Een retraite, een middag om te reflecteren op de eigen werkwijze. De gemeenteraad had een retraite. In het Museum voor Grafische Vormgeving nog wel. Ik was er niet bij.
Goed, aanvankelijk meldde ik nog dat ik wat later zou zijn. Er was één of andere klus voor de Haagse fractie die me bezig hield. En die klus nam aanmerkelijk meer tijd in beslag dan ik aanvankelijk had gedacht. Zo lang dat ik uiteindelijk helemaal niet meer naar de retraite ben geweest.
Het zal wel een belangrijke klus geweest zijn die me weghield. Iets met een deadline. Iets dat absoluut op tijd af moest zijn. Ik heb echter geen flauw idee wat het geweest zou kunnen zijn.
Het is inmiddels – als ik dit schrijf – ook al weer zo lang geleden.
De afgelopen maanden ben ik part time bezig geweest met een project voor het Wetenschappelijk Bureau van GroenLinks. De bedoeling: een kritisch pamflet over de wereld van de ontwikkelingssamenwerking.
Als je aan ontwikkelingssamenwerking komt, gaan bij sommigen de haren meteen recht overeind staan. Kom niet aan hun kindje, dat zullen ze als een leeuw(in) verdedigen. Anderen hebben juist helemaal niets met ontwikkelingssamenwerking en willen het liefst dat er geen enkele cent naar toe gaat. En dus gaat die enkele keer dat er in de politiek over ontwikkelingssamenwerking gesproken wordt, het debat meestal over de hoeveelheid geld dat er voor ontwikkelingssamenwerking is. Simpel gezegd: van links moet er meer naar toe, van rechts moet er juist bezuinigd worden. De inhoud komt nauwelijks aan bod.
Het pamflet heeft vooral als doel die discussie te doorbreken: laten we het eens niet over de hoeveelheid geld hebben, maar over de effectiviteit ervan. Heeft ontwikkelingssamenwerking effect en wat kan er beter. In die zin zou iedereen op zijn minst de doelstelling van het pamflet moeten kunnen onderschrijven. Want ook al vind je dat er te veel geld naar ontwikkelingssamenwerking gaat, dan nog wil je dat het geld effectief besteedt wordt. En links is het aan zijn stand verplicht extra kritisch te zijn. Juist omdat links het zo’n belangrijk onderwerp vindt.
Zo kwam het pamflet ook aan de titel: ‘De falende staan van Ontwikkelingssamenwerking?’ Om te prikkelen, om te provoceren, maar vooral om eens kritische vraagtekens te stellen bij waar we nu eigenlijk mee bezig zijn. Je kunt het hier downloaden.
Al enige tijd werk ik een aantal dagen per week bij het Wetenschappelijk Bureau van GroenLinks aan een project over ontwikkelingsamenwerking. Dat project moet onder meer leiden tot een pamflet.
Nu de deadline begint te naderen, hebben Bart, de directeur van het Wetenschappelijk Bureau, en ik een aantal dagen uitgetrokken om tot een redactioneel uitgwerkte tekst te komen. Lange sessies met veel koffie en sigaretten en een pizza met een glas cola erbij als avondmaaltijd.
Ik realiseerde me plots dat het jaren geleden moet zijn geweest dat ik voor het laatst cola had gedronken. Een middelbare schoolgevoel maakte zich van me meester.
De domibo was ietsje uit de hand gelopen. Uiteindelijk hebben de overblijvers, waar ik uiteraard ook weer eens bij hoorde, zo’n beetje de hele wijnvoorraad leeggemaakt. Behalve dan de dure wijntjes. Daar bleven we vanaf.
Zo rond een uur of tien, toch al snel vijf uur na aanvang van de borrel, besloten we hetgeen te doen wat nog het meest leek op verstandig zijn, namelijk huiswaarts keren. In de trein legde ik mijn hoofd tegen mijn jas om even lekker een uurtje te dommelen.
Met als grote voordeel dat ik daar zo van opknapte dat ik in Breda inmiddels wel weer zin had in een biertje. Sommige mensen zijn nu eenmaal onverbeterlijk.
De laatste tijd probeer ik mijn schrijfwerk voor het WB zoveel mogelijk thuis te doen. Ik ga nog regelmatig braaf naar het partijbureau, maar kom daar nauwelijks aan mijn werk toe.
Er zijn constant mensen die je aanspreken op iets, of die je vragen om even iets voor je te doen. Mezelf opsluiten in mijn werkkamer is zinloos. Het is altijd even dit of even dat. Daarnaast heb ik ook geen zin om constant met een volle tas boeken heen en weer te sjouwen.
Femke zit juist wel graag op het partijbureau. Ze werkt aan haar boek. Ze probeerde het eerst in Den Haag, maar daar werd zij de hele tijd afgeleid. Op het partijbureau niet, daar laat iedereen haar met rust. In de werkkamer van Bart sluit zij zichzelf op totdat het lunchtijd is. Bart pikt dan vervolgens de werkplek van oud-collega Miesjel weer in. Het deert hem niet.
Ik was vandaag op het partijbureau. Femke heeft er hopelijk meer vooruitgang geboekt dan ik.
Stapels boeken en, essays en artikelen lijken op het eerste gezicht zonder enige orde verspreid over de vloer van de huiskamer te liggen. Alleen het getrainde oog kan er structuur in brengen. Het is een beetje de week van de waarheid.
Behalve het doen van de broodnodige boodschappen heb ik mezelf voorgenomen dit weekeinde in eenzame opsluiting door te brengen. Op de grammofoonspeler liggen afwisselend Vivaldi, Bach en Beethoven. Na maanden van lezen, aantekeningen maken, her en der losse teksten in elkaar flansen, wil ik dit weekeinde de bulk van de tekst afgerond hebben. Het is een ietwat ambitieuze doelstelling, want het in elkaar schuiven van wat er ligt, blijkt nog niet zo eenvoudig.
Pas op zondagavond één uur houdt ik het voor gezien. Ik besluit mezelf te trakteren op één biertje in de Boul. Nog even onder de mensen.
Dat was hem dus, de laatste middag bij Natuur en Milieu. De laatste uren in het statige pand aan de Hamburgerstraat, de laatste keer de computer opgestart, de laatste keer naar het postvak gelopen en de laatste overdrachten geschreven.
Alle mailtjes voor projecten zitten in speciale mapjes, die ik toegankelijk heb gemaakt met andere collegae en mijn opvolgers. De bestanden in mijn persoonlijke directory zijn gekopiëerd naar de verzamelmap.
Uiteindelijk heb ik maar zo’n 175 diensturen erop zitten. Part time en als ad interim. Niet een heel goede basis om een sterke band met je werkgever op te bouwen. Geen goede basis ook om je de organisatie, de werkwijze en de projecten geheel eigen te maken. Maar een leuke ervaring desalniettemin. En ruim voldoende om te kunnen beweren dat Stichting Natuur en Milieu geen valse beschuldigingen maakt of onprofessionele onderzoeken doet, ondanks berichtgeving in de rechtse media over de ‘criminele’ en ‘misleidende’ informatie van ‘de’ milieubeweging.
Sterker nog, Natuur en Milieu mag best af en toe wat steviger uit de hoek komen wat mij betreft. Zo’n op en top fatsoenlijke organisatie, kom daar nog maar eens om in deze tijd van toenemend geschreeuw en gebrekkige nuance.
Mannen zijn niet goed in afscheid nemen. Ik kennelijk ook niet. Ik kreeg net niet alles af en op het laatste moment kwam er nog een opdrachtje bij. Och, weet je, ik kom morgen ook wel even langs.
Mijn laatste week bij Stichting Natuur en Milieu, de eerste vergadering in mijn nieuwe functie van communicatiemedewerker voor de Tweede Kamerfractie en het project over ontwikkelingssamenwerking. En het politieke seizoen is ook weer begonnen.
Deze week heb ik eigenlijk vier banen. Een absoluut record, volgens mij. En vandaag heb ik zelfs in alle vier deze functies acte de présence gegeven. Het avondmaal bestond uit Sushi van de Appie-om-mee-te-nemen, met stokjes, gegeten tijdens de fractievergadering. Best zeer goed te pruimen eigenlijk.
De vakantie is voorbij, het normale leven begint weer. Geen bejaarden meer die voor negenen in de trein zitten. Geen koffers meer die het gangpad versperren, of fietsen die het balkon blokkeren. Geen zwetende vaders met luidruchtige kinderen of jankende baby’s. Geen zitplekken meer in de trein tussen Breda en ‘s Hertogenbosch. De wereld is weer normaal.
Het was kwart voor zeven toen de wekker ging. Het mocht dan weliswaar de dag des heren zijn, voor mij was het gewoon een werkdag. Vervelend, zou je zeggen.
In het kader van Lowlands University had Stichting Natuur en Milieu een lezing georganiseerd van econoom Arnold Heertje. Ik moest daar bij zijn om later een berichtje over te kunnen schrijven. Heel vervelend.
Dat ik gewoon langs de rij kon lopen en backstage ontvangen werd met een kop verse koffie was natuurlijk al helemaal vervelend.
En dat ik om één uur ‘s middags, nadat de lezing was afgelopen, nog uren lang vrolijk over het terrein kon slenteren, was ronduit irritant
De vrijdag is een rare dag op het partijbureau. Aangezien parttime werken bij GroenLinks de norm is, is er op vrijdag altijd maar een klein deel van de collegae aanwezig.
De vacantietijd maakt het extra rustig. Het was vrijwel uitgestorven vandaag. Stilte in de lege gangen. Alleen het geluid van de regen tegen het raam van mijn werkplek op de zolderverdieping van het GroenLinks-pand. Mijn doorweekte kleren van de hoosbui eerder die dag, droogden tergend langzaam.
Op dit soort troosteloze momenten is er gelukkig altijd nog de radio om je gezelschap te houden. Lang leve 3FM.