Homo Religiosus – zo 18 nov. 2007

Ocean's Thirteen

Om de zondag een beetje door te komen, had ik de trilogie Ocean’s Eleven, Twelve en Thirteen gedownload.

Ik had natuurlijk ook iets nuttigs met mijn zondag kunnen doen. Zoals werken, of het huis schoonmaken of zoiets. Maar helaas mag dat niet van de kerk. In het zweet des aanschijns zult gij Uw brood verdienen, maar wee je gebeente als dat op zondag gebeurd.

Nu Yvette Lont de nieuwe Nederlandse norm voor een moreel leven bepaald, zullen we allemaal enige aanpassingen aan ons leven moeten maken. Praktiserende homoseksualiteit is volstrekt uit den boze, maar een filmserie over het beroven van casino’s, daar heb ik haar nog niet over gehoord. Daar kunnen we dan vast veilig naar kijken.

Volgende week de film Dogma nog maar eens bekijken. En vervolgens misschien Life of Brian. Voorwaar, dankzij de ChristenUnie wordt de zondag misschien toch weer een leuke dag.

Homo Gelidus – za 17 nov. 2007

Fleece dekens

Mijn intentie een minder klimaatbelastend leven te leiden, werd dit weekeinde aanzienlijk op de proef gesteld door de koude temperaturen. Maar de kachel is uitgebleven.

De klimaatcrisis vergt inzet van ons allemaal. Zo heb ik al een tijdje geen auto meer, wat op zich niet zo moeilijk is als je hem toch niet nodig hebt, maar soit. Vervolgens ben ik mijn vliegreis naar Oslo gaan compenseren met bomen en inmiddels ben ik vagetariër geworden om zo mijn C02-uitstoot nog verder te verminderen. Het huidige project is gebaseerd rond het idee dat je zo lang mogelijk moet wachten met het aanzetten van de kachel.

Ik werd dit weekeinde behoorlijk op de proef gesteld. Het particuliere huurwoninkje waar ik in woon heeft namelijk geen dubbel glas, is niet geïsoleerd en heeft een paar nooit zo bedoelde tochtgaten. Niet echt een energie-categorie A woning, zullen we maar zeggen. Ondertussen vroor het buiten. Ik hield me warm met verschillende laagjes kleding en warme thee.

Door de week ben ik zo weinig thuis dat het volsterkt niet nodig is om de kachel aan te zetten. Die paar uur thuis lukt wel zonder artificiële warmte. Dit soort koude weekeinden vormen de uitdaging. Uiteindelijk ben ik de zaterdagavond ongeschonden doorgekomen. Televisie kijkend onder een fleece-dekentje weliswaar, maar zonder kachel.

Het toppunt van milieuvriendelijkheid eigenlijk: de kachel niet aan hoeven zetten omdat je warm gehouden wordt door gerecycled polyester.

Homo Conglobans – vr 16 nov. 2007

Malibu

Pils, witbier, Malibu en Tequila. In min of meer willekeurige volgorde. U kunt zich voorstellen dat ik zo rond een uur of twee ‘s nachts blij was dat ik naar huis kon.

Het begon eigenlijk heel onschuldig die dag. Als eerste ‘s ochtends met SP-fractievoorzitter Frank Vergroessen en griffier Boy van Eil gekeken of we een fatsoenlijk voorstel kunnen doen voor de invulling van een inleidend televisieprogramma voorafgaand aan de uitzending van de raadsvergadering. Vervolgens een groep middelbare scholieren beziggehouden die in het kader van een les maatschappijleer het stadhuis kwam bezoeken en de rest van de middag enige administratieve werkzaamheden verricht voor de raadsfractie.

Iets voor zessen leek het me een goed idee om het begin weekeinde te vieren in Café de Beyerd. En uiteraard liep dat verschrikkelijk uit. Met dichteres Yvonne Né gesproken over geloof en de betekenis van de zinsnede ‘Hier mag niets af zijn’ uit haar gedicht ‘Wet’.

De zin in het koken was me inmiddels vergaan en dus besloot ik in de Boulevard mijn avondmaal te nuttigen. Waar het hele circus opnieuw begon. Er mocht immers niets af zijn. En zo sprak ik vervolgens met Stanley over de zin en onzin van performance-kunst en waarschijnlijk ook het leven in het algemeen. Tot dj Wassily afsloot met het nummer ‘dom, lomp en famous’.

Het was twee uur en ik wilde naar huis. Had geen behoefte aan ruimere openingstijden. Het was mooi geweest. Hier moest iets af zijn.

Homo Struens – do 15 nov. 2007

Structuurvisie

De Structuurvisie 2020 is een gemeentelijk document waarin de contouren voor de ruimtelijke ordening voor de komende jaren wordt vastgelegd. In een opiniërende raadsvergadering, een unicum in de Bredase politiek, werd een avond lang slechts over dit document gesproken.

Eigenlijk was de vergadering niet veel meer dan een opgetuigde commissievergadering. Voordeel is wel dat een raadsvergadering letterlijk wordt genotuleerd en ook wordt uitgezonden op de lokale televisie. Tot slot: bij een raadsvergadering is zo’n beetje elk raadslid aanwezig, ook diegenen die zich doorgaans niet met Ruimtelijke Ordening bemoeien.

Over het algemeen is GroenLinks best te spreken over de structuurvisie. Hieronder onze belangrijkste bevindingen, die eerder uitgebreid in de fractie, maar ook met een werkgroep van de leden is besproken.

Eén van de belangrijkste vraagtekens die we stellen is de groei van de Bredase bevolking. Het college stelt telkens dat Breda in 2020 grofweg 185.000 inwoners heeft. Dat getal is hoogst discutabel. Cijfers uit het rapport ‘Structurele Bevolkingsdaling’ van de Universiteit van Maastricht wijzen op een bevolkingsomvang van maximaal 181.000. Dit heeft een aantal consequenties, namelijk voor de behoefte aan uitbreiding van de woningvoorraad en de voorspellingen van de benodigde groei van het aantal arbeidsplaatsen. En dat heeft op zijn beurt weer zijn weerslag op het benodigde aantal bedrijventerreinen.

Dat kan namelijk flink omlaag om drie redenen. Allereerst: de herstructureringsopgave voor al bestaande bedrijventerreinen moet flink omhoog. Als de leegstand hier kan worden verminderd omdat deze terreinen aantrekkelijker worden, is behoefte aan nieuwe terreinen een stuk kleiner. Ten tweede: de groei van het aantal arbeidsplaatsen hoeft niet bovengemiddeld veel groter te zijn dan de bevolkingsgroei. We hebben weliswaar een centrumfunctie, zeker wanneer de HSL-shuttle vanuit Breda naar Antwerpen en Rotterdam zal gaan rijden, maar de arbeidsplaatsen moeten ook enigszins gespreid worden over de hele regio. En ten derde: als Breda zich echt wil concentreren op dienstverlening als een belangrijke economische peiler, zal eerder behoefte zijn aan kantorenlocaties en minder aan algemene bedrijvenlocaties. En leegstaande kantoren hebben we voorlopig voldoende.

De mogelijkheid om op plaatsen flink hoog te bouwen, heeft ook bij ons nog tot heel wat discussies geleid. Wij zijn echter niet dogmatisch tegen hoogbouw en willen ook niet vasthouden aan het onwezenlijke idee dat ‘de kerk het hoogste gebouw van de stad moet blijven’. Al bouwen ze dingen van 250 meter. Nu is dat laatste vooralsnog niet aan de orde, maar 140 meter wordt al wel genoemd. Wij zullen elke vorm van hoogbouw toetsen aan drie dingen: is het stedebouwkundig verantwoord, is de beeldkwaliteit in orde en kunnen de extra verkeersstromen afgewikkeld worden. Voldoen een plan daaraan, dan is het wat ons betreft in orde. Wie pleit voor een compacte stad, zal op plaatsen nu eenmaal de hoogte in moeten.

Een laatste, maar belangrijk kritiekpunt was het groen. De bescherming van het buitengebied is in de structuurvisie redelijk fatsoenlijk beschreven, maar op de plankaarten en uitvoeringskaarten niet terug te vinden. Van onze kant het pleidooi om die groene plannen hetzelfde gewicht te geven als de ‘rode’ plannen in het stuk.

Uiteraard kwam de discussie over het CDA-plan om te gaan bouwen boven de Bredestraat ook terug in de discussie. Daaruit volgde eens te meer dat daar, behalve CDA, SP en Leefbaar, in de Gemeenteraad geen voorstanders voor te vinden zijn.

Homo Haerens – do 14 nov. 2007

Den Haag Mariahoeve

„22 uur 51?”, herhaalde ik vol ongeloof. De perronopzichter knikte. De laatste intercity naar Breda was echt al zo’n vijf-en-twintig minuten geleden vertrokken.

„Al sinds de nieuwe dienstregeling”, zei de perronopzichter. Ik geloofde hem nog steeds niet. „Die man moet nog helemaal naar Venlo met z’n trein”, probeerde de perronopzichter nog te vergoelijken, terwijl ik de Nederlandse arbeidstijdenwet vervloekte. Gelukkig had hij nog een oplossing voor me. Om 23.38 met de stoptrein naar Den Haag Laan van Nieuw Oost Indië om daar over te stappen op de sneltrein (dat overigens een ander woord voor stoptrein is) vanuit Amsterdam naar Breda.

Nu was het buiten al donker en door de geruisloze voortbeweging van de DD-AR voelde ik ons amper tot stilstand komen. Kennelijk gold dat ook voor de conducteur, die besloten had dat onze aankomst op Laan van Nieuw Oost-Indie niet het vermelden waard was. Pas toen ik uit het raam een stilliggend perron zag liggen, realiseerde ik me dat we er al waren, liep naar het balkon en zag de deuren netjes opengaan nadat ik op het daarvoor bestemde knopje had gedrukt.

Althans, half open gaan. Vervolgens gingen ze acuut weer dicht en zette de trein zich in beweging naar Marioahoeve. Met een beetje geluk kon ik daar nog net de voor mij bestemde sneltrein halen, maar ook die sloot zijn deuren toen ik nog aan de verkeerde kant daarvan stond, buiten ditmaal.

Nu is het natuurlijk op zich best bijzonder om in het holst van de nacht op fucking Mariahoeve te staan, verstoken van elk Openbaar Vervoer dat mij nog naar Breda kan brengen, maar liever had ik al thuis in m’n nest gelegen. Haagse vrienden die rond deze tijd nog wakker zijn, hadden hun telefoon uit, anderen durfde ik uit fatsoensoverwegingen niet meer te bellen. Er restte dus niets anders dan de bus terug naar Centraal Station, waar dit roemloze avontuur een uur of wat eerder was begonnen.

Terug in het Kamergebouw werkte ik nog enkele uren door om uiteindelijk in slaap te vallen op de veel te harde Ikea-bank van Kamerlid Ineke van Gent (bedankt). Waar ik de volgende dag ochtend wakker werd van een licht geschrokken schoonmaakster en de geur van kunstmatige citroen.

Homo Poeta (2) – di 13 dec. 2007

Yvonne Né draagt voor in L'Eglise Wallonne de Breda.

Dat ik de dag ervoor dichteres Yvonne Né was tegengekomen, kwam weblogtechnisch wel handig uit. Vooral ook aangezien ze zojuist de Boarte prijs voor Arriés had gewonnen.

Het was namelijk een mooie gelegenheid om aan haar te vragen naar het gedicht dat zij speciaal voor de Kristalnachtherdenking van enkele dagen eerder had geschreven. Het was bij de herdenking zelf helaas niet erg druk en hoewel het voor de schoonheid van een gedicht op zich niets uitmaakt hoeveel mensen het hebben gehoord, is het te mooi om het niet verder te delen. Ik mocht het publiceren, onder de voorwaarde dat ik een link zou opnemen naar haar site. Bij deze.

ga naar de site van Yvonne Né »


Nacht van het gebroken glas

Bij vijandige wet heet zij voortaan Sara en hij Israël,
mensen houden van klaar uiteen te houden zaken,
slaan daartoe graag de spiegels van het ware stuk.

De stad en haar straten bloeden hun glas,
wat is en zal zijn is gemerkt en beklad,
elk oog een bedrieglijke scherf.

Met heel je wezen in een tijd die nog heel was,
vlucht je met wat je kunt dragen,
het is je huis of je leven, de taal is defect.

Je enige huis blijft je huid, het grootste orgaan
maar te dun en doorzichtig
en voor wie kijken een scherm ter projectie.

Ook wie na een week nog iets heeft wil weg
van wat komt, maar de grenzen rondom je zijn dicht,
waar zul je heen? zelfs hoop is een kerf in het hart.

Gebroken glas wordt nooit meer heel,
het geluid van één brekend glas is zeldzaam geworden,
zul je dat ooit weer kunnen horen, waarop volgen woorden

van verbondenheid: mazzeltov
wanneer de J zal staan voor Jij-en-ik samen
in ongebroken liefde hier zijn.

Y. Né
8 nov. 2007

Homo Poeta – ma 12 nov. 2007

Lucifer

Het was al bijna sluit in de Beyerd, toen ineens de deur openging en een zware delegatie van de Bredase kunstwereld als uitzinnigen het Café binnenliep. Ze kwamen zojuist van een prijsuitreiking en zo te zien hadden we hier niet te maken met mensen aan wie de prijs voorbij was gegaan.

Het leek welhaast alsof de groep licht gaf in het donker. Een onmogelijke stilte, die plots wordt doorbroken door een daverende gezelligheid. Een invasie van vrijzinnige geesten, liederlijk lachend en pratend, in een verder vrijwel uitgestorven café.

Zo snel zij waren gekomen, zo snel viel de groep weer uit elkaar. Sluitingstijden gelden voor iedereen, ook voor Bohémiens. Plots was het weer stil. Het leek zelfs iets donkerder, iets kouder dan eerst, zonder de kunstenaars om me heen.

Ik had nog één zwavelstokje.

Homo Impridens – zo 11 nov. 2007

Partijstukken

Behalve de strategiedag, had ik gisteren nog een andere partij-bijeenkomst. Voor het eerst in mijn leven bezocht ik een provinciale ledenvergadering. Een verhelderende ervaring.

De reden voor mijn aanwezigheid was de keuze van nieuwe partijraadsleden. Dit is in veel gevallen een provinciale aangelegenheid, aangezien de meeste afdelingen niet genoeg leden hebben om zelf iemand af te vaardigen (een partijraadslid vertegenwoordigd zo’n kleine 300 leden). Alle ‘witte vlekken’ worden vervolgens door de provincie ingevuld.

Dat dit geen wenselijk scenario is, werd tijdens de provinciale vergadering weer eens bevestigd. Feitelijk kwam het er op neer dat tijdens de vergadering de lege plekken werden ingevuld. Geen stemming en dus ook geen mogelijkheid te oordelen over de geschiktheid van kandidaten. Er was ook geen keuze: te weinig kandidaten voor te veel plekken.

Bij GroenLinks wordt – terecht – wel eens vaker geklaagd over het feit dat er niet of nauwelijks te kiezen valt. Het tegenargument is vaak – eveneens terecht – dat er meer mensen zich als kandidaat moeten melden. Dat dat ook daadwerkelijk gebeurd is voor een groot gedeelte de verantwoordelijkheid van het partij-, provincie- of afdelingsbestuur.

Hoe goed een provinciaal bestuur ook zijn of haar best zal doen, het blijft altijd lastig om meer dan een handjevol leden de provinciale ledenvergaderingen te laten bezoeken. De gemiddelde afdelingsvergadering is beter bezocht. Het is dan ook onwenselijk om de provinciale afdelingen nog zo’n grote rol te laten spelen in de benoeming van partijraadsleden. Zeker als tijdens zo’n vergadering iedereen die zich aanmeldt meteen in aanmerking komt voor een plaats in de partijraad. Iemand die niet in de Staten of het afdelingsbestuur gekozen wordt kan zo altijd nog… je snapt ‘m wel.

De partijraad heeft te veel invloed en is te belangrijk om op zo’n ondoorzichtige manier verkozen te worden. De partijraadsleden zijn vertegenwoordiger van de partijleden. Dat maakt het voor hen net zo belangrijk als alle andere vertegenwoordigers dat zij benaderbaar en herkenbaar zijn voor àlle leden. Met verantwoording voor wat zij doen, maar bovenal een heldere kandidaatstellings- en verkiezingsprocedure waarbij zoveel mogelijk leden betrokken worden.

Homo Philosophicus – za 10 nov. 2007

Simon

Tijdens één bijeenkomst van de diverse begeleidingspanels van het toekomstproject van GroenLinks kwam ik Simon tegen. Met Simon praten is een verademing. Simon is naast sympathiek namelijk ook een scherp denker.

Met hem sprak ik over een onderwijsplan dat hij in het kader van zijn opleiding ha geschreven en enkele wekeen terug ook op zijn website had gepubliceerd. Kort gezegd kwam het neer op een systeem waarbij leerlingen vouchers krijgen om onderwijs mee in te kopen. Naast een aantal basisvouchers komen leerlingen uit achterstandsituaties in aanmerking voor extra vouchers om meer of intensiever onderwijs in te kopen. Ook excellentie wordt beloond met meer vouchers, met name bedoeld voor vervolgonderwijs. Binnen het plan is er, ik zeg het even grof, ruimte voor scholen om zelf hun onderwijsprogramma in te richten. Alleen een aantal eindtermen zijn door de overheid bepaald.

Ik complimenteerde hem met zijn denkwerk. Ik ben altijd erg gecharmeerd van ideeën waarbij enerzijds de mensen, in dit geval de leerlingen, een maximale keuzevrijheid wordt geboden, een gezond stuk marktwerking wordt ingebouwd, in dit geval de competitie tussen scholen en de beloning van excellentie onder leerlingen, en tegelijkertijd de rechten van de mensen, in dit geval de leerlingen, niet worden aangetast maar juist versterkt.

Simon nam de complimenten graag aan om vervolgens zijn eigen plan te gaan bagatelliseren. Wellicht hoort een filosoof dat ook te doen: eerst iets verkondigen en iedereen van de waarheid daarvan te overtuigen om vervolgens, als men zich achter je geschaard heeft, een stap naar achter te doen en de mensen uit te lachen omdat ze zo dom zijn te geloven in een halfbakken plan. Sadisme is Simon echter vreemd, dus ik denk niet dat er kwade opzet in het spel is.

Toch blijf ik zijn idee nog even omarmen. Ik ben ervan overtuigd dat, met wat extra denkwerk, ook de minder dichtgetimmerde kanten van zijn plan wel oplosbaar zijn. Ik heb een aantal collegae in Den Haag in ieder geval een kopietje van het plan toegestopt. Ondertussen probeerde ik met Simon een afspraakje te forceren. Een avond doorakkeren, met een fles wijn erbij. „Waarover dan?”, vroeg Simon. „Dat maakt niet uit”, antwoordde ik. Als je de geest wil slijpen maakt het niet uit met welke wetsteen je dat doet.

Homo Confitens – vr 9 nov. 2007

Gaypride

Wat? Een speciale dag voor homo’s om hun coming out te organiseren. Zijn die staatspaternalisten in Den Haag nu helemaal van God los?

Wie een coming out-dag wil organiseren, geeft daarmee aan dat iets wat eigenlijk doodnormaal zou moet zijn, dat kennelijk toch niet is. Een idee van een coming out-dag is zijn essentie badinerend en beledigend.

Wie een special coming out-dag wil houden, geeft daarmee aan dat op die dag mensen uit de kast kunnen komen, maar impliciet ook dat je het de rest van het jaar beter niet kunt doen.

Wie een speciale coming out-dag wil houden, reduceert een individueel en persoonlijk moment tot een obligate, collectieve verplichting. We gaan toch ook niet collectief trouwen?

Homo’s zijn bij uitstek individualisten. Niets mis met een gezamenlijk feestje, maar anderen moeten zich niet met de keuzes in ons leven bemoeien. En al helemaal niet met onze coming out. Kom zeg, er zijn grenzen.

Wie een coming out-dag wil houden laat ouders van pré-pubers, pubers en postpubers jaarlijks in een welhaast ondraaglijke spanning of hun zoon of dochter dit jaar wellicht eventueel toch een flikker of en pot blijkt te zijn.

Tot overmaat van ramp is de gekozen datum, 11 oktober, ook een gruwel. Veel te koud om met ontbloot bovenlijf je anders-zijn te vieren. Liever midzomernacht. Maar van enig inlevingsvermogen voor gays is dit christenkabinet natuurlijk niet te beschuldigen.

Beter kan dit kabinet overgaan tot het afschaffen van het homo-huwelijk, het verbieden van homo-seks, het eenzaam opsluiten van samenwonende mannen en alle homo’s het leger uitschoppen. Het zou ontegenzeggelijk meer betekenen voor de emancipatie van homoseksuelen dat dit abjecte plan dat slechts in de jaren vijftig revolutionair en licht sympathiek genoemd had kunnen worden.