Bajo las estrellas – wo 7 jan. 2009

Cabo Polonio
Cabo Polonio

Wie in Uruguay omhoog kijkt, is van slag. De hemel is kraakhelder, de maan is omgedraaid en de sterren staan anders.

Het zich op sterrenhemel in Cabo Polonio overtrof alle eerdere keren dat ik het melkwegstelsel in zijn volle glorie kon zien. Wie in Nederland het universum inkijkt, ziet met enig geluk enkele sterren opdoemen. In Cabo Polonia zagen we er miljoenen.

Het schiereiland is een favoriete zomerbestemming voor hippies. Het aantal kraampjes waar zij hun zelfgemaakte kralenkettinkjes en beschikderde zeeschelpen verkopen, is dan ook welhaast eindeloos. In de winter is het schiereiland uitgestorven, op de paar militairen na die de vuurtoren moeten bewaken. Wie ook graag naar Cabo Polonio gaan, zijn de zeeleeuwen die de ganse dag liggen te rusten op de rotskust aan de westkant van het eiland. Met blote voeten klommen we over de rotsen in de richting van de logge beesten die argwanend onze kant op keken.

In Cabo Polonia verbleven we bij Adeline die er met haar Murgaband Metele Que Son Pasteles een huisje had gehuurd. Die avond werd onze aanwezigheid gevierd met een grote barbecue. Waarvoor we eerder die middag in Castillos de inkopen hadden gedaan. Ter illustratie: 9 liter wijn, 6 kilo vlees en 12 chorizo’s. En uiteraard twee gitaren en een hoop gezang. Onder de sterren.

Lees verder “Bajo las estrellas – wo 7 jan. 2009”

Cabo Polonio – di 6 jan. 2009

Cabo Polonia - (c) Google Earth
Cabo Polonio - (c) Google Earth

Enrique en zijn vrienden in een gehuurde Casa vlakbij het strand waren weliswaar aardig, maar hun idee van vacantie was tamelijk ééndimensionaal. En aangezien het niet onze bedoeling was een vacantie te houden die we voor een fractie van de prijs ook in Salou hadden kunnen beleven, besloten we de volgende dag La Paloma al weer te verlaten en tegen de avond door te reizen naar Cabo Polonio.

Cabo Polonio is een soort poliep aan de kust van Uruguay net stranden in drie richtingen. Het licht verscholen achter een immens duingebied en is alleen te bereiken met een four-wheeldrive. Overdag rijden er eens per uur legervoertuigen heen en weer om de mensen van en naar het kleine dorpje te brengen, dat verstoken is van riolering, electriciteit en aansluiting op het GSM-netwerk.

Pas bij het overstappen op de camionette, kwamen we erachter dat we een klein, maar belangrijk onderdeel van onze geleende campinguitrusting in La Paloma hadden achtergelaten: het afsluitdopje van één van de luchtbedden. En dan ook nog dat exemplaar waar ik op moest slapen. Aangezien ik niet houd van het incompleet terugbrengen van geleende spullen, en al helemaal niet van slapen op de grond, besloot ik terug te rijden naar La Paloma.

De dopjes waren snel gevonden. Dat gold ook voor enig gewassen ondergoed dat nog te drogen hing. Ik maakte rechtsomkeert en vervolgde de autorit die ik overleefde op crackers en peuken. Ik was nog op tijd voor de laatste Camionette die, in tegenstelling tot wat wij dachten, niet pas om twee uur ‘s nachts maar al om middernacht vertrok.

Een half uur later kwam ik – tot geruststelling van Perlita die zich ernstig zorgen maakte over of ik de laatste camionette wel gehaald zou hebben – aan op La Paloma en gingen we de kroeg in om te kijken naar een foute reggae-band. En uiteraard hebben we op de terugweg uren moeten zoeken naar ons huisje. Coba Polonia heeft niet alleen geen straatverlichting, de volle maan die ons op de heenweg nog enige bijstand verleende, was inmiddels ondergegaan en we konden letterlijk geen hand voor ogen zien. En dan kan een klein strandporpje ineens verdomd groot lijken.

Ai, Caipirinha – ma 5 jan. 2009

Sebi, Perlita en ik in La Paloma
Sebi, Perlita en ik in La Paloma

Na twee dagen luxueuze camping werd het tijd Piriapolis weer te verlaten. Bestemming: La Paloma, waar neef Enrique zijn zomervacantie doorbracht.

In het gehuurde fiatje reden we verder naar het oosten. In de auto werd gezongen, gerookt en, bij de eerste de beste gelegenheid die we vonden, geluncht. Om vervolgens tot twee keer toe door een bosbrand te moeten rijden om op onze gewenste bestemming aan te komen.

La Paloma is eigenlijk misschien nog wel het best te vergelijken met Loret de Mar. Zo ’s middags rond een uur of vier verzamelen de campinggasten zich bij een strandtentje vaar keuze om grote hoeveelheden bier en Caipirinha naar binnen te werken. ’s Avonds wordt er bij iemand gegeten om vervolgens enkele uren te slapen. Daarna, zo rond een uur of vier ’s nachts, is het tijd om naar een disco te gaan om pas rond een uur of acht ’s ochtends in bed te belanden. En dat, dames en heren, herhaalt zich dan elke dag voor een week of drie.

Direct na aankomst in La Paloma zetten we onze tenten op en gingen we naar het strand. Het was vloed in de Atlantische Oceaan. Zonder me te bedenken deed ik mijn kleren uit en sprong – voor het eerst in mijn leven – in de Atlantische Oceaan om een kwartier of drie te spelen met de golven. Onderstroom? Who cares?

De caipirinha’s bevielen uitstekend, ware het niet dat Perlita er een beetje dronken van werd. De disco hebben we dan ook niet meer gehaald.

Zion – zo 4 jan. 2009

 

Perlita, ikzelf, Sebi en Salo

 

De familie van Sebi heeft van een deels Joods-Lithouwse achtergrond. Via de mannelijke lijn overigens. Toch noemen zij zich joden, zij het van het meest seculiere soort.

Drie dagen eerder zong ik voor Sergio het enige Jiddische lied dat ik uit mijn hoofd kende. Het ontroerde hem. En vervolgens belde hij zijn eveneens joodse zwager op en moest ik over de telefoon het lied opnieuw zingen. Joden hebben gevoel voor melancholie.

De voortdurende strijd in Israël boeit ze doorgaans nauwelijks. Het zijn geen zionisten. Er werd zeer genuanceerd over de Israëlisch-Palestijnse zaak. Maar nu Ernesto werd opgeroepen, komt een strijd waar ze niets mee van doen hebben, ineens toch heel dichtbij. En voor het eerst dacht Ernesto er over na om samen met vrouw en kinderen Israël te verlaten en te verruilen voor Uruguay. Niet omwille van de Palestijnse raketten die hij, woonachtig vlak bij de gazastrook, dagelijks over zich heen krijgt, maar vanwege de Israëlische overheid die nu van hem vraagt om zijn leven te riskeren voor een militaire actie in Gaza.

Pan de Azúcar – zo 4 jan. 2009

Wenteltrap aan de binnenkant van het kruis

Het was niet gepland, maar we hadden geen betere dag uit kunnen zoeken om de Pan de Azúcar en het daarop gebouwde, 35 meter hoge betonnen kruis te beklimmen: de dag des heres.

De klim is ongeveer 423 meter en daarmee, enkele steilere stukken daargelaten, zeer goed te doen.

Ook mooi: tijdens de verkenningstocht door Piriàpolis vonden niet alleen Sebi (een korte broek) en Perlita (een nieuwe bikini) maar ook ik wat ik zocht. Twee knoopcelbatterijen voor de belichtingsmeter van mijn camera in een, nota bene op zondag geopend horlogewinkeltje in Piriàpolis, voor de voor deze speciale gelegenheid geheel op Europese toeristen afgestemde prijs van niet minder dan 240 pesos. Wat omgerekend toch al gauw zo´n 7,5 euro is. Het kon me niet deren. Ik kon foto´s maken. Echte foto’s. Op een fotorolletje.

Die middag hoorde Salo dat zijn broer Ernesto, woonachtig in Israël, was opgeroepen om dienst te doen in het leger. Terwijl wij aan de Rio de Plata genoten van het uitzicht van de ondergaande zon, was de Israëlische overheid bezig met de voorbereidingen van een oorlog in Gaza, met het leven van de inwoners van Gaza en het leven van de opgeroepen Israëlische burgers, als inzet. Lees verder “Pan de Azúcar – zo 4 jan. 2009”

Mosqui-bar – za 3 jan. 2009

Het was inmiddels de vierde dag van de vakantie en nog steeds kon ik geen foto´s maken. De twee knoopcelbatterijen van de belichtingsmeter van mijn  Nikon F2 waren leeg.

Eerder had ik al tevergeefs op de winkelpromenade op vliegveld Zaventem, de fotoshop in Montevideo en bij de kiosk van Sergio gevraagd om knoopcelbatterijen (een woord overigens waarvan niemand ons kon vertellen wat dat in het Spaans zou kunnen zijn). Ik weet dus ook niet zeker (op het moment dat ik dit schrijf ben ik op het vliegveld van Belèm de tien uur tussen twee vluchten aan het overbruggen) of de foto van de Mosqui-bar op de camping in Piriapolis die ik zonder belichtingsmeter heb gemaakt, is gelukt. Desondanks is het de moeite waard om enige woorden aan dit etablissement te wijden.

De Mosqui-bar is een zelfgebouwd openluchtbarretje van hout op een camping in Piriapolis die wordt geexploiteerd door de vakbond van personeel dat werkzaam is in het bankwezen. Het is een keurige gezinscamping met goede voorzieningen, waar Salo, de neef van Sebi, met zijn hele familie de gehele zomer vertoefd. Anderen zijn net iets minder extreem en blijven slechts enkele weken. In in de weken dat ze er niet permanent verblijven, zijn ze er ook, maar dan alleen in de weekeinden. Piriapolis, voor alle duidelijkheid, ligt aan het strand. En de Mosqui-bar, voor alle duidelijkheid, ligt dus op de camping en is de uitvalsbasis van de groep vrienden die elkaar door het jaar heen in Montevideo, en in de zomer op de camping in Piriàpolis terft.

Zo rond tweeën, enkele uren nadat we Montevideo hadden verlaten en ook al een duik in de rivier (Piriapolis ligt nog net voor het punt waar de Rio de la Plata verandert in de Atlamtische Oceaan) hadden genomen, vervoegden wij ons bij de rest van de mensen in de Mosqui-bar. Hier werd ook het gelegenheidstrio gevormd van Sebi op gitaar en Pertila en ik op stem en, waar voor handen, allerhande voorwerpen die dienst konden doen als percussie. Ons repertoire van liedjes die we steeds zo ongeveer voor de helft kenden (en wij waren derhalve genoodzaakt waren de andere helft er ter plaatse bij te verzinnen, iets dat prima gaat aangezien er nauwelijks Uruguayanen zijn die voldoende Engels beheersen om door te hebben dat je onzin loopt uit te kramen en ook nog eens de halve liedjes kennen die wij vol overtuiging zongen voor ona publiek).

Na de zoveelste roep om meer (autre, autre), wist Sebi dan ook niets beters dat het inzetten van Het Kleine Café aan de Haven, dat voor de gelegenheid („hoe heet deze tent hier?”) werd omgedoopt tot ‘daar in de Mosquito-bar op de camping.’

El Café – vr 2 jan. 2009

Op een Montevideaans terras met Perlita en Sebi

Sebi had me van te voren al gewaatschuwd en hij had gelijk. Het vinden van een lekker bakje koffie is in Uruguay niets minder dan een queeste.

In Uruguay heeft men de onhebbelijke gewoonte ´s ochtends een pot koffie te zetten en deze vervolgens in de koelkast te bewaren om deze koude koffie vervolgens, wanneer iemand zin heeft in koffie, over te schenken in een mok en op te warmen in de magnetron. Wat overigens verklaart waarom men in Uruguay standaard grote hoeveelheden melk en suiker in de koffie doet.

De Asado – do 1 jan. 2008

Asado

Wellicht is dit een goed moment om te vertellen dat ik doorgaans min of meer vegetariër ben, maar nu even niet.

Toen ik ruim anderhalf jaar geleden besloot vlees te mijden, had ik – mij is kennelijk een vooruitziende blik gegeven – een uitzonderingsclausule ingebouwd voor vakanties. In het buitenland geld voor mij het credo `when in Rome, do like the Romans do´. Of, in dit specifieke geval, de Uruguayanen. En wellicht is het dan ook een goed moment om uit te leggen dat Uruguayanen niets anders – en dan overdrijf ik werkelijkwaar slechts nauwelijks – eten dan vlees.

Dus had ik op de valreep van 2008 bij Roberto en Sergio al meer vlees op dan de rest van het voorbije jaar. En aangezien er van dat vlees nog een heleboel over was, werd daar de volgende middag, na een forse wandeling over de Rambla, ook nog gezamenlijk gelunchd. Uruguayanen gooien ´s avonds al hun vlees op de barbecue, en eten het vlees dat overblijft de middag daarop alsnog, maar dan koud. En, toegegeven, dat is ook koud best lekker.

Bienvenido Montevideo – wo 31 dec. 2008

Sebi en ik op een dakterras in Montevideo
Sebi en ik op een dakterras in Montevideo

Het vliegveld in Sao Paulo heeft een bar waar gerookt mag worden. In de rest van de luchthaven is roken strikt verboden. Helaas ging de bar pas om negen uur ´s ochtends open. Wat jammer was, aangezien wij toen al uren in transitmodus op het vliegveld vertoefden.

De ontvangst, enkele vlieguren later, in Montevideo was ongeveer net zo warm als het weer. Sergio, de vader van Sebi, stond samen met zijn vriendin Alicia klaar om ons mee te nemen naar zijn huis. Want, dat moet gezegd, hoe klein ze ook wonen en hoe onhandig het ook was, er was geen sprake van dat wij drieën niet in hun huis zouden verblijven.

De middag bezochten we Tia Dora en daarna de moeder van Sergio. Om vervolgens naar de kiosk van Sergio te gaan. Een kiosk die vooral dienst doet als ontmoetingsplek van vrienden en kennissen van Sergio en waar maar zelden iets verkocht wordt. Macro-economisch gezien is het voortbestaan van de kiosk volstrekt onmogelijk, maar wie maalt daar in een tijd van omkiepende banken nog om.

De jaarwisseling werd gevierd in de penthouse (heel klein huis, heel groot balkon) van Roberto en Sergio, waarbij voor de duidelijkheid even vermeld moet worden dat het hier een andere, jongere en dientengevolge ook veel knappere Sergio betreft dan de eerdergenoemde. Roberto en Sergio zijn samen een stelletje en dat is in Uruguay net ietsje bijzonderder dan in Nederland. Zo was dit niet alleen mijn eerste jaarwisseling buiten Nederland, maar ook meteen mijn eerste jaarwisseling bij twee homo´s thuis.

Homo Postremum – di 30 dec. 2008

paspoortstempel

De vakantie kon niet slechter beginnen. Nog voordat ik de deur van mijn huis voor de komende drie weken achter me had dichtgetrokken, hing ik al kotsend over de wasbak.

De nacht voor mijn vertrek had ik goeddeels doorgebracht met het schrijven van verlate blogjes en grote hoeveelheden koffie. Aangezien de vliegreis naar Montevideo een klein etmaal in beslag zou nemen, leek het me een goed idee om een flink slaaptekort op te bouwen. Het wat onbestemde gevoel in mijn maag dat ik tegen de ochtend begon te voelen, was dan ook eerder het gevolg van de koffie dan van iets anders, dacht ik toen ik op het laatste moment nog een tandenborstel door mijn mond heen haalde. De daaropvolgende braaksessie wees me hardhandig op het ongelijk van deze veronderstelling.

Erger nog dan het bewijs dat ook ik niet onfeilbaar ben, was de misselijkheid er ook oorzaak van dat ik niet meer op tijd zou kunnen zijn voor de trein naar Roosendaal (ik moest mij immers ontdoen van het zojuist volgespuwde t-shirt om mijn medereizigers niet vanaf het allereerste moment van mij vervreemden), waar ik Sebi en Perlita zou ontmoeten om samen door te reizen naar vliegveld Zaventem bij Brussel. Aldus belde ik moeder met de vraag of zij mij wellicht per automobiel naar Roosendaal zou willen brengen. Helaas bleek ook zij net haar hele maaginhoud het riool in geholpen te hebben. Ofwel was de pompoensoep van twee dagen her de oorzaak van onze simultane overgave, dan wel een toevallig samenvallen van twee buikgriepvirusjes. Hoe dan ook, de enige wijze om op tijd in Roosendaal te geraken, was het laten komen van een taxi.

Dat ik de taxi beter niet had kunnen nemen, bleek natuurlijk pas toen ik al halverwege Roosendaal was. De internationale trein waar Sebi en Perlita mee zouden arriveren, was geannuleerd en het zelfde gold voor de daaropvolgende internationale treinen. Wie naar België wilde, kwam niet verder dan Essen, het eerste plaatsje over de Belgisch-Nederlandse grens.

Het was uiteindelijk Jean-Paul, een in Roosendaal wonende oom van Sebi, die ons met zijn auto naar Zaventem bracht. En waar we, dankzij de vertraagde vlucht naar Frankfurt, nog ruim voldoende tijd hadden om iets te eten. Sebi en Perlita althans. Ik voelde me nog steeds wat lafjes en at maar liever niets.