen volgen. Dat had ongetwijfeld met mijn toenemende aantal politieke bezigheden te maken. Het laatste seizoen had ik zelfs vrijwel helemaal gemist. En daarmee dus ook de afloop van de oorlog tussen The Federation en The Dominion. Alhoewel ik altijd al wel een vermoeden had dat de eerste dat zou gaan winnen.

Om het zeker te weten heb alle seizoenen nog maar eens binnengehaald op de PC. Goed, het ging weliswaar alleen om het laatste seizoen, maar om in de stemming te komen, zo vond ik, moest je toch van voren af aan beginnen. Een operatie waar ik al weer enkele maanden mee bezig ben.

Maar hier, nu, op dit schemergebied van verloren bio-ritmes, hier zou ik mijn slag slaan. Ik was een paar dagen terug begonnen aan het laatste seizoen en er restten mij nog zestien afleveringen. Die ik in één ruk heb afgekeken.

Aan het eind van deze marathonzit begon het buiten al weer licht te worden. Ik wist het: tijd om naar bed te gaan.

Homo MMVII – ma 1 jan. 2007

Laat maar knallen

Ze waren zo dom geweest de kratten met volle glazen champagne – van het huis – op de tafel naast mij te zetten. De eerstvolgende uren bleef ik daar staan tot ik hoogstpersoonlijk het laatste glas ophad.

Nieuwjaar in de Boulevard. Met tal van bekenden. En de vrienden die er niet waren, werden lang na het laatste glas champagne getracteerd op een dronken nieuwjaarswens op de voice-mail. Zo wordt het nieuwe jaar traditiegetrouw ingeluid met een bachanaal.

Zo ‘s ochtends tegen achten kroop ik mijn bed in, met de geruststellende gedachte dat ik er de afgelopen week echt alles aan had gedaan om mijn bio-ritme 180 graden om te draaien. Gelukkig nieuwjaar!

Homo Recogitans – do 31 dec. 2006

oliebol

Oké, oké, ik weet het. Het is 7 januari als ik dit schrijf en ik ben nog steeds niet bij 2007. Alhoewel ik straks de datum van de laatste 20 logjes misschien nog wel ga verzetten naar 31 december. Maar da’s alleen om m’n blogarchief een beetje op orde te houden. Dus laten we net doen alsof het oudjaar is.

„Straks komen Liesbeth en Joris langs om wat te eten (al bleek naderhand dat ze Dirk ook mee hadden genomen, wat best gezellig was). Maar voor die tijd is het misschien nog wel aardig om nog eens even aan de leukste momenten van 2006 te denken. Dankzij mijn blog hoef ik immers geen leuk moment meer te vergeten.

Al met al kom ik tot de conclusie dat het weer een bewogen jaar is geweest. Iets meer dan een jaar geleden kwam ik terug uit Kenya. Het lijkt al veel langer geleden. Sinds die tijd heb ik qua gemeentepolitiek een gemeenteraadscampagne met bijbehorende verkiezingen en geslaagde coalitieonderhandelingen achter de rug. Op het landelijk front kreeg de Sam Pormes-affaire een vervelende wending waardoor partijvoorzitter en Herman Meijer moest opstappen. Een maatje waar ik eerder dat jaar mijn eerste en voorlopig enige travestie-act voor publiek op het GroenLinks-congres deed.

In de zomer geweldig genoten van Werchter en een geslaagde Breda Barst. Ik begon aan een nieuwe baan als campagne-medewerker voor de GroenLinks-fractie in Den Haag en werd, dankzij de Ayaan-affaire getracteerd op vervroegde verkiezingen met opnieuw een fantastisch congres, een geweldige campagne maar helaas een uitslag die voor GroenLinks niet onverdeeld positief uitpakten.

Met mijn web-log schakelde ik over op WordPress, haalde Nova, ik heb nieuwe vrienden leren kennen en de fractie, de wethouder en de overige coalitiepartners na een jaar nog steeds bij elkaar weten te houden. Alhoewel dat natuurlijk lang niet alleen mijn verdienste is geweest.

Eigenlijk zat me er maar één ding echt dwars dit jaar.”

Homo Adveniens – vr 29 dec. 2006

There's Whisky in the Jar

Thuis aangekomen na een nacht drinken in Amsterdam, kroop ik snel mijn bed in. De wekker zette ik om vijf voor elf aangezien er om elf uur iemand langs zou komen om spullen op te halen voor de verzending van de nieuwsbrief van de fractie. Iemand die natuurlijk vijf minuten te vroeg kwam.

Ik ben daarna maar weer een paar uur mijn bed ingedoken, maar uiteindelijk moest ik er toch echt uit. Jaap zou komen eten en drinken, dus ik moest inkopen doen. En mijn huis een beetje opruimen en stofzuigen. Gelukkig kwam Jaap anderhalf uur te laat, zodat ik al die klussen geklaard had bij zijn aankomst. Ik heb altijd nog liever mensen die te laat komen, dan te vroeg.

We gingen naar de O’Mearas om ons te laven aan Guinness en keerder weer naar huis om ons te laven aan een heerlijke Lagavulin, een donker-goude, stevige en behoorlijk zilte Isley-Whisky. Alhoewel Jaap hem iets te rokerig vond. Op de stoel viel hij in slaap. Ach, volgens mij heb ik altijd nog liever mensen die te laat naar bed gaan, dan te vroeg.

Homo Celebrans – do 28 dec. 2006

De Arc

Mickey sms’te. „Er is hier in de soho iemand die op je lijkt. Dussssss: we moeten weer eens uit. X” Het was het eind van twee kerstdagen vol familie-etentjes en een enkel oma-bezoek. Een avondje Regulierdwarsstraat leek me een aardige afwisseling.

Dus pakte ik donderdag de trein naar Amsterdam, waar rond een uur of zes Mickey al op me te wachten stond. Samen liepen we naar de Arc, een classy joint op de Regulierdwars in de hoofdstad. Met leren bankstellen, Grolsch, bitterballen die best binnen te houden zijn en schone toiletten waarvoorde schoonmaker wel telkens 50 eurocent wil hebben. Een onhebbelijke gewoonte waar ik maar niet aan kan wennen. Ondertussen hadden we een goed gesprek en heb ik Mickey intens beledigd omdat ik een foto van zijn torso becommentarieerde volgens de standaarden die normaal zijn voorbehouden aan fotomodellen. Had ‘ie ook maar moeten zeggen dat hij het was.

Door naar de SoHo, waar Mickey’s vrienden zaten. Rond tien voor elf kwam het moment van afscheid, ten minste, als ik mijn laatste trein naar Breda wilde halen. Ik besloot dat het te gezellig was voor laatste treinen. Er is immers ook nog zoiets als een eerste trein.

Door naar ed Exit die, getuige de naam, als langste openblijft. Alwaar ik een Kamerlid tegenkwam die, getuige zijn reactie, op zijn minst verbaasd was daar een kamermedewerker tegen te komen. „Ik ben hier met een vriendin hoor die hier gewoon graag komt.” „Tuurlijk”, reageerde ik.

Waarna één of andere gast een weinig subtiele poging deed mij te versieren. Enrice heette hij, volgens mij, alhoewel het ook Emmanuel of Fernando geweest kan zijn. Het zoende lekker, al ben ik niet op zijn aanbod voor een slaapplaats ingegaan. De eerste trein stond immers op me te wachten. Waarin ik uitermate heerlijk heb geslapen en precies bij aankomst in Breda wakker werd. Leve onze hoofdstad!

Homo Exoriens – ma 25 dec. 2006

spacy

Na afloop van de wandeling gisteren belde Gert me op. Of ik mee wilde doen. Ik antwoordde bevestigend. Na op de kop af tien jaar was ik wel weer klaar voor een paddo-trip.

Kerstmis is altijd zo’n moment waar we allemaal een beetje tegenop zien. Dus wat is er idealer dan op kerstavond is een reis naar hallucinatie-land te nemen. En de inrichting van huize Joris en Liesbeth vormt dan ook nog eens de ideale trip-omgeving, met aan de ene muur een groen-wit jaren ‘60 behang met bloemkoolmotief, een bar met bruin jaren ‘70 patroontje en weer een derde wand met grote gekleurde vlakken in de tinten rood, oranje en geel. Om over het kleurrijke tafelkleed op de eettafel en de spacy lamp met de kleuren paars, groen en rood nog maar niet te spreken.

De paddo’s hakten er vrij snel in. Na verorbering probeerde Gert nog een joint te draaien (je weet maar nooit), maar gaf die poging al vrij snel op. Ik kon het karwij nog net voor ‘m afmaken, maar toen ik daarna een slok uit mijn met water gevuld Hoegaardenglas wilde nemen, was ik ook weg. Vol verbazing keek ik naar de verschillende kleuren licht die in de zes hoeken van het glas samensmolten tot kleuren waarvan Flexa niet eens weet dat ze bestaan.

Toen ik een kwartier later uit mijn glas kroop, aanschouwde ik de omgeving met een herboren bewustzijn. Best leuk interieur, alhoewel het beter zou zijn als alle meubels gewoon stil zouden blijven staan. Intussen had de rest van de groep een ogenschijnlijk nog uren durende lach-kik op het Perzisch tapijt, dat voor het gemak ook kon drijven, omdat dat de moeite van het bouwen van een vlot zou besparen. Ondertussen bleef de joint onaangeroerd liggen als icoon van de normale wereld die we de komende uren nog even zouden buitenslapen.

Drijfnat werden we, al beven we droog. Nee, je hebt niet in je broek gezeken, dat zit allemaal in je hoofd. In de huiskamer werd het flikkeren van de kaarsjes uitvergroot, alsof een wolkendek zich met hoge snelheid over het plafond voortbewoog. Joris bedacht dat het wel een goed idee was om een tv-programma te ontwikkelen waarbij de mensen in het huis de kijkers konden wegstemmen. Ik vond dat er muziek uit hoofdkussens moest komen. Waarom zou je er anders je oor opleggen?

Langzaam maakten de noten van de Blue Note-platen plaats voor de intense klanken van de Pixies. Liesbeth zat op een geheel eigen level. Het licht veranderde opnieuw van intensiteit. Met gesloten ogen bekeek ik de caleidoscoop van licht-echo’s die mijn hersenen mij voorschotelden. Gert had een NAC-sjaal om. Dirk draaide de klok nogmaals om. Buiten was het al kerstmis.

Na tien redenen bedacht te hebben om de Avro te vernietigen, begon de diepzinnige fase. Joris was al behoorlijk Zen, terwijl ik een lijst aan het opstellen was van slechte ideeën. Als je alle slechte ideeën hebt weggestreept, blijft vanzelf het enige goede idee over, was de gedachte. Ik gaf de exercitie op toen ik me realiseerde dat alles relatief was. Maar ook weer niet.

Contrasterende gedachten kaatsten tussen de binnenwanden van mijn schedel heen en weer. Het werd verwarrend, beangstigend zelfs. Het leven is zo ingewikkeld, er kan zoveel fout gaan, dat het een wonder is dat alles zolang goed gegaan is. De fase van twijfel, verwarring en angst. Bij elkaar een kwartier misschien, maar het leek een eeuwigheid te duren. Gert leidde me af met de vraag wat er op herfst rijmt. Na een diepe zoektocht in het mij beschikbare vocabulaire kwam ik tot een antwoord: ‘Kerfstok rijmt op herfst, ok?’.

Het werd rustiger. De kleuren vervaagden. Ongeveer gelijktijdig ontwaakten we uit onze cocon. We ontbeten met Suikerbrood. Dirk ging naar bed, Gert pakte een pilsje voor hemzelf en voor mij. Af en toe flitste nog even het gevoel van de trip voorbij, als een steeds vager wordende echo. Op tafel lag nog steeds de onaangeroerde joint. We hebben ‘m niet meer opgerookt.

Rond een uur of half zeven lag ik op bed. De rest van de eerste kerstdag was ik opvallend timide.

Homo Demigrans – za 24 dec. 2006

De Wandelclub

Toen ik enkele dagen eerder van mijn moeder hoorde dat zij op zondag zou gaan wandelen, had ik eigenlijk al besloten mee te gaan. Wat is er mooier dan een stevige wandeling aan het begin van een twee weken durend kerstreces.

Het Kaffee in Rijsbergen organiseert eens per maand een groepswandeling. En hoewel er nadelen aan groepswandelingen zitten, leek het me ook wel eens grappig om dat mee te maken. Er volgde bij aanvang echter wel een kleine teleurstelling, toen de route niet 25, maar slechts een kleine 20 kilometer bleek te zijn.

Desondanks was het een heerlijke tocht, door het mistige, west-Brabantse winterlandschap, door drassige weiden en kalende bossen. Inclusief spannende onderdelen als gammele houten loopbrug oversteken en slootje springen. Voor de rest: gedachten op nul en blik op oneindig. En af en toe een gesprek met een eveneens in zichzelf verzonken mede-wandelaar.

Aan het eind van de rit was ik wel mijn moeder kwijtgeraakt. Ze werd gebeld door de staartgroep, die iets eerder verkeerd gelopen was. Nadat mijn moeder teruggelopen was om ze op te halen, kon zij de rest van de groep niet meer vinden. Ondanks uitvoerige routebeschrijvingen door de telefoon mijnerzijds. Maar ach, mijn moeder loopt niet in zeven sloten tegelijk. Sterker nog, het slootje waar wij over moesten springen, had ze in het geheel overgeslagen.

Toen in Het Kaffee de soep werd opgediend, arriveerde ze met de rest van de laatkomers. Die ze haar wel liet smaken. Net als ik trouwens.