Schoolreisje – do 11 mei 2006

De gemeenteraad had een schoolreisje. Langs het Huis der Kunsten, Electron, de Tripple O-campus en de nieuwe game-academy NHTV. Het was een schoolreisje Onderwijs, Cultuur en Economie. Wat die drie dingen met elkaar te maken hebben? Kijk, dat is nu modern besturen.

De oude bestuurder wil goede wegen en verbindingen en goedkope bedrijventerreinen om daarmee zoveel mogelijk werkgelegenheid naar de stad te trekken. De moderne bestuurder wil daarnaast ook een dikke glasvezelkabel naar de stad, een eredivisieclub, een filiaal van Holland Casino en een prettig uitgaansklimaat. De postmoderne bestuurder tot slot, wil daarbij ook nog een weelderig cultureel klimaat. Creativiteit als nieuwe vestigingsfactor voor grote Amerikaanse ondernemingen. Het moet niet gekker worden.

Gevolg van deze nieuwe economische benadering was dat de voormalig wethouder van cultuur, André Adank, het ene jaar nog breeduit in de krant zijn natte dromen over het Montmartre aan de Mark liet uitmeten, om een jaar later de Belcrum weer te vergelijken met SoHo, verwijzend naar New York. Lang leven de grootheidswaanzin.

Het is een interessante gedachte om te bekijken wat een rijp cultureel klimaat economisch voor de stad kan betekenen. Maar de vergelijking gaat mank. Met economische aantrekkingskracht als uitgangspunt, zal het cultureel klimaat in Breda niet verbeteren. Pas als cultuur en creativiteit beschouwd wordt als eigenstandige waarde, kan de stad uitgroeien tot een aansprekend cultureel centrum voor de regio. Elk economisch gewin dat daaruit voortvloeit is mooi meegenomen, maar mag nooit uitgangspunt zijn.

The Nature of Blogging – di 9 mei 2006

Vandaag gaf de Eerste Kamerfractie van GroenLinks een persverklaring uit. De omstreden Senator Sam Pormes is terug opgenomen in de fractie. In het najaar zal hij alsnog afstand doen van zijn zetel, om ‘de campagne niet te belasten met zijn persoon’. Ik heb waardering voor die beslissing.

Er is een hoop te doen geweest rond de zaak Sam Pormes. Een deel van de discussie speelde zich af op dit weblog (zie blogs za 17 dec. 2005, za 1 apr. 2006, zo 2 apr. 2006 en nogmaals zo 2 apr. 2006). De hele kwestie begon met diverse publicaties in HP/DeTijd over het vermeende terroristische verleden van Pormes. Daarop volgde een intern onderzoek van het GroenLinks-bestuur, met als conclusie dat Pormes nooit volledig open is geweest over zijn verleden. Daarop zette het partijbestuur de senator uit de partij. Een beslissing die later weer is teruggedraaid door de partijraad.

Die beslissing was reden voor partijvoorzitter Herman Meijer om af te treden. Voor mij was het aanleiding voor enkele felle stukjes op mijn weblog. Hoewel ik de inhoud van die stukjes ook nu nog onderschrijf, is het de vraag hoe verstandig het, als bestuurslid, is geweest om dat middels een blog te publiceren. Anderzijds wil ik als politicus altijd open zijn. Dat betekent ook dat je soms je frustraties deelt met anderen.

De zaak Pormes is nu afgerond en daarbij zijn onderweg brokken gemaakt. De discussie of diverse organen binnen de partij goede of juist verkeerde beslissingen hebben genomen, is daarmee niet meer relevant. De zaken zijn zoals ze zijn. Aan alle partijen de taak om vanuit die nieuwe werkelijkheid weer de schouders onder de toekomst van GroenLinks te zetten.

Gemist – ma 8 mei 2006

Hij is terug. En ik heb ‘m gemist. Ik heb het een maand lang met een ander geprobeerd en in het begin was dat eigenlijk best spannend. Hij was best aardig, zag er goed uit, grappig en ook best intelligent, maar ik heb ‘m uiteindelijk maar de deur gewezen. No hard feelings, maar onze karakters verschilden gewoon te veel.

Tot zover mijn proefabonnement op de nrc.next. Inmiddels ben ik weer terug bij mijn eigen lijfkrant, het grote NRC. De krant waar ik nooit tijd voor heb, als ie ‘s avonds rond 17.00 uur klepperend in de brievenbus om aandacht vraagt. De krant die altijd veel te veel wil vertellen. De krant die denkt dat ‘ie alles beter weet en daar tot mijn grote ergernis vaak nog gelijk in heeft ook. De krant die te log, te sloom en te plechtstatig is. Maar wel mijn krant. En ik schaam me ervoor dat ik ‘m voor een maandje de deur uit had gezet. Maar we zijn weer bijelkaar. En na een avondje met z’n tweeën op de bank, is alles snel vergeven.

Ik zie nu al op tegen het weekeinde.

De Stilte – zo 7 mei 2006

Danstheater De Stilte had de raadsleden uitgenodigd voor de première van hun nieuwe voorstelling ‘Ongetemd Wild’. Ik ben er met veel plezier naar toe gegaan.

Jack Timmermans is artistiek leider van dansgezelschap De Stilte. Het is een bevlogen man die altijd 100% geeft voor zijn dansers en voor zijn voorstellingen. Zijn enthousiasme werkt aanstekelijk voor iedereen die werkt voor De Stilte. En dat is nodig, omdat door jarenlange gebrekkige subsidie van de gemeente Breda, het dansgezelschap steeds op de tenen moest lopen om het hoofd boven water te houden.

De Stilte is één van het slechts handje vol jeugdgezelschappen dat Nederland rijk is. De Stilte heeft ook een uitzonderlijke kwaliteit. Timmermans hoeft zijn voorstellingen niet op te leuken, om zijn publiek er bij te betrekken. De dans, de beweging, de expressie, zij zijn genoeg om zijn kijkertjes te boeien. En niet alleen de jeugd, ook de volwassenen die in grote getalen aanwezig waren bij de première, waren lovend en enthousiast. Misschien dat ze daar nog eens aan willen denken, als de subsidie aan De Stilte weer aan de orde komt.

Über-Dwars – za 6 mei 2006

Dwars, de onevenaarbare jongerenorganisatie van GroenLinks, had een ledendag. En aangezien ik mijn Dwarse makkers al weer een tijdje niet gezien had, trok ik richting Utrecht.

Eigenlijk ben ik een beetje een raar gegeven binnen Dwars (zie o.a. blog zo 12 dec. 2004). Binnen de langzaam steeds minder rebelse jongerenorganisatie ken ik twee actieve perioden: één toen ik zo rond de zestien was en een tweede periode die ergens drie jaar geleden ongeveer begon. Ik ben dus eigenlijk bezig met een tweede jeugd. Een klein jaar geleden omschreef ik dat voor een klein publiek van Dwarsers als volgt: het was naar aanleiding van een setje oude notulen die ik vond, en die ik op deze wijze aan de vergetelheid wil doen onttrekken.

Veel mensen kijken me met ongeloof aan als ik het heb over de illustere dagen in de donkere en slecht gearchiveerde historie van Dwars, groenlinkse jongerenorganisatie. Het Dwars van Pargo, Dodo en Antifa in plaats van CO, JF en locatiediscussie. Het Dwars waar Antifa het jaarlijkse drukwerkbudget met een factor twee overschreed met het pamflet ‘lekker op vakantie geweest?’ en het Dwars van milieuwerkgroep Dodo die zelf net zo uitgestorven was als de naamgever.

En natuurlijk het Dwars van pargo, de gematigde politieke denkers van het Dwarse firmament. Gematigd, want we wilden de monarchie niet direct afschaffen Trix mocht haar termijn afmaken. Alex mocht zelfs in de Raad van State blijven zitten. Verder zou de monarchie geprivatiseerd moeten worden en zou het staadshoofd vervangen moeten worden door een ‘koningin van dienst’, ofwel de ‘minister van visitekaartjes’. De gekozen formateur was voor ons nog onbespreekbaar. Het waren de vrolijke tijden van Paars I.

Maar opa’s verhalen maken weinig indruk. Men vraagt zich stilletjes af of het allemaal geen verzinsels zijn van een langzaam dementerend Dwars-lid, die ‘De Spin’ nog kent als een levendig ledenblad en de ‘(voorheen) Rampspoed’ als een onofficiëel en zeker onafhankelijk periodiek. Langzaam begon ik zelfs aan mezelf te twijfelen. Temeer omdat ik mijn archief van DeSpinnen al jaren geleden jammerlijk aan het oud papier gedoneerd heb.

Bedenk je dus mijn blijdschap toen ik gisterenmiddag oude Pargo-notulen tegenkwam. Zie je wel, het was toch geen speling van mijn fantasie, we bestonden echt. En die roemruchte vergadering op het Zandvoortse strand heeft ook ècht plaatsgevonden. Ik wil jullie de hilarische notulen van deze vergadering, op 27 mei 1995, gisteren precies tien jaar geleden, dan ook niet onthouden.

Met weemoedige groet,
Selçuk

Het op-het-meetingpoint-verzamelen-om-de-trein-van-2-over-te-nemen verliep niet helemaal zonder hobbeltjes, iets wat Rikje, als ze echt om half 12 op station Zandvoort was geweest ongetwijfeld had kunnen horen, ware het niet dat zij de meeste van ons al langer kende dan Hemelvaarstdag. Het aantal mensen dat er was groeide wel, met een kleine daling toen Sander kwam en weer weg ging, maar niet zo snel. Harald was zelfs zo langzaam dat hij al wist dat hij er pas om 5 voor half kon zijn.

In de trein naar Zandvoort van 11.32, waar we elkaar wel konden verstaan omdat de Ajaxfans alleen zachtjes zongen, was ons gezeur niet van de lucht. Wel òver de lucht, want die was dus grijs, en grijs is een kleur die hoort bij vierdelige partijen en driedelige nette pakken, niet bij een dagje strand. Gelukkig was God, van wie we trouwens nog steeds niet weten wat ie nou precies met loonarbeid te maken heeft, ons welgezin. Hij liet het weer opklaren naarmate we onze eindbestemming naderde, en stelde ons voor een nieuw vraagstuk: namelijk ‘wat hebben flippo’s met socialisme te maken?’. De flippo’s waren bij gebrek aan kroonkurken onderdeel van het vermaarde Pargo- non- competetieve- spelletje, maar dat socialisme bleek het grootste deel van de tijd op een plek waar Pargo niet was. Wat is dan het verband?

Maandverband? (Wisten jullie trouwens al dat Pargo twee vleugels had, een konservatieve (oa Taco, Rikje) en een progressieve (oa Dirk Willem, Franka) ? Jaja, ook Pargo gaat met de tijd mee!) De rol van de vrouw kwam in ieder geval wel ter sprake, met de rails opzij vergiste Selcuk zich er even in over welke positie een vrouw de pol nou eigenlijk in het ziekenfonds pakket had gelaten, de vrouw als borst of de vrouw als sorgdrager.

De trein kwam terecht in Zandvoort, waar we dus maar uitstapten, en waar we Rikje tegen op het station, iets wat je gezien de tijd bijna toevallig zou kunnen noemen.

Toen gingen we naar het strand, echt naar het strand. Voor veel mensen was het inderdaad vooral het strand, omdat ze bij het inpakken gezien het weer er beter aan dachten te doen hun zwemkleding niet aan de Zandvoortse zon bloot te stellen. Spijt is, lekker puh, altijd achteraf.

Maar zelfs Franka, die haar zwempak bij zich had, met het idee dat dingen best mogen gebeuren als ze maar niet over haar rug gebeuren, gedacht iets niet nodig te hebben; zonnebrandolie. Een vergissing, bleek later, toen ze half op haar rug krabbelend een verslagje van het dagje aan het krabbelen was. After sun crème kan nu haar rug op.

Maar goed, terug naar Zandvoort. We gingen ergens zitten, gingen een liedje zingen omdat we jarig waren en vergaderen in de bloedhete zon. Een vergadering en reserve, want die werd afgesloten met een sociorondje. Omdat bloed stroomt waar het niet gaan kan, en water die eigenschap ook heeft (of klopt dat niet Rikje?) wilden we ook dolgraag een keer evalueren. Want waarom die Limburgers en Gelderlanders wel altijd en wij niet?

Toe we dat zat waren vertrok een delegatie richting IJmuiden en kon een wetenschappelijk team bestaande uit Harald, en Rikje zich bezig houden met het voortbewegen van ronde schijven door de lucht. Bij terugkomst van de delegatie had heel Pargo rare associaties bij Jomanda, leden we aan leden van het koninklijk huis en als klap op de vuurpijl leerde Dirk Willem zichzelf kennen.

Terwijl de meesten hun grieven kwijt wilden gingen Misja, Rikje en Franka nog even hun gangetje. Tijdens het lopen van de wandelaars bracht een klein Duits peutertje bezoek aan de frisbee- en gangmakers. Ook zij kon lopen, iets wat zij dan ook gretig deed over ons architectonische wonder. Omdat we, waas van herdenkingen dat gedoe van die jongeren en die Duitsers wel zat waren, besloten we dat dit te wijten was aan het feit dat het om een peutertje ging, en dat het feit dat ze Duits sprak alleen maar toevallig was. Dat meenden we, hoor!

Toen ons gezelschap weer compleet was hadden we Zandvoort en onze horloges gezien, en besloten we maar eens richting Haarlem te gaan om te eten. Selcuk reed door naar Amsterdam om spin dingen uit te tiepen.

Haarlem is een grote stad, en om een restaurant te vinden was niet moeilijk. Zo konden we bijvoorbeeld naar een restaurant waar je de sfeer ook mee kunt nemen, erg handig toch? Wij kozen echter voor een mexicaan waar de dagschotel van het happy hour ook veganistisch kon. Een prima keuze, al had Dirk Willem het al snel gezien. Toen alle mensen uitgegeten waren en Rikje ook genoeg had wilden we niet betalen. We deden het natuurlijk wel, en het bracht bijzonder weinig problemen met zich mee. Zelf over de fooi waren we het snel eens, iedereen een piek, dus Taco werd nergens de dupe van. We wilden wel graag kaarten, maar dat is zo aso he, in een restaurant, dus zetten we koers richting een terras, op een plein met veel perspectief. Pesten is wel een spelletje, wat we dus ook deden. Regendruppels maakten dat we in een kringetje rond een parasol gingen zitten, waar een man die meer op had dan wij nog een houten ober mee uitvroeg. Jaja, erg interessant.

En toen gingen we naar huis, voor de kou en herhaling vatbaar.

Bevrijding – vr 5 mei 2006

„Vrolijke Frans die als homo en halve Turk alles mee heeft. Elke week ook een nieuw kapsel. Welbespraakt Libertijn.” Het was tijd om mijn imago hoog te houden.

Eigenlijk wilde ik nog anderhalve maandje wachten, voordat de tondeuse er weer inging. Maar het bloed kroop waar het niet gaan kon. En mijn kapsel was de afgelopen weken ook wel héél regeringsfähig geworden. Tijd dus voor de herïntroductie van de Mohawk, één van mijn favorieten onder de haardrachten.

Het was mijn bijdrage aan bevrijdingsdag. Dat, en de deelname aan een politiek bevrijdingsdebat. Maar op dat laatste zaten de terrasgangers op het Kerkplein eigenlijk niet zo te wachten. De zon scheen, het bier was koud en later die middag stond er op hetzelfde podium een aantal bandjes geprogrammeerd. Met dank aan de eerste Poolse pantserdivisie.

Dodenherdenking – do 4 mei 2006

De dodenherdenking in de stad Breda vindt jaarlijks plaats bij het oorlogsmonument ‘De Vlucht’ in het stadspark Valkenberg. Elk jaar ben ik daar bij, de laatste jaren mede om namens GroenLinks een bloemstuk te leggen.

Het monument ‘De Vlucht’ herinnert aan de evacuatie van de inwoners van Breda op 12 mei 1940. Breda dreigde de plaats te worden van een confrontatie tussen Nederlandse, Franse en Duitse troepen. Tienduizenden vluchtten naar het zuiden, naar België. Voor zover bekend overleefden 114 Bredanaars die verplichtte evacuatie niet.

Het was helaas nog maar een kleine voorbode van de vele gruwelen die de Tweede Wereldoorlog nog in petto zou hebben. Soldaten aan beide zijden (25 miljoen), burgerslachtoffers (37 miljoen) en de structurele vernietiging van joden, verzetsstrijders, politieke tegenstanders, homoseksuelen, gehandicapten (12 miljoen), allen verloren hun leven in het grootste en meest ingrijpende conflict in de geschiedenis. ‘Dat nooit weer’, denken we gezamenlijk tijdens de herdenking. Desondanks: Vietnam, San Salvador, Sri Lanka, Ruanda, Sebrenica, Afghanistan, Iraq, Darfur… Het rijtje is eindeloos.

Agenda – wo 3 mei 2006

Het was een mooie, zonnige dag. Gelukkig had ik veel afspraken, zodat ik op de fiets nog een beetje kon genieten.

07:00 Douche, ontbijt en krant.

08:00 Strijken en wasmachine draaien om achterstallige was weg te werken.

09:00 Naar fractie voor archiefwerkzaamheden, postlijst en koffie.

10:00 Bijpraten met fractiegenoten Piet Hein en Sietzke.

12:00 Bekijken van Artikel 19-procedures.

13:00 Nogmaals naar de griffie voor vragen omtrent rekening- en audit-werkgroep

14:00 Naar Sebastiaan voor bekijken van de vorderingen voor de nieuwe GL-site. Lange sessie.

17:00 Gesprek Wethouder Wilbert Willems over actuele politieke zaken. Heb tevens zijn nieuwe digitale speeltje mogen bewonderen. Een HP Ipaq.

19:00 Thuis om snel wat te eten.

20:30 In slaap gevallen.

21:00 Weer wakker geworden en snel naar afspraak gefietst.

21:33 Iets te laat bij Zeezicht voor gesprek met Leo over de organisatie van een festivalletje.

23:00 Inmiddels al lang niet meer serieus met Leo over een festivalletje aan het praten.

01:00 Naar Dok 19 om zogenaamd serieus met Marcel te praten over een festivalletje.

03:00 Naar Panache voor een frietje tartaarsaus.

04:00 Eindelijk op bed.

Nachtmerrie – di 2 mei 2006

Het klinkt misschien belachelijk, maar de laatste weken heb ik een vervelende, terugkerende droom. Een droom waaruit ik in lichte staat van paniek wakker wordt. Het onderwerp van die droom: ik heb een crisis veroorzaakt in de coalitie. Henk Snier is woedend.

Als ik de kersverse wethouder Snier zou vertellen dat ik over hem droom, zou hij dat ongetwijfeld als een compliment opvatten. In ieder geval tot het moment waarop ik het onderwerp van die droom ga uitleggen. Hoewel ik niet erg thuis ben in het toewijzen van betekenissen aan dromen, is me één ding volledig duidelijk. Ik moet nog wennen aan het feit dat GroenLinks sinds kort college-partij is geworden.

Een andere conclusie kan ik ook wel trekken: de afgelopen weken heb ik iets te veel politiek aan mijn hoofd gehad. Het kan niet gezond zijn dat je ‘s nachts ook nog eens over je werk gaat dromen. Zeker wanneer in die droom alles fout gaat. Freud zou het een feest vinden om deze droom te analyseren, alhoewel ik denk dat hij in die analyse ongetwijfeld ergens ook een heimelijke verliefdheid op mijn moeder zou verwerken.

De droom speelt zich af in de raadzaal. GroenLinks heeft zojuist een motie ingediend, of een standpunt ingenomen of iets in die geest. De details daaromtrent zijn enigszins vaag. En hoewel ik me in deze droom van geen kwaad bewust ben, roept de GroenLinks-fractie zich met die opmerkingen de toorn van de gehele coalitie over zich af, met name die van de PvdA. In de rookruimte schreeuwen wethouder Snier en fractievoorzitter Haarhuis om het hardst. Waar ik in vredesnaam denk mee bezig te zijn. Ik krijg de kans niet om het uit te leggen. Het vertrouwen is voorgoed beschadigd en ik voel me als voor de leeuwen geworpen.

Ongeveer op dat moment wordt ik beduusd wakker en begint langzaam het besef door te schemeren dat het allemaal een boze droom was. Verontrustend, maar eigenlijk ook wel weer grappig. Als kind gingen mijn nachtmerries altijd over brand, of naar beneden storten of andere gevaren met een onontkoombare dood tot gevolg. Nu gaan ze over de politiek. Waarbij ik mezelf de enigszins existentialistische vraag moet stellen of de politiek de afgelopen weken niet iets te veel mijn leven heeft bepaald.

Dag van de Arbeid – ma 1 mei 2006

Oké, toegegeven, ik heb wel iets met oude strijdliederen en rode vlaggen. Onder de voorwaarde dat ze op oude langspeelplaten of vergeelde foto’s staan. Als politiek uitgangspunt heb ik niet zo veel met het socialisme op. Dat komt voornamelijk omdat het socialistische ideaal zichzelf sinds Mao eigenlijk nooit meer heeft weten te moderniseren. En met dogma’s uit de jaren ‘70 is het lastig politiek bedrijven.

Toen ons strijdliederenkoor gevraagd werd om in het kader van de Dag van de Arbied op de grote markt een optreden te verzorgen, verbaasde me het dan ook niet dat er slechts een handjevol mensen kwamen luisteren. De Dag van de Arbeid leeft niet in Nederland. Verdrukt tussen Koninginnedag en Bevrijdingsdag.

Het socialisme heb ik, na een kortstondige omarming ergens rond mijn zestiende, weliswaar afgezworen, mijn linkse idealen zijn er niet minder om geworden. De welvaart in de wereld is oneerlijk verdeelt, volken en bevolkingsgroepen worden nog dagelijks onderdrukt en de wereld zit nog vol brandhaarden. Het zijn dingen waar ik nog steeds kwaad en verdrietig om wordt. In mijn dagelijkse politieke praktijk probeer ik daar iets tegen te doen. Als dat lukt is een eerlijkere wereld een klein stapje dichterbij. Maar met dat kleine stapje bereik ik meer dan met het prediken van welke revolutie dan ook. En het gaat er ten slotte om dat je in de politiek het leven van mensen voelbaar beter en eerlijker maakt.

Bij het zingen van oude strijdliederen als Bella Ciao of Bandiera Rossa voel ik de romantiek van voorbije generaties die op hun manier streden voor een betere wereld. En hoewel de ideeën uit de tijd waarin de arbeiders op 1 mei met rode vlaggen door de straten pareerden achterhaald zijn, hebben we één ding met elkaar gemeen. Simpele idealen die je op de achterkant van een bierviltje kunt schrijven: vrijheid, solidariteit en rechtvaardigheid. In die zin ben ik een erfgenaam van de idealen van het socialisme. En hoe je het ook wend of keert, die oude strijdliederen zingen geweldig.