Hart – ma 11 okt. 2004

Had een onverwachte vrije dag en het grote genoegen van onverwachte vrije dagen is dat je de avond ervoor zo ongenadeloos lang in de kroeg kunt blijven hangen. Ik kwam gewoontegetrouw dus maar weer eens niet te vroeg uit bed. Ik heb het grootste gedeelte van de dag gebruikt om thuis eens wat puin te ruimen en oude dossiers weg te gooien. Ik heb ooit eens beloofd van zo’n actie een ‘before’ en ‘after’ foto te maken, maar dat ben ik opnieuw vergeten. Troost je met de gedachte dat het nog wel een keer gebeurt: hoewel ik me telkens weer voorneem om het nooit meer een rotzooi te laten worden, gebeurt het op de een of andere manier toch altijd weer.

Die avond was ik, althans, dat vond ik zelf, ongekend opgewekt. Heleen Westhoff van de Stichting Behoud Heilig Hartkerk kwam langs om te praten over de stand van zaken rond dit op het nippertje geredde monument. In het kort is die als volgt: het pand blijft staan, maar niemand houd zich op dit moment bezig met het inlopen van het achterstallig onderhoud van de laatste vijftien jaar. Want hoewel het pand al die tijd gekraakt is door een aantal goedwillende krakers die kleine reparaties zelf uitvoeren, het fatsoenlijk repareren van een twee jaar geleden weggewaaid dak lukt ook deze handige jongens niet. Daarnaast wil iedereen nu onderhand ‘ns weten wat er met het pand moet gaan gebeuren. We hebben er schriftelijke vragen over gesteld.

Bier en Rock ‘n’ Roll – zo 10 okt. 2004

De taken van de organisatie van Breda Barst zijn enigszins herverdeeld. Mijn facilitaire zaken neemt Tom voortaan waar. De portefeuille ‘publiciteit’ is naar mij toe verschoven. Ik had met Henry afgesproken om het draaiboek publiciteit met hem door te nemen.

De Bredase band Greendive presenteerde die middag ook hun debuutcd in de plaatselijke poptempel MeZZ. Samen met Jeroen, nog een lid van de Breda Barst-familie, togen wij die kant op.

Zondagmiddagconcerten hebben één groot nadeel: eenmaal de smaak van het bier geproefd te hebben, loop je een groot risico de rest van de dag door te willen blijven drinken. En zo geschiedde dus ook. Tot een uur of één in de MeZZ, daarna naar de Boulevard, een late-night dinner bij de Ayasofia met Guido en dus vreselijk laat naar bed. Het grote voordeel was dat ik de volgende ochtend niet om half negen in Hilversum hoefde te zijn voor de eerste dag van mijn stage. Dat vanwege een spontane keelontsteking van mijn begeleider.

Herfst – za 9 okt. 2004

Het was een mooie herfstdag. Ik had die dag afgesproken met Jaap. Hij kwam echter pas aan het eind van de middag in Breda aan, een stuk later dan ik had verwacht. We hebben slechts een uurtje of twee kunnen wandelen in de bossen tussen Rijsbergen en Etten-Leur.

Hij had de uitzending van B&W over jongensbesnijdenis (zie web-log do 7 okt. 2004) niet gezien en dus moest de video opgezet worden. Een groot gedeelte van de rest van de avond ging dan ook over dat mysterieuze stuk lichaam dat voorhuid heet. Daarbij kreeg ik zelfs nog enig inzicht in al die dingen die je met een voorhuid kunt doen. Op de een of andere manier gaan dat soort gesprekken altijd heel makkelijk na een paar biertjes in de maag en een Guinness in je hand.

Parkeren – vr 8 okt. 2004

Het was laat geworden de vorige avond. Pas rond half twee reed ik weg in Amsterdam (zie web-log do 7 okt. 2004). Ik kwam de volgende ochtend dan ook een beetje moe aan op de fractie. Waar uiteraard eerst even over mijn tv-optreden gepraat werd.

Belangrijkste onderwerp was echter de nota parkeren en stallen. Voor de rest is me van die dag niet veel bijgebleven. Ik geloof dat ik ’s middags ook even naar bed gegaan ben. Ik begin toch niet oud te worden, hè?

Cut (2) – do 7 okt. 2004

Zie ook web-log zo 3 okt. 2004.

Het onderwerp van het VARA-programma B&W was jongensbesnijdenis. Allemaal naar aanleiding van de door Michael Schaap gemaakte aflevering van ‘Het Geluk van Nederland’ en de aandacht die Ayaan Hirsi Ali daarna in de pers kreeg. Resumé: Michael Schaap (joodse vader, joodse opa van moeders kant en zelf besneden) maakt een televisie-pamflet als aanklacht tegen de jongensbesnijdenis. Ayaan heeft daarin een bijrolletje, meent daags erna actie te moeten ondernemen met als doel het verbieden van jongensbesnijdenis en de mediahype is geboren.

Het nadeel van mediahypes is dat discussie (uiteindelijk volgens mij het primaire doel van Schaap) snel plaats maakt voor ondoordachte one-liners. Positief neveneffect: juist door die onde-liners zijn moslims en joden verbroederd in de strijd voor het behoud van het recht op een besneden piemel.

Donderdagavond zaten we met z’n allen in B&W-café Plantage te Amsterdam: Nathan en Mobine, beide besneden en uitermate pro, Michael Schaap zelf en nog twee artsen. En ik was dus, als tegenstander van rituele besnijdenis bij kinderen, ook uitgenodigd, naar aanleiding van het log van afgelopen maandag. Nu is een half uur eigenlijk veel te kort voor zo’n onderwerp. We gingen na afloop van de uitzending dan ook nog tot één uur ’s nachts door met de discussie (waarbij overigens tal van andere onderwerpen de revue passeerden).

Een opmerkingen van Michael Schaap: het gebod op de besnijdenis staat in het oude testament in Genesis beschreven (Gen. 17:10.14: Dit is Mijn verbond, dat gijlieden houden zult tussen Mij, en tussen u, en tussen uw zaad na u: dat al wat mannelijk is, u besneden worde. En gij zult het vlees uwer voorhuid besnijden; en dat zal tot een teken zijn van het verbond tussen Mij en tussen u. Een zoontje dan van acht dagen zal u besneden worden, al wat mannelijk is in uw geslachten: de ingeborene van het huis, en de gekochte met geld van allen vreemde, welke niet is van uw zaad; De ingeborene van uw huis, en de gekochte met uw geld zal zekerlijk besneden worden; en Mijn verbond zal zijn in ulieder vlees, tot een eeuwig verbond. En wat mannelijk is, de voorhuid hebbende, wiens voorhuids vlees niet zal besneden worden, dezelve ziel zal uit haar volken uitgeroeid worden; hij heeft Mijn verbond gebroken.). Weliswaar wordt het ook in Leviticus genoemd, maar het gebod staat dus in Genesis.

Het was een bijzonder leuke en leerzame avond met bijzondere lieden. Michael Schaap heeft al aangekondigd een vervolg op zijn documentaire te maken en daarbij onder andere te filmen in het Besnijdenispaleis van Kemal Özkan, de ‘sultan van de besnijdenis’. Laat dat toevallig de man zijn die ook mij besneden heeft. Ik heb daar nog ergens een Betamax-videoband van liggen die ik zelf niet kan afspelen. Met Michael heb ik al afgesproken die band een keer met hem te gaan bekijken. Tegen die tijd wellicht nog wat mijmeringen over de deerniswekkende verpretparkisering en de commerciële uitbuiting van de rituele voorhuidverwijdering door Kemal Özkan.

Met groet,
zonder voorhuid,

Selçuk

Besluiteloosheid – wo 6 okt. 2004

Ik zal de eerste zijn die toegeeft dat ik deze woensdagavond niet op mijn best was. Maar het algehele niveau van de commissie ECG liet op deze vergadering nogal te wensen over. Aangezien ook de op het laatste moment opgeroepen plaatsvervangend voorzitter geen tijd meer had gehad om de stukken goed door te lezen, en daardoor weinig lijn in de vergadering kon brengen, ging de discussie alle kanten op.

Eerste punt op de agenda: de ‘restauratie’ van Lunet B (rijksmunument). Het punt zou aanvankelijk niet eens besproken worden, maar is door mij op de agenda gezet (zie web-log ma 23 aug. 2004). Lunet B is een oude kruidopslag en tevens het laatste, nog bewaard gebleven onderdeel van de vestingwerken van de stad. Een mooi, maar lang verwaarloosde ruïne, die door de gemeente als opslagdepot werd gebruikt voor zout. En vooral dat zout heeft heel veel schade aangericht aan het gebouw.

Het plan was om over de Lunet een glazen stolp te bouwen. Daarin zou dan meteen weer een kantoor gevestigd kunnen worden, dat verhuurd moet worden aan een notaris-kantoor. Door het te overdekken blijft het monument behouden, zijn de restauratiekosten goedkoper, zijn de kosten laag en brengt de huur ook nog geld in het laatje. Er moest echter nog een paar euroton bijgelegd worden.

Hoewel ik altijd juich, wanneer een monument van de ondergang gered wordt, was ik over dit plan minder te spreken. De glazen stolp, die het monument zichtbaar moet houden, is eigenlijk een soort fabrieksloods met één glazen ‘muur’. Zo zichtbaar is het monument straks dus niet. Ten tweede is al aan het project begonnen, terwijl de raad nog geen beslissing heeft genomen over de subsidie. Men gaat er gemakshalve maar vanuit dat ze die toch wel krijgen. De commissie werd dus met de rug tegen de muur gezet (en dat is erg gevaarlijk bij een kruidopslag).

Het allerbelangrijkste argument was voor mij echter dat de Rijksdienst voor Monumenten niet blij was met het plan. Volgens de rijksdienst waren er twee andere opties: bedekken met bitumen en zand (maar dan kan niemand het monument nog zien) of fatsoenlijk restaureren en daarmee in de oude staat herstellen. En aangezien ik van mening ben dat de expertise over het onderwerp monumenten bij de daarvoor in het leven geroepen Rijksdienst ligt, volgde ik hun oordeel.

Tot mijn verbazing was ik de enige. Hooguit waren er wat kritische kanttekeningen bij het feit dat het project al is begonnen voor de vertrekking van de middelen, maar over de manier van restaureren was iedereen dik tevreden. Qua monumentenbeleid is er in de stad helaas nog weinig ten goede veranderd.

Het tweede onderwerp ging over het voortbestaan van buurthuis ’t Bakkeleijke. In een bespreekstuk werden 6 mogelijke opties genoemd. Taak van de commissie was om er daar één of enkelen van uit te kiezen. In plaats van een keuze te maken, klaagde eenieder over het feit dat de gegeven informatie gebrekkig was. Kennelijk had niemand zich van tevoren echt verdiept in de materie. Uitkomst van die ruim een uur durende discussie: de politiek neemt geen beslissing. En probeer dat maar eens uit te leggen aan de buurtbewoners die al jaren (!) wachten op duidelijkheid.

Barst – ma 4 okt. 2004

Ik had maandag geen fractievergadering. Wel een vergadering van Breda Barst. De eerste van het seizoen. In verband met de subsidieaanvraag wil de gemeente nu al zo precies mogelijk weten wat we volgend jaar gaan doen. Het was een nogal chaotische vergadering.

Daarna tot veel te laat doorgezakt in De Boulevard met allemaal Barsters die het niet al te laat wilden maken (vooruit, nog eentje dan). Om half vier naar bed met een net verorberd frietje tartaarsaus en een kaassoufflé.

Cut – zo 3 okt. 2004

Ik ben besneden. Ik was toen 9 jaar. Zelf heb ik nooit echt inspraak in die beslissing gehad en het kon me op dat moment ook niet veel schelen, geloof ik. Mijn vader is moslim (gelukkig van het vrijzinnige soort dat drinkt en varkensvlees eet en dus hypocriet is) en het hoorde nu eenmaal bij de traditie. Daarnaast geloof ik dat er ook hygiënische argumenten genoemd werden. Ik heb het hem nooit gevraagd en aangezien we de laatste tijd niet meer op erg goede voet met elkaar leven, zal het er vast ook nooit meer van komen.

Ik heb me achteraf wel eens afgevraagd of ik daar eigenlijk wel blij mee was. Maar aangezien het ook in het westen als iets vrij normaals beschouwd wordt, heb ik er altijd mijn schouders bij opgehaald. Het zal wel aan mij liggen, heb ik altijd gedacht.

Totdat ik vanavond een documentaire op tv heb gezien van Michael Schaap. Hij is joods (althans, de vader van zijn moeder was joods, dus strikt genomen is hij het niet) en dus ook besneden, maar heeft nu vraagtekens bij het hele ritueel. In die documentaire hoorde ik voor het eerst dat er veel meer mensen zijn die het allemaal onzin vinden, of zelfs faliekant op tegen zijn. Ayaan Hirsi Ali constateerde zelfs dat mannenbesnijdenis een ernstigere verminking is dan sommige milde vormen van vrouwenbesnijdenis (om precies te zijn: incisie, wat inhoudt dat een kleine snee in de clitoris van de vrouw wordt aangebracht; hierbij worden dus niets weggesneden en heeft de procedure geen invloed op de sexualiteit van de vrouw).

De documentaire rekende af met een aantal vooroordelen, als zou mannenbesnijdenis hygiënischer zijn. Dat is het misschien wel, maar met datzelfde argument kun je dus ook iemands oor afhakken. Immers, je kunt een oorontsteking oplopen op het moment dat je je oren niet goed wast. Ook de mythe dat besneden mannen langer kunnen vrijen, schijnt niet op feiten gestoeld te zijn. Sterker nog: volgens sommigen genieten besneden mannen juist minder van sex. Uiteraard kan ik dat niet meer proefondervindelijk testen. Ik kan wel melden dat ikzelf ondanks alles nog best kan genieten van een flinke vrijpartij met één of andere mooie man.

Moeten we rituele besnijdenis nu maar verbieden? Moeilijk. Als ze bij mij gewacht hadden tot mijn achttiende, en ik dus zelf had mogen beslissen, had ik het in ieder geval niet laten doen. Ik ben allang overtuigd atheïst en daarnaast huldig ik het standpunt dat als de voorhuid geen functie had gehad, deze al lang weggeëvolueerd zou zijn, net zoals de staart. Net als amandelen en milt hebben de mannen ook niet voor niets een voorhuid.

Als ik al in goden zou geloven, zou ik kiezen voor het Griekse model. Met als alle andere godsdiensten hebben ook de oude Grieken een aantal belachelijke rituelen voortgebracht, maar dat ging zelden gepaard met verminking van het lichaam. Hooguit met grote hoeveelheden alcohol. Qua lichaamsverminking staan de monotheïstische godsdiensten op de eerste plaats. Want hoewel in de koran met geen woord gerept wordt over mannen- of vrouwenbesnijdenis, wordt er in het oude testament (en dus de joodse TNCH) wel degelijk geboden een zoon op de achtste dag na geboorte te besnijden (Leviticus 12:3). En de TNCH geldt voor alle drie de monotheïstische godsdiensten.

Het grappige doet zich voor dat Paulus later in zijn ‘brief’ aan de Phillipenezen (Phillippenezen 3:2.16) op een werkelijk onnavolgbare wijze (en met veel draaikonterij) heeft proberen te bewijzen dat de besnijdenis van de voorhuid moest worden gezien als de besnijdenis van het hart (Leviticus 26:41, een passage die dan ook werkelijk niets met de voorhuid te maken heeft), waarmee hij, weliswaar op valse voorwendselen, de besnijdenis grotendeels uit het christendom heeft weten te bannen. Hoewel dat een goede zaak is, is zijn bewijsvoering minstens net zo gammel als die van George W. Bush, toen hij claimde dat Irak massavernietigingswapens had. Christenen zien kennelijk nogal eens bewijzen die er niet zijn (het bestaan van God voorop).

Er staan in het bijbelboek Liviticus wel meer gruwelijke dingen (onder meer dat homo’s ten dood gebracht moeten worden), maar daarmee wil ik nog niet beweren dat alle christenen verwerpelijke mensen zijn. Hetzelfde geld voor al die ouders die hun zoons laten besnijden. Ik wil zelfs nog wel geloven dat ouders die hun dochters laten besnijden, dit doen omdat ze daadwerkelijk geloven dat ze daarmee een goede daad verrichten, hoe verwerpelijk, barbaars en mensonterend het allemaal ook is. Ik ben bang dat we dit soort barbaarse rituelen niet kunnen verbannen door ze simpelweg te verbieden. Op één of andere manier moeten we mensen die zich met dit soort achterlijke praktijken bezighouden, duidelijk maken dat het nergens op slaat. Desnoods met net zulke kromme redenaties als Paulus gebruikte bij de Phillipenezen. Dat er tot die tijd jongensbesnijdenisklinieken in Nederland zijn is misschien maar goed: liever door een kundige dokter dan door een kwakzalver. Maar dat een dergelijke rituele (en dus niet medisch noodzakelijke) ingreep wordt vergoed door het Ziekefonds is absurd. Kortom: kunnen ouders nu voor eens en voor altijd met hun poten van hun kinderen afblijven.

Simon – za 2 okt. 2004

De dag van de grote demonstratie was aangebroken. Sinds drie jaar ben ik trouw elke landelijke demonstratie tegen het asociale beleid van deze regering bezocht. Maar tot mijn eigen droefenis kon ik vandaag niet.

Ik was gevraagd om als lokale politicus aanwezig te zijn bij een trainingsdag voor jongeren. Nota bene georganiseerd door GroenLinks. En dat had ik al weken geleden toegezegd. Hoe is het mogelijk dat onze moederpartij uitgerekend op die datum een trainingsdag organiseert, zou je denken, en dat dacht ik ook. Maar toen de trainingsdag werd voorbereid stond 2 oktober nog helemaal niet in de agenda als een grote en belangrijke demonstratie. En toen het belang en de massaliteit van die dag duidelijk werd, was het al te laat om alle gemaakte afspraken nog terug te draaien. En ik had beloofd te komen en dat maakt schuld.

Wonder boven wonder was het overgrote deel van de mensen dat zich voor de training had opgegeven ook daadwerkelijk op komen dagen. Slechts een handjevol had zonder afmelding toch besloten (althans, dat vermoedden wij) naar Amsterdam af te reizen. De trainingsdag, onder andere over debating-technieken, was voor iedereen erg leuk, concludeerde ik. En ik was ook erg tevreden over mijn rol: het uitleggen van de lokale realiteit en het geven van feedback.

Het leuke van dergelijke bijeenkomsten is het feit dat je altijd weer leuke mensen tegenkomt. Sommigen kende ik al van eerdere bijeenkomsten, anderen alleen van gezicht, velen helemaal niet. Eén van die mensen was Simon. Die overigens de dag erna naar Amerika zou afreizen om daar mee te helpen bij de verkiezingscampagne.

Van Kerry, zul je denken. Nee, hij ging helpen bij de Amerikaanse groenen. Toen hij dat vertelde, maakte blijdschap voor zoveel actiebereidheid op onze gezichten plaats voor droefenis. Hoe kan iemand nu, terwijl Bush en Kerry in de peilingen zo dicht bij elkaar liggen, campagne voeren voor een kleine linkse partij die misschien wel net genoeg stemmen van Kerry afpakt om Bush aan de macht te helpen. Tsja, hij ging voor zijn idealen, niet voor de minst slechte kandidaat.

Gelukkig gaat hij campagne voeren in de staat New York. En daar staat Kerry zo ver voorop (New Yorkers moeten niets hebben van Texaanse conservatieven met een godscomplex) dat een paar stemmen voor de Amerikaanse Groenen niets uitmaakt. Vooruit dan, dacht ik. Stiekem ben ik namelijk ook wel jaloers op zoveel actiebereidheid.

Willem – vr 1 okt. 2004

Er zijn grofweg twee soorten journalisten: vrolijke en sacherijnige. De chef van de stadsredactie van BN/DeStem hoort duidelijk bij de eerste groep. Het is typisch één van die mensen die ik wel mag. Willem Reijn is Likable, zoals ze dat in het Engels noemen.

We hebben in de fractie wel eens discussie over hoe wij in de media overkomen (zie web-log ma 20 sept. 2004). Sommigen vinden soms dat we niet goed begrepen worden. Ikzelf huldig het standpunt dat de pers beter kan beoordelen hoe we ons manifesteren dan wijzelf. Daarnaast krijg ik jeuk op het moment dat politici tegen de pers gaan ageren. Dat doet het kabinet op dit moment ook. Sterker nog, zij beschuldigen pers, vakbonden en oppositie van ‘ophitsen’. Hoe blind kun je als politicus zijn?

Tijdens de receptie in de kerk ter gelegenheid van de installatie van de nieuwe burgemeester (zie web-log do 30 sept. 2004) was Willem Reijn ook aanwezig. Ik vroeg me af hoe hij de bijeenkomst had ervaren. Niet als journalist en beroepsmatige receptieganger, maar als persoon. Iedereen kent Willem namelijk en iedereen heeft ook een mening over de lokale journalistiek. Daarnaast is Willem ook nog wel eens op de lokale televisie te zien als een soort opinie-leider.En daar hebben zo mogelijk nog meer mensen een mening over. Zou iedereen daarover praten met hem? Of gaat het over koetjes en kalfjes?

Willem is een BB-er, dat schijnt te staan voor Bekende Bredanaar. En dat betekent dat hij een heel ander soort journalist is dan zijn collegae van enkele decennia terug. Het vak van journalist gaat tegenwoordig gepaard met glamour, het vak heeft aan standing gewonnen, zelfs nadat ten tijde van Fortuyn ‘iedereen’ riep dat ook journalisten behoorden tot de linkse maffia. Misschien komen daar die afkeurende blikken uit de politiek wel vandaan. Want de politieke arena is soms ook een beetje glamourland. Alleen zijn wij, lokale politici, niet zo goed in dat spelletje. Willem heeft geen moeite met zijn rol. Maar dat komt natuurlijk ook omdat het een vreselijk charismatische persoon is. Als hij het echt naar z’n zin heeft, heeft ‘ie kuiltje in zijn wangen. Zoveel openheid gaat menig politicus veel te ver.