Homo Captivus – do 18 jan. 2007

ontspoord

Ze hebben het de hele tijd over moslimterrorisme, maar het weer is veel gevaarlijker. Veel meer dan een briesje is er niet voor nodig om het hele land te ontwrichten.

Toen collega Jeroen wat vroeger naar huis wilde om de geboorte van zijn zoontje mee te kunnen maken, reden er al geen treinen meer. Bij gebrek aan auto’s – het blijft GroenLinks natuurlijk – besloot hij maar een taxi te nemen. Ik vermoed dat de chauffeur voor de gelegenheid hier en daar een vluchtstrookje heeft gepakt, gezien de relatief korte tijd waarbinnen hij in zijn woonplaats arriveerde. Hij was op tijd, er werd nog volop gewed.

Ondertussen zat ik me al af te vragen wat ik die avond moest gaan doen. Hoewel het officiële bericht dat er geen enkele trein meer zou gaan rijden nog niet was uitgedaan, leek het me verstandig – de ruggegraat van de NS kennende – voorbereidingen te treffen. Ik begon mijn bijdrage voor de commissie van die avond uit te tikken voor een collega, aangezien de kans dat ik nog tijdig bij de raadzaal zou arriveren tot postcodeloterij-peil was gedaald. Enkele minuten later belde de raadsgriffie: de commissievergadering was afgelast.

Een colleda-raadslid uit Breda belde op. Zij is eveneens werkzaam in Den Haag en stond vast op Holland Spoor. Geheel volgens het partijstandpunt bood ik haar asiel aan in de kamer. Haar vriend zou een GreenWheels-auto reserveren om haar op te halen. Snel rekende ik uit dat dat nog uren kon duren en dat hij zeker niet voor één uur in Den Haag zou arriveren. Vermoeid door gebrek aan slaap besloot ik dat ik daar niet op wilde wachten.

Toen kwam het goede nieuws: de rouwdouwers van de Haagse Tram Maatschappij reden gewoon door. Dat werd lijn 1 naar Delft om te crashen bij Jaap. Jammer van de gezellige avond die hij met zijn vriendin had gepland.

Lees ook: Nederland tegen Slecht Weer.

Homo Exquirens – wo 17 jan. 2007

knopjes

Ik heb mijn laptop terug. Geheel vlekkeloos ging dat echter niet. Een reconstructie.

„Met de laptopverzekering.” „Ja hallo, met Selçuk. Mijn schootcomputer doet het niet meer.” „Zit er nog garantie op?” Ik antwoordde bevestigend. „Dan kunt U beter met Toshiba bellen.” Dus ik bellen met 0900-10001000. Het klonk positief: ze zouden ‘m komen ophalen. Op mijn werk zelfs, dus ik stuurde ze naar de Tweede Kamer, waar ze op de beloofde dag echter niet zijn langsgekomen.

Een dag later rinkelt mijn mobiel. „Met Toshiba, is Uw laptop opgehaald”. „Nee.” „Daar waren we al bang voor. we sturen maandag iemand langs.” En zo geschiedde. De slecht Nederlands sprekende koerier nam de computer mee en stelde de vraag waar deze naar toe moest. „Naar Toshiba”, antwoordde ik. „Welk adres, vroeg hij. Dat wist ik niet. De koerier was immers door Toshiba ingehuurd en niet door mij. „Dan breng ik ‘m wel naar het DHL-hoofdkantoor, zei de koerier. Pas nadat hij wegreed, realiseerde ik me dat zo’n antwoord helemaal geen vertrouwen oproept.

Een maand later: taal noch teken van Toshiba. Dus ik bellen. „Ja, die laptop is op drie januari afgeleverd, de zaak is afgehandeld.” Huh? Afgehandeld? Maar ik heb helemaal niets ontvangen. „Bij de Tweede Kamer in Den Haag.” Zei de dame van de helpdesk er achteraan.” „Ja, maar toen was ik daar niet vanwege het kerstreces”. De dame belde later die middag terug met de naam van de persoon die de laptop in ontvangst had genomen. Iemand van de postafdeling.

„Jaah, daar staat me iets van bij”, zei de man van de postafdeling van de Tweede Kamer. Die hebben we doorgestuurd naar jullie fractie.” „ja maar” jammerde ik, „we zaten toen midden in een verhuizing”. „Ja meneer, daar kan ik ook weinig aan doen. Moet U maar geen poststukken naar de kamer sturen.” „Dat was ik niet, dat was Toshiba”, protesteerde ik nog, maar de postkamer kon me niet verder helpen.

Na een zoektocht langs ons secretariaat begon iemand iets te dagen. „Ik heb vorige week inderdaad een doos met een laptop gezien. Ik vond het nogal vreemd dat ‘ie zomaar op de gang stond.” Wel nondeju, dacht ik, maar ik had de hoop nog niet opgegeven. „Hij ligt in de kast op het secretariaat.” En inderdaad, daar stond ‘ie.

Het enige dat mij toen nog verwonderde, was de naam die met koeieletters op de doos stond: ‘Akinci’. Verrek, dat ben ik. Je zou toch verwachten dat iemand je dan even waarschuwt.

Homo Exaggerans – di 16 jan. 2007

leeuwenhart

De knuffel-collectie van Bart Smit was opvallend roze. En aangezien het een beterschapsknuffel moest worden zonder onbedoelde insinuaties, leek me dat nu niet de juiste kleur. Daarnaast wil je niet dat iemand naast de actuele gezondheidstoestand ook nog continu de herkomst en betekenis van een knuffel aan iedereen moet uitleggen.

Daar bleek, tot mijn grote vreugde, al snel dat het horrorverhaal dat ik afgelopen weekeinde via het via-via circuit had gehoord, niet erg accuraat. Dat komt ongetwijfeld door een begrijpelijk overbezorgde en tevens niet helemaal voor drama ongevoelige kennissenkring, in combinatie met een gebrek aan medische kennis. Dus toen ik het nogal vage verhaal (zijn nieuwe afweersysteem en zijn lichaam zijn het niet met elkaar eens) met behulp van google en wikipedia in een medische diagnose probeerde om te zetten (te extreme craft-vs-host), was mijn conclusie weliswaar medisch waterdicht, maar niet van toepassing op de situatie van mijn vriend in het ziekenhuis.

Goed, hij was, na aanvankelijk ontslagen te zijn een week later weliswaar terug in de Daniël den Hoedkliniek, maar dat had vooral met opspelende blaasproblemen te maken. Wel om chagrijnig van te worden, maar niet zorgelijk. Zij zat dan ook vrolijk in de serre van afdeling B2, waar een andere ziekenbezoeker voor hem enkele riedeltjes op de gitaar speelde. De knuffelleeuw werd met blijdschap ontvangen.

Het blijft klote, een vriend die in een luttele twee jaar tijd drie keer behandeld moet worden voor een lymfklierkanker die maar niet weg wil gaan. Iemand van 25 zou zich met andere, veel futielere zaken moeten bezighouden dan vechten om in leven te blijven. Anderzijds kom ik telkens weer tot de conclusie dat als iemand het karakter, het optimiste en de onverwoestbare vrolijkheid heeft om zich hier doorheen te slaan, hij het wel moet zijn. Desondanks heb je soms iets nodig om op te slaan, als het even wat minder gaat. Of een leeuwenhart, als je het even niet meer ziet zitten. Vandaar de knuffelleeuw. Gevoel voor drama is ook mij niet vreemd.

Homo Noctivagus – ma 15 jan. 2007

verdwijntruc

Maandagavond fractieavond. Al sinds 1999, toen ik steunfractielid werd van GroenLinks in Breda. Wat ik ‘s woensdag tekort heb aan gehakt, maak ik ‘s maandags goed met fractie.

Na afloop van de fractievergadering neem ik meestal nog een biertje bij De Beyerd. Waar ik dan meestal met scheikundeleraar Ad Houtepen en schoolmeester annex sportjournalist Peter van Bergen de dag bespreek. Maar deze avond had meer bekende gezichten in petto. De cadetten Arjen en Jesse waren terug van kerstverlof om in De Beyerd hun bierpaspoort verder te vullen.

Nu had ik het vroeger nooit zo op militairen en het instituut leger. Ik was pacifist en ben dat diep in mijn hart nog steeds. Maar net zoals zoveel dingen verliest het leven na verloop van tijd contrast en lijkt niets meer zo zwart-wit als het is. Zo ben ik over onze jongens ook genuanceerder gaan denken, ook al is dat proces pas heel lang na Sebrenica begonnen. Daarnaast vertelde Arjen me ooit dat hij voor het leger had gekozen met de wens ooit uitgezonden te worden voor vredesmissies. Bij zoveel idealisme verlies ik al snel mijn weerbaarheid.

En dus werden na sluit bij mij nog wat biertjes opengetrokken, mandarijnen gepeld en kwam onvermijdelijk de fles whisky op tafel. Het werd zelfs al bijna licht buiten toen ik de laatste het huis uit schopte en ik mijn trein naar Den Haag nam. Ik had medelijden met de cadetten. Femke kan het van mij nog wel hebben dat ik tijdens de fractievergadering een beetje wegdommel. Maar de cadetten moesten om acht uur op appèl en ik vermoed dat de gouverneur van de KMA een stuk strikter is.

Homo Vincens – zo 14 jan. 2007

Sven Kramer

Geweldig, wat een 10 kilometer. Voorsprong voorzichtig opbouwen, even terughouden om het spannend te houden en dan laten zien wat je kan. Sven did it again.

Bij de finale van vandaag deed ik er alles aan om in de stemming te komen. Ik liet de kachel uit en ademde stoom uit, net als het publiek. Alhoewel in mijn geval dat waarschijnlijk werd veroorzaakt door de sigaret.

Tijdens de dweilpauzes deed ik gewoon mee. Zo heb ik vandaag de badkamer en het toilet schoongemaakt. Wie zegt dat sport niet nuttig kan zijn?

Homo Metuens – za 13 jan. 2007

petje af

Vorige week leek alles voorspoedig te gaan. Vandaag werd ik geconfronteerd met minder goed nieuws.

Werd hij vorige week nog vervroegd ontslagen uit de Daniël den Hoedkliniek, omdat de nieuwe stamcellen uit het getransplanteerde beenmerg aan bleken te slaan, nu ligt hij er opnieuw. Het nieuwe afweersysteem is in oorlog met de rest van zijn lichaam, omdat ze als vreemd worden ervaren. Een lichamelijke vorm van xenofobie. Complicaties.

Dat klink erg en is ook niet zonder risico. Maar het kan ook nuttig zijn. Het wijst er in ieder geval op dat de nieuwe stamcellen actief bezig zijn en dus ook de kankercellen aanvallen. Ondertussen schijnt hij vooral chagrijnig te zijn. Op zich ook geen slecht teken.

Dus maken we ons weer collectief zorgen. Terwijl dat eigenlijk helemaal niet nodig is. Ik schrijf het niet voor niets op. Dit soort verhalen hoort nu eenmaal te eindigen met ‘hij leefde nog lang en gelukkig’. Onorigineel misschien, maar ik weet zeker dat ik in dit geval geen ander einde kan bedenken.

[update: zie di 16 jan. 2006]

Homo Digitalis – vr 12 jan. 2007

getrouwd met de computer

Het bestuur van de Bredase afdeling bestaat, laat ik me voorzichtig uitdrukken, goeddeels uit mensen die niet heel erg bijzonder fantastisch uit de voeten kunnen met computers. Met als nadeel dat mij al jarenlang gevraagd wordt zo nu en dan etiketten af te drukken.

Op zich kun je vanuit spreadsheets best makkelijk adressen in een etikettensjabloon importeren. Maar de computer of, beter gezegd, de software vraagt je wel eerst de hemd van het lijf. Althans, zo voelt het als je niet een langdurige vertrouwensrelatie met je apparaat hebt opgebouwd. En aangezien de meeste mensen dat binnen een huwelijk al moeilijk genoeg vinden, beschouwen ze de computer maar als niets meer dan handig instrument, net als een heggeschaar of een blender.

Met dat verschil dat ouders hun jonge kinderen nooit met de heggeschaar of de blender zouden laten spelen, maar de kids op de computer kunnen doen en laten wat ze willen. Dat komt misschien ook wel omdat kinderen doorgaans iets handiger zijn in de bediening van een pc, dan van een heggeschaar. De consequenties bij verkeerd gebruik zijn in beide gevallen ongeveer even erg, met dat verschil dat de ziektekostenverzekering wel het aanhechten van afgeknipte vingers, maar niet de medicatie voor een door virussen geïnfecteerde computer vergoeden.

Maar waarom vertel ik dit ook alweer? O ja, omdat ik het uitprinten van etiketten vanaf vandaag niet meer zelf hoef te doen. Dankzij een nieuw bestuurslid dat wel een beetje snapt wat een computer zoal doet. En na een korte instructie snapte hij ook het etiketten-importeerproces. Terwijl ik doorgaans ècht niet zo goed ben in het uitleggen van computerdingen. Net als het huwelijk, dat kan ik ook niet uitleggen.

Homo Portans – do 11 jan. 2007

kastenstelsel

In tegenstelling tot eerder gedane beloften, was de interne verhuizing op de Tweede Kamer nog lang niet afgerond. Niet te beroerd om zelf de handen uit de mouwen te steken, besloten we het heft in eigen hand te nemen.

Bijkomend probleem was dat de vorige bewoners van onze nieuwe gang, de PvdA, zich niet geheel aan de afspraken had gehouden. Zo waren alle computers en bureaustoelen meegenomen. En dus haalden we zelf onze oude bureaustoelen maar uit de werkkamers die nu officiëel van Geert Wilders zijn. En zo ook onze computers. Dat allemaal met de volledige instemming van de twee medewerksters van Wilders, die daar tussen een even grote rotzooi zaten als wij. We leefden met elkaar mee.

Aangezien de bureaus in de ruimte precies zo stonden als ik op de tekening niet had aangegeven, heb ik die ook maar verplaatst. Ik mis nog wel twee ladeblokken, maar er is mij toegezegd dat die nog zouden volgen. De kasten stonden er gelukkig al wel, alhoewel de uitschuiflade voor hangmappen besloot bij net inruimen van de laatste archiefmap naar beneden te storten. Gelukkig waren het lege reserve-hangmappen, anders had ik nu dossiers moeten sorteren. Bij gebrek aan een snelle afwikkeling van de Dienst Automatisering heb ik de PC en de telefoons zelf maar aangesloten, met als gevolg dat ik nu ben opgescheept met een verkeerd telefoonnummer.

Het laatste wat ik meenam bij Geert was de fractie-koelkast. Dat was niet helemaal per ongeluk. Want na al dat sjouw-werk vond ik dat ik wel een biertje verdiend had. Daar bleek ik helaas te hebben misrekend. Er stond geen bier in de koelkast. Wel cassis. Light, welteverstaan. Proefondervindelijk ben ik erachter gekomen dat dat spul ontzettend, maar dan ook vreselijk smerig is.

Homo Communicans – wo 10 jan. 2007

waf

Mijn moreel zakte, toen er in Dordrecht een mevrouw mijn coupé binnenstapte. Soms wil ik het liefst de hele coupé voor mezelf alleen houden. Ik weet het, erg egoïstisch. Niets menselijks is mij nu eenmaal vreemd.

Het was een wonderbaarlijk gebeuren. De mevrouw droeg een hond bij zich. Het kleine beestje nestelde zich op haar schoot, waar het zich laafde aan allerlei heerlijkheden die de mevrouw in kwestie uit haar handtas toverde. Waaronder handige, meeneembare hondenaccessoires waarvan ik het bestaan voorheen niet dorst te vermoeden.

Zo haalde ze plots een opklapbare drinkbak te voorschijn met aangehechte voorraadfles, welke, mits vooraf van het veiligheidsslot gehaald, bij een simpele knijp een scheutje water in de drinkbak liet stromen. Waar de hond in kwestie dan weer van ging drinken. Je snapt dat ik mijn NRC terzijde schoof om dit tafereel vol opzien te aanschouwen.

Het werd pas echt interessant nadat in Rotterdam opnieuw twee mensen de coupé binnen kwamen lopen, vermoedelijk collegae van elkaar. Zoals wel vaker gebeurt, besloten zij niet tegenover elkaar te gaan zitten, maar naast elkaar, waarmee niet alleen mijn rust, maar ook mijn beenruimte werd ontnomen. Toen de trein ging rijden, begon de man die naast de mevrouw had plaatsgenomen, een gesprek met de hond.

„Wat een lief klein hondje ben jij”, was de onaangenaam doorzichtige openingszin van de conversatie. „Ja”, antwoordde niet de hond, maar haar bazin terug. Ondertussen besloot de man het hondje te betasten. Het hondje snuffelde terug. Het gesprek duurde zo lang als de nog resterende reistijd naar Den Haag. „Dus jij gaat lekker naar het strand vandaag?”, vroeg de man aan de hond. „Nee”, antwoordde de mevrouw namens haar huisdier, „dat zit er vandaag helaas niet in.”

Sommige mensen vinden het wellicht schattig of lief, maar ik verbaasde me over de infantiliteit van het hele schouwspel. Maar ik heb dan ook geen hond. Of een man.

Homo Bibliothecarius – di 9 jan. 2007

Ahrend, uw opbergvriend

Daar de huishoudelijke dienst van de Tweede Kamer nog druk bezig was met het verhuizen van alle kasten, meubels en dossiers, besloot ik de dag maar eens nuttig te gebruiken door de fractiekamer in Breda ‘ns goed uit te mesten. Je moet het politieke jaar toch opgeruimd beginnen.

Met politieke stukken is het net als met blogs, maar dan omgekeerd. Bij een blog, als je even niet oplet, loop je zo een achterstand op. Lege logs, wit papier. Bij politiek is dat andersom: wie even niet oplet, eindigt met grote stapels dossiers en rapporten. Overal enveloppen, vol papier. Dat laatste was aan de hand op onze fractie.

Dus ben ik maar aan het archiveren geslagen. Dat kun je op diverse manieren doen. Je kunt de meeste stukken bij de G van Gelezen onderbrengen, de O van onbegrijpelijk of de B van Belangrijk. Sommige mensen bewaren het simpelweg op volgorde van binnenkomst of doen alles vrij resoluut in het grote ronde archief. Ik heb het maar op onderwerp gerangschikt. Goed, het is niet erg origineel, maar wel makkelijk terug te vinden.

Opgeruimd verliet ik de fractie. Een paar uur therapeutisch archiveren en een mens kan er weer maandenlang tegenaan.