Homo Evigilans – di 28 aug. 2007

Morgenlicht

Het is al weer donker als ik in de trein stap. Geen schemerochtend, maar echt donker. Nauwelijks zichtbaar zijn de donkere silo’s van de suikerfabriek, wanneer de trein hen ongemerkt voorbij beweegt.

Pas na enkele minuten reizen, rond Lage Zwaluwe, wordt in de verte het eerste morgenrood zichtbaar, dat zich met het schrille blauw van de ochtendlucht vermengd tot een vale geeloranje gloed. Er maakt zich een ongemakkelijk gevoel van mij meester. Er is al weer een zomer voorbij.

„Zomer?”, roept een stem in mij verontwaardigd, terwijl het ochtendlucht het landschap om de vijf minuten van kleur doet verschieten, „noem je dat zomer.” Waar waren dit jaar de hittegolven? Ja, in het voorjaar wellicht. Maar een mens wil zomer.

In stilte mijmer ik over de kans op een mooie nazomer. Of een warme herfst, net als vorig jaar. Maar ook dat zou niet veel meer zijn dan surrogaat. Ik tuur naar buiten en denk aan de gemiste kansen. Aan de nooit gemaakte wandeling, het noot bestelde ijsje, de onverklaarde liefdes. Tweeduizendzeven is een verloren jaar.

Het landschap aan silhouetten trekt aan mij voorbij. Ik voel mijn winterdepressie naderen.

Homo Reservans – ma 27 aug. 2007

Telefoon

„Hallo, met Steven.” „Hallo Steven, met Selçuk. Weet jij wat ik komende zondag ga doen?” Even was het stil aan de andere kant, maar toen viel het kwartje.

Steven had op zijn weblog aangekondigd dat er komende zondagmiddag een thema-middag over dierenrechten in het GroenLinks-pand wordt gehouden. De daaraan vastgekoppelde discussie wordt geleid door ene Selçuk Akinci. Ik wist echter van niks.

Heeft Niels je niet gevraagd tijdens het afgelopen DWARS-weekeinde?” „Euhm, nee, niet dat ik weet.” Ik dacht even terug aan het vijf-literpak rosé en schudde nogmaals het hoofd. „Maar kun je wel?”, vroeg Steven. „Als ik wat afspraken ombuig, moet dat wel lukken”, antwoordde ik.

„Maar dan is er toch helemaal geen probleem?”, reageerde Steven en hing op. Zoveel elegante eenvoud, daar kon ik niet tegenop.

Homo Contendens – zo 26 aug. 2007

Marithjuh en ik. Foto: Richard v.d. Weste

In colonne liepen de kamp-deelnemers terug naar het station. Het vooruitzicht van het nakende afscheid lag zwaar op ieders gemoed.

Enkelen hadden we achter moeten laten. Zij zouden nog wat laatste zaken opruimen en regelen, of moesten met een latere trein in de richting van Groningen. Wij, veruit de grootste groep, zakten af naar het zuiden.

In Amersfoort ontvielen ons weer enkele mensen en konden we het gezelschap van vijf vierzitters al terugbrengen tot drie. Nadat we in Utrecht aankwamen, splitste de groep zich opnieuw.

Met Jan-Lars en Rick reisde ik nog door tot ‘s Hertogenbosch. Daar was het mijn beurt om te verlaten. Mijn reisgenoten zakten verder af naar Eindhoven en Maastricht, terwijl ik alleen mijn reis in de richting van Breda vervolgde.

Toen ik eenzaam in de coupé zat, kwamen flarden van herinneringen aan het afgelopen weekeinde boven. Hoe mijn team tot twee maal toe won met touwtrekken, het gesprek met Kathalijne Buitenweg, hand in hand door het bos wandelen met de überschattige Maritjuh, het onmenselijke geschreeuw om de groep wakker te krijgen en hoe iedereen de slaap uit de ogen wreef en het hooi uit de slaapzak klopte in de tot slaapzaal omgebouwde hooizolder.

Terwijl de aftiteling over mijn netvlies rolde, werd Breda omgeroepen. Intens gelukkig stapte ik uit. Het afgelopen weekeinde was ik thuis. Nu was ik het weer.

Homo Activus – za 25 aug. 2007

Foto: Richard v.d. Weste

Breedgrijnzend kwam Niels zaterdagmiddag het terrein oplopen. In zijn linkerhand had hij een pak rosé. „Vijf liter”, riep hij in mijn richting, „twee-en-een-half voor jou en twee-en-een-half voor mij”, en wierp het pak in mijn richting.

Het DWARS-kamp werd gehouden op een scouting-terrein in Assen. Vooraf was gemeld dat er bedden aanwezig waren en dat we slechts onze slaapzak en bij voorkeur wat schoon ondergoed hoefden mee te nemen. Bedden bleken er echter niet te zijn en dus had de organisatie bij een nabijgelegen boerderij enkele balen hooi gekocht. De zolder van het scouting-gebouw werd aldus voorzien van een flinke laag hooi. Mensen met een allergie waren naar buiten verbannen.

Zo hadden we al een nacht geslapen. Om te voorkomen dat de hooi-sprieten in mijn neus en oren zouden steken, diende het voeteneind van de slaapzak van kampgenoot Rick als hoofdkussen. De kunst van het kamperen is het minimaliseren van het tegenovergestelde van comfort. Daarnaast lagen de voeten van Rick onverwacht prettig, maar dat geheel terzijde.

Het dagprogramma bestond uit een workshop openbaar spreken en een ontmoeting met een moslima, en verder uiteraard uit de nodige spelletjes, die naar de beste FYEG-traditie ‘energizers’ werden genoemd. En toen kwam Niels dus aan met zijn Rosé.

We hebben ons best gedaan. Voor, tijdens en na een prachtige wandeling door de Assense bossen, waarbij op bijzondere punten verhalen werden verteld of uitvoeringen werden opgevoerd, waaronder een opvallend sterke uitvoering van Peter en de Wolf. Rond het kampvuur werd tot drie keer toe het moordspel gespeeld.

Toen we uiteindelijk om vijf uur ‘s ochtends nog meenden pan-tosti’s te moeten gaan bakken en daarbij iedereen wekten door eerst herrie te maken in de keuken en daarna ook nog eens het brandalarm lieten afgaan, leek het Niels en mij een goed moment om maar te gaan slapen. We waren intussen ook al lang overgeschakeld op andere dranken. Ergens in Assen ligt nog steeds een pak met een restje rosé als stille getuige van onze moedige poging.

Homo Circumsedere – vr 24 aug. 2007

foto: Richard v.d. Weste

Het was een flink stuk treinen, naar Assen. En op het station dienden we daadwerkelijk uit te stappen aan de centrumzijde en niet aan de oostzijde van het station. Iets dat ik uiteraard aanvankelijk fout deed.

Ondanks de omweg kwam ik nog ruim op tijd voor het eten en de daaropvolgende diversiteitsdiscussie op dit DWARS-kamp. Want hoewel iedereen het er wel over eens was dat je in je eentje niet divers kan zijn, vond wel iedereen dat hij of zij iets bij kon dragen aan de diversiteit voor de groep als geheel. En kwamen we er vervolgens eigenlijk ook achter dat onze vriendenkring misschien wel divers is, maar ook weer niet superdivers. Iedereen mist nog wel een paar etniciteiten op zijn of haar verjaardag.

Aangezien er geen bureaus zijn waarbij je voor dit soort gelegenheden een Turk of Marokkaan kunt huren, zijn er twee mogelijkheden. Straattaal leren en daarna vragen of die tantoe spange Indo met die dope pattas je nieuwe mattie wil zijn, of het er gewoon bij laten zitten en accepteren dat je wellicht wel open staat voor diversiteit, maar dat je daarmee nog niet automatisch een heel diverse kennissenkring hebt.

We deden dat laatste en speelden daarna zeer competitief het smokkelaarspel in een donker bos. En aangezien mensen je veel minder snel zien zonder zaklamp, lieten we die, naar mate het spel vorderden, steeds vaker uit. Gekneusd, gebroken of doorweekt met slootwater zaten we een uur of wat later tevreden rond een kampvuur.

Homo Clarus – do 23 aug. 2007

Beyond van Dinosaur Jr.

We moesten ons weliswaar eerst door twee voorprogrammabandjes heen worstelen, maar het was het waard. Al is het maar om gezegd te kunnen hebben dat je Dinosaur Jr. ooit een keer live hebt horen spelen.

Slordig en hard, dat was de slotconclusie van de avond. Want toen na de eerste band, een best aardige grunge-band uit Den Bosch waarvan ik de naam nu even kwijt ben, de Londonse herriebak van Underground Railroad open ging, was ik al heel erg blij dat ik mijn oordoppen in had. Toen weer een uur of wat later dan uiteindelijk Joseph Mascis met zijn kornuiten het podium opkwamen, was ik nog blijer met mijn oordoppen. Dat in tegenstelling tot mijn oordoppen zelf, die waarschijnlijk helemaal niet zo blij met mij waren en liever thuis waren gebleven.

Dinosaur Jr. wil namelijk de knoppen nogal eens flink openzetten. Bassist Lou Barlow stond tussen een stuk of vier versterkers, drummer Murph had ook een flinke muur van geluid achter zich en Mascis zelf stond voor een toren van maar liefst tien Marshall-versterkers. En dan hadden de heren natuurlijk ook nog hun monitorversterkers voor zich staan. Genoeg voor de geluidsman om zich waarschijnlijk af te vragen waar hij toch in godsnaam nog voor nodig was.

Homo Longaevus – wo 22 aug. 2007

VIRM

Tijdens de afgelopen weken reisde ik regelmatig pas na de spits. De werktijden van het reces zijn andere dan doorgaans. Daardoor maakte ik kennis met een voor mij nieuw fenomeen: de treinbejaarde.

De treinbejaarde is iemand met een kortingskaart die pas vanaf negen uur geldig is. Deze kortingskaart wordt vervolgens gebruikt voor dagjes naar plaatsen. Wat voor dag en wat voor plaats, maakt de treinbejaarde niet zo veel uit.

De treinbejaarde is nooit alleen. Doorgaans reizen zij in groepen van vier of zes. Tijdens de reis vermaakt de ene treinbejaarde zich door met of tegen de ander te praten. Een groep van zes treinbejaarden kan tot maximaal vier gesprekken tegelijk voeren. Dat er naar minstens één van die gesprekken niet geluisterd wordt, maakt eveneens niet zoveel uit.

De treinbejaarde hoort doorgaans ook niet meer zo heel erg goed. Dat betekent dat er nogal hard gepraat wordt, of veel herhaald. En aangezien de trein de treinbejaarde op mijn traject doorgaans een VIRM is, zijn al die geluiden door de hele coup‚ te horen. Vermengd met andere gesprekken van andere treinbejaarden, levert dit een onverstaanbare kakofonie op.

De spitsforens wordt op zijn zachtst gezegd gek van de treinbejaarde. ‘Ga uit mijn trein’, denkt hij dan. Een spitsforens wil een serene stilte in zijn coupé‚ en duldt slechts het woord goedemorgen en tot ziens. Andersom vindt de treinbejaarde de forens maar een chagrijnig wezen. Treinbejaarden en spitsforenzen, ze mixen niet.

Homo Fumans – di 21 aug. 2007

Gauloises

Het reces nadert het einde en langzaam ontwaakt Den Haag uit een diepe slaap. De collegae druppelen binnen.

Zo ook Peter, jurist, ochtendmens en roker. Slechts zelden is Peter niet als eerste op het werk. Als ik een vroege bui heb, volg ik enkele minuten na hem. Tezamen nemen wij dan een kop koffie en onze eerste sigaret. Gedurende de dag komt Peter dan om het uur bij me met de vraag of ik mee ga roken. Peter rookt meer dan ik.

Niet verwonderlijk dat ik tijdens het reces dan ook een stuk minder gerookt heb dan doorgaans. Peter was vrij en ik merkte dat ik het ook wel met twee of drie sigaretten af kon. Ik miste veeleer onze gesprekken met mooie, donneriaanse volzinnen.

Maar Peter is terug. Met een kop koffie in de hand vraagt hij of ik ga roken. Samen lopen we naar buiten. Terwijl ik mijn shag draai, neemt hij een slok van zijn koffie. Terwijl ik mijn peuk opsteek, snijdt hij een gespreksonderwerp aan. Dit alles zonder Gauloise. Peter is gestopt.

Homo Admonens (2) – ma 20 aug. 2007

telefoon

Lees ook wat hier aan vooraf ging »

„Tring tring”, zei mijn mobiele telefoon. „Met Selçuk”, antwoordde ik terug. Aan de andere kant van de virtuele lijn hing René.

„Het is al weer een paar dagen stil op je log en ik was heel benieuwd wat je zou gaan schrijven”. Mijn achterlopende blog was blijven steken op 7 augustus en René wilde weten wat ik over de dag erop zou gaan schrijven. Op 8 augustus had hij me namelijk een e-card gestuurd.

„Dat lees je vanzelf”, antwoordde ik bits, nog steeds ontstemd over de inhoud van de e-card. Daarnaast ben ik van mening dat je in een creatief proces niet moet roeren. Bovendien voelde ik mij aangetast in mijn vrijheid als blogger door deze te doorzichtige poging het hoofdpersonage van mijn blog van die dag te worden.

„Oh”, zei René en vroeg uit beleefdheid of het goed met me ging. Dat ging het en ik retourneerde dezelfde beleefdheidsvraag. ‘Neuken?’, had ik nog verwacht, maar René had al opgehangen. Kennelijk durfde hij weer niet.

(wordt vervolgd…)

Homo Creator – zo 19 aug. 2007

Evil Sel

Eindelijk was het zover. Na eerder veelvuldig bijeengekomen te zijn om ideeën te bedenken, kwam het eindelijk tot uitvoering. Enthousiast sprongen we in het creatieve handwerk.

We hebben in het verleden nog al eens meer tijd gestoken in het decor van Breda Barst, maar dit jaar kwam het er om allerlei redenen niet van. Jaap is druk met afstuderen, Joris is druk met het klussen aan zijn huis en ik heb het druk met… ik heb het eigenlijk gewoon altijd druk. Daar komt nog bij dat we geen vaste werkplek meer hebben.

Daar staat gelukkig tegenover dat we de decorgroep hebben uitgebreid met een aantal mensen. Dus er hoeft niet gevreesd te worden voor een naakt festivalterrein. Ook dit jaar is er voldoende aankleding.

Plaats van handeling: de huiskamer van vriend en decor-collega Bart in Den Haag. Een niet erg ruime, maar ideale plaats. Bart is namelijk houtbewerker en heeft in zijn huiskamer al zijn gereedschap en ook nog eens een joekel van een werkbank staan. Verjaardagsfeestjes bij Bart eindigen dan ook regelmatig met een creatieve sessie waarin resthout wordt gebruikt om iets te maken. Wat dat ‘iets’ dan precies wordt, blijft vaak ook na het einde van de avond volstrekt onduidelijk.

Onduidelijk was dat dit maal allerminst. Zo legde ik me toe op het maken van een 3D-versie van ons festivallogo. Die overigens ook prima gebruikt kon worden om mij als duivel te portretteren. Creativiteit kent geen grenzen.