Homo Aestimans – za 18 aug. 2007

Boswachterwij Liesbos

De gemeenteraadsfractie van GroenLinks kwam bij elkaar in de Boswachterij in het Liesbos. We gingen evalueren.

Echt evalueren was het trouwens niet. Doorgaans doe je dat met een extern iemand als procesbegeleider en daar wilde mijn fractie niet aan. Dus werd het vooral vrij en ongedwongen praten over ieders gevoelen na ruim een jaar coalitie-deelname. En kennelijk had iedereen vooraf de insteek gekozen om eens niet uitgebreid de detail-verschillen tussen de fractieleden uit te vergroten, maar op zoek te gaan naar een gezamenlijk gevoel.

Desondanks was het dagvullende programma nog best inspannend. Ik vond dat ik wel een biertje verdiend had en reed tijdens het laatste stukje van de middag in de richting van de Boulevard. Nu vind ik op zich wel vaker dat ik een biertje verdien heb, sterker nog, ik vind overleven op zich het drinken al waard, maar het biertje van die avond was wel heel lekker. Content zakte ik verder in mijn barkruk en bestelde nog een rondje.

Homo Ingeniosus – vr 17 aug. 2007

Skylines by deBOSSA

Waar straatmeubilair de grond raakt, groeit nogal eens onkruid. De kier tussen de tegel en de paal die het meubilair verankert, is een feestje voor grassen, bloemen en ander groen. In de gemeente Eindhoven vinden ze dat maar lastig. En dus hadden ze een prijsvraag uitgeschreven voor de beste oplossing tegen dit vreselijke probleem.

Joost kan een goede grap wel waarderen. En dus besloot hij met zijn ontwerpbureau voor totaaloplossingen mee te doen. De oplossing was elegant in al zijn eenvoud: als er onkruid groeit op de plaats waar het straatmeubilair de grond ingaat, dan moeten we zorgen dar het straatmeubilair niet meer de grond in hoeft te gaan. Voortaan werd alles alleen nog maar opgehangen.

Opgehangen aan grote touwen die uit de hemel kwamen, wel te verstaan. Skylines, heet het. Glunderend vertelde Joost over dit briljante idee. En let op: in verband met evenwichtsproblemen wordt het sterk aangeraden bij sommige objecten meerdere skylines te gebruiken.

De gemeente Eindhoven heeft geen gevoel voor humor. En kennelijk al helemaal niet voor satire. Als ik wethouder was geweest, had ik dit plan laten winnen. Kwesties die geen kwestie zijn, vragen om oplossingen die geen oplossing zijn. Joost weet dat.

Homo Creans – do 16 aug. 2007

oregano

De vader van Rogier had een huis gekocht. Voor zijn zoon. Zodat hij met twee andere studiegenoten een beetje goedkoop kon gaan wonen. Zo gaat dat tegenwoordig, bij studenten met ouders met een overwaarde.

Eten zal Rogier niet tekort komen. Allereerst leert één van zijn huisgenoten voor kok, en mag hij alles dat op school gemaakt wordt daarna mee naar huis genomen worden. Ten tweede wordt Rogier omringt door toko’s, Marokkaanse slagers, Turkse mini-markets, pizzaria’s, shoarmazaken en kebab-zaken. Rogier woont midden in de multiculturele samenleving, de bakermat van de kapsalon *.

Rogier maakte roergebakken groenten met daarbij een pittige aardappelpuree, die visueel werd afgewerkt met een blaadje peterselie. Aangezien ik de aardappels moest schillen was er weer eens veel te veel puree. Na het eten en de eerste fles wijn begonnen we aan onze creatieve denksessie, het doel van onze afspraak.

Aardappelpuree met een ei en een bak sterke koffie als ontbijt. Na de eerste hap keken we elkaar aan. Er miste iets. „Oregano”, riepen we gelijktijdig. Great minds think alike.

*) Bak met friet, daaroverheen shoarma-vlees, daaroverheen saus, daaroverheen gesmolten kaas en daaroverheen een beetje sla.

Homo Unitus – wo 15 aug. 2007

gevulde tafel

Het koor is terug van zomervakantie. Dat werd gevierd met een feest bij Aloïs thuis.

Gisteren was ik Aloïs al tegengekomen in de kroeg. „Je zou toch komen helpen?”, vroeg hij. Dat had ik hem inderdaad weken geleden al beloofd. We hadden echter nooit een tijd afgesproken. „Da’s waar, zei ik. Maar ik heb morgen overdag geen tijd om boodschappen te doen.” „Da’s al gebeurd”, zei Aloïs, „maar als je morgen nou iets eerder komt, dan kun je helpen alles klaar te zetten. Zeg rond een uur of zeven.”

Iets over zeven kwam ik bij hem aan. „Kom binnen en ga zitten”, zei hij en zette een kop koffie voor mijn neus. „En, wat kan ik doen”, vroeg ik nadat ik mijn koffie op had. „Niks”, antwoordde Aloïs, „ik heb alles al klaargezet.” Vragend keek ik hem aan, „ik moest toch komen helpen?”

„Dat had ik alleen maar gevraagd om zeker te weten dat je zou komen”, antwoordde Aloïs glunderend, en zette nog een tweede bakkie voor.

Homo Irritans – di 14 aug. 2007

niet bellen

In Rotterdam stapte hij de trein in de benedenverdieping van de IRM. Trainingspak, lang haar met grove krullen. In zijn linkerhand een obesitas-size zak gele M&M’s en een blik bier, in zijn rechterhand een zaktelefoon. Hij ging voor mij zitten.

Mijn vrees werd bewaarheid. Nog voordat de trein vertrok, begon hij aan een telefoongesprek en werden alle inzittenden van de coupé getuige van zijn harde stemgeluid en de avonturen van een aan lager wal geraakte kennis.

Ondertussen ging de zak met M&M’s open. Enkele M&M’s vielen op de grond en verspreidden zich over de coupé-vloer. Toen later het blik bier geopend werd, wat best wel moeilijk is als je tegelijkertijd ook nog je telefoon, je M&M’s en de verhaallijn van het gesprek probeert vast te houden, ontsnapte nog ongeveer de helft van de inhoud uit de zak. Gezamenlijk met hun eerder aan de zwaartekracht onderworpen vrienden, rolden de snoepjes heen en weer kaatsend tussen de muren van de trein de hele coupé door.

De man, nog steeds bellend met de zelfde gesprekspartner, vertelde inmiddels voor een derde keer hetzelfde verhaal. Zachtjes tikte ik hem op de schouder en vroeg hem of hij wellicht iets minder luidruchtig kon bellen. Het effect van mijn interventie duurde ongeveer één zin. De man had ondertussen zijn blik bier op de grond gezet, dat hij niet veel later zelf ook omstootte. Het bier vermengde zich met de M&M’s.

Breda naderde al toen de man het telefoongesprek beëindigde. Hij stond op, pakte het restant van zijn M&M’s en zijn bier en ging enkele rijen verder weer zitten. Meteen pakte hij de telefoon en ging opnieuw iemand bellen. Wederom bulderde zijn stemgeluid door de coupé.

Bij het uitstappen passeerde ik de zitplaats van de man. „Wie denk je wel dat je bent, asociale mafkees, om een half uur lang zo asociaal hard in de trein te zitten bellen. Ongemanierde achterlijke chimpansee die je bent. Heeft je moeder je niet opgevoed?”, zei ik tegen hem in een spontane opwelling van burgerlijk fatsoen.

Althans, dat had ik willen zeggen. In werkelijkheid zei ik alleen maar geïrriteerd „hoe haal je het in je hoofd?” Om vervolgens snel uit te stappen. Pudding-tarzan die ik er ben.

Homo Solaris (3) – ma 13 aug. 2007

To the beach

De zon scheen volop, tijdens Reggae Sundance. Gelukkig maar, want regen, daar gaat je joint van uit.

Ik ben zelf geen grote Reggae liefhebber. Mijn reggae-collectie bestaat uit welgeteld één plaat van Bob Marley. Waarom dan toch naar Sundance gegaan afgelopen weekeinde? Allereerst vanwege het gezelschap: mijn vrienden gingen, en ik besloot op de valreep mee te gaan.

Daarnaast kan ik niet anders dan me in superlatieven uitlaten over de sfeer op het E3-strand in Eersel, waar het festival dit jaar voor het eerst werd gehouden. Vet relaxed. Zelfs de mensen die uren in de rij moesten staan om binnen te komen omdat de vrijwilligers nu niet bepaald zeer efficiënt werkten, schaamden zich eigenlijk een beetje voor hun ongeduld.

Een sprong in het meer zorgde voor de nodige afkoeling en het gevoel weer een beetje schoon te zijn. Meedeinend op de after-beat speelden we potjes domino en dronken we een potje bier. Is er dan echt niets negatiefs over dit festival te melden?

Vooruit, zondagavond begon het te betrekken.

Homo Solaris (2) – zo 12 aug. 2007

Feeling Irie

„Dapper”, sprak Gert en keek me strak aan. „Dat jij hier als fruitcake durft te komen.” Homo’s en Rasta’s gaan doorgaans inderdaad niet goed samen.

Op Jamaica loop je een gerede kans om homofobe teksten naar je hoofd geslingerd te krijgen als je naar een reggae-band luistert. Een paar internationaal bekende artiesten hebben zichzelf bij hun westerse platenmaatschappij ook wel eens in de nesten gewerkt met hun denkbeelden. Maar op Reggae Sundance heb ik er niemand op kunnen betrappen. Nu denk ik ook dat de Nederlandse rasta’s zich een eigen, Europese versie van de rasta-ideologie hebben aangemeten. Een soort verlichting dus eigenlijk.

Toen ik twee jaar geleden in Kenya was liep ik maar niet te veel te koop met mijn homoseksualiteit. Wanneer het over trouwen ging, beperkte ik me tot de opmerking dat ik geen vriendin had. Het was bijzonder toen ik daar, in Malindi, de islamitische Abdul tegenkwam die vertelde over zijn twee Europese homo-vrienden die in Kenya hun trouwfeest hadden gevierd. Een feest dat hij voor hen georganiseerd had.

Tolerantie kent vele vormen. Homoseksualiteit? Dat hebben ze in Afrika natuurlijk niet. Maar als die maffe Europese mannen dan zo nodig van die rare dingen willen doen zoals trouwen, dan kunnen ze daar op zich best wel weer tegen. Helemaal als je daar iets mee kan verdienen. Niets zo ruimdenkend als het kapitalisme.

Homo Solaris (1) – za 11 aug. 2007

Reggae Sundance

Multi-culti doen is niet zo moeilijk. Je loopt zo nu en dan een Marokkaanse toko binnen voor couscous en geitenkaas en kijkt wekelijks naar Raymann is laat. Maar zeg nu zelf: hoeveel gekleurden kom je nu werkelijk tegen als je op een feestje bent?

Of het nu Pukkelpop, Werchter of Lowlands is, het publiek is overal even tolerant. En blank. Zelfverkozen apartheid. De gemiddelde Marokkaan of Turk houdt nu eenmaal niet van de Kaiser Chiefs of de Scissor Sisters. En alleen Wokro’s * gaan naar Maroc-party’s, dus zie hier: segregatie.

Toen ik het terrein van Reggae Sundance opliep, was dat dan ook een verademing. Ongeveer een derde van het publiek kwam oorspronkelijk ergens anders vandaan. Alle winstreken van Afrika waren vertegenwoordigd, Azië was in da house en de Suri’s en Antillianen waren present.

Kijk, we hoeven natuurlijk niet altijd maar verplicht te mengen. Maar als het dan eens een keertje gebeurd, valt me wel op dat de sfeer zo ontzettend vrolijk is. En de kwaliteit van het festival-eten ineens omhoog schiet. En er niemand zeurt of moeilijk doet. Dat er om de vijf minuten eer betuigd werd aan de inmiddels mythische Ethiopische keizer Haile Selassie nam ik dus maar voor lief. Pass the Dutchie please…

*) Wannabee Marokkanen, doorgaans jonge blanke mannen tussen de twintig en dertig en en Havo-diploma, die hun iPod vol met Rai-muziek zetten en vervolgens naar de Marokkaan gaan om een kilo lamsbout, twee ons geitenkaas en een bos verse munt te bestellen.

Homo Programmans – vr 10 aug. 2007

bits & bites 

„Tuurlijk kan ik zo’n scriptje schrijven”, blufte ik, niet verlegen om een uitdaging. En dus surfte ik vrijdag uren op sites die mij de beginselen van PHP moesten bijbrengen.

Computers doen, tenzij het een vroege Pentium 1 betreft, altijd precies wat je ze zegt. Het is vaak de programmering die veel fouten bevat. Wie dus scriptjes schrijft, doet er verstandig aan secuur te werk te gaan.

Ooit heb ik nog wel eens basic gekent. En aangezien de basisbeginselen van programmeren niet veranderen, hoopte ik met een staaltje logisch if-then-else denken wel te komen. PHP bleek ingewikkelder dan gedacht.

Om drie uur ’s nachts was mijn scriptje klaar. En dan had ik het nog niet eens helemaal zelf bedacht. Het was een bewerking van een script dat iemand anders mij al eens had toegestuurd. Maar het was natuurlijk ook wel erg ambitieus om te denken binnen een dag een volledig volleerd PHP-programmeur te worden.

Het scriptje was af, getest en goed bevonden. Ik dronk een biertje op het succes en zette de wekker. Na deze klus geklaard te hebben kon ik me onbezorgd gaan aansluiten bij mijn vrienden op Reggae Sundance.

Homo Obesus – do 9 aug. 2007

Haribo macht kinder froh...

De doos Haribo Megamix was al bijna op. Op twee soorten na, de visjes en de zoute driehoekjes. Allebei lekker, vond ik. Helemaal niet, von Dirk. Ik mocht ze opeten.

Het was half drie nachts en onder de strikte voorwaarde dat werd voldaan aan de volgende twee voorwaarden, reed ik nog even mee naar Dirk thuis. Ten eerste moesten we beiden nog dorstig zijn en ten tweede moest hij, in tegenstelling tot ondergetekende, wèl bier in huis hebben. De situatie voldeed aan beide voorwaarden.

De overgebleven dropsoorten bleven een overblijfsel van een potje megamixen, waarbij om en om iemand een snoepje van een eerder door die persoon geclaimde soort uit de doos haalt. Diegene die het langst door kan gaan exemplaren van zijn gekozen soort te vinden en te eten, heeft gewonnen. Daarna kan aan een volgende dropsoort begonnen worden, net zolang tot de doos op is of men geen trek in drop meer heeft.

Tijdens het tweede en tevens ook voor de tweede maal laatste biertje, probeerde Dirk mij over te halen mee te gaan naar Reggae Sundance. „Ik heb nog werk te doen”, antwoordde ik, „dus ik kan niet”. „Tenzij het lekker weer wordt dit weekeinde.” Samen besloten we dat het dat zou worden. In mijn hoofd reorganiseerde ik mijn agenda en besloot de zaterdag wel vrij te kunnen maken.

„Deal?” „Deal!”