Homo Plaudens – wo 28 nov. 2007

Vuurkunst

Om de cultuurwoordvoerders op de hoogte te brengen van de stand van zaken rond het stedelijk cultuurdebat, intendant had Geurt Grosfeld een bijeenkomst van een uurtje gepland. Om het één en ander agendatechnisch makkelijk te maken, plande hij deze voorafgaand aan de commissie Mens en Maatschappij.

Voor de zekerheid had ik vooraf nog even geïnformeerd of er broodjes zouden zijn en, aangezien dit niet het geval bleek, had ik op het station in mijn eigen avondmaal voorzien bij de bij de AH-togo, de enige winkel waar de blaadjes sla per stuk worden afgerekend.

Geurt sprak over zijn ervaringen van het afgelopen jaar, op de richting die Breda in zijn beleving op moet en de focus die het moet krijgen. Een mooi verhaal, dat hij nog verder uit moet werken in zijn rapport. Zijn eerste, voorzichtige conclusie was dat de kracht van Breda zich in eerste instantie op het beeldende vlak begeeft en dat Breda zich daarop zou moeten richten. Goed nieuws voor alle kunstenaars die dankzij Kunstacademie St. Joost aan Breda verbonden zijn.

Ik ben benieuwd hoe dat zou zijn, een stad die zich primair richt op Beeldende kunst in al zijn facetten. We hebben straks het Nationaal Museum voor Grafische Vormgeving en we hebben St. Joost. Maar wat moet je doen om de stad op dat punt nog verder uit te beelden.

En, want die vraag stelde ik mezelf ook meteen, als je kiest voor beeldend, waar kies je dan impliciet allemaal niet voor? En wat betekent dat voor bijvoorbeeld de podiumkunsten zoals theater en dans, voor de muziek en de literatuur? Voorlopig niets, zo vermoed ik. Wat je moet geen oude schoenen weggooien voor je nieuwe hebt. Laat staan goede schoenen die toevallig een andere kleur hebben.

Homo Reservans – di 27 nov. 2007

Heilig Hartkerk Breda

De monumentale Heilig Hartkerk van Van Genk staat eindelijk in de steigers. Helaas niet om het pand op te knappen.

De steigers waren neergezet vanwege de stormdreiging. Kennelijk is de houten draagconstructie van de torenspits en de dakbedekking zo gammel dat bij windkracht 8 het risico bestaat dat de leien van het dak vliegen. Of erger.

De Hartkerk kent een bewogen geschiedenis. In 1986 onttrok het bisdom het pand aan de eredienst. De parochianen kwamen daartegen in opstand en bezetten de kerk. Zij werden uiteindelijk, op last van toenmalig bisschop Ernst biddend en zingend de kerk uitgedragen. Een pijnlijke gebeurtenis. De kerk werd door het bisdom verkocht onder het beding dat het pand gesloopt zou worden en er nooit meer erediensten plaats zouden vinden.

De kerk werd vervolgens gekraakt en is daarna vele malen van eigenaar gewisseld en steeds dreigde sloop, totdat het in 2001 werd voorgedragen voor de status van Rijksmonument, een status die door de Raad van State in 2004 werd bekrachtigd. Het pand was daarmee voorlopig van de ondergang gered, maar onderhouden werd het nog steeds niet. En inmiddels is er al minstens 22 jaar niets meer aan het pand gedaan, behalve de meest noodzakelijke reparaties die de krakende bewoners zelf konden uitvoeren.

De steigers om de Hartkerk zijn niets meer dan een schaamlap. Voor de huidige eigenaar, Stichting Woonzorg Nederland, die zijn verantwoordelijkheid niet neemt en -zo lijkt het althans- het gebouw liever laat verkrotten en van ellende laat instorten om vervolgens alsnog lux appartementen te bouwen. Een schaamlap voor de gemeente, die het jaren lang niet heeft aangedurfd om het pand een beschermde status te geven en zelfs in 2000 nog een sloopvergunning afgaf die pas ter elfder ure kon worden tegengehouden door buurtbewoners die streden voor behoud. Een schaamlap voor het bidsom, dat panden afstoot als ze deze na jaren van dienst niet meer nodig hebben, zonder zich te bekommeren om de culturele waarde van hun ooit door parochianen betaalde kerken. Een schaamlap voor het monumentenbeleid in Nederland, dat het niet toelaat een eigenaar te dwingen een pand op te knappen. Want het enige dat we kunnen is hem aanspreken op het gevaar dat het pand nu is.

Een monument mag best van ellende instorten, zolang de in de omgeving geparkeerde auto’s maar geen krassen krijgen. Het is een godvergeten schande.

Homo Perpetuus – ma 26 nov. 2007

Boyles zelfvullende fles

Na een nacht doorwerken besloot ik ‘s ochtends nog even in bed te gaan liggen. Kleren en schoenen aan, dat was de enige manier waarop ik enigszins zeker wist een uur of wat later zeker wakker te worden. Het werkte.

‘s Ochtends had ik gesprekken met betrekking tot de selectie van een nieuwe griffier. Ik bleef verbazingwekkend helder, vond ik zelf, al had ik wat meer koppen koffie nodig dan normaal. Gelukkig waren het maar twee gesprekken.

‘s Middags kon ik thuis nog verder werken aan het stuk waar ik de vorige nacht ook al aan bezig was. Net voor de deadline lag het in de virtuele postbus van de Tweede Kamer. Net op tijd ook om nog even wat te eten in De Boulevard voordat ik om half zeven weer een afspraak had op de fractie.

Ik had er niet op gerekend dat het restaurant op maandag gesloten is. Gelukkig bieden de wraps van Albert Heijn dan altijd nog uitkomst. Ze hielpen me in ieder geval de fractievergadering door. Waarna ik eigenlijk nog maar een gedachte had.

Slaap? Welnee, een biertje. En rap een beetje.

Homo Pervigilans – zo 25 nov. 2007

nachtwaken

De inspiratie wilde niet komen. Ik had de volgende dag een deadline, maar er stond nog geen letter op papier. Van ellende ging ik maar stofzuigen.

Om acht uur ‘s avonds stond nog steeds geen letter op het scherm. En nog twee uur later ook niet. Maar onder druk wordt alles vloeibaar en die wijsheid bleek ook deze keer op te gaan. Tegen het einde van de avond kreeg ik de geest.

Koffie werd gezet en de verwarming ging, geheel tegen het principe in, aan. Het zou een lange nacht worden.

Homo Miratus – za 24 nov

Wasmasjien

Aangezien ik me vast had voorgenomen deze avond eens niet naar de kroeg te gaan, moest ik een alternatieve besteding voor de zaterdagavond zien te vinden.

De televisie bood weinig meer dan Paul de Leeuw en ik was vergeten een voorraad films te downloaden. Gelukkig is er in dat soort situaties altijd nog de wasmachine, altijd goed voor uren tijdverdrijf. Daarnaast is de uitkomst, tegenstelling tot het meeste amusement, altijd onzeker. Wordt de was wel schoon en zo ja, blijven de kledingstukken wel aan de daarvoor bestemde kleuren zitten?

De leukste was is de bonte was. Bij elke omwenteling vormt zich een nieuw patroon van kleuren die door elkaar heen draaien. De wasmachine als moderne caleidoscoop. Wellicht interessant om ook eens een was te draaien tijdens een paddo-trip. Tenzij de overheid natuurlijk de wasmachine gaat verbieden.

Homo Inspectans – vr 23 nov. 2007

toegangskaartje

Voetbalclub NAC had me uitgenodigd om de wedstrijd NAC – Roda JC bij te wonen. Uiteraard werd ik voorafgaande aan de wedstrijd uitgebreid rondgeleid om te overtuigen van de professionaliteit en het maatschappelijke belang van de club. Dat is ze gelukt.

Wat weinigen weten, is dat NAC sinds kort ook investeert in een aantal sociale projecten. Daarmee zijn ze zeker niet de eerste club, maar behoren ze wel tot een kleine minderheid die serieus investeert in maatschappelijke doelstellingen. Zo probeert NAC via een aantal projecten een perspectief te bieden aan kansarme jongeren door ze bij hen onderwijs te laten volgen en ze vervolgens voor een stage te koppelen aan één van hun sponsors.

De wedstrijd zelf, die eindigde met 0 – 0, was niet zo interessant. Dat was het hele gebeuren daaromheen echter wel. Zo hing er in het stadion een spandoek over de burgemeester van Breda, die onder de NAC-aanhang maar weinig populariteit geniet. „In een perfecte wereld is Peter van der Velden burgermeester (sic) van Stilburg” stond er met zwarte letters op het gele doek te lezen. En dat leverde onder de NAC-officials weer de vraag op of dat spandoek volgens de clubregels wel door de beugel kan.

Uiteindelijk is het doek blijven hangen. Onder het mom ‘Tilburg is toch promotie’ vond Willen Reijn, voorheen journalist en nu ook voetbalbobo, het spandoek geen belediging. En dat was uiteindelijk ook wel een verstandige beslissing. Anders had ik nu op mijn weblog moeten schrijven hoe kinderachtig ze bij NAC zijn.

Homo Perscrutans – do 22 nov. 2007

Brandaris

Halfnegen. De wachtkamer van de huisarts is uitgestorven leeg.

Ik heb al enkele maanden last van mijn stem. Hees, schor. Rafelig. Tijdens betogen in de droge raadzaal valt ‘ie af en toe helemaal weg. En een politicus zonder stem is als een gigolo zonder libido, eenzaam en nutteloos.

„U kunt sowieso maar het beste stoppen met roken”, zei de de huisarts nadat ik ‘Aa’ gezegd had. „En drank is eigenlijk ook niet zo goed voor de stembanden.” „Kunt U me niet naar de KNO-arts doorverwijzen?”, vroeg ik haar vriendelijk.

„Maar natuurlijk”, zei ze en schreef een verwijsbriefje. „Maar die gaat U ook vertellen dat U maar beter kunt stoppen met roken en drinken”, antwoordde ze minzaam.

Bah, huisartsen. Je kunt beter normaal doodgaan.

Homo Effitiens – wo 21 november

Bisschopstoren van Butzelaar Architecten

„Waarom heeft Uw toren geen rond dak?”. Mijn mond viel open van verbazing. Er wordt een 80 meter hoge toren in de wijk gebouwd en de enige vraag die het edelachtbare raadslid kan bedenken is over de architectonische afwerking van de immense woontoren.

De vraag illustreerde overigens ook meteen dat de woontoren weinig omstreden was in de wijk. Veel meer zorgen maakte men zich over de 70.000 vierkante meter kantoorruimte ertegenover, op de plaats waar nu Hotel Brabant staat. Gelukkig kondigde de ontwikkelaar al aan dat de grootte naar beneden was bijgesteld tot 58.000 vierkante meter met een gemengde bestemming.

De wijk Heusdenhout heeft andere zorgen. Bijvoorbeeld de bouw van nog een groot kantoorpand aan de Bergschot. Of de geluidsoverlast van het spoorverkeer die enorm is toegenomen nadat de gemeente in al haar onmetelijke wijsheid de groene houtwal bij het spoor had vervangen door te lage geluidsschermen. Of de bouw van het Digipark, een klimaatneutrale bedrijvenlocatie die een nu agrarisch maar rommelig hoekje van Breda tussen spoor en rondweg zal gaan vullen.

Blij was de wijk met de geplande verbouwing van de school en de invulling van een aantal leeg te komen terreinen in de wijk. Ambitieus waren de in de ijk gevestigde huisartsen, die met een beetje hulp het buurtcentrum wilde uitbreiden met een gezamenlijke huisartsenpost. En ook was er alom tevredenheid voor de uitbreiding van het wijkwinkelcentrum, de Bisschopshoeve.

„Bent U niet bang dathet winkelcentrum gaat concurreren met het in de aangrenzende wijk gelegen winkelcentrum Brabantpark?”, vroeg een ander raadslid aan de eigenaar van het centrum. De eigenaar bleef in de plooi. Maar ongetwijfeld had hij in zijn hoofd het antwoord al klaar. „Concurreren, ik hoop het wel mevrouw van de VVD. Daar is ons bedrijf groot mee geworden.”

Homo Segnis – di 20 nov. 2007

pinpas

In het kader van de grote ergernissen des levens vandaag het verhaal over de rij voor de pinautomaat.

Rijen zijn ergerniswekkend. Vooral rijen die niet opschieten. Rijen bij de pinautomaat zijn het meest ergerlijk. Die schieten namelijk nooit op.

Mensen zijn niet in staat snel te pinnen. Sterker nog, het lijkt erop dat sommige mensen er een bewuste sport van maken er zo lang mogelijk over te doen om geld uit de automaat te trekken. Treuzelaars zijn het, hinderlijke obstakels in de voortgang van het leven.

Eerst toetsen ze twee keer de verkeerde pincode in. Vervolgens moeten ze eerst hun saldo checken en pas dan kiezen ze het te pinnen bedrag. Bij voorkeur in vooraf zelf te bepalen coupures. Alles om maar op zoveel mogelijk knopjes in te kunnen drukken. En uiteraard moeten ze ook altijd een bonnetje hebben. Ergerniswekkend.

Pinnen kan binnen zestien seconden. Langer hoeft het niet te duren. Behalve dan bij de Postbank. Dit heeft het ooit gepresteerd om pinautomaten aan te schaffen die de pas dermate langzaam inslikken en uitspugen dat je ondertussen best even een sjekkie kunt draaien en je wekelijkse boodschappen kunt doen. Typisch iets voor een voormalig overheidsbedrijf.

Homo Vagans – ma 19 nov. 2007

haar

Ik was net te laat om nog in te stappen in de intercity van 6 uur 39. En aangezien zitten in een langzame trein met verwarming nog altijd te verkiezen is boven een half uur staan op een tochtig perron, besloot ik in de sneltrein (een ander woord voor stoptrein) naar Amsterdam te stappen.

Comfortabel zittend in de bank van de DD-AR las ik de krant, onderwijl af en toe uit het raam starend of om me heen kijkend. Totdat, het zal ergens in Rijswijk geweest zijn, tegenover me een jongen kwam zitten. Rood, sluik haar, halflang, met bijkleurende sproeten op het ietwat smalle gezicht.

De jongen droeg zwarte handschoenen zonder vingertoppen. In het rechterexemplaar zat een veiligheidsspeld. Ik kon niet zien of dit functioneel was, of een fashion-statement. Hij ging zitten en nam de rugtas op schoot. Vervolgens pakte hij een verloren exemplaar van één van de gratis dagbladen en begon te lezen. Zijn ogen werden ondertussen verborgen door het voor zijn gezicht vallende haar.

In de spiegeling van het glas volgde ik de schijnbare onverstoorbaarheid waarop de jongen verder las. Ik probeerde er achter te komen welke kleur ogen hij had, tevergeefs.

Pas toen de trein in Leiden arriveerde, kreeg ik weer enig besef van tijd. Ik stapte uit, haalde diep adem en zag hoe de trein de jongen verder meenam, naar Haarlem, misschien wel Amsterdam. Volmaaktheid op de maandagmorgen.

Enkele minuten later zat ik in een stoptrein terug naar Den Haag.