
Twee jaar geleden werd mij gevraagd of ik een stukje wilde schrijven voor een boekje over de Kristalnacht. Dat boekje is uiteindelijk nooit verschenen. Wat me bij het herlezen van de tekst die ik twee jaar eerder op papier zette, opvalt, is dat er zo ontzettend weinig verandert is in de tussentijd. Je zou er treurig van worden.
«Als op tien november 1938 de etalageruiten van joodse winkels sneuvelen, kon niemand bedenken tot welke gruwelijke gebeurtenissen de jodenhaat in Nazi- Duitsland nog zou leiden. De kristalnacht was, na de boycotdag in 1933 en de invoering van de Neurengberg wetten in 1935, de zoveelste stap in het systematisch uitsluiten van de joodse medeburgers. Het zou nog leiden tot massale onteigeningen, de opsluiting van joden in getto’s en, uiteindelijk, de vernietiging van zo’n 6 miljoen Europese joden en daarmee het einde van de rijke Jiddische cultuur in Europa.
De Kristalnacht staat symbool voor de ontwrichtende gevolgen waartoe intolerantie en haat kunnen leiden. Ten tijde van de tweede wereldoorlog werd die haat gepropageerd door het nationaal-socialisme van Hitler. Joden waren daarvan de meest in het oog springende slachtoffers. Maar ook zigeuners, gehandicapten, homoseksuelen en politieke tegenstanders werden rücksichtslos uit de weg geruimd. Chelmno, Belzec, Sobibor, Treblinka, Majdanek en Auswitz- Birkenau zijn plaatsnamen die voor altijd verbonden zullen zijn met de vernietigende gevolgen van haat en intolerantie tussen mensen.
Geschiedenis, zullen mensen denken. Maar de intolerantie leeft tot op de dag van vandaag voort. In Bosnië en Kosovo, in Sudan, in Rwanda en in Israël staan bevolkingsgroepen tegenover elkaar en leiden terreur en staatsgeweld tot vele duizenden onschuldige burgerslachtoffers. En ook in Nederland komen groepen steeds meer tegenover elkaar te staan. Moslims worden op straat nagekeken of uitgescholden, joodse Nederlanders hebben te kampen met antisemitisch geweld. Marokkanen, Surinamers en Antillianen worden geweigerd aan de deur van discotheken en agressieve homohaat laait weer op. Mensen kunnen steeds minder van elkaar hebben en geven andersdenkenden steeds minder ruimte. Onder het mom van het christelijk humanisme en de verlichting worden andere geloven zoals de islam en het jodendom geridiculiseerd. Dat gebeurt aan de kroegtafel, maar ook in Den Haag, waar bij een aantal politici de nuance en de relativering compleet zoek is.
Veel meer nog dan de jaarlijkse bevrijdingsdag is de herdenking van de Kristalnacht voor mij een moment om stil te staan bij de gevaarlijke gevolgen van onverdraagzaamheid. Toen Hitler in 1933 zijn antisemitische propagandamachine in werking stelde, hadden zelfs de joden in Duitsland niet het vermoeden dat dit zou leiden tot een grootscheepse, perfect georganiseerde volkerenmoord. Ook in onze samenleving nu, leiden onverdraagzaamheid en gebrek aan respect tot discriminatie en geweld, waar elk willekeurig individu het slachtoffer van kan worden. Ikzelf, omdat ik homo ben, mijn overbuurvrouw, omdat zij een hoofddoekje draagt, of vrienden, omdat zij joods zijn. De Kristalnacht is het moment waarop wij zeggen: ‘dat nooit meer’. Wie zin wil geven aan die woorden, zal het gesprek met anderen moeten aangaan, zal zich moeten inzetten voor kennismaking en wederzijds respect. Maar vooral, moeten wij tegenwicht bieden aan mensen die haat of onverdraagzaamheid prediken en tot geweld oproepen. Dat is voor mij de achterliggende boodschap; de echo van het glasgerinkel in 1938.
Selçuk Akinci
oktober 2005»







