El Café – vr 2 jan. 2009

Op een Montevideaans terras met Perlita en Sebi

Sebi had me van te voren al gewaatschuwd en hij had gelijk. Het vinden van een lekker bakje koffie is in Uruguay niets minder dan een queeste.

In Uruguay heeft men de onhebbelijke gewoonte ´s ochtends een pot koffie te zetten en deze vervolgens in de koelkast te bewaren om deze koude koffie vervolgens, wanneer iemand zin heeft in koffie, over te schenken in een mok en op te warmen in de magnetron. Wat overigens verklaart waarom men in Uruguay standaard grote hoeveelheden melk en suiker in de koffie doet.

De Asado – do 1 jan. 2008

Asado

Wellicht is dit een goed moment om te vertellen dat ik doorgaans min of meer vegetariër ben, maar nu even niet.

Toen ik ruim anderhalf jaar geleden besloot vlees te mijden, had ik – mij is kennelijk een vooruitziende blik gegeven – een uitzonderingsclausule ingebouwd voor vakanties. In het buitenland geld voor mij het credo `when in Rome, do like the Romans do´. Of, in dit specifieke geval, de Uruguayanen. En wellicht is het dan ook een goed moment om uit te leggen dat Uruguayanen niets anders – en dan overdrijf ik werkelijkwaar slechts nauwelijks – eten dan vlees.

Dus had ik op de valreep van 2008 bij Roberto en Sergio al meer vlees op dan de rest van het voorbije jaar. En aangezien er van dat vlees nog een heleboel over was, werd daar de volgende middag, na een forse wandeling over de Rambla, ook nog gezamenlijk gelunchd. Uruguayanen gooien ´s avonds al hun vlees op de barbecue, en eten het vlees dat overblijft de middag daarop alsnog, maar dan koud. En, toegegeven, dat is ook koud best lekker.

Bienvenido Montevideo – wo 31 dec. 2008

Sebi en ik op een dakterras in Montevideo
Sebi en ik op een dakterras in Montevideo

Het vliegveld in Sao Paulo heeft een bar waar gerookt mag worden. In de rest van de luchthaven is roken strikt verboden. Helaas ging de bar pas om negen uur ´s ochtends open. Wat jammer was, aangezien wij toen al uren in transitmodus op het vliegveld vertoefden.

De ontvangst, enkele vlieguren later, in Montevideo was ongeveer net zo warm als het weer. Sergio, de vader van Sebi, stond samen met zijn vriendin Alicia klaar om ons mee te nemen naar zijn huis. Want, dat moet gezegd, hoe klein ze ook wonen en hoe onhandig het ook was, er was geen sprake van dat wij drieën niet in hun huis zouden verblijven.

De middag bezochten we Tia Dora en daarna de moeder van Sergio. Om vervolgens naar de kiosk van Sergio te gaan. Een kiosk die vooral dienst doet als ontmoetingsplek van vrienden en kennissen van Sergio en waar maar zelden iets verkocht wordt. Macro-economisch gezien is het voortbestaan van de kiosk volstrekt onmogelijk, maar wie maalt daar in een tijd van omkiepende banken nog om.

De jaarwisseling werd gevierd in de penthouse (heel klein huis, heel groot balkon) van Roberto en Sergio, waarbij voor de duidelijkheid even vermeld moet worden dat het hier een andere, jongere en dientengevolge ook veel knappere Sergio betreft dan de eerdergenoemde. Roberto en Sergio zijn samen een stelletje en dat is in Uruguay net ietsje bijzonderder dan in Nederland. Zo was dit niet alleen mijn eerste jaarwisseling buiten Nederland, maar ook meteen mijn eerste jaarwisseling bij twee homo´s thuis.

Homo Postremum – di 30 dec. 2008

paspoortstempel

De vakantie kon niet slechter beginnen. Nog voordat ik de deur van mijn huis voor de komende drie weken achter me had dichtgetrokken, hing ik al kotsend over de wasbak.

De nacht voor mijn vertrek had ik goeddeels doorgebracht met het schrijven van verlate blogjes en grote hoeveelheden koffie. Aangezien de vliegreis naar Montevideo een klein etmaal in beslag zou nemen, leek het me een goed idee om een flink slaaptekort op te bouwen. Het wat onbestemde gevoel in mijn maag dat ik tegen de ochtend begon te voelen, was dan ook eerder het gevolg van de koffie dan van iets anders, dacht ik toen ik op het laatste moment nog een tandenborstel door mijn mond heen haalde. De daaropvolgende braaksessie wees me hardhandig op het ongelijk van deze veronderstelling.

Erger nog dan het bewijs dat ook ik niet onfeilbaar ben, was de misselijkheid er ook oorzaak van dat ik niet meer op tijd zou kunnen zijn voor de trein naar Roosendaal (ik moest mij immers ontdoen van het zojuist volgespuwde t-shirt om mijn medereizigers niet vanaf het allereerste moment van mij vervreemden), waar ik Sebi en Perlita zou ontmoeten om samen door te reizen naar vliegveld Zaventem bij Brussel. Aldus belde ik moeder met de vraag of zij mij wellicht per automobiel naar Roosendaal zou willen brengen. Helaas bleek ook zij net haar hele maaginhoud het riool in geholpen te hebben. Ofwel was de pompoensoep van twee dagen her de oorzaak van onze simultane overgave, dan wel een toevallig samenvallen van twee buikgriepvirusjes. Hoe dan ook, de enige wijze om op tijd in Roosendaal te geraken, was het laten komen van een taxi.

Dat ik de taxi beter niet had kunnen nemen, bleek natuurlijk pas toen ik al halverwege Roosendaal was. De internationale trein waar Sebi en Perlita mee zouden arriveren, was geannuleerd en het zelfde gold voor de daaropvolgende internationale treinen. Wie naar België wilde, kwam niet verder dan Essen, het eerste plaatsje over de Belgisch-Nederlandse grens.

Het was uiteindelijk Jean-Paul, een in Roosendaal wonende oom van Sebi, die ons met zijn auto naar Zaventem bracht. En waar we, dankzij de vertraagde vlucht naar Frankfurt, nog ruim voldoende tijd hadden om iets te eten. Sebi en Perlita althans. Ik voelde me nog steeds wat lafjes en at maar liever niets.

Homo Praeparans – ma 29 dec. 2008

Klamboe

Een klamboe. Waar haal je nu in godsnaam een klamboe? En zal ik nu wel of geen malaria-pillen meenemen? Het zijn zo van die praktische vragen die een mens de dag voor een verre reis bezig kunnen houden.

De klamboe heb ik nog redelijk snel kunnen vinden, met dank aan mijn out-doorleverancier Bever. Waarbij ik nog moet aantekenen dat de Klamboe-fabrikant voor elke gekochte klamboe ook een klamboe doneert aan ontwikkelingslanden. Prachtig natuurlijk, maar ook een goede manier om lokale klamboemakers het brood uit de mond te stoten.

De malaria-pillen heb ik gelaten voor wat ze zijn. Zelfs in de Amazone is de kans om malaria op te lopen vele malen kleiner dan in Afrika en ik wordt doorgaans ook nauwelijks gestoken. Met diezelfde redenatie liet ik de inkoop van grote hoeveelheden deet tegen een mogelijke besmetting met dengue achterwege. Het grote voordeel van het oplopen van knokkelkoorts is dat je er vervolgens immuun tegen bent. Mits je het overleeft natuurlijk.

Nadat ik ‘s avonds mijn rugzak van 85 liter volledig volgepakt had, besteedde ik de rest van de dag met een nobele, maar futiele poging de achterstand op mijn weblog in te lopen. Gelukkig stond er rond een uur of zes ‘s ochtends voldoende klaar om de paar lezertjes die mij mijn achterstand niet te euvel duiden om weg te blijven de eerste dagen van mijn vacantie nog te voorzien van enkele stukjes.

Homo Photographicus – za 27 dec. 2008

variabele lens

Zaterdag. Een doodgewone zaterdag. Waarop mensen gewoon weer een beetje kunnen consumeren. Da’s goed voor de economie.

En dus begon ik me al vast klaar te maken voor de grote reis. Allereerst een bezoekje aan de kapper en vervolgens naar de fotowinkel. Want ik moest natuurlijk fotorolletjes hebben.

En dus stapte ik vrolijk de fotozaak binnen voor twee rolletjes Kodak NC 160 asa. De jongste bediende keek me vragend aan. In de koelkast, wees ik naar een plek achter de kassa om er vervolgens achter te komen dat de plek waar ooit een koelkast met fotorolletjes stond akelig leeg was. De jongste bediende keek vervolgens, nog steeds even vragend, zijn bazin aan. Ik deed hetzelfde.

De bazin liep vrolijk naar achteren en verzette een stapel dozen van waarachter de koelkast in het zicht verscheen. Ze pakte twee rolletjes Kodak NC 160 asa en gaf ze aan de jongste bediende die ze vervolgens onder de scanner hield.

‘Bliep’, zei de computer, maar er verscheen geen prijs op het kassascherm. „Zes euro vijftig per stuk”, zei de bazin, die zich ineens realiseerde dat de fotorolletjes nog nooit in het systeem waren ingevoerd. „och”, zei ze schouderophalend, „we verkopen ze toch nooit.”

Onwillekeurig voelde ik me hopeloos ouderwets toen ik schuchter de fotozaak verliet.

Homo Praeparans – ma 22 dec. 2008

Om onze reis al vast voor te bespreken, leek het ons een goed idee om samen wat te eten. Het was tevens een goed moment om Perlita, de vriendin van Sebi, wat beter te leren kennen. Als je weken met iemand opgescheept zit, beter dat er dan ook goed mee op kan schieten.

Den Bosch leek ons een goede plek, zo halverwege mijn (Breda) en hun (Utrecht) woonplek. Voor treinreizigers althans, voor autoreizigers zou het AC-restaurant bij Meerkerk een logischer locatie zijn geweest. Op zich al een reden om voor het openbaar vervoer te kiezen.

Wandelend door het centrum van Den Bosch werd al meteen duidelijk voor welke problemen we de komende weken zouden kunnen komen te staan. Alleen al met de keuze van het restaurant waren we een goed uur bezig.

Homo Laborans – ma 25 aug. 2008

uitgeleefd toetsenbord

Mijn laatste week bij Stichting Natuur en Milieu, de eerste vergadering in mijn nieuwe functie van communicatiemedewerker voor de Tweede Kamerfractie en het project over ontwikkelingssamenwerking. En het politieke seizoen is ook weer begonnen.

Deze week heb ik eigenlijk vier banen. Een absoluut record, volgens mij. En vandaag heb ik zelfs in alle vier deze functies acte de présence gegeven. Het avondmaal bestond uit Sushi van de Appie-om-mee-te-nemen, met stokjes, gegeten tijdens de fractievergadering. Best zeer goed te pruimen eigenlijk.

De vakantie is voorbij, het normale leven begint weer. Geen bejaarden meer die voor negenen in de trein zitten. Geen koffers meer die het gangpad versperren, of fietsen die het balkon blokkeren. Geen zwetende vaders met luidruchtige kinderen of jankende baby’s. Geen zitplekken meer in de trein tussen Breda en ‘s Hertogenbosch. De wereld is weer normaal.

Normaal? Nee, niet normaal. Wel gewoon!

Homo Destingans – vr 1 aug. 2008

Belém - PA, Brazilië, (c) Google
Belém - PA, Brazilië, (c) Google

Het is geboekt. Er valt niets meer aan te veranderen. Geen annuleringsverzekering, het is definitief. Al stapelen de sterfgevallen zich binnen de familie op, ik ben in januari in Zuid-Amerika.

Vandaag kwam het verlossende telefoontje van Sebi: we vliegen vanaf Brussel naar Frankfurt en stappen daar over op de vlucht naar Sao Paulo. Daar wacht dan, als het goed is, de vlucht naar Montevideo. Totale reistijd: 25 uur en 40 minuten, waarvan 17 uur en veertig minuten vliegend, en acht uur wachtend.

Met deze ticket van een kleine duizend euro waren we er overigens nog niet. Er moest ook nog een interne vlucht naar Belèm in Brazilië. Ook een kleine zeshonderd euro. En misschien zit een bezoekje aan Buenos Aires er ook nog wel in.

Ik heb er zin in. En eigenlijk, zeker als ik op mijn werk moet aanhoren naar welke vakantiebestemmingen mijn collegae binnenkort allemaal vertrekken, zou ik morgen al willen vertrekken. Maar ik ben geduldig. Want wat is er nu heerlijker om op dertig december op het vliegtuig te stappen en ruim drie weken later gebruind terug te komen in een door de winter geteisterd Nederland.

Nu nog even kijken hoeveel het kost om mijn vlucht klimaatneutraal te maken. En hopen dat het niet zo koud wordt dat ik de elfstedentocht van januari 2009 ga missen.

Homo Vadens – ma 21 juli 2008

Amazone-rivier

Ik had na lange tijd weer eens met Sebi afgesproken. Het werd hoog tijd ons jarenoude plan eens naar zuid-Amerika af te reizen nu eens te concretiseren.

Brazilië, ergens midden in de Amazone, en Urugay, daar waren we het snel over eens. En eind december of begin januari. Daar kwamen we ook wel uit. En dat Sebi via internet op zoek zou gaan naar de goedkoopste tickets, dat eigenlijk ook wel. „Dus we doen het?” „Ja! We doen het.”

Dat ik daarna nog een aantal trekjes van zijn joint nam en vervolgens, ik heb een lage tolerantie voor thc, apestoned in de tram naar zijn huis zat, kon ook al niet deren. Ik moest de volgende morgen toch weer in Utrecht zijn, dus ik kon net zo goed op zijn logeerbed crashen.