
In het kader van de grote ergernissen des levens vandaag het verhaal over de rij voor de pinautomaat.
Rijen zijn ergerniswekkend. Vooral rijen die niet opschieten. Rijen bij de pinautomaat zijn het meest ergerlijk. Die schieten namelijk nooit op.
Mensen zijn niet in staat snel te pinnen. Sterker nog, het lijkt erop dat sommige mensen er een bewuste sport van maken er zo lang mogelijk over te doen om geld uit de automaat te trekken. Treuzelaars zijn het, hinderlijke obstakels in de voortgang van het leven.
Eerst toetsen ze twee keer de verkeerde pincode in. Vervolgens moeten ze eerst hun saldo checken en pas dan kiezen ze het te pinnen bedrag. Bij voorkeur in vooraf zelf te bepalen coupures. Alles om maar op zoveel mogelijk knopjes in te kunnen drukken. En uiteraard moeten ze ook altijd een bonnetje hebben. Ergerniswekkend.
Pinnen kan binnen zestien seconden. Langer hoeft het niet te duren. Behalve dan bij de Postbank. Dit heeft het ooit gepresteerd om pinautomaten aan te schaffen die de pas dermate langzaam inslikken en uitspugen dat je ondertussen best even een sjekkie kunt draaien en je wekelijkse boodschappen kunt doen. Typisch iets voor een voormalig overheidsbedrijf.








