Alter do Chão – za 17 jan. 2008

Alter do Chão
Alter do Chão

Om in de korte tijd die me restte in Santarém toch nog wat mee te krijgen van het immense en prachtige Amazone-gebied, reisde ik samen met Fab naar de plaatselijke toeristische trekpleister Alter do Chão. Daar woonde een wat hippie-achtige vriend van Fab, die ons met een boot naar één van de gemeenschappen zou brengen.

Het Hostel waar we verbleven mag nauwelijks zo genoemd worden. Het huis van onze boot-hippie bestond uit een afgesloten keuken en slaapkamer voor de gastheer zelf. De rest van zijn woning was eigenlijk niet meer dan zijn tuin met daarboven een palmbladen dak. Een soort ecologische partytent eigenlijk. De overnachters wordt vooraf vriendelijk verzocht hun schoenen uit te doen ten einde de kwade energie buiten te houden. Dit huis is een Japans huis. Vervolgens kunnen de gasten hun hangmat aan één van de houten balken ophangen. Vandaar dat ik zojuist in Santarén nog even een hangmat had aangeschaft.

Alter do Chão is een idyllisch plaatsje aan de Rio Tapajós, een brede rivier die uitmondt in de Amazone. De busreis ernaar toe bracht ons langs groene heuvels en hobbelige paden. In de rivier ligt een soort zandbankje, een populaire plek voor veel mensen die er de hele dag onder een afdakje genieten van het weer en de rivier. Bootjes reizen af en aan om mensen heen, dan wel terug te brengen. In Alter do Chão deden we wat boodschappen voor onze lunch morgen en hadden we een ontmoeting met ons avondeten.

Nu was er vooraf in Santarém ook nog de roddel dat er die zaterdagavond een enorm feest zou zijn in Alter do Chão. Nu vroeg ik me al af hoe zo’n bericht in Santarém belandt, maar het bleek ook niet waar te zijn. Niet erg overigens, we moesten de volgende ochtend vroeg uit de hangmat om op tijd stroomopwaarts de Rio Tapajós op te varen op zoek naar originele Amazone-bewoners.

Nadat bij het uittesten van de opgehangen hangmat deze eerst een keer was losgeraakt en ik wat hardhandig op de betonnen vloer terechtkwam, heb ik die nacht verder eigenlijk best lekker geslapen.

Cerveja – vr 16 jan. 2009

Haven van Santarém
Haven van Santarém

Een eettentje waar de lunch per gram werd afgerekend, Skol lijkt het nieuwe nationale bier, de enige bands in Santarém zijn reggae-bands en wie geld wil verdienen zou eens moeten proberen Guarana-limonade te exporteren naar Nederland.

Mijn eerste dag in Santarém was er één van nieuwe indrukken. Allereerst: zo tegen de avond zweet iedereen zich kapot. Naarmate de dag vordert, wordt de lucht steeds vochtiger, totdat ergens in de avond alles in korte tijd naar beneden valt.

De confrontatie met Guarana-limonade was gastronomisch misschien wel de grootste verrassing totnogtoe. Een frisse, zoete en zeer energierijke frisdrank gemaakt van de zaden van de Guarana-plant die alleen maar in het Amazonegebied groeit.

Even bijzonder was de confrontatie met het biermerk Skol, al is het maar omdat dit van oorsprong Deense merk jarenlang in brouwerij in Breda gebrouwen werd, nadat Allied Breweries de Bredase brouwerij de Drie Hoefijzers had overgenomen. De Skol die in Brazilië geschonken was, is overigens maar een zeer matig pilsje, wat me doet vermoeden dat eigenaar Imbev (voorheen Interbrew) het recept heeft veranderd. Zie hier overigens de internationalisering: Breda Bier is alleen maar in Spanje te verkrijgen, het Deense Skol drinkt men tegenwoordig in Brazilië. Zie hier de expansiedrift van de Belgische families De Spoelberch, Van Damme en Van der Straaten.

Die avond zat ik met een Deens biertje samen met Brazillianen, Duitzers en Zweden op een terras in Santarém te genieten naar het plaatselijke reggae-bandje dat verdienstelijk de ene na de andere Bob Marley-cover speelde. Hoe geglobaliseerd wil je het eigenlijk hebben?

Santarém, Aqui Estou Eu – do 15 jan. 2008

Cargill in Santarém
Cargill in Santarém

Terwijl het in Belém steeds harder begon te regenen, vertrok ik per vliegtuig naar Santarém, waar de bij mijn aankomst al uitbundig zat te schijnen. Per taxi ging ik naar het kantoor van Socialegria.

Fab en Jac werken beide voor een organisatie met de naam Socialegria, dat zoveel betekend als Maatschappij en vreugde. Daar zijn ze vooral bezig met projecten in de communities langs de Amazone. Een voorbeeld: via radioprogramma’s en krantjes die door de mensen zelf gemaakt worden, leren de bewoners van de kleine gemeenschappen over elkaars problemen en wordt politiek bewustzijn gecreëerd. En dat is weer handig als één of andere grootgrondbezitter weer een stuk grond van de bewoners probeert af te pakken. Maar ook het milieu en het beschermen van het Amazonewoud speelt een belangrijke rol. Iedereen is dan ook behoorlijk enthousiast: morgen komt de boot van GreenPeace langs om actie te voeren tegen de omstreden soya-transporteur Cargill.

Aanvankelijk was het de bedoeling dat ik bij Fab en Jac zou blijven. Nu wil echter het geval dat Fab en Jac sinds de kerst niet meer samenwonen en Fab was daarom tijdelijk ingetrokken bij haar collega Fabio. Of het een probleem zou zijn als ik daar ook een paar nachten zou blijven. Geheel volgens de geldende Braziliaanse normen voor gastvrijheid vormde dat geen enkel bezwaar en of Fab in het vervolg geen domme vragen meer wilde stellen. Geheel volgens de geldende Nederlandse normen deed Fab dat toch door vervolgens te vragen of ik dan ook de extra matras voor loges mocht gebruiken. Fabio zei niets en keek haar slechts glazig aan. Dit alles in perfect Portugees natuurlijk.

Salvação – wo 14 jan. 2009

Belèm Airport
Belém Airport

Na een dag had ik de belangrijkste plekken in het Sagres-hoetl wel ontdekt. Zo ook een klein reisagentschap dat elke dag een paar uur open was. Het leek me een verstandig idee om een vlucht naar Santarém te boeken. Vooral omdat ik zo langzamerhand door mijn literatuur heen was.

Natuurlijk sprak de aardige mevrouw aan het bureau net zo min Engels als alle andere werknemers van het hotel. Maar met handen en voeten en vooral heel veel wijzen naar de kalender kwamen we een heel eind. Een goedkope vlucht was het niet, maar de volgende dag zou ik dan toch echt naar Fabiënne en Jacobien vliegen. Niet, overigens, voor ik de verschuldigde 1589 Braziliaanse Reals contant afgerekend had. Het agentschap accepteerde alleen America Express, terwijl ik een verstokte Visa-gebruiker ben. Gelukkig had de supermarkt om de hoek een pin-automaat.

Ondertussen begon ik aan Joseph Heller’s Catch 22. Niet het beste boek misschien, als je nog een aantal vlieguren moet maken. Maar ik had bedacht dat de godganse dag via de BBC het toenemende aantal burgerdoden in Gaza volgen een einde van die oorlog ook niet bepaald dichterbij zou brengen.

Solidão – di 13 jan. 2009

Uitzicht vanaf kamer 409
Uitzicht vanaf kamer 409

„Just take me to any hotel”, probeerde ik de taxi-chauffeur duidelijk te maken. Uiteraard sprak hij geen woord Duits of Engels en tot overmaat kende hij het Any-Hotel niet. Het werd uiteindelijk het Sagres-hotel, waar ik de komende paar dagen in eenzame opsluiting zou doorbrengen.

In Belém spreekt niemand iets anders van Portugees. En hoewel ik van het Spaans af en toe nog wel wat kon maken, was ik in het Portugees niets minder dan hopeloos verloren. Het duurde dan ook niet zo heel erg lang voordat ik onwillekeurig een hekel kreeg aan het zeurderige dialect dat er gesproken was. Mijn contact met de buitenwereld bestond uit een televisie met, naast een smak lokale zenders, ook BBC World, HBO en the Universal Movie Channel. Het was duidelijk niet het meest goedkope hotel waar de taxi-chauffeur me naar toe gebracht had.

En zo pendelde ik gedurende de dag tussen hotelkamer, terras en dinerzaal, met in mijn hand steevast Everything is Illuminated van Jonathan Safran Four. Soms is literatuur de enige barrière tussen beschaving en waanzin.

Bem-vindo ao Brasil – 12 jan. 2009

Uruguayaanse koeien
Uruguayaanse koeien

Tijd om afscheid te nemen. Die middag zouden Perlita en ik Sebi achterlaten. Perla om terug te keren naar Nederland, ik om af te reizen naar het Amazone-gebied.

Om half één vertrok mijn vliegtuig naar Sao Paulo. Daar moest ik vervolgens zes uur wachten op mijn vlucht naar Belém. Gelukkig kent dat vliegveld een rokersbar. Rond half twaalf ‘s avonds arriveerde ik op het vliegveld van Belém, waar Fab op me zou wachten. Zou, zeg ik met nadruk, want Fab was nergens te bekennen.

Dat was vreemd, aangezien Sebi de dag van te voren nog contact met haar had om onze ontmoeting op het vliegveld te regelen. Gelukkig is er tegenwoordig de mobiele telefoon en binnen no time had ik met mijn Nederlandse abonnement contact met de Braziliaanse telefoon van Fabiënne, die werd opgenomen door haar vriendin Jacobien. Die wist me te vertellen dat Fab toch echt al een uur geleden naar het vliegveld was vertrokken. Ik moest maar even wachten.

Ik wachtte geduldig, maar Fabiënne kwam niet. Wel kreeg wat later ik een sms’je met de mededeling dat Fab al weer terug thuis was zonder mij gevonden te hebben. Of ik een taxi kon pakken naar Benjamin Constant 2915. Ik hield een taxi aan en liet de chauffeur die uiteraard geen woord buitenlands sprak het adres lezen. Een half uur later waren we in Benjamin Constant, een straat die niet veel verder ging dan huisnummer 1750. Opnieuw pakte ik de telefoon.

Na een gesprek van enkele minuten waarvan ik de helft kon horen en niets kon verstaan, maar waarbij duidelijk sprake was van wederzijdse opwinding, kreeg van de chauffeur de telefoon terug. „Wat doe jij in Belém?”, vroeg Jacobien me enigszins bozig. „Wij wonen in Santarém.” „Ligt dat hier ver vandaan”, probeerde ik nog. „Drie dagen met de boot.”

El Tourista – zo 11 jan. 2009

het oude Havengebied van Buenos Aires
het oude Havengebied van Buenos Aires

Een kleine twee dagen is natuurlijk veel te kort om Buenos Aires te zien. Dus haastten we ons de volgende dag uit ons hostel om het Museo Nacional de Bellas Artes te zien. En eigenlijk is voor een bezoek aan alleen dat museum twee dagen al te kort.

Maar we hadden nu eenmaal een strak schema. We moesten immers ook het graf van Evita Perron nog even bezichtigen. Voor wie dat zo één twee drie niet kan vinden op het Cementerio de la Recoleta: volg de touristen. Ook de vele bloemen die nog dagelijks bij het graf van de familie Duarte worden gelegd, zijn een goede hint.

En, gewoon omdat het zo ontzettend fout is, brachten we ook nog een kort bezoekje aan het Hard Rock Café van Buenos Aires. Waar het in tegenstelling tot wat de naam doet vermoeden overigens een tamelijk matte bedoening is.

Toen we die avond terugkeerden in Montevideo, wachtte ons nog het verjaardagsfeest van Oscar. Waar Sebi, Perla en ik als muzikaal trio nog een keer het publiek mochten vermaken.

Lees verder “El Tourista – zo 11 jan. 2009”

Buenos Aires – za 10 jan. 2009

Pantoffel Bush
Pantoffel Bush

Aangezien we toch in de buurt waren, leek het ons een goed idee om een bezoekje aan Buenos Aires te brengen. De Argentijnen vinden hun hoofdstad het Parijs van Latijns Amerika, en qua allure haalt Montevideo het ook bij lange na niet bij Buenos Aires. Uruguayanen vinden Argentijnen op hun beurt maar een stelletje zelfgenoegzame dandy’s.

Het beeld werd bij aankomst meteen bevestigd door een grote gevelreclame voor plastische chirurgie. Daarop twee afbeeldingen van de Drie Gratiën van Rubens. Links het origineel, rechts waren de voluptueuze rondingen van de drie dames teruggebracht tot proporties die passen in het hedendaagse schoonheidsideaal. „Zo had Rubens ze geschilderd als ze eerst bij ons waren langs geweest”, luidde de tekst op de reclame. Plastische chirurgie is helemaal het ding in Buenos Aires.

Tot de verplichte nummertjes behoorden uiteraard het Plaza del Mayo en de prachtige Catedral Metropolitana. We werden verrast door een opname voor wat ik vermoed dat de trouwscène van een film was, die niet alleen de hele zaterdag in beslag nam, maar ook op zondag voortduurde. ‘s Avonds aten we in een restaurantje in de wijk Boca, als geboortegrond van het walhalla voor voetbalfanaten. Overigens niet voordat we er achterkwamen dat je de 65 centavos die de busreis kostte alleen met muntgeld betaald kon worden, we bij de volgende halte de  bus uit werden gezet, na een wisselactie erachter kwamen dat de prijs van 65 centavos niet voor ons gezamenlijk, maar per persoon gold, we opnieuw bij de volgende halte de bus uit werden gezet en opnieuw moesten wisselen om uiteindelijk met de derde bus mee te kunnen naar Boca.

Ook leuk: ons hostel serveerde Warsteiner. Een stukje Reinheitsgebot in Latijns Amerika.
Lees verder “Buenos Aires – za 10 jan. 2009”

Casapueblo – vr 9 jan. 2009

Casapueblo
Casapueblo

Na een weekje rondgetrokken te hebben door Uruguay werd het tijd om thuisbasis Montevideo weer op te zoeken. Met onderweg een tussenstop om de geleende tenten en bedden terug te geven aan Salo. En om het bescheiden optrekje van Carlos Páez Vilaró te bezichtigen.

Een leven lang geïnspireerd door de Uruguayaanse zon, begon Vilaró in 1960 op Punte Ballena met de bouw van zijn Casapueblo. Een simpel optrekje werd het niet, maar een enorm complex dat dienst doet als atelier, galerie, museum en hotel. Een aanrader voor diegenen die toevallig in de buurt zijn.

Na een kop koffie in de taverne van het museum, zetten wij onze reis voort naar Piriapolis om onze geleende spullen terug te geven aan Salo en om voor Sebi een nieuwe pet te kopen. Zijn eerder die week in dezelfde winkel aangeschafte visserspetje was hij meteen in La Paloma al weer kwijtgeraakt.

Tegen de avond arriveerden we in Montevideo, waar we Sergio en zijn vriendin mee uit eten namen naar El Tigro, volgens Sergio het beste restaurant in Montevideo. Op het menu: gegrild vlees. Je begint je af te vragen of ze in Uruguay wel eens van groente gehoord hebben. Lees verder “Casapueblo – vr 9 jan. 2009”

El Diablo – do 8 jan. 2009

Punte del Diablo
Punte del Diablo

Het leven zonder electriciteit, riolering en waterleiding biedt geheel nieuwe uitdagingen. Gelukkig bood de vuurtoren, behalve een mooi uitzicht, ook een voor het publiek opengesteld toilet.

Terwijl Sebi en ik de voortoren beklommen, lag Perlita in bed te zieken. Het vlees van de vorige dag was niet erg goed gevallen. Adelina en haar vrienden probeerden haar met thee en muziek weer op de been te krijgen. Het was onze bedoeling immers om die dag weer verder te rijden.

Het was uiteindelijk tegen het einde van de middag toen we per camionette het idyllische Cabo Polonio verlieten en verder noordwaards reden naar Punte del Diablo, een baai die zijn naam te danken heeft aan de twee hoornachtige landtongen die de baai omarmen. Tijd voor ñoquis, een soort pasta gemaakt van aardappel en zeer populair bij Sebi, die dit traditioneel vooral aan het eind van de maand geserveerde voedsel voor de armen zo ongeveer het hoogtepunt van de Uruguayaanse keuken vindt.

Het beperkt aantal hotels in de omgeving was al volgeboekt. Gelukkig hadden we vlakbij Punte del Diablo een hotelletje aan de snelweg gespot met de naam Santa Theresa. Dat hotelletje leek, geheel onverlicht, tamelijk gesloten maar bleek, nadat we voor de zekerheid even op de deur klopten, toch geopend. Santa Theresa was een vrijwel uitgestorven hotel zonder gasten, eten of ontbijt. Onze kamer moest nog even snel worden gedweild en voorzien van beddegoed. Anderzijds hoefden we voor ons verblijf slechts 500 peso’s te betalen, omgerekend grofweg 14 euro.