Homo Defessus – ma 2 oct. 2006

stukje rijden

De verkiezing van de roze kandidaat Mattieu Hemelaar op plek negen van de kandidatenlijst van GroenLinks moest uiteraard gevierd worden. Een coupé vol homo’s toog met de trein vanaf Zwolle naar woonplaats zijn woonplaats Amsterdam. Daar werd ik de volgende ochtend op de driezitsbank wakker.

De jongen naast wie ik ook deze ochtend wakker werd, is door DWARS, de GroenLinkse jongerenorganisatie, inmiddels al benoemd tot mijn ‘congresscharrel’. Kennelijk ging de hele zondag op het congres al het gerucht dat ik niet alleen was aangekomen op mijn hotelkamer. Wat op zich ook niet zo vreemd is als half GroenLinks in de lobby nog een biertje aan het drinken is als je binnenkomt.

Voor de rest was het helaas maar een matige maandag. De halve Tweede Kamerfractie had een vrije dag genomen vanwege het tweedaagse congres. Ikzelf was vast van plan er een volledige werkdag van te maken. Dat begon al verkeerd met het te late wakker worden. En voor de rest wreekte zich de combinatie van weinig slaap en veel champagne van de avond ervoor.

En laat er deze avond ook nog bestuursvergadering van GroenLinks in Utrecht geweest te zijn. Terwijl ik dit in de trein schrijf (ja, ik weet het, op het moment dat ik dit post rijden er geen treinen meer, maar dat komt omdat ik pas thuis weer Internet heb), heb ik nog een lange werknacht voor de boeg. Morgen zijn er deadlines, en die wil ik zoals te doen gebruikelijk weer ‘ns een keer halen. Gelukkig wacht er thuis geen afleiding. Mijn congresscharrel woont niet in Breda.

Homo Convocens – za 30 sep. 2006

lekker knus

Het congres van GroenLinks was voor het eerst sinds tijden weer een tweedaagse happening. In de Nieuwe Buitensociëteit in Zwolle. De NS had daar natuurlijk weer rekening mee gehouden door al het treinverkeer rond Nijmegen nu net dit weekeinde stil te leggen. Handig, als het merendeel van je congresgangers verstokt treinreiziger is.

Een tweedaags congres kent een aantal nadelen. Belangrijkste daarvan is het regelen van een slaapplaats. Sommigen verbleven in het city-hotel, anderen hadden via couchsurfing een slaapplaats voor zichzelf geregeld, verbleven in een B&B, of gingen, het betreft dat de DWARS-leden, gezamenlijk naar Utrecht om daar in het DWARS-pand te overnachten. Nu genoot ik de ongekende luxe dat voor mij, als lid van het Partijbestuur, een hotel op kruipafstand van de congreszaal was geregeld. Handicap was weer dat het hier en eenpersoonskamer betrof, en ik toch eigenlijk wel vast van plan was niet in mijn eentje aan te komen die avond. Maar dat geheel ter zijde.

De congreszaterdag begon om 13.00 uur met de behandeling van de amendementen op het verkiezingsprogramma. Op enkele hoofdstukken na dan, omdat we de politiek meest gevoelige punten hadden bewaard voor de zondag. Daarnaast was op het congres de première van onze verkiezingsfilm te zien. En dat was misschien nog wel de meest enerverende gebeurtenis van een oor de rest vrij informele congresdag.

Het grote voordeel van een tweedaags congres was vooral dat er ruime tijd was om met elkaar te borrelen. En dat deden we dan ook goed en lang. Het eenpersoonsbed in Hotel Wientjes was erg krap die nacht.

Homo Ambulens – vr 29 sep. 2006

nooit meer pech

Dat wordt een dure keuring, wist mijn garage me te vertellen. Ergens tussen de 600 en de 900 euro, misschien nog wel meer. Hoewel het aanvanklijk moeite kostte om te wennen aan het idee, had ik al snel mijn keuze gemaakt. De auto gaat eruit. Ik ga komende tijd motorloos door het leven.

Het is de Tweede Ford Escort waar ik afscheid van moet nemen. En waarschijnlijk ook de laatste. Want toen ik bgon te rijden in de Escort, waren grijze kentekens nog goedkoper. Een bestelwagen is natuurlijk ook mega-handig op vacantie, maar dat moet met een personenwagen ook wel te doen zijn. Dan nem ik toch voortaan maar één gitaar mee in plaats van twee?

Na de VJ-18-KP nemen je afscheid van de VL-DZ-77. Een auto met hetzelfde karakter als ik: vaak relaxed, soms vreselijk nukkig, begon steeds meer te zuipen, reed niet te snel maar wel gestaag e, most of all, had vaak aandacht nodig en stelde zich soms ook een beetje aan. Ik drink op zijn pensioen. Ik hoef toch niet meer te rijden.

Homo Salutor – do 28 sep. 2006

De laatste dag van de algemene beschouwingen. Het was, zoals eigenlijk al sinds Prinsjesdag, druk in het Tweede Kamergebouw. Zo liep er de hele dag een delegatie van de Nationale Jeugdraad rond. En laten ze nu net de grote vergadertafel in mijn wekkamer ontdekt hebben als ideale hang- en schreeuwplek. De arbeidsproductiviteit leed er weer eens zichbaar onder.

Het was om nog een tweede reden een bijzondere dag. Tijdens mijn Kenya-reis had ik via Jaap Mr. Ottienna Jowi leren kennen. Jowi ziet voor zichzelf een toekomst weggelegd in het Kenyaanse parlement, en hij maakte daar dan ook veelvuldig grappen over. Ik had hem beloofd dat hij, wanneer hij eens naar Nederland zou komen, hij van mij een rondleiding door ons parlement zou krijgen. Gisteren was het zover. Jowi had geen mooier moment in het parlementaire jaar kunnen uitkiezen.

Jowi kan straks met trots melden dat hij het debat tussen Wouter Bos en Maxime Verhagen vanaf de publieke tribune van de Tweede Kamer heeft gezien. “The future prime minister?”, vroeg hij, wijzend naar Bos. “Probably”, antwoordde ik. Hoewel Jowi geen woord kon verstaan van het debat, genoot hij zichtbaar van de grootse gebaren en overdreven intonatie die de politici aan de dag legden. Oja, en hij hield natuurlijk van onze eigen Femke Halsema, alhoewel ik z helaas, aangezien zij nog lang in vergadering zat, niet aan elkaar kunnen voorstellen.

We aten en dronken in Delft. Waar we andere Kenyanen en Kenyagangers ontmoetten. Het gesprek hing over katers en hoe daar ’s ochtends weer vanaf te komen. “Dawa ya moto ni moto”, antwoordde Marco in Swahili. ‘Het medicijn tegen vuur is vuur.’ Oja, en ik had sjans met een jongen die afkomstig was uit Breda, woonde in Amsterdam en uitging in Delft. Ik was te lam om er op in te gaan. Sukkel die ik er ben.

Homo Accendens – ma 25 sep. 2006

perpetuum oblogé

In de ruim drie maanden dat ik nu in Den Haag werk, is de man met de slinger een gevleugeld begrip geworden. De man met de slinger is onmisbaar voor mijn functioneren. Helaas is de man met de slinger niet zo gemotiveerd.

De man met de slinger werkt ergens in de catacomben van het Tweede kamergebouw in een kantoortje met verwarmingsbuizen en zonder ramen. Op zijn houten bureautje staat een oud telefoontoestel met een draaischijf. De man met de slinger is tegenwoordig maar moeilijk vooruit te branden. Vroeger, toen hij nog jong was en eigenhandig alle computers van de Tweede Kamer aan elkaar had geknoopt, wilde hij er nog wel eens een stevige zwengel aan geven, tegenwoordig kijkt hij uit naar zijn pensioen.

De man met de slinger heeft slechts één taak: het dagelijks aanzwengelen van de internetserver. Die, zoals je inmiddels hebt begrepen, vaak zo traag is als dikke stront. Zo ook op maandag.

Homo Defessus – ma 18 sep. 2006

stapelgek

Rond kwart voor zes ’s ochtends lag ik in bed na een nacht lang gesjouwd te hebben om het park Valkenberg te ontdoen van alles dat verwees naar popfestival Breda Barst dat afgelopen weekeinde werd gehouden. Een uur later ging de wekker en probeerde ik zo fris en fruitig mogelijk weer op mijn werk in Den Haag te verschijnen.

Ik baalde behoorlijk van de werkdag. Liever had ik de collega-vrijwilligers geholpen met het verder opruimen van het Valkenberg, maar ik had geen vrije dag opgenomen. In Den haag stonden deze dag namelijk belangwekkende zaken op de agenda, waaronder de presentatie van de kandidatenlijst van GroenLinks en mijn collegae hadden het me ongetwijfeld niet in dank afgenomen als ik afwezig was geweest. Het gaf een onbevredigend gevoel om er tijdens de laatste werkzaamheden voor het eerst sinds jaren niet bij te zijn.

Wel zeer aangenaam was de treinrit naar Den Haag. Twee coupé-genoten praatten uitgebreid na over het geweldige festival dat ze hadden meegemaakt, terwijl ik telkens in en uit slaap dommelde. Ook de avond was zeer aangenaam. Traditiegetrouw gaat de organisatie zich op maandagavond bezatten en dit jaar was geen uitzondering. Toegegeven, ook in Dok19 viel ik op een gegeven moment even in slaap. Tot groot genoegen van de mede-organisatieleden die het moment aangrepen om allerlei dingen op mijn hoofd te stapelen. Er schijnen foto’s van te zijn, die ik echter niet gezien heb.

Het werd een latertje. Het slaaptekort was inmiddels groot genoeg om voor zichzelf te zorgen.

Homo Erumpens Maxima – 15 t/m 17 sep. 2006

vrolijke vleugels

Het behoort tot de grotere raadsels van het leven. Of op zijn minst van Breda Barst. Hoe kan een decor-ploeg van drie mensen, waarvan er één niet wil leiden, de tweede niet helder kan communiceren en de derde nergens van af weet, desondanks op tijd een festivalterrein hebben ingericht. Je zou bijna gaan geloven in goddelijke interventie.

Vrijdagmorgen, acht uur. De nacht was kort, aangezien na de raadsvergadering gisterenavond nog de laatste hand gelegd moest worden aan de decorstukken voor popfestival Breda Barst. Om kwart voor acht zou de club bij mij koffie komen drinken. Dat werd half negen. Om negen uur stonden we in het park. Dat had acht uur moeten zijn. Het lijkt een slecht voorteken, maar was het allerminst.

Velen keken argwanend naar de decor-groep, die met vereende krachten en een stuk of vier paar extra handen het park langzaam veranderde in een sprookjesachtig kleurenfestijn vol kolossale libellen. En een informatiestand oprichtte die alle eerdere informatiestands deed verbleken, zo blok hij uit in schoonheid. Zou de decorgroep dit jaar tijdig haar werk afhebben, daar waar we op eerdere edities vaak tot een uur voor het einde van het festival nog bezig waren met de aankleding van één of ander? Het antwoord was een volmondig ‘ja!’. Zaterdagmiddag, twintig seconden voor vijf, stapte Jaap van de onderste sport van de ladder af nadat zij zojuist de laatste libelle zorgvuldig tegen een boom had gebonden.

Breda Barst 2006 behoort inmiddels tot één van de meest geweldige edities ooit: het weer was precies goed en er viel geen druppel regen. Toen ik op zondag dwars door het veld liep drong het ineens tot me door: de affiche was ijzersterk en vijfentwintig duizend vrolijke bezoekers, jong, oud, genoten intens van het festival

Toen op zondagavond elf uur de Infidels hun laatste noten hadden gespeeld, hadden we twee geweldige festivaldagen achter de rug. Voor tal van vrijwilligers begon toen pas het echte werk: het Valkenbergpark moet ook weer worden opgeruimd. Opnieuw gesjouw met electriciteitskabels, hekken, decorstukken en steigerpijpen. Na drie uitputtende dagen kan zoiets alleen maar op karakter. Gelukkig hebben we dat.

Homo Defessus – wo 13 sept. 2006

jaaaa!

Het is drie uur ’s nachts en ik zit met een biertje achter mijn bureau in Den Haag. Het is een belachelijke dag geweest. Het lijkt een goed moment om mijn log eens bij te werken.

De dag begon fris en fruitig om vier minuten over zes. Ik was vergeten mijn wekker te zetten en werd helemaal vanzelf op het juiste moment wakker. Het teken van een goede nachtrust.

Na het douchen stapte ik richting station, in de richting van de langzaam opkomende zon. De spits was nog niet begonnen, de coupé van het Duitse treinstel was nog nagenoeg leeg. Alle tekenen wezen op een in het verschiet liggende, vruchtbare werkdag. Wat ik op dat moment echter gemakshalve was vergeten, was dat ik die avond ook alle 584 ingediende amendementen op het landelijke verkiezingsprogramma moest bespreken met collega-bestuursleden, leden van de programcommissie en het congrespresidium. Iets waar, zo kwam ik die avond achter, een lange zit met zich mee zou brengen.

In plaats van Breda besloot ik de nachttrein naar mijn werkplek in Den Haag te nemen. Zou me de volgende ochtend weer anderhalf uur besparen. Kon ik gelijk nog even wat dingen doen waar ik eerder vandaag niet meer aan toegekomen was. Mijn  peuk is opgebrand en ik denk te weten hoe hij zich voelt. Zodadelijk kruip ik het bed van de rustkamer in. Te moe om nog een punch-line voor dit stukje te verzinnen.

Homo Audax – ma 11 sept. 2006

haaroverschot

“Hoe herken ik je?”, vroeg ie. “Aan mijn bad-hair-week”, antwoorde ik. En dus liep hij naar de verkeerde gast en merkte iets te onhandig op “Hé, gast met de bad-hair week”. Het werd dus tijd voor rigoureuze maatregelen.

En dus ging, toen ik maandagavond thuis kwam, de tondeuse er overheen. En begon ik op standje 23 mm te tondeusieren. Totdat ik, halverwege, er achter kwam dat het schuifje was teruggeschoten naar standje 15 mm. En zodoende kon ik weer opnieuw beginnen.

Haar is net als een kamerplant. Soms moet het even goed gesnoeid worden. Wordt het gezond van. Ten minste, dat houd ik me voor nu ik voorlopig als een gemillimeterde door het leven moet. Misschien moet ik me maar aanmelden bij de marine.

Homo Vernalis – zo 10 sept. 2006

spring

De Linkse Lente Lounge in Club 11 in Amsterdam was een succes. Ellen ten Damme, Raymzter, Sara Kroos en verder een hoop gezellige mensen. Leuke gesprekken gehad en bloggers ontmoet die ik tot voorheen nooit gezien had. Zoiets kan alleen maar uitmonden in ellende.

Op het dakterras genoot ik van het uitzicht over de metropool. Ik had goed gezelschap. Veel te laat werd het eten geserveerd, en zoals te doen gebruikelijk het toetje nog veel later. Ik had nog een poging kunne doen de laatste trein te halen, maar liever bleef ik nog even hangen. Volgens doorgaans betrouwbare bronnen moesten we de lobby van het aanpalende Mövenpieck-hotel nog uitproberen.

Of het een grap was of een slechte dag, weet ik niet. Maar de enige openbare bar in het Mövenpieck werd bevolkt door grote hompen vlees met diep daarbinnen iets wat waarschijnlijk mens was. Geen aantrekkelijk uitzicht. Dus ging ons gezelschap per taxi naar de Regulierdwarsstraat. Maar erg bijzonder was het daar, inmiddels al over twaalven, alles behalve. Dat werd gelukkig gecompenseerd door de hoge drankprijzen, zodat we toch nog een beetje aan het gevoel van exclusiviteit konden proeven.

Tegen tweeën had ik het gezien en besloot ik de nachttrein naar Den Haag te nemen. Mijn teenblessure had de snelheid echter uit mijn pas gehaald, waardoor ik tien minuten te laat op het station arriveerde. In de vijftig daaropvolgende minuten ontdekte ik hoe een mens ondanks de anti-slaapbeugels toch kan slapen op de stalen bankjes op het perron van Amsterdam Centraal.

Waar zich het gezelschap dat ik eerder achterliet, zich plotseling toch weer bij me voegde. Na acht euro vijftig betaald te hebben voor een vage disco, hadden ze na twee biertjes besloten dat de gezelligheid op de zondagnacht toch echt op was. Moe stapten we allen in dezelfde trein.

Toen ik om kwart over vier aankwam bij de Tweede Kamer, bleek de voordeur even gesloten. De receptionist was waarschijnlijk even een ronde doen. Ik besloot te gaan slapen op een bankje op het Plein. Een uur later werd ik wakker, wonderwel niet weggestuurd door de politie. De receptionist zat inmiddels weer op zijn post. Ik stapte op, rookte snel een peuk en stapte gedecideerd het parlementsgebouw binnen. Brak legde ik mijn hoofd te rusten op het bed van de rustkamer van de fractie. Nog twee uur slaap alvorens ik aan het werk moest. Hoezo lente?