Dutch local politician for the environmentalist party GroenLinks, tends to be serious at times but usually has a slightly absurd and overall happy and sunny mental disposition.
Niet dat het verder een ongezellige nacht was, maar de persoon in kwestie met wie ik het bed deelde vond het een beetje raar om, telkens wanneer hij even opkeek, recht in de ogen van Femke Halsema te kijken.
Het zit zo. Bij de verkiezingscampagne van 2006 had ik in mijn woning volgehangen met campagnemateriaal. Het leek me wel verstandig om een beetje in campagnestemming te blijven, ook in de luttele uren die ik gedurende die campagne thuis doorbracht. En zo hing er in mijn slaapkamer een poster van La Halsema, leunend tegen het torentje.
In de loop van de tijd is al dat campagnemateriaal verdwenen. Behalve dus die ene poster op de deur van de slaapkamer. Die de persoon in kwestie met wie ik die avond het bed deelde dus telkens tegenkwam wanneer zijn ogen even afdwaalden.
Nu had ik me natuurlijk kunnen afvragen waarom zijn ogen überhaupt afdwaalden, maar ik besloot daar maar geen punt van te maken. Het leek me verstandiger de poster maar gewoon weg te halen. Ik ging er maar van uit dat Femke dat niet erg zou vinden.
Het Bredase politieke jaar kent twee rustmomenten, het zomer en het kerstreces. Daarbuiten is het druk, met nog eens twee piekmomenten. Het ene piekmoment is het jaarverslag, het andere de begroting. De komende weken staat de jaarrekening op de diverse agenda’s: de verantwoordingsweken.
Het is een beetje de lokale equivalent van de verantwoordingsdag in Den Haag. Met dat verschil dat ze het in Den Haag hun ‘gehaktdag’ een parlementair novum vinden dat tien jaar geleden is geïntroduceerd, terwijl wij lokalo’s de jaarrekening al sinds mensenheugenis op de agenda hebben staan.
De landelijke politiek zou nog wel meer dingen kunnen leren van de lokalo’s. En laat ik me voor het gemak even beperken tot Breda, aangezien dat het enige voorbeeld is dat ik uit eigen waarneming ken. De Bredase raadsleden, of ze nu van de oppositie of de coalitie zijn, weten nog waarom ze volksvertegenwoordiger zijn. Dat doen ze in het belang van de stad, van hun samenleving. Dat lijkt logisch, maar ik heb sterk de indruk dat de Haagse politici dat al lang vergeten zijn. In Den Haag slaat men elkaar meer en meer om de oren met het aanvragen van debatten en spoeddebatten. Men schreeuwt om het hardst en is voornamelijk bezig elkaar te aan te vallen, te schofferen of zwart te maken. In de Haagse politiek is alles wat de ander doet of zegt ofwel niet goed, ofwel deugt het niet.
Het zou goed zijn als onze Haagse politici zich eens zouden beseffen dat er maar weinigen zijn die zitten te wachten op politici die elkaar alleen maar in de haren vliegen. Daarmee ondermijnen de politici niet alleen het vertrouwen in de ander, maar ook in de politiek in zijn geheel. De kloof tussen burger en politiek is niet de fysieke afstand. Dat je niet elke week de straat op kunt om met de gewone man of vrouw op de straat te praten, dat kun je de burger wel uitleggen. Als je maar gewoon je werk doet: de stad of, in het geval van het parlement, de staat besturen. De kloof tussen burger en politiek is de laatste jaren meer en meer een vertrouwensbreuk geworden.
De Bredase raad kenmerkt zich door goede persoonlijke verhoudingen en een doorgaans fatsoenlijk, inhoudelijk debat. Dat is zeer waardevol voor de stad. Daar zou politiek Den haag een voorbeeld aan kunnen nemen.
Ik ben niet de grootste familieman op aarde. Ik wil geen kinderen en ik ga ook niet elke week twee keer langs bij mijn oma. Niet dat ze ver weg woont, maar op de één of andere manier zit het niet in mijn systeem.
Oma is inmiddels 89 en is behoorlijk aan het sukkelen met haar gezondheid. De laatste maanden heeft ze ook ontzettend veel last van haar rug. Ze bevindt zich in goed gezelschap: mijn oom heeft het ook in zijn rug. Een andere oom en twee neef hebben het in de darmen en een aangetrouwde tante, zo kreeg ik bij ons oma te horen, is de dag ervoor met het dansen zo ongelukkig gevallen dat ze een nieuwe schouder nodig heeft. Voor oma niets bijzonders: die heeft in haar leven al diverse malen onderdelen van haarzelf laten vervangen. Kunstknie, pacemaker, dat soort dingen.
En alsof het allemaal nog niet genoeg is, loopt mijn eigen moeder tijdelijk op krukken. In onze familie gaat elke vergelijking thans mank. Het is een wonder dat ik gezond ben.
Twitteren is allang niet meer alleen het de wereld ingooien van hetgeen je op dat moment aan het doen bent. Je kunt ook vertellen wat je voelt, wat je opvalt of, zoals sommigen, het achterelkaar zetten van schijnbaar willekeurige woorden zonder enige zichtbare betekenis.
Maar oude gewoonten blijken moeilijk uit te roeien. Want steeds vaker kan Twitter ook ineens een veredelde chatbox zijn. Met voor mij als voorlopig hoogtepunt deze zaterdag, met een Europees lijsttrekkersdebat via Politiek24 en de tweede – en ook meteen laatste – aflevering van het experimentele programma Twitterradio..
Toch nog best vermoeiend, al die interactieve communicatie. Met je ene oor luisteren naar het debat, of naar de radio, met een half oog kijken naar de streaming videobeelden vanuit het Europarlement, erop reageren en tegelijkertijd ook nog de overige reacties volgen met hashtag #gleu, #eu09 of #twitterradio.
Ik mag dan weliswaar vreselijk mijn best doen ontzettend 2.0 te zijn, ik behoor natuurlijk tot de laatste geboren en getogen 1.0-generatie.
Vijftig bij zeventig centimeter. Dat was het maximale formaat van de affiches die we mochten aanleveren. Anders mochten ze niet op de verkiezingsborden.
Enkele jaren geleden heeft de gemeente Breda een aantal nieuwe verkiezingsborden gekocht. Die dingen hebben een bepaald formaat. Elk jaar meet een ambtenaar met een rolmaat de borden opnieuw op en deelt deze oppervlakte eerlijk over het aantal partijen. Aangezien er aan de Europese verkiezingen dit jaar zeventien partijen meedoen werd het bord keurig opgedeeld in drie rijen van zes. Ofwel: elke poster mocht maximaal 70 centimeter hoog en vijftig centimeter breed zijn. Het B2-formaat, stond nog in de brief te lezen, daarmee suggererend dat het ineens om een heel logisch formaat poster zou moeten gaan.
GroenLinks heeft dit jaar vierkante posters. Het kleinste formaat: veertig bij veertig centimeter, maar dat had ik niet besteld. Wat ik wel besteld had, waren posters van zestig bij zestig. En dus stond ik de halve middag reepjes van zowel de linker- als de rechterzijde van de posters af te knippen, alvorens ik ze mocht inleveren bij de gemeente. Die ze vervolgens zelf zou laten plakken.
En zo vraag ik me elke verkiezing weer af welk stompzinnige klusje ik dan weer moet doen. Als fractievoorzitter ben je nergens te goed voor.
De twee opgeschoten jongeren waren betrapt. Ze hadden geen kaartje. Wel een OV-chipkaart, maar daar kun je natuurlijk niet mee op de trein.
Vervolgens begon het duw- en trekwerk. De twee jongens wilden zich niet identificeren en wilden weglopen. De conducteurs, inmiddels twee man sterk, lieten het niet toe.
Even leek het erop dat het uit de hand zou lopen. Collega Rinske en ik keken elkaar aan. Moesten we onze burgerplicht doen en de conducteurs assisteren? Het bleek echter niet nodig.
Op Rotterdam werden de jongens keurig in de kraag gevat door de spoorwegpolitie. Tevreden constateerde ik dat het recht zijn beloop had gehad.
Ik betaal toch niet voor niets meer dan drieduizend euro voor mijn jaarkaart.
Dankzij een werkende laptop en een UMTS-verbinding kon op de terugreis naar Breda vrolijk verder twitteren in de trein. Een dergelijk heuglijk feit meldt ik dan ook graag even via twitter.
„Dat is mijn trein!”, antwoordde Steve die naast blogger tegenwoordig ook een fanatiek twitteraar is. En binnen enkele minuten zat ‘ie naast me en spraken we vrolijk over ons werk.
Ooit werd gevreesd dat Internet de mensen af zou stompen, dat het ten koste zou gaan van de sociale contacten van mensen. Het is dezelfde angst die telkens de kop op steekt als er een nieuw communicatiemiddel geïntroduceerd wordt. Het tegenovergestelde blijkt echter waar.
Het gaat tegenwoordig alleen maar om de vorm en niet om inhoud, wordt wel eens gezegd. Zeker in verkiezingstijd. Zelf ben ik van mening dat een goed uitgekozen vorm de boodschap juist enorm kan versterken. Soms zeggen beelden nu eenmaal meer dan woorden alleen.
Tijdens één van mijn virtuele wandelingen door het Internet kwam ik dit filmpje tegen. Wat een prachtig idee: dansend de wereld om. Een prachtig voorbeeld ook van hoe vorm toch inhoud kan hebben.
Al jaren wordt er binnen Breda gesteggeld over de kranslegging. Sommige politieke partijen leggen al decennia lang een krans tijdens de dodenherdenking. Dat geldt in ieder geval voor de PvdA en voor (de voorgangers van) GroenLinks. Later hebben steeds meer partijen zich, in mijn ogen geheel terecht, bij dat idee aangesloten. Er is alleen een probleem: de kranslegging loopt de laatste jaren steevast uit, waardoor niet alle kransen voor acht uur gelegd kunnen worden.
En dus vraagt de burgemeester al een aantal jaren of de partijen zich niet kunnen onthouden van het leggen van een krans. Of dat hij namens alle partijen samen één krans legt. Ik heb me daar altijd tegen verzet. Ten eerste vindt onze achterban het belangrijk om op 4 mei de doden te blijven gedenken en ten tweede, er kunnen wat mij betreft niet genoeg kransen en bloemstukken gelegd worden. Voor mijn part duurt de herdenking tot half tien. Daarnaast, zo merkte een collega-raadslid op, de katholieke, protestantse en mormoonse kerken leggen ook niet allemaal samen één krans.
We was er dit jaar het voorstel van de PvdA om dan in ieder geval als politiek de kransen tegelijkertijd te leggen. Ik vond dat prima, maar hoorde er evenwel niets meer over. Het zal wel niet doorgaan, dacht ik. Totdat bij de kranslegging bleek de PvdA geregeld te hebben dat wij, als enigen, ons bloemstuk samen aanboden.
Meteen verwarring. Waarom leggen GroenLinks en de PvdA samen een bloemstuk? Gaan ze fuseren, is dit de aankondiging voor een lijstverbinding of betekent het dat ze de volgende bestuursperiode weer samen in een coalitie willen? Speculatie alom. En zo leidde deze goedbedoelde actie van de Partij van de Arbeid alsnog tot politiek gedoe. Terwijl dat nu juist niet de bedoeling was.
Het is goed. Volgend jaar leggen we gewoon weer allemaal apart onze krans.
De zon scheen, het was al dagen lekker weer en half Nederland heeft vrij. Reden genoeg voor Lucas om een grote barbecue te organiseren, gevold door een groot tuinfeest. Lucas is zo’n beetje de laatste anti-kraker in het verder leegstaande huizenblok, dus voor geluidsoverlast hoefde hij niet te vrezen.
Lucas overdreef niet toen hij het had over een grote barbecue. Over de volle breedte van de schuur had hij tegels uit de tuin geschept om kolen te kunnen stoken. Enkele bakstenen en de roosters van zijn oven maakte de opstelling compleet. Vlees had iedereen zelf meegenomen of, in mijn geval, vis en sla.
Terwijl de avond langzaam nacht werd en de nacht vervolgens weer ochtend, doofden achtereenvolgens de kooltjes van de barbecue en later het hout van het kampvuur. Het gezelschap werd steeds beter zichtbaar in het blauwige ochtendlicht.
Terwijl ik nog een biertje opende, zag ik de één na de ander een lijntje speed naar binnen snuiven. ‘Een nacht doorhalen met hulpmiddelen, da’s toch geen prestatie’, dacht ik schamper in mezelf en nam nog maar een flinke slok.