Horeca-sluiting – do 23 juni 2005

De discussie over de horeca-sluitingstijden zingt al ongeveer een jaar rond in Breda. Vanavond was de commissie waarin een voorstel van het college besproken zou worden. Daarvoor was ook al een hoorzitting gehouden. Het college-voorstel was onbeholpen en de uitkomst van de hoorzitting maakte de zaak er ook niet duidelijker op (zie weblog ma 20 juni 2005).

Het collegevoorstel komt er kort gezegd op neer dat de kroegen voortaan tot drie uur ’s nachts open mogen blijven, in plaats van de huidige twee uur. De broodjeszaken, (=snackbars, döner-tenten etc.) die nu tot halfvijf open zijn, moeten volgens dat voorstel ook om drie uur dicht, met als reden dat er in de snackbars zo vaak problemen zouden zijn. De nachtzaken blijven tot vier uur open, net als nu. Voor poppodium MeZZ geldt ook een sluitingstijd van vier uur (nu twee uur), ook al hebben ze geen nachtvergunning. Wie het begrijpt, mag het uitleggen.

Allereerst is GroenLinks principiëel voorstander van vrije openingstijden. Ondernemers zijn zelf prima in staat om te bepalen wanneer hun type klanten uit willen gaan en kunnen daar hun openingstijden op aanpassen. Het is ook niet aan de overheid om te bepalen ‘wanneer mensen naar huis moeten’. Een dergelijke paternalistische houding is niet meer van deze tijd. Dus er moeten voor ons practische argumenten zijn om kroegen aan een sluitingstijd te binden.

Die zijn er volgens mij niet echt. Voor de veiligheid is het alleen maar beter wanneer de openingstijden flink verruimd worden. Nu stroomt al het volk massaal op hetzelfde moment naar buiten: om twee uur, en nogmaals om vier uur, wanneer de nachtzaken sluiten. Twee keer overlast dus met soms de nodige vechtpartijen. Met een ruimere openingstijd zullen mensen geleidelijk naar huis gaan in plaats van tegelijkertijd. Een sluitingstijd van drie uur is onvoldoende verruiming om die geleidelijke uitstroom te bewerkstelligen. Dat zou minstens vier uur moeten zijn of, zoals net gezegd, de volledig vrije openingstijden.

Dat de broodjeszaken tegelijk met de café’s dicht zouden moeten is ook belachelijk. Je kunt het als overheid immers niet maken om op het moment dat de broodjeszaken het meeste geld verdienen, ze verplicht te laten sluiten. Zo mag je niet met hardwerkende ondernemers omgaan, zeker als de reden (opstootjes en vechtpartijen in de broodjeszaken), niet aantoonbaar is.

Over een apart beleid ten aanzien van het poppodium ben ik ook niet tevreden. Ofwel gun je MeZZ een nachtvergunning, met dezelfde regels die voor andere nachtzaken gelden (zoals pas om tien uur open mogen), ofwel houd je ze aan dezelfde regels als elke andere kroeg. Gelijke monniken, gelijke kappen. Overigens zou MeZZ, in door GroenLinks bepleitte scenario van vrije openingstijden, geen enkel probleem meer hebben om dance-activiteiten te organiseren. Ze moeten wellicht wel extra maatregelen treffen om de geluidsoverlast te beperken, maar ook dat geldt in principe voor elke kroeg.

Wat te doen met de huidige nachtvergunningen. Zij moeten nu aan extra eisen voldoen wat betreft veiligheid (zoals portiers, geluidsisolatie en kogelwerende deuren). Daar hebben ze extra in moeten investeren en hun voordeel (later open mogen zijn) zou in een scenario van vrije openingstijden komen te vervallen. Dat is allereerst door de strenge eisen te stellen aan die café’s die het nodig hebben. Die portiers zijn er in eerste instantie niet omdat de kroeg zo laat open is, maar omdat er veel mensen binnen zijn. Dit soort veiligheidseisen moeten voortaan gesteld worden afhankelijk van de grootte, de capaciteit van de kroeg. Geluidsisolatie moet afhankelijk zijn van het tijdstip waarop de kroeg open is. Wil een kroeg in een scenario van vrije openingstijden ’s nachts open zijn, moeten extra geluidswerende eisen gesteld èn gehandhaafd worden. Dat nachtzaken overdag open mogen als de andere kroegen ook ’s nachts open mogen, is natuurlijk vanzelfsprekend.

Tot slot het argument van Horeca Nederland tijdens de hoorzitting: ruimere openingstijden leidt tot meer kosten, maar niet tot meer opbrengsten. Mensen gaan pas later naar de stad, zo vrezen zij. Voor een deel kan dat kloppen, maar er is ook een keerzijde. Nu gaan veel Bredanaars naar andere steden, waar ze langer uit kunnen gaan. Deze groep zal voortaan vaker in Breda blijven. Ook zullen meer stappers uit de omgeving voor Breda kiezen, in plaats van Rotterdam, Tilburg of Eindhoven.

Hoewel ik het totaal niet had verwacht, lijkt er zich een voorzichtige meerderheid af te tekenen voor een regime van vrije openingstijden. Naast GroenLinks zijn ook de VVD, de SP en D’66 voorstander. De PvdA is sowieso voorstander van openingstijden tot vier uur ’s nachts en denkt nog na over de vrije variant. Dat het college met een nieuw voorstel moet komen is in ieder geval duidelijk. Dat kan in de herfst dus nog spannend worden. Wordt vervolgd…

Geldrop – wo 22 juni 2004

Een GroenLinks-afdeling in Oost-Brabant wil de afdeling vernieuwen en vroeg om de aanwezigheid van een lid van het landelijk bestuur op hun ledenvergadering. Ik kon het met moeite inpassen en toog die kant op.

Dankzij mijn aanwezigheid heb ik een beter beeld van de problemen waar kleine afdelingen mee te kampen hebben. Ik heb dan ook niets dan respect voor de mensen die daar keer op keer hun schouders eronder willen zetten. Ik hoop dat ik, als relatieve buitenstaander, wat nuttige tips heb kunnen geven.

Ondertussen begin ik langzaam te snakken naar het reces, wat een duur politiek woord is voor vacantie. Tegen de zomer wil iedereen nog even snel het één en ander afhandelen voordat de vacantie begint, met als gevolg een uitpuilende agenda. Als over twee weken het politieke werk even op een lager pitje komt te liggen, kan ik eindelijk toekomen aan wat andere dingen. Zelfs dit web-log blijft er steeds maar bij inschieten.

Fractie later – ma 20 juni 2004

Ik had beloofd nog één en ander te vertellen over de hoorzitting over langere openingstijden, die vorige week heeft plaatsgevonden (zie weblog ma 13 juni 2005). Aangezien de commissiebehandeling later die week zou plaatsvinden, hadden we het maandag op de fractievergadering ook uitgebreid over dat onderwerp.

Het fenomeen hoorzitting is relatief nieuw in Breda. Vooralsnog eigenlijk alleen toegepast om burgers de gelegenheid te geven hun wensen door te geven aan de raadsleden bij de behandeling van de kadernota (zie weblog vr 20 mei 2005). Over het onderwerp horecasluitingstijden werd nu ook een hoorzitting georganiseerd.

Allereerst kwamen de bewoners van de binnenstad aan het woord. Hun reactie was simpel: wat ons betreft mogen de kroegen langer open blijven, zolang de geluidsoverlast door de vaak harde muziek maar in de gaten wordt gehouden. Ofwel: controleer nu eindelijk eens goed of kroegen hun stereo niet te hard openzetten.

De tweede groep insprekers bestond uit vertegenwoordigers van de horeca. Die werd in eerste instantie vertegenwoordigd door Horeca Nederland (de café’s) en de Wandelarij (restaurants). Het spreekt voor zich dat vooral de mening van de café’s in deze kwestie een belangrijke rol speelt. Dat de Bredase afdeling van Horeca Nederland de verruiming van de openingstijden niet zo zag zitten, was al bekend. De restaurants hadden een minder uitgesproken mening (wij gaan toch om elf uur dicht), maar waren ook geen voorstander.

Een derde spreekster was tot enkele maanden geleden uitgesproken voorstander van langere openingstijden en had toen een enquête gehouden waaruit bleek dat een heleboel café’s dat ook vondt Zij bleek echter inmiddels bestuurslid van datzelfde Horeca Nederland geworden te zijn en had ineens een volstrekt tegengestelde mening. Iets dat mijn wenkbrauwen nogal deed fronsen. Binnen een tijdsbestek van enkele maanden 180 graden van mening te veranderen, roept immers nogal wat vragen op en die werden naar mijn smaak niet voldoende beantwoord. Zeker ook aangezien de kleinere, onafhankelijke kroegbazen die ik ken juist fervent voorstander zijn van ruimere openingstijden.

Eveneens opvallend was dat de studentenverenigingen, die het uitgaanspubliek moesten vertegenwoordigen, een uitermate slecht voorbereid verhaal hadden, dan wel helemaal niet aanwezig waren. Dat de broodjeszaken niet eerder dicht wilden, zoals het college in een conceptvoorstel heeft voorgeschreven, mag volstrekt duidelijk zijn. En dat de taxi-branche het allemaal een worst zal zijn “want wij werken toch al 24 uur per dag”, was ook niet verassend. Al met al had ik uiteindelijk nogal wat vraagtekens bij de hoorzitting en de uitgenodigde sprekers. Anderzijds, en dat moet ook gezegd worden, is het nooit verkeerd om de mening van de betrokkenen in zo’n hoorzitting te horen. Hoe die mening gewogen wordt, is uiteindelijk aan de commissie.

Barstbeque – zo 19 juni 2005

Aanvankelijk vreesde ik dat ik er helemaal niet bij zou kunnen zijn, maar het Dwars-congres was vroeg genoeg afgelopen om het grootste deel van de vrijwilligersbarbecue van Breda Barst nog mee te maken. Dat kwam goed uit. Na het hele zonovergoten weekeinde binnen gecongresseerd te hebben, had ik me voorgenomen mij die avond een delirium te zuipen. Ik ben een heel eind gekomen.

De tuin van Café de Speeltuin was de ideale plek om met dit prachtige weer te eten en te drinken. En toen ik rond een uur of zeven aankwam was er nog genoeg te eten en te drinken overgebleven. Vooral dat laatste gaf deze burger moed.

Dat ik halverwege de nacht lopend naar huis moest omdat een onverwachte maar desondanks niet minder welkome logé fietsloos was en mijn krakkemikkige racertje tegenwoordig geen bijrijders meer duldt, dat het bierdrinken thuis nog even doorging en dat, toen ik de volgende ochtend wakker werd de logé al weer vertrokken was, dat ik die dag moest werken, dit alles kon de feestvreugde die avond niet bederven.

Dwars Congres – 17 t/m 19 juni 2005

Wie denkt dat een politieke jongerenorganisatie slechts als taak heeft om de luis in de pels te zijn van de moederpartij en zich voor de rest klem te zuipen heeft het mis. Zeker nu bij Dwars intern geherstructireerd moest worden. Dit onder de noemer van de bestuurlijke vernieuwing. Als ouwe lul was ik bijzonder kritisch. Ik delfde het onderspit.

Het centrale punt van de bestuurlijke vernieuwing was de samenvoeging van het Coördinerend Overleg (zeg maar het bestuur van Dwars) en de Jongerenfractie (het politiek-inhoudelijke orgaan). Argument daarbij was dat de afzonderlijke organen op dit moment niet optimaal naast elkaar functioneren.

Nu is het bij politieke partijen doorgaans gebruikelijk dat bestuur en fractiewerk strikt gescheiden zijn. Bij jongerenorganisaties is dat minder vanzelfsprekend. De scheiding tussen bestuurlijk-organisatorisch en politiekinhoudelijk was bij Dwars dan ook net zo veel een toevallige samenloop van omstandigheden dan een bewuste keuzse. Desalniettemin iets dat in mijn ogen waardevol was. Twee functies die wezenlijk van elkaar verschillen moet je ook niet willen bundelen.

Ik kon lullen als Brugman, maar de statutaire wijzigingen kregen de vereiste 2/3 meerderheid, ook al was de stemverhouding op momenten nog even spannend. In mijn ogen, en die van enkele andere ‘prominente’ Dwarsers, een verkeerde beslissing, maar het zij zo.

Het tweedaagse zomercongres in het Rotterdamse Poortgebouw verkoos ook een nieuwe jongerenfractie. Daarnaast veel discussie over sexualiteit, het thema van dit congres (onder meer over homo- en vrouwenemancipatie), discussie over de in de ogen van sommigen te hoge bierprijs en natuurlijk veganistisch eten. Na zondagmiddag meegeholpen te hebben met het opruimen, reisde ik af naar Breda.

Beeldvorming (4) – do 16 juni 2005

Enkele maanden geleden werd ik door Dwars, de groenlinkse jongerenorganisatie gevraagd om zitting te nemen in de kandidatencommissie voor de jongerenfractie. Gevleid als ik was zei ik ‘ja’. Dat is een gevaarlijk antwoord als je agenda toch al veel gelijkenis vertoont met een springvloed

Het enige ‘geluk’ was dat het aantal kandidaten op zich in twee sessies afgewerkt kon worden. Geluk tussen aanhalingstekens, wat Dwars is zelf natuurlijk gebaat bij een overvloed aan aanmeldingen. Nadat we anderhalve week eerder (zie weblog di 7 juni 2005) de eerste sessie hadden gehad, gingen Roel en ik aan de tweede lading verder. Enigszins gemankeerd, omdat een derde collega-kandidatencommissielid vanwege andere politieke activiteiten moest afzeggen.

Aangezien het congres al meteen het opvolgende weekeinde gehouden zou worden, moesten we erg snel zijn met onze adviezen. Een goede taakverdeling en een prettige verstandhouding maakte dat alles efficiënt verliep en tijdig klaar was. Waarmee maar weer eens bewezen is dat een goed team minstens net zo belangrijk is als goede individuen. Hopelijk dat onze adviezen als kandidatencommissie ook daartoe zullen leiden.

Radio – 15 juni 2005

Twee keer per jaar evalueert de redactie van 4fm in een middaglange vergadering de stand van zaken. Het zijn heftige, maar positieve sessies. Met zo af en toe een rookpauze.

Eén ding wat radiomakers graag doen is praten over hun vak. Met iedereen, dus ook met collegae. De reguliere redactievergaderingen bieden vaak weinig mogelijkheid om eens uitgebreid te kijken naar de samenhang van de diverse rubrieken die onder de noemer ‘4fm’ dagelijks tussen 22.30 en 01.00 uur op radio 4 worden uitgezonden.

Al met al mochten we concluderen dat we het, één jaar na de samenvoeging van de afdelingen impro en supplement, niet slecht doen. Dit alles ondanks de enorme werkdruk die de redactie ervaart aangezien met de samenvoeging wel het aantal uren flink is uitgebreid, maar het aantal programmamedewerkers nauwelijks.

Met die positieve uitkomst keerde ik terug naar Breda, niet om thuis avond te gaan vieren, maar om een uitzending te maken rond de muziekcollectie van popmuziekantropoloog Marty Coumans. Zijn collectie spitst zich toe op het beginstadium van de beat en de psychedelica. Ofwel, dat korte moment waarop de invloeden van deze nieuwe muziekstromingen een land binnen sijpelen en muzikanten dit volstrekt nieuwe muzikale idioom in hun eigen muziek proberen te verwerken. Het opbouwen van de mobiele studio bij hem thuis ging alles behalve vlekkeloos. Het materiaal waar ik uren later mee huiswaarts keerde was echter meer dan genoeg voor twee uitzendingen vol bijzondere cross-overplaten. De eerste uitzending is inmiddels, wanneer ik dit schrijf, al uitgezonden. Deel twee volgt donderdagavond 28 juli om 23.00 uur op Radio 4.

Breda Barst – 10 t/m 13 juni 2005

Het weekeinde van Breda Barst is elk jaar weer een behoorlijke aanslag op de fysiek. Maar het is ook altijd erg gezellig. En toen bleek dat de slechte weersvoorspellingen achterwege bleven en de bezoekers massaal naar het park kwamen, kon het weekeinde helemaal niet meer stuk

Voor iemand uit de organisatie begint Breda Barst eigenlijk al in de herfst, wanneer de eerste voorbereidingen al weer getroffen worden. Maar het echte werk begint vrijdag, als in het park de steigers gebouwd worden, het terrein wordt afgehekt, de podia worden neergezet en de kraampjes worden opgezet. En zaterdag overdag moet dan ook nog eens alles ingericht worden. Werk zat dus, voordat om vijf uur ’s middags het eerste bandje begint te spelen. En na de laatste noot moet er dan ook nog worden opgeruimd.

Zondag begint meestal relatief rustig. Ik kon dus genieten van de muziek. Maar het mooiste moment is toch de jaarlijkse rituele bardienst. Vanaf de eerste editie van Breda Barst, tien jaar geleden, ben ik als vrijwilliger betrokken bij de organisatie en ik heb ook elk jaar bardiensten gedraaid, en dat blijft wat mij betreft het leukste werk dat je tijdens zo’n festival kan doen.

Het echte afzien begint eigenlijk pas zondagavond rond half twaalf, als de muziek al weer een tijdje uit is en iedereen nog even heeft nagepraat. Dan komt de grote opruimklus en ik heb het pas één keer meegemaakt dat we daarmee klaar waren voor het krieken van de dag. En dan is er op de maandag ook nog een hoop werk te verrichten. De nacht daartussenin is dus wel heel erg kort.

Nu had ik op maandag ook nog een hoorzitting over de horeca-sluitingstijden in Breda (waarover ik later nog wel meer vertel), dus aan het einde van de middag glipte ik er een paar uurtjes tussenuit om in mijn vieze werkkleding tussen de in strakke kleding gestoken commissieleden van AZ te zitten. Een tweede vergadering in Utrecht paste logistiek niet meer in de agenda en de vraag was of het er fysiek nog in had gezeten. Na vier dagen sjouwen, lopen en ploeteren was de harde kern van Breda Barst toe aan een biertje. We hebben er in Dok19 heel wat Erdinger Weisse-bier naar binnen zitten kantelen.

Galderse Meren – do 9 juni 2005

De commissie ging op werkbezoek. Het was dit keer de commissie Algemene Zaken en de bestemming was het gebied rond de Galderse Meren. Een apart gebied, want de gemeentegrens tussen Breda en de gemeente Alphen-Chaam loopt daar nogal kronkelig. Met allerlei rare problemen als gevolg.

Tijdens ons bezoek was het vrijwel uitgestorven, maar op warme zomerdagen kun je bij de Galderse Meren over de hoofden lopen. Iedereen komt met de auto en er is dan ook een fors parkeerprobleem. Wat mij betreft wordt er betaald parkeren ingevoerd, alhoewel dat logistiek lastig schijnt te zijn. Maar Bredanaars die willen zwemmen, kunnen best op de fiets komen. Zo ver is het nou immers ook weer niet fietsen naar de Galderse Meren.

Want wat doe je met een weg die over de gemeentegrens heen kronkelt. Niets dus, zo blijkt. Gaten worden provisorisch gedicht en Breda heeft her en der wat lantaarnpalen neergezet, maar Alphen-Chaam dan weer niet. En de dienst Stadsbeheer maakt alleen maar schoon op de stukken weg die in Breda liggen. De oplossing is trouwens vrij simpel: grondruil tussen de gemeentes of, nog simpeler: de gemeentes gaan samen de hele weg repareren en delen de rekening.

Er is een probleem dat iets lastiger ligt: de Galderse Meren kennen een officiëel naaktstrand. Er is echter ook nog een aanpalend natuurgebeid dat dienst doet als homo-ontmoetingsplek, uiteraard niet officiëel. En de dingen die daar gebeuren, gaan, volgens buurt en politie, alle perken te buiten. Het probleem waar wij dan mee kampen: stel dat je hier gaat handhaven, waar verplaatst het probleem zich dan naar toe?

De meest creatieve ideeën kwamen naar boven, maar een echte oplossing had niemand voor handen. Dat wordt dus nog een interessante discussie in de vergadering van AZ waarin dit wijkbezoek binnenkort besproken zal worden.

Beeldvorming (3) – wo 8 juni 2005

Joepi, ik word genoemd. De grootste eer die je als politicus ten deel kan vallen is wanneer andere mensen over je praten. Het is net als met reclame. Het maakt niet uit hoe er over je geluld wordt, als er maar over je geluld wordt.

Vroeg of laat krijg ik het via via wel te horen wanneer er over me gepraat wordt. Zo schijnt vanmiddag mijn naam een keer of wat gevallen te zijn bij de hei-sessie tussen de fractievoorzitters.

Nu de gemeenteraadsverkiezingen dichterbij beginnen te komen, gaat elke partij speculeren over welke mensen voor de andere partijen lijsttrekker zouden kunnen worden. Ik ben weliswaar kandidaat, maar dat wil op zich helemaal niets zeggen. Er kunnen weet-ik-veel hoeveel andere kandidaten zijn. Het feit echter, dat mensen van andere partijen rekening houden met de mogelijkheid dat ik het wordt, is best wel grappig. Kennelijk wordt ik serieus genomen. En politiek brengt nu eenmaal een gezonde mate van ijdelheid met zich mee.

Ik heb al diverse keren meegemaakt dat anderen speculeren over mijn politieke carrière. Zelfs dingen als het Tweede Kamerlidmaatschap komen dan voorbij. De grap is dat ik daar zelf helemaal niet mee bezig ben. Het politieke landschap, zeker vandaag de dag, verandert met de dag en daarnaast koester ik helemaal geen ambities in die richting. Dingen lopen zoals ze lopen en zelf heb ik maar heel beperkte politieke ambities. Ik denk er serieus niet over na wat ik over vijf jaar doe, laat staan over tien jaar.

Ik ken ze wel, de carrière-jagers. Ik heb ook respect voor mensen die nu al bezig zijn met hun toekomst over tien of twintig jaar. Ik hoor er zelf alleen niet bij. Voordeel is dat ik dus ook niet constant rekening hoef te houden met wat voor beeld anderen van mij hebben. Als ze mij een klootzak vinden, prima. Ik ben in ieder geval eerlijk. Daarnaast heb ik een paar vrienden die me terugfluiten zodra ik het te hoog in mijn bol krijg. Wie weet, misschien ben ik over vijf jaar wel gewoon lijstduwer.