Het gifgroene flesje in de supermarkt keek me indringend aan. Aloë Vera Drink, stond er op het etiket. Mijn nieuwsgierigheid werd gewekt.
Het drankje komt uit Thailand. Het zou lekker zijn en ook nog eens vet verbranden. En aangezien ik vindt dat je zo’n beetje alles ‘ns een keer geprobeerd moet hebben, ging het flesje in de boodschappenmand.
Ik kan het afraden. Het is weeïg en zoet, met half harde brokjes Aloë Vera die je telkens weer een beetje verrassen. Op een ik-houd-niet-van-verrassingen-achtige manier.
Toegegeven, ik kan best aardig koken, maar briljant wil ik het nu ook weer niet noemen. Grootste makke is sowieso de timing. Ik begin te laat, niets is tegelijkertijd klaar en ondertussen zit het bezoek maar te wachten.
Nog zoiets. Ik maak ook eigenlijk altijd teveel. Een handicap die ik van m’n moeder heb. Toen jaren terug mijn broer uit huis ging en ik nog alleen bij ons moeder woonde, werden de hoeveelheden avondeten dan ook niet significant minder. En ook: af en toe brand er iets aan. Slechts een klein beetje weliswaar, maar toch.
Waarom mensen het zich desondanks telkens weer aandoen om bij mij te komen eten, is dan ook een raadsel. Maar toch, ze doen het. Het is een wonder.
In Den Haag weten ze waar Breda ligt. Althans, bij het ministerie van VROM. Al maanden hangt daar op de gevel prominent het plaatsnaambordje van Breda.
Breda heeft best een aardig klimaatbeleid. En dan druk ik me nogal bescheiden uit, want je zou het ook ‘ambitieus doch realistisch’ kunnen noemen. In Rotterdam pochen ze met het feit dat ze een groene stad willen zijn. Wij doen het gewoon.
Bij VROM hebben ze dat door. En dus hangen we aan de gevel. Samen met illustere plaatsen als Lochem, Heerlen en Zwolle. Dat laatste wringt natuurlijk een beetje. Want als internationaal georiënteerde stad vinden we het rijtje ‘Rotterdam, Breda, Antwerpen, Brussel, Parijs’ toch een stuk beter klinken.
Maar ja, die plaatsen zijn dan weer niet groen genoeg.
Iets met kinderen en ijswater. Ik moest me dat herinneren. Ik had de woorden in mijn agenda geschreven. Kinderen. En ijswater.
Het zou een onderwerp voor een blog geweest kunnen zijn. Of misschien iets dat ik nog moest nazoeken. Trefwoorden voor een YouTube-filmpje dat iemand me heeft aangeraden? Een briljant nieuw product met bijbehorend marketingconcept dat me terstond in de quote 500 zou lanceren? Een recept?
Kinderen en ijswater. Geen flauw idee wat het heeft te betekenen.
En toen was het reces echt begonnen, ook in Breda. Geen lange maandagavonden op de fractie meer, maar op het terras. Of althans, dat zou je verwachten.
Ik had nog zo’n halve meter dossiers thuisliggen die ik kwijt wilde op de fractie. En fractiegenoot Piet Hein, die eens in de zoveel tijd een willekeurige stapel uit zijn werkkamer meeneemt had ook nog zoiets bij. En van al die dossiers moest gecheckt worden of ze al in het fractiearchief zaten.
Daarnaast werd het ook tijd om het flink uitgedijde archief ‘ns goed op te schonen. En hadden we die avond ongeveer elk belangrijk dossier uit twintig jaar politieke geschiedenis nog even vast. Honderden, duizenden pagina’s, elk met een eigen historie, een eigen verhaal. Die vervolgens zonder pardon bij het oud papier gesmeten werden.
Ergens in de zomermaanden vindt het jaarlijks hoogtepunt voor bloggend Nederland plaats. Of, althans, voor de happy few die zich zo gelukkig mogen prijzen dat ze door René worden uitgenodigd om aan te zitten aan zijn rijkelijk gevulde eettafel.
Vorig jaar moest ik verstek laten gaan omdat ik op de bewuste datum op de festivalweide van Werchter onder de Belgische zon zat te genieten van een weergaloze affiche. Mijn aanwezigheid bleef toen beperkt tot een vooraf gemaakte videoboodschap, die René, zo hoorde ik later, ook nog eens in de verkeerde beeldverhouding had afgespeeld voor zijn gasten.
Op een gegeven moment leek het erop dat ik er dit jaar ook even niet bij was. Want alhoewel ik gewoon lijfelijk aan tafel zat, waren alle ogen en oren gespitst op mijn buurman. De ene na de andere vraag werd op hem afgevuurd. Wat wij dan precies hadden, hoe dat dan precies zat, wat hij voor me voelde en of dat allemaal wel kon voor een getrouwde man. Ik was, op alle fronten, derde persoon enkelvoud.
Even wilde ik nog uitroepen „hallo, ik ben er nog hoor”. Maar ik besloot mijn mond te houden. Ik was zelf eigenlijk ook wel benieuwd naar de antwoorden.
Sinds enkele jaren is het traditie om aan het eind van het seizoen iets leuks te doen met de gehele raad. Het probleem van ‘iets leuks’ is echter dat de ideeën over de invulling daarvan van persoon tot persoon nogal drastisch kunnen verschillen.
Het raadsuitje leek dan ook verdacht veel op de familiedagen die ik jaarlijks met moeders kant van de familie heb. Terwijl de familie trouw het samengestelde programma afwerkt waar maandenlang druk aan gewerkt is, zit iedereen stiekem te wachten op het moment dat we aan de drank kunnen. Met het raadsuitje was het weinig anders. Voor het bier geserveerd kon worden, moest er eerst gefrisbeed en met pijl en boog geschoten worden.
De herinnering van de gymlessen kwamen boven. Geen geweldige werper en al helemaal geen goede vanger. Evolutionair gezien is het ook veel logischer om snel weg te duiken wanneer er objecten met grote snelheid naar je toevliegen dan ze te vangen. Uiteraard faalde ik miserabel in zowel het frisbeeën als het schieten met pijl en boog. Een achterstand die ik gelukkig bij het drinken snel had ingehaald.
Het is rustig in het Kamergebouw. Vorige week waren er nog heel wat collega’s druk in de weer met het opruimen van hun bureau, het wegwerken van de in de loop van het jaar gegroeide stapels of het afhandelen van te lang onbeantwoord gelaten mailtjes. Deze week was het rustig. Je kon op de gang een kanon afschieten zonder dat de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding het zou opmerken.
De Kamerfractie draait met minimale bezetting. Er is één beleidsmedewerker van dienst, één secretarieel medewerker van dienst en, ik zei de gek, één voorlichter van dienst. En wellicht vraag je je af wat we zoal doen gedurende die warme zomerdagen die dagelijks vragen om een lange lunch in de buitenlucht, ver van computer en e-mail.
We stellen vragen namens Kamerleden die er niet zijn, geven een reactie op vragen van journalisten die nieuws proberen te maken dat er niet is, voor kranten of programma’s die een publiek proberen te bereiken dat er ook al niet is.
Het reces tart elk godsgeloof. De leegte is materie geworden, het woord vleesloos.
De blauwe Brabantse lucht beloofde een mooie dag. Ik was voor mijn doen vroeg uit de veren en had er zin in, zelfs al werd de lucht al naar gelang mijn trein zijn bestemming naderde, steeds bewolkter.
Eenmaal in Den Haag aangekomen, ging mijn telefoon. Niels. Of ik wist hoe laat ik ongeveer in Utrecht zou aankomen. Een vloek of twee ontsnapte. Mijn afspraak op het Landelijk Bureau over de nieuwe klimaatonderhandelingen eind dit jaar in Kopenhagen helemaal vergeten.
Ik pakte de eerst mogelijke trein naar Utrecht. Ondertussen klaarde de hemel op. Zo tegen half twee, na enkele uren brainstormen, kon ik alsnog naar Den Haag voor een verlate lunchafspraak bij Jaap. Die me vervolgens met de motorboot nog even de wateren van Den Haag liet zien.
Zo rond half vijf zette ik voet aan vaste wal, vast van plan om – pro forma – nog even mijn gezicht op mijn werk te laten zien. Halverwege de wandeling draaide ik om en haastte me naar het station. Ik moest snel zijn, wilde ik nog op tijd komen voor het fractievoorzittersoverleg, om 18.00 uur in Breda.
Er was niet op de inhoudelijke onderdelen van het Hamburg-programma bezuinigd, zo veel was duidelijk. En net zoals de verplichte literatuurlijst de liefde voor lezen de nek omdraait, zo hebben architectuurreizen een bedwelmend effect op het enthousiasme voor stedebouw. Zo tegen het einde van de middag kon de meeste gemeenteraadsleden geen gevel of trapje meer zien.
Om de vrijdagavond nog enigszins ontspannen af te sluiten, besloot onze gids Helge ons mee te nemen naar een Schlagerfestival. Het festivalterrein lag pal naast een luchtverdedigingstoren uit de Tweede Wereldoorlog. Werkelijk prachtig om te zien voor de één, een beangstigende aanblik voor de ander. Mooi en verschrikkelijk tegelijk. Iets dat ook gold voor de Schlagers.
Dat we op het eind van die avond nog in een buurtkroeg pal naast het hotel zijn beland, was mede op initiatief van reisleider en griffiemedewerker Jos de Hoogh, die gedurende de dagen zo goed en zo kwaad als het ging op zijn kudde probeerde te letten. Ook hij kon echter niet voorkomen dat er die avond nog een taxi reed van de buurtkroeg naar St. Pauli. Waar ook stadsontwikkelaar Hans Thoolen in meereed.
„Ik vond het al zo vreemd dat ze voor driehonderd meter een taxi namen”, probeerde hij zich de ochtend erop nog te verdedigen. Ondanks de bewolking besloot hij zijn zonnebril die dag maar op te laten.