Homo Ruptus – vr 1 sept. 2006

auw!

We hadden standdag. In Scheveningen, in Oscar’s, een strandtentje naast het foeilelijke Carlton-hotel. Een dagje vrij, zei U? Niets van dat. De Kamerfracties, Europafractie, fractiemedewerkers en bestuursleden van GroenLinks kwamen bijeen om de campagnelijn voor de komende verkiezingen uit te stippelen. En geen van de genodigden kwam in zwemtenue.

Goed, er werd tussen de bedrijven door best ook veel gelachen. We zijn immers een vrolijke en gezellige partij. Maar tot laat in de middag werd er ook serieus gewerkt. Overal in Oscar’s waren werkoverlegjes, deelsessies en bilateraaltjes gaande. Om over de plenaire sessies met heuse powerpoint-presentaties maar niet te spreken.

Maar aan het eind van de middag was er ook nog wat ontspanning. Op het Scheveningse zand werd gevolleyd en gevoetbald. Hoewel ik slecht kan voetballen, deed ik ook even mee. Eventjes, omdat ik al snel merkte dat mij conditie het niet toeliet lang te rennen in het mulle zand, maar ook omdat ik mijn teen enigszins bezeerd had aan de schenen van Kamerlid Kees Vendrik. Wiens schenen, zo merkte ik, net zo hard zijn als zijn financiële doorberekeningen.

Veel te laat arriveerde ik thuis in Breda, al waar ik achter de pijnlijke ontdekking kwam dat ik mijn eerste sportblessure in mijn leven had opgelopen. Politiek is een kwetsbaar vak.

Kadernota (slot) – do 22 juni 2006

De behandeling van de kadernota verdiende dit jaar geen schoonheidsprijs. De nieuwe samenstelling van raad en college zal daar voor een deel debet aan geweest zijn, maar uiteindelijk was het vooral de tijdsdruk die de meeste fracties parten heeft gespeeld.

De behandeling van de Kadernota (zie ook blog di 20 juni 2006 is een jaarlijks terugkerend fenomeen in de Bredase politiek. In de nota wordt in hoofdlijnen inzicht gegeven in de keuzes die later dat jaar in de begroting voor 2007 gemaakt gaan worden en dus ook hoe het beleid er in 2007 uit gaat zien. Door de verkiezingen van maart en de installatie van een nieuwe coalitie eind april is de Kadernota dit jaar onder grote tijdsdruk tot stand gekomen. De Kadernota 2007 behelst dan ook niet veel meer dan een herhaling van de afspraken uit het eerder verschenen coalitie-accoord ‘Kiezen voor Elkaar.

Niet alleen de totstandkoming, ook de behandeling van de Kadernota kenmerkte zich dit jaar door een bijna moordend tijdschema. Daags na de verschijning was de hoorzitting met de vertegenwoordigers van de wijk- en dorpsraden al, gevolgd door een week met maar liefst drie commissievergaderingen. Voor het uitvoerig bespreken van de reactie op de Kadernota had geen enkele fractie voldoende tijd. Hetzelfde gold voor de behandeling in twee afzonderlijke vergaderingen, met daartussen slechts één dag voor overleg met de eigen fractieleden en de andere fracties. Het lukte in dat korte tijdsbestek niet om fracties die over eenzelfde onderwerp moties hadden ingediend op één lijn te krijgen. Iets wat op de laatste vergadering tot onnodig chaotische discussies leidde.

Opvallend was een motie van de kant van het CDA over de Ginnekenweg Noord. Een jaar geleden zette GroenLinks dit onderwerp op de agenda met een unaniem aangenomen motie om te komen tot een plan van aanpak. De motie vroeg ook om inzicht te geven in het moment waarop met de broodnodige onderhoudswerkzaamheden begonnen zou worden. Er gebeurde echter bar weinig. Het CDA kwam met een motie waarin zij vroegen om aanpak van de Ginnekenweg, te betalen uit het geld van Verkeer en Vervoer (Wethouder Willems, GroenLinks). Geld dat eigenlijk voornamelijk bedoeld is voor investeringen voor langzaam verkeer. Doorgaans worden herinrichtingsoperaties ook deels uit de budgetten stadsbeheer (Wethouder Oomen, CDA) betaald, maar daar werd in de motie met geen woord over gerept. Voor PvdA en GroenLinks was de financiering van die motie ten koste van het langzaam verkeer dan ook onbespreekbaar. Ik moet erbij zeggen dat ik me niet helemaal aan de indruk kon onttrekken dat het CDA via deze motie wat extra geld voor de eigen wethouder stadsbeheer probeerde binnen te halen.

De VVD kwam met een soortgelijke motie, waarbij de kosten wèl netjes verdeeld werden over de verschillende beleidsterreinen. Het lukte echter niet om deze moties in elkaar te schuiven en een raadsbreed initiatief voor de Ginnekenweg-Noord te nemen. De te korte tijd was daar ten dele debet aan.

Het was echter niet al kommer en kwel. Een motie van GroenLinks om bij de provincie aan te dringen tussen Oosterhout en Breda een pilot voor Gratis OV in te voeren werd breed gesteund en is inmiddels in de Provinciale Staten ook positief ontvangen. Een gezamenlijke, vrijwel raadsbrede motie ten behoeve van het fietsverkeer werd ook aangenomen. Een motie van D’66 over een plan over betere communicatie met de burgers zou aangenomen worden, ware het niet dat D’66, dat zich ten onrechte onvoldoende gesteund voelde, deze motie op het laatste moment terugtrok.

Al met al verdiende de behandeling van de Kadernota geen schoonheidsprijs. Daar waren de partijen het de volgende dag, tijdens een heisessie met de fractievoorzitters van alle partijen, met elkaar over eens. Voor het volgende jaar is afgesproken meer tijd te reserveren voor standpuntbepaling en overleg tussen fracties van coalitie en oppositie. Iets dat ook bij de begrotingsbehandeling gewenst is. Zoals het nu ging, komt het de communicatie tussen de fracties onderling, laat staan tussen de politiek en de inwoners van de stad, niet te goede. Terwijl een betere communicatie zo ongeveer het leitmotiv van de nieuwe coalitie is. Nog drie en een half jaar om het beter te doen.

Kadernota (1) – di 20 juni 2006

Vandaag was de mondelinge eerste termijn van de behandeling van de Kadernota. Daarbij heb ik extra aandacht besteedt aan het onderwerp discriminatie. Al jaren erger ik me werkelijk groen en geel aan jongeren die geweigerd worden in een café omdat ze donker zijn. En elke keer als ik daar verhalen over hoor, wordt ik er weer verdrietig van. Vooral omdat heel veel mensen het gelaten accepteren en er niets aan denken te kunnen doen. Hieronder mijn bijdrage.

In het coalitie-accoord ‘Kiezen voor Elkaar’ hebben de coalitiepartijen PvdA, CDA, Breda ’97 en GroenLinks gekozen om te investeren in de groepen die het meest kwetsbaar zijn. Dat blijkt ook in deze kadernota, die een eerste vertaling is van die belofte. We kiezen onomwonden voor de handhaving van het armoedebeleid, voor een stevig fundament voor de Wmo in de vorm van een Fonds Maatschappelijke Ontwikkeling. Dat geldt ook voor het sociaal beleid, het harder werken aan schuldhulpverlening en het bieden van perspectief via een actief arbeidsmarktbeleid. En deze coalitie maakt ook werk van de wijkontwikkelingsprojecten in Heuvel, Noord en Driesprong, waar fondsen voor gereserveerd zijn.

Maar deze coalitie heeft zich ook uitgesproken voor het knokken voor kwetsbaar groen in en om de stad. Naast GroenLinks pleit ook de PvdA voor een compacte stad. En ook Breda ’97 en het CDA spreken zich uit voor een zorgvuldig rentmeesterschap over de natuur, de schepping. Dat betekent dat we zuinig moeten zijn op ons buitengebied. Dit college zegt voldoende waarborgen te hebben in de vorm van de reconstructie en gebiedsplannen. In het op te stellen meerjarenprojectenprogramma moet de raad dan integraal afwegen waar zich de rode en groene contouren van de stad bevinden. In d tussentijd open we dat het college aan de slag gaat met een vereveningsfonds voor Groenontwikkeling, zoals de provincie dat van ons heeft gevraagd.

Wij willen nadrukkelijk vragen om een pilot-project voor Gratis Openbaar vervoer tussen Oosterhout en Breda. Vandaag was het al een chaos. Hoe zal dat morgen zijn, of volgende maand. Stel dat we er in de hersfst achter komen dat de huidige maatregelen onvoldoende zijn. tegen die tijd is het te laat om nog in aanmerking te komen voor provinciale financiering. We hebben hier dan ook een motie over.

Als laatste wil ik stilstaan bij onze opmerkingen over horeca-discriminatie en discriminatie op de werkvloer. De gemeentelijke overheid moet daar echt de eigen verantwoordelijkheid in nemen. Het kan niet zo zijn dat wij van iedere inwoner van dit land eisen om in te burgeren, de taal te leren, de wetten te respecteren, terwijl bij het vinden van werk, het toegewezen krijgen van een stageplaats of zelfs tijdens het uitgaan, allochtonen worden gediscrimineerd. Aan de zijlijn blijven staan.

En ondertussen vragen we ons af hoe het kan dat zoveel jongeren van allochtone afkomst zich niet altijd thuis voelen in Nederland. Waar hun religie en cultuur wordt geridiculiseerd. Rara hoe kan dat?

Discriminatie van allochtonen mag in Breda niet langer worden getolereerd. Het moet fel worden bestreden, desnoods met onorthodoxe maatregelen. Of, om Ayaan Hirsi Ali te parafraseren:

Ik ben Selçuk, zoon van Nurettin, zoon van Hikmet, zoon van Mehmet. Maar bovenal een inwoner van Nederland, van Breda, waar ik me geaccepteerd voel, waar ik thuis ben. Dat zou voor iedereen in deze stad moeten gelden.

Hoorzitting – vr 9 juni 2006

Het raadswerk in Breda kent twee jaarlijkse hoogtepunten. Eén ervan is de hoorzitting voor wijk- en buurtorganisaties die voorafgaande aan de kadernota wordt gehouden. Op een zonovergoten vrijdagmiddag zaten wij binnen in de Fazanterie in Ulvenhout. Om het geheel nog wat erger te maken schenen in ons gezicht de warme filmlampen van de lokale omroep, die het geheel registreerde voor integrale uitzending op tv.

Er zijn altijd meer wensen dan dat er geld beschikbaar is, zo gaat dat nu eenmaal. gelukkig hadden de dorps- en wijkraden veel waardering voor het nieuwe college. En dat we niet alle wensen in vervulling konden laten gaan, wilden de wijk- en dorpsraden ook nog wel begrijpen. Wat ze wel wilden was duidelijkheid: als het dit jaar niet kan, wanneer dan wel?

Op 20 en 22 juni is de behandeling van de adernota in de gemeenteraad. Benieuwd of de insprekers hun ingebrachte aandachtspunten dan nog herkennen. Wat mij betreft wel.

Dag Herman – do 8 juni 2006

Herman nam afscheid. Een jaar eerder dan gepland. Dat was een gevolg van de kwestie Pormes (zie blog zo 2 apr. 2006). Het afscheid was vrolijk en informeel, net als Herman zelf.

Aansluitend aan het afscheid van Herman ging het voltallige partijbestuur, Herman incluis, uit eten om ook het vertrek van Nevin te vieren. Te vieren? jawel, want haar afscheid was een stuk positiever. Hij verruilt haar bestuurszetel voor een plek in de Tweede kamer, die vrij kwam nadat Marijke Vos wethouder werd in Amsterdam (zie blog di 23 mei 2006).

De dag markeerde voor mij achteraf bezien een beetje het einde van een bewogen jaar. Vorig jaar maart werd ik gekozen in het Algemeen Bestuur van GroenLinks (zie blog za 19 mrt. 2005) en in korte tijd breidde mijn landelijke netwerk zich uit. In dat jaar hebben we belangrijke stappen gezet in de verandering van de interne

organisatiestructuur en kregen we de moeilijke en beladen affaire Pormes er gratis bij. Het bestuur zou aanvankelijk voor twee jaar aanblijven, maar door verwachte en onverwachte wisselingen is het team ingrijpend gewijzigd. Waarmee ik trouwens niets wil afdoen aan de huidige samenstelling en de prettige manier waarom Henk Nijhof zijn interim-voorzitterschap vervult.

En zo gaat ieder zijns of haar weegs, zoals de sporen van een papaver, dwarrelend in een zomerbriesje. We zullen elkaar zo nu en dan nog wel eens tegenkomen, maar nooit meer allemaal tegelijk. Met die gedachte hieven wij nog eenmaal het glas, denkend aan de mooie tijden die we achter ons lieten.

Waarmee eens te meer bewezen is dat je van elk afscheid wel een drama kunt maken.

The Nature of Blogging – di 9 mei 2006

Vandaag gaf de Eerste Kamerfractie van GroenLinks een persverklaring uit. De omstreden Senator Sam Pormes is terug opgenomen in de fractie. In het najaar zal hij alsnog afstand doen van zijn zetel, om ‘de campagne niet te belasten met zijn persoon’. Ik heb waardering voor die beslissing.

Er is een hoop te doen geweest rond de zaak Sam Pormes. Een deel van de discussie speelde zich af op dit weblog (zie blogs za 17 dec. 2005, za 1 apr. 2006, zo 2 apr. 2006 en nogmaals zo 2 apr. 2006). De hele kwestie begon met diverse publicaties in HP/DeTijd over het vermeende terroristische verleden van Pormes. Daarop volgde een intern onderzoek van het GroenLinks-bestuur, met als conclusie dat Pormes nooit volledig open is geweest over zijn verleden. Daarop zette het partijbestuur de senator uit de partij. Een beslissing die later weer is teruggedraaid door de partijraad.

Die beslissing was reden voor partijvoorzitter Herman Meijer om af te treden. Voor mij was het aanleiding voor enkele felle stukjes op mijn weblog. Hoewel ik de inhoud van die stukjes ook nu nog onderschrijf, is het de vraag hoe verstandig het, als bestuurslid, is geweest om dat middels een blog te publiceren. Anderzijds wil ik als politicus altijd open zijn. Dat betekent ook dat je soms je frustraties deelt met anderen.

De zaak Pormes is nu afgerond en daarbij zijn onderweg brokken gemaakt. De discussie of diverse organen binnen de partij goede of juist verkeerde beslissingen hebben genomen, is daarmee niet meer relevant. De zaken zijn zoals ze zijn. Aan alle partijen de taak om vanuit die nieuwe werkelijkheid weer de schouders onder de toekomst van GroenLinks te zetten.

Crisis (slot) – zo 2 april 2006

Herman Meijer, partijvoorzitter van GroenLinks, is afgetreden. De rest van het partijbestuur bleef aan. Tegen alle gevoel, tegen alle vezels in. Maar er werd een beroep op ons gedaan. Een beroep om de partij niet geheel te onthoofden. En wij conformeerden…

Ik denk dat het de eerste keer is dat ik een vieze smaak overhoudt aan de politiek. Denken…, ik weet het wel zeker. Want in de zaak Sam Pormes hebben we als partijbestuur altijd gezamenlijk opgetrokken. Daarom was er gevoelsmatig ook maar een optie mogenlijk: gezamenlijk aftreden. En dat is vanmiddag, tijdens een spoedzitting, ook lange tijd de bedoeling geweest.

Maar het klemmende beroep vanuit diverse geledingen van de partij om de partij niet stuurloos achter te laten, woog zwaar. En ook Herman Meijer deed een klemmend beroep op de rest van ‘zijn’ bestuur om GroenLinks niet als een schip zonder kapitein achter te laten. Met pijn in het hard gaf de rest van het bestuur gehoor aan deze oproep. Tegen het gevoel, tegen alle vezels in.

Diverse bestuursleden jankten, toen duidelijk werd dat Herman het koningsoffer bracht. Namens ons allemaal. Zonder enig spoor van plezier of eer, maar met het besef dat het het beste is voor GroenLinks, blijft de rest van het gemankeerde Partijbestuur aan, tot aan het volgende congres.

Crisis (2) – zo 2 apr. 2006

Het is bijna drie uur ’s nachts en heb de hele tijd zitten denken aan de consequenties van wat er vandaag is gebeurd. Waar staan we nu, waar staan we over iets meer dan elf uur, wanneer het Partijbestuur in spoedzitting bijeenkomt.

Het is duidelijk dat er een conflict is tussen de partijraad van GroenLinks en het Partijbestuur, waar ik in zat. Reden is de bizarre beslissing van de Partijraad om het royement van Sam Pormes terug te draaien. Er zijn wel eens vaker meningsverschillen, maar hier gaat het om een majeure kwestie.

Het bestuur kan bijna niet anders dan hier de uiterste consequentie aan verbinden, namelijk opstappen. Ook minstens twee leden van de Eerste Kamerfractie maken, zo gaat het gerucht, op dit moment dezelfde afweging. Wat mij betreft kunnen zij aanblijven. Zij zijn niet verantwoordelijk voor hetgeen is gebeurd, dat is het partijbestuur.

Tegelijk ben ik er van overtuigd dat de Partijraad in deze kwestie niet de mening van de leden vertegenwoordigd. Daarnaast berust hun argumentatie om het royement terug te draaien op een opeenvolging van verkeerde inzichten en argumentaties. Een congres zou zich over de zaak moeten uitspreken. Maar dat lijkt procudereel, zover ik nu kan overzien, niet mogelijk.

En ondertussen zit Partijvoorzitter Herman Meijer waarschijnlijk thuis te tobben en zich af te vragen of hij dingen anders had moeten doen. Als als…, da’s verbrande turf. Maar daar denk je op zo’n moment niet aan.

Het is iets voor drie, ik zie nog geen antwoorden. Wachtend op de briljante ingeving die ergens tussen nu en twee uur ’s middags moet komen, verzucht ik en denk ik bij mezelf: wat is politiek toch een allejezus afwisselend vak.

Crisis – za 1 apr. 2006

“Ik heb nieuws voor je, dat je vast wel wilt weten”, zei een stem aan de andere kant van de telefoon. Ik kreeg een verslag van wat er zojuist in de partijraad was gebeurd. Deze controlerende raad had zojuist besloten dat het Royement van ex-GroenLinks Eerste Kamerlid Sam Pormes ongegrond is verklaard.

Sam Pormes wordt ervan verdacht dat hij eind jaren ’70 heeft deelgenomen aan een terroristisch opleidingskamp in Zuid-Jemen. Dat heeft hij altijd voor de partij verzwegen. Toen de beschuldigingen van HP/DeTijd door een intern onderzoek van GroenLinks grotendeels werden bevestigd en Sam Pormes niet bereid was duidelijkheid te verschaffen over waar hij dan wel was in zijn vermeende Jemen-periode, besloot het bestuur om Sam Pormes te vragen zijn Eerste Kamerzetel op te geven. Toen hij dat niet deed, heeft het bestuur hem geroyeerd.

Pormes ging in beroep tegen die beslissing bij de partijraad. Deze heeft, met 30 stemmen voor en 26 tegen, dit beroep gegrond verklaard. Een verregaande en totaal onbegrijpelijke beslissing. De partijraad lijkt de consequenties van deze beslissing niet te overzien en het roept zelfs vraagtekens op bij de deskundigheid van de partijraad. De structuur van dit orgaan, dat de mening van de leden van GroenLinks zou moeten vertegenwoordigen, moet nodig worden herzien. Ik geloof namelijk niet dat van de 56 aanwezige partijraadsleden er meer dan een handjevol zijn geweest die hun opstelling eerst hebben besproken met de GroenLinks-afdeling die zij op papier zouden moeten vertegenwoordigen.

Het partijbestuur heeft aangekondigd zich nu te beraden op zijn positie. Wie de taal van de politiek een beetje begrijpt, snapt precies wat daarmee bedoeld wordt. Deze beslissing is voor ons als partijbestuurders onacceptabel, en daar dienen consequenties aan verbonden te worden.

Binnenkort zal dus een extra congres moeten worden georganiseerd, waarbij een nieuw partijbestuur wordt gekozen. Wat mij betreft spreken de leden van GroenLinks zich op dat congres ook uit over deze beslissing van de partijraad. Als het congres verstandig is, beslissen zij op dat congres tevens dat de beslissing van de partijraad teruggedraaid wordt en dat Pormes alsnog zijn Eerste Kamerzetel moet opgeven. Dat zou wat mij betreft de enige juiste keuze zijn.

Partijraad – za 17 dec. 2005

De Partijraad van GroenLinks had een vergadering bijeengeroepen. De reden: enkele partijraadsleden waren het niet eens met het royement van Eerste kamerlid Sam Pormes dat het bestuur had uigeproken. Aangezien ik in dat bestuur zit, werd ook mijn aanwezigheid op prijs gesteld.

Door allerlei omstandigheden – onder andere de lege batterij van mijn telefoon annex wekker – kwam ik later. En de Partijraad was aanmerkelijk eerder klaar dan zij – en wij – hadden verwacht. Kortom: ik was nog net op tijd om het einde van de vergadering te maken. En dat kwam er grof gezegd op neer dat de meerderheid van de partijraad vond dat het bestuur niet teruggefloten hoefde te worden.

Dan over de zaak Sam Pormes: Sam is een Eerste Kamerlid van GroenLinks waarover een heleboel verhalen de ronde doen. Deze variëren van betrokkenheid bij de Molukse treinkaping tot het deelnemen aan een training in een terroristenkamp in Zuid-Jemen ergens in de jaren ’70. Sam heeft deze verhalen altijd ten stelligste ontkent. Nu voor het eerst, naar aanleiding van een onderzoek van Binnenlandse Zaken, duidelijk vast is komen te staan dat Pormes wel in dit terroristenkamp is geweest, was dat voor het bestuur reden om Sam te vragen zijn Eerste Kamerzetel op te geven. Toen hij dit niet deed, is een royementsprocedure opgestart, ofwel, Sam Pormes mag geen lid meer zijn van GroenLinks.

De reden om hem te vragen zijn zetel op te geven was in eerste instantie nog niet eens dat hij in de jaren ’70 op een trainingskamp in Zuid-Jemen is geweest. Hiervan kun je, 35 jaar later, immers best vinden dat dat een grote vergissing was, waar je afstand van hebt genomen. De reden was vooral dat Pormes altijd ontkent heeft dit gedaan te hebben. Hij heeft de partij, en daarmee ook de kiezer, dus informatie verzwegen. ‘Gelogen’, om me maar heel onparlementair uit te drukken. Waar sommige critici uit de Partijraad zich dus druk om maken, is me niet helemaal duidelijk.

Eenmaal in Utrecht, ging ik ook een kijkje nemen bij het platform diversiteit van GroenLinks. Wat eindigde in de kroeg en daarna bij vriendin en partijgenoot Mariska, waar ik voor het gemak maar op de bank in slaap viel om de volgende ochtend, in alle vroegte, terug naar Breda te keren en op bezoek te gaan bij mijn oma. Ik had nog wat Kenyaanse thee voor haar meegenomen.