Beeldvorming (2) – di 7 juni 2005

Gemeentepolitiek is in het gunstigste geval een parttime baan. De rest maakt het zich er met nog minder uren in de week vanaf. Sinds ik daarnaast ook lid ben van het algemeen bestuur van GroenLinks, is de tijd die ik aan de politiek besteed, aanzienlijk toegenomen. Deels komt dat omdat ik zo moeilijk nee kan zeggen.

Wanneer mensen mij persoonlijk vragen iets te doen, zeg ik bijna automatisch ja. Zeker toen Dwars, de jongerenorganisatie van GroenLinks, mij vroeg of ik in de kandidatencommissie voor de jongerenfractie wilde gaan zitten. Zo’n plek in de kandidatencommissie zet je niet op je CV, je bouwt er ook geen carrière mee en je aanzien neemt er ook niet mee toe. Toch is het een eervolle en belangrijke taak en dus antwoord ik ‘ja’.

De kater komt later, want het kost alles bij elkaar toch nogal wat tijd. Dat merkte ik deze middag, toen we maar liefst vijf kandidaten op ‘sollicitatiegesprek’ hadden. Arend, Roel en ik waren eerder al bij elkaar gekomen om af te spreken hoe we die sollicitatiegesprekken zouden voeren. Uiteindelijk leek een uur per kandidaat ons voldoende om een goed beeld te vormen. Het bleek uiteindelijk nog bijna tekort.

Als kandidatencommissie moet je streng en kritisch zijn. Je wilt immers de beste kandidaten voor de beschikbare posten. Maar je wilt ook aardig zijn tegenover elke persoon. Soms is dat lastig. We hebben het de kandidaten dan ook niet makkelijk gemaakt. Het was wel grappig om te merken dat we al heel snel onze eigen rol vonden. De ene gaat een kritische discussie aan, terwijl de andere de verdiepende vragen stelt. Mooi, als drie mensen die nog nooit hebben samengewerkt zo’n aanvullend team vormen. Zonder arrogant te willen klinken, ik vind ons best een goed team.

Grappig. Over een tijdje moet ik zelf weer voor een kandidatencommissie verschijnen. Het gaat dan om de gemeenteraadsverkiezingen, waarvoor ik me als lijsttrekker beschikbaar heb gesteld. En je weet nooit wat voor team je dan zelf tegenover je zult treffen. Op sollicitaties kun je je nooit helemaal goed voorbereiden.

Beeldvorming – ma 6 juni 2005

Na een volle werkdag in Hilversum reisde ik af naar Utrecht voor een vergadering van het partijbestuur. Het raadslid was vandaag out-of-town, zullen we maar zeggen. De bijeenkomst ging over beeldvorming. Met de gemeenteraadsverkiezingen in het vooruitzicht, spitste ik mijn oren

Op zich hoeft GroenLinks helemaal niet zo ontevreden te zijn over het imago, alhoewel dat elitaire stempel er onderhand wel af mag. De presentatie mag echter beter en, zoals elke partij en elk bedrijf dat tegenwoordig professioneel aanpakt, doen wij dat ook.

Nee, dat betekent niet dat we een peperduur reclamebureau gaan inhuren voor onze campagnes. Dat werkt namelijk niet. Wat we wel gaan doen is veel meer over presentatie en stijl nadenken. Want als de boodschap goed is, wil je haar ook goed verpakken.

Met de gemeenteraadsverkiezingen in het vooruitzicht, de eerste grote afrekening van het kabinet Balkenende, beginnen sommigen al een beetje ongedurig te worden. Want verkiezingen zijn niet alleen spannend, de campagnetijd daaraan voorafgaand is vooral ook erg leuk. Je ziet nu al de eerste tekenen: coalitiepartijen die af en toe schuiven, oppositiepartijen die net wat feller zijn en partijleden die weer wat actiever worden. Het wordt een rustige zomer, maar daarna waarschijnlijk weer een hete herfst.

Stijfburgerlijk – zo 5 juni 2005

Het is mij een raadsel waarom de Belgische minister van Buitenlandse Zaken Karel de Gucht niet mag zeggen dat Balkenende stijfburgerlijk is. Stijfburgerlijk en een Harry Potterfiguur. Er wordt altijd beweerd dat politici niets anders doen dan liegen. Nu zegt er eens één de waarheid, is het weer niet goed

Toegegeven, het is niet handig om dit soort uitlatingen te doen over je collega over de grens. Maar de opmerking dat Balkenende een stijf burgermannetje is, kun je moeilijk een belediging noemen. Balkenende is nu eenmaal een burgermannetje. Als het kon, had ‘ie waarschijnlijk 2.1 kinderen.

Het is misschien flauw om drie jaar naar dato nog steeds te mekkeren over het volstrekte gebrek aan stijl en allure van onze premier. Maar hij maakt het er dan ook zelf naar. Weinig politici kunnen zo consequent de verkeerde dingen op het verkeerde moment zeggen. Zoals de opmerking ‘ik sta in Europa in m’n hemd als de grondwet niet wordt aangenomen’. Het is voor enkele van mijn vrienden de reden geweest om toch maar ’tegen’ te stemmen bij het referendum. Dat wilden ze wel eens zien.

Het is wel een slimme zet van de regering om van deze zaak een rel te maken. Want dat leidt de aandacht af van waar het werkelijk om gaat. Dat dit kabinet de ene blunder na de andere gemaakt heeft in de voorlichting over de Europese ‘grondwet’. Zelfs Hans Wiegel heeft dat dit weekeinde ruiterlijk toegegeven. En overigens vindt ook hij Balkenende een stijfburgerlijk mannetje. Alleen durfde hij het weer niet te zeggen. Dan zou hij immers ook op zijn kop krijgen van Den Haag, liet hij weten voor de camera van het NOS-journaal. Typische vent, die Wiegel. Wel rechts, niet stijfburgerlijk.

Bont en Blauw – vr 3 juni 2005

Het is zaterdag eind van de ochtend als ik uit het bed klauter. Alles doet zeer. Elke stap die ik verzet kost energie. Eén onbehoedzame beweging en een pijnscheut trekt door mijn hele lijf. Elk spiertje, maar dan ook elk spiertje, trekt aandacht. En hoe later het werd, hoe erger.

Het was geen kater, waar op zich, gezien de overmatige alcoholconsumptie van de avond ervoor, alle reden voor was, maar het rugby-toernooi van de vorige middag. Ik wist helemaal niet dat je op rugby zat”, zul je denken. Dat klopt ook, en wellicht was het beter geweest als ik me niet had laten overhalen mee te doen aan een amateur-toernooi.

Joost, één van de leden van de Jongerenfractie van Dwars, de groenlinkse jongerenorganisatie, zit wel op rugby. En aangezien zijn club jaarlijks een toernooi voor amateurs organiseert, kwam hij op het idee om met een team van Dwars aan dit toernooi mee te doen. En aangezien ik ooit had beloofd dat ik best mee wilde doen als hij zonder mij niet aan genoeg mensen kon komen en dat laatste inderdaad het geval bleek te zijn, mocht ik vrijdagmiddag met de geleende voetbalschoenen van mijn broer en een nieuw gekochte sportbroek op de velden van het Eindhovense studentenrugbyteam ‘The Elephants’ verschijnen.

Er zijn, zo heb ik ontdekt, twee manieren om rugby te spelen. De eerste is op snelheid en wendbaarheid en vereist een behoorlijke conditie, iets wat ik niet heb. De tweede manier is simpelweg: de beuk erin. Maar ook een portie gezond beukvermogen zit er bij mij, met m’n schamele 69 kilo, niet in. Derhalve wilde het tackelen niet zo goed lukken. Het getackeld worden, daarentegen, ging des te beter. Volgens mij ben ik een aantal malen op spectaculaire wijze op mijn muil gegaan. Dat het een amateurtoernooi betrof, wilde namelijk, zo bleek, niet zeggen dat er geen ervaren rugby-spelers mee mochten doen. Slechts twee per team weliswaar, maar genoeg om je er een paar keer flink van langs te geven.

Rugby en politiek gaan duidelijk niet samen. Het Dwars-team leed de ene glorieuze nederlaag na de andere en met welgeteld nul gewonnen wedstrijden (en één discutabel gelijkspel) eindigden we op de zesde plaats: onderaan dus. Een ander team dat halverwege was uitgeschakeld, eindigde zelfs nog hoger.

Politiek en drank gaan echter wèl samen. Het tempo in de rugby-kantine, waar het bier standaard werd geserveerd in drie-liter-kannen, konden we beter bijhouden. En ook het stappen in Café de Schoen, waar speciaal voor de Rugbyers het bier voor één euro per vaasje over de bar ging, beviel uitstekend. Het was dan ook al licht voordat we bij Joost op de boerderij aankwamen om daar te pitten. Natuurlijk pas na nog een laatst biertje en een bord vers gebakken friet.

Men zegt, de kater komt later. Dat bleek voor het bier niet echt te kloppen. Maar wat het rugbyen betreft heeft de man met de hamer alsnog toegeslagen. Zelden, zo niet nooit, heb ik zoveel last van spierpijn gehad. Niet alleen het fietsen en lopen, zelfs het typen gaat niet geheel zonder pijn.

De Kadernota – do 2 juni 2005

De behandeling van de kadernota nam traditiegetrouw twee avonden in beslag. Want als er over het beleid van het komende jaar gepraat moet worden, is dat een gewichtige zaak, die foorgaans uitgedrukt wordt in de kilo’s papier die fracties nodig hebben om hun eerste reactie te geven.

De eerste termijn, zoals het officieel heet, wordt al jarenlang schriftelijk afgehandeld. De fractievoorzitters sturen hun bijdrage, die ze in een ver verleden altijd monotoon voorlazen in de vergadering, nu een dag van te voren op aan alle andere raadsleden. Tijdens de eerste vergadering krijgt elke fractievoorzitter dan nog kort de gelegenheid om te reageren (kort, voor de duidelijkheid, is in politieke termen nog altijd een dikke vijf minuten), waarna het college van burgemeester en wethouders de vragen kan beantwoorden. En aangezien alle vragen al een dag eerder op papier stonden, hebben de ambtsdragers aan de bestuurstafel hun antwoord al klaar.

Dan komt de tweede termijn. De fracties reageren dan op elkaar en dienen ze moties en amendementen in op de kadernota, over de dingen die ze graag nog veranderd willen zien. Dat was dus allemaal op dinsdag.

Op donderdag wordt door de raadsleden gereageerd op de beantwoording van het college, die voor de zekerheid ook op papier is gezet en rondgestuurd. Het college reageert dan ook op de ingediende moties. Meestal gaat dat als volgt: een motie van de coalitiefracties wordt overgenomen, een motie van de oppositiepartijen wordt afgewezen. Zo werd de motie van GroenLinks, mede ondertekend door SP, Breda ’97 en D’66, waarin stond dat het opknappen van de Ginnekenweg nu onderhand maar eens voorbereid moest gaan worden, ontraden. Hetzelfde gold voor een motie over een volwaardig jeugdhonk in de Haagse Beemden. Ook een gezamenlijke motie over het opknappen van de Dintelstraat in de wijk Westeinde van SP en GroenLinks, kon op weinig bijval rekenen, behalve dan dat de wethouder beloofde dat hij nog eens een keer zou gaan kijken.

Allemaal zinloos dus? Nee. Want onze motie over de Ginnekenweg haalde desondanks een meerderheid. En mede dankzij onze felle kritiek op het cultuurbeleid, werd ook op dat terrein een motie aangenomen, ook al was deze dan niet door ons ingediend (zie web-log wo 18 mei 2005). De inhoud van die motie was dat de raad nog maar eens over de bezuinigingen op cultuur moest gaan praten. Het benodigde geld is er echter niet, dus of die discussie ook zin zal hebben, is nog maar de vraag.

Twee redelijk lange avonden dus, met veel gepraat. Los van een enkel interruptiedebatje, houdt ieder normaal raadslid tijdens de kadernota-bespreking zijn mond. De kadernota, die is voor de fractievoorzitters.

Het referendum – wo 1 juni 2005

Dat was het dus. In Breda is 55% tegen, landelijk is het zelfs 63%. Met regelmaat haal ik de uitspraak ‘democratie is niet voor bange mensen’ aan. Desondanks baal ik behoorlijk van die uitslag, omdat ik er nog steeds van overtuigd ben dat een ‘ja’ voor de ‘grondwet’ beter was geweest. Voor ons en voor Europa. Kennelijk denken Frankrijk en Nederland daar inmiddels anders over.

Zoals het een democraat betaamd leg ik me bij die uitslag neer. Ik ga ‘m niet vertalen, zoals Jan Marijnissen doet, in een uitspraak van de Nederlandse burger voor de communistische heilstaat en ik ga ‘m ook niet, zoals Geert Wilders doet, vertalen als tegen verdere Europese samenleving. En ik ga ‘m al helemaal niet, zoals VVD-er Tom Manders ons wil doen laten geloven, vertalen als een stem voor oorlog en concentratiekampen. Dat de VVD heeft geprobeerd Auswitsch en Sebrenica te gebruiken als argumenten voor de grondwet vindt ik meer dan schandalig: het is een rattestreek.

Vandaag heb ik braaf in een stembureau gezeten om elke burger de mogelijkheid te geven zijn mening te laten horen over dit, nota bene door GroenLinks (Farah Karimi) geïnitiëerde referendum. Dat was een duidelijke stem tegen. Jammer, het zij zo. En hoe zeer ik de uitspraak ook betreur, er hoeft over anderhalf jaar geen nieuw referendum uitgeschreven te worden, om de grondwet alsnog aangenomen te krijgen. Het is een ‘nee’ geworden.

Hoe nu verder? Simpel: inventariseren wat mensen nu wel en niet willen van Europa, wat ze er van verwachten. Met iets nieuws komen, iets wat dichter ligt bij de wil van de mensen in Nederland en in Europa. Dat zal op korte termijn weinig opleveren. Ik ben er vreselijk bang voor dat we nog een aanzienlijke tijd zitten opgescheept met dit bureaucratische Europa waar niemand blij is is. Maar misschien kunnen we nu een beter Europa forceren. Dat wordt een ellenlang proces en de tegenstem heeft de procedure zeker niet bespoedigd. Maar alle hoop is nog niet verloren. Europees samenwerken is zinvol voor alle betrokken landen en alle Europese burgers. En zo’n samenwerking kan alleen maar met heldere regels die we met z’n allen vaststellen. Alleen de volgende keer noemen we het wat mij betreft geen ‘grondwet’ meer.

Overigens is het meer dan opvallend, dat in Breda, waar CDA en VVD op lokaal niveau geen enkele vorm van campagne hebben gevoerd, het aantal ja-stemmers zo’n 8 procent hoger lag dan landelijk. Misschien dat dat iets zegt over het vertrouwen dat mensen hebben in deze partijen.

De week van de Unie – di 31 mei 2005

Behalve het leren omgaan met een gestolen auto, het aan elkaar knopen van losse eindjes van Breda Barst en het politieke handwerk, stond de afgelopen week, meer dan de weken daaraan voorafgaand, in het teken van de Europese Grondwet. Niet dat ik daar tot dan toe nog helemaal niet mee bezig was geweest, maar op dit log is het onderwerp eigenlijk betreurenswaardig weinig aan bod geweest.

Oké, mijn auto was weliswaar gestolen, maar ook weer teruggevonden. In de tussentijd stond ‘ie wel een week in de garage en moest ik roeien met de riemen die ik had. Geen veiligheidsriemen, voor de duidelijkheid. En tussen de drukke bedrijven door probeerde ik ook nog zo goed en zo kwaad als het ging campagne te voeren voor de Europese-grondwet-die-geen-grondwet-is.

En gezien de actualiteit is het niet zinvol om te vertellen over de vooralsnog twee drukste dagen van het jaar (dinsdag en donderdag), waarop ik behalve een bijeenkomst van de Kandidatencommissie van Dwars, oppositieoverleg, een afspraak met Leo van Lieshout, een afspraak met Marcel van Dok19, het laten plakken van posters voor Breda Barst, het opnemen van een programma voor Radio 4 en het schrijven van een bijdrage voor de aanstaande kadernota en het voorbereiden van en aanwezig zijn op een raadsvergadering, ook nog een afspraak had bij mijn opticien en an passant nog wat brieven en persberichten de deur uit moest doen.

Voor de duidelijkheid: ik sta niet te juichen bij de tekst van de voorliggende Europese Grondwet. Maar ik ben er wel van overtuigd dat een stem voor, nog altijd beter is dan een stem tegen. Ondertussen erger ik me steeds meer aan de manier waarop zowel voor- als tegenstanders zitten te liegen om mensen in hun kamp te krijgen. Wanneer Balkenende zegt dat hij in zijn hemd staat wanneer Nederland ’tegen’ stemt, doet mij het ernstige vermoeden rijzen dat hij stiekem bezig is een nee-campagne te voeren. Wat dat betreft zou Balkenende, wanneer hij de Grondwet echt zo belangrijk vindt, er beter aan doen te beloven dat hij opstapt als Nederland voor de Grondwet stemt.

Behalve het plakken van posters ben ik als gematigd maar overtuigd voorstander van de Grondwet vooral op diverse mailinglijsten actief geweest. Hieronder één van die bijdragen.

Lieve Gabi,

Ik denk dat je angst voor het verdrag waarover wij straks mogen gaan stemmen, gebaseerd is op een angst tegen een Europese superstaat. En geloof me, als die angst in je achterhoofd zit, dan zul je bij het lezen van de tekst van het verdrag dit spook ook overal in terugzien. Maar ik denk dat je op de eerste plaats moet beseffen dat de gedachte achter de Europese Unie in principe slechts bestaat uit de wens die dingen samen te regelen waarbij individueel beleid van de verschillende landen 1) geen zin heeft, 2) inefficiënt is of 3) elkaar tegenwerkt. Om een veel gebruikt voorbeeld te geven: ecologische maatregelen binnen de grenzen van één land hebben geen zin. Dus wordt een aantal milieumaatregelen Europees geregeld. Niet vreemd, als je je bedenkt dat tweederde van de luchtvervuiling in Nederland overwaait uit andere landen. De wind kent geen grenzen. Dieren trouwens ook niet, vandaar de Europese habitatregeling. Hetzelfde geldt voor economisch beleid: los van de *richting* die Europa thans ingaat, de economiën van de diverse Europese landen zijn dusdanig aan elkaar gekoppeld dat unilateraal beleid op dit punt geen enkele zin heeft. Het zou de positie van alle landen samen uiteindelijk verzwakken.
Dat unilateraal buitenlands beleid weinig zin heeft, blijkt uit de hele Irak-oorlog. Stel dat de U op dat moment een gezamenlijk beleid had gehad (en het is te veronderstellen dat we dan als EU voor ingrijpen waren geweest), hadden we meer invloed gehad op de timing en manier van oorlog voeren. In die zin is gezamenlijk buitenlands beleid dus effectiever. En inderdaad, dat betekent ook dat je je soms als land zult moeten neerleggen bij een beslissing waar je het niet mee eens bent (overigens zonder noodzakelijkerwijs ook troepen te leveren, iets wat Nederland overigens sowieso wèèl gedaan heeft).

De EU, en dit staat ook in de grondwet, heeft niet de ambitie die zaken te regelen die een individueel land prima zelf kan regelen. Daar waar het gaat om drugsbeleid is Nederland vrij om haar eigen beleid te bepalen. Wel zijn we verplicht de eventuele grensoverschrijdende overlast die dat met zich meebrengt, aan te pakken. Op zich ook logisch: in Frankrijk heeft men democratisch (want verkiezingen) bepaald dat men daar geen ruimhartig softdrugsbeleid wil voeren. Dus zou het, vanuit dat democratische oogpunt (wat de doorsnee Dwarser toch moet kunnen onderschrijven) onwenselijk zijn dat wij ons relatief liberale (in de klassieke zin des woords) beleid op dat punt ook niet moeten willen exporteren naar landen die daar niet op zitten te wachten. Ik ben dus oopk helemaal niet bang dat het burgerinitiatief misbruikt gaat worden om binnenlandse aangelegenheden die een ander land niet welgevallig zijn, te beïnvloeden. De ‘grondwet’ hierover:

“De afbakening van de bevoegdheden van de Unie wordt beheerst door het beginsel van bevoegdheidstoedeling. De uitoefening van die bevoegdheden wordt beheerst door de beginselen van subsidiariteit en evenredigheid.” (art. I-11-1) In lid 3 vervolgt de tekst met “Krachtens het subsidiariteitsbeginsel treedt de Unie op de gebieden die niet onder haar exclusieve bevoegdheid vallen, slechts op indien en voorzover de doelstellingen van het overwogen optreden niet voldoende door de lidstaten op centraal, regionaal of lokaal niveau kunnen worden verwezenlijkt en derhalve vanwege de omvang of de gevolgen van het overwogen optreden beter door de Unie kunnen worden bereikt.”

Jouw angst over het verbieden van het homohuwelijk is onterecht. Zie hier artikel II-69 vanb de grondwet:
“Het recht te huwen en het recht een gezin te stichten worden gewaarborgd volgens de nationale wetten die de uitoefening van deze rechten beheersen.”

Veel Nederlanders kunnen niet tegen hun verlies wanneer het van Duitsland is. Veel Duitsers hebben geen gevoel voor humor (Rudi Carell is niet leuk), Fransen ruiken naar knoflook en zitten bezopen achter hun trekker en Italianen zijn allemaal crimineel. Belgen dom, Britten arrogant, Polen kruimeldieven, Oostenrijkers latente xenofoben enzovoorts enzovoorts. Niet voor niets is het motto van de Unie: eenheid in verscheidenheid.

Liefs,
Selç.

Inhaalslag – ma 23 mei 2005

Aangezien ik nogal wat tijd verloren had met de hele heisa rond mijn gestolen en later weer teruggevonden auto en met de computerproblemen van gisteren, was maandag een inhaaldag. Dat levert zelden spannende verhalen op.

E-mail beantwoorden, stukken schrijven, weblog bijwerken, bureau opruimen, stukken lezen, fractievergadering voorbereiden, koffie zetten, sjekkie rollen, koffie opdrinken, agenda updaten, stofzuigen, telefoontjes plegen, post behandelen, eerste reactie kadernota op papier zetten, GroenLinks-website bijhouden: het zijn zo van die klussen waar je weinig zinnigs over kunt zeggen. Laat ik dat dan ook maar niet proberen.

Gaga – zo 22 mei 2005

De dag begon met een radio-uitzending vij de lokale omroep. Een interview van een uur in het programma Gastvrij. ’s Middags ging ik aan de slag met de lay-out van het plaatselijke afdelingsblad van GroenLinks. Op een onbewaakt ogenblik heb ik toen per ongeluk het bestand nltdr.sys van mijn harde schijf gewist. Problemen gegarandeerd.

Hoewel ik doorgaans toch geen sukkel ben op de computer is het wissen van het bestand nltdr een behoorlijk imbeciele actie. Want hoewel de pc in eerste instantie gewoon blijft doorwerken, is het doem-scenario onafwendbaar. De eerstvolgende keer dat je de computer wil opstarten, hapert deze al na twee seconden.

Aangzien mijn C-schijf NTSF-geformatteerd is, heb ik weinig aan een ouderwetse boot-floppy met daarop MS-Dos. Vroeger kon je met behulp van zo’n opstartdiskette en een beetje verstand van MS-Dos nog een heel eind komen in het ‘repareren’ van je systeem. Maar met Windows XP behoort dit soort oplossingen duidelijk tot de verleden tijd. Er was geen enkele mogelijkheid het missende bestand terug te kopiëren. En probeer op zondag maar eens een help-desk te bellen.

Het enige dat ik kon doen is naast mijn bestaande versie van XP nog een extra, tweede versie van dit besturingssysteem op de pc installeren, een zogenoemde dual-boot. Maar aangezien de fabrikant van mijn pc nooit een installatie-cd heeft bijgeleverd behoorde dat ook niet tot de mogelijkheden. Alhoewel, ergens had ik nog een illegale kopie van zo’n installatie-cd liggen.

En zo kwam het dat ik met behulp van een illegale kopie mijn legale besturingssysteem kon repareren. Dat ging ongeveer zo: installeer een illegale versie van Windows naast je legale versie, zodat je de pc wèl kunt opstarten. Zorg dat het missende bestand teruggezet is en verwijder daarna weer de tweede installatie, zodat je een werkende versie van je eerste Windows-installatie overhoudt. Het duurt even, maar het werkt wel. Ik werk dus weer vrolijk op de computer met een legale windows-versie. Alleen de kopie van het bestand nltdr.sys is niet helemaal kosjer. Ik ga er maar vanuit dat Bill Gates het niet zo erg vindt. En als hij er wel problemen mee heeft? Dan is hij gewaarschuwd. Na dit belachelijk omslachtige Windows-avontuur zit ik langzamerhand serieus te denken aan een overstap naar Linux. En met Open Source is niets illegaal.