Over de Rooie – za 1 mei 2009

De lokale afdeling van de SP had in het kader van de dag van de arbeid een demonstratie tegen de crisis georganiseerd. Of eigenlijk, een demonstratie tegen de verhoging van de AOW-leeftijd. Geheel onterecht bestempelen zowel het kabinet als de SP deze maatregel als crisisbestrijding.

Wat mij betreft is er niets mis mee om de pensioenleeftijd wat te verhogen.  Om maar even in mijn eigen omgeving te kijken: mijn moeder heeft nog helemaal geen zin om over vier jaar te stoppen met werken. En, hoewel het nog ver weg is, ik kan me ook niet voorstellen dat het straks op mijn 65e van de één op de andere dag afgelopen is.

Voor fysiek werk ligt dat weer anders. Een stratemaker houdt het echt niet tot het eind van zijn loopbaan vol om te werken. En ook een fabrieksarbeider heeft het op een gegeven moment wel gehad. Nu wil het toeval dat mensen in deze beroepsgroepen vaak op jongere leeftijd begonnen zijn met werken. Het GroenLinks-voorstel om de AOW-leeftijd te koppelen aan het aantal arbeidzame jaren, is wat dat betreft een stuk sympathieker.

Maar ja, dat krijg je natuurlijk weer niet op een spandoek. Dus heb je aan de ene kant het kabinet dat vindt dat iedereen maar langer door moet werken, en aan de andere kant een handjevol verlopen socialisten die met een gestolen slogan te keer gaan tegen elke modernisering van de Nederlandse arbeidsmarkt.

Ik ben maar thuis gebleven.

De Naald – do 30 apr. 2009

Niet alleen als mens, ook als republikein schijn je een mening te moeten hebben over de mafkees die op Koninginnedag dwars door het publiek heen reed in een mislukte poging de bus van de koninklijke familie een kromme achteras te bezorgen.

Ik weet niet meer tijdens welk radioprogramma ik die vraag hoorde, maar hij was er opeens, subtiel verwerkt in een vraaggesprek. „Wat vindt U hier als republikein nu van?” Alsof een republikein het niet erg zou vinden dat er mensen doodgereden worden door een zwarte Suziki Swift. Alsof mensen die langs de kant staan bij koninginnedag niet waardevol zouden zijn. En alsof een republikein het niet erg zou vinden als de koninklijke familie om het leven gebracht zou worden.

Voor de duidelijkheid, een republikein loopt niet de hele dag met een kapmes tussen de tanden plannen te beramen hoe Trix en consorten om te brengen. Sterker nog, eerlijk gezegd ben ik helemaal niet zo ontevreden over onze Koningin. In het zeer onwaarschijnlijke geval dat er in de nabije toekomst presidentsverkiezingen gehouden zouden worden, zou ik waarschijnlijk nog op haar stemmen ook.

Ergens halverwege de jaren ‘90 was ik enige tijd actief bij ParGo, de parlementaire werkgroep van DWARS. We besteedden onze tijd aan het opstellen van een politiek programma. Het waren de vrolijke dagen van Paars I, waarin alles dat los en vast zat geprivatiseerd moest worden. Aangezien we van mening waren dat het ‘afschaffen’ van het koningshuis iets te onvriendelijk klonk, besloten we in het programma op te nemen dat we vonden dat het koningshuis dan maar geprivatiseerd moest worden.

Ineens moet je als republikein een mening hebben over een tamelijk amateuristische aanslag op het koningshuis. Belachelijk. Net zo belachelijk als de vraag aan moslims afstand te nemen van de terroristische aanslagen die door doorgeslagen idioten in naam van het geloof worden gepleegd.

Road to Tom – wo 29 apr. 2009

Port
Port

Met een korte maar duidelijke “Yippie, een date.” van Selçuk stond de afspraak vast. Koninginnenacht zouden we samen doorbrengen.

De trein bracht me na mijn werk naar Breda. Vanaf het station acht minuten naar zijn huis. Ik geloof dat de inrichting van iemands huis veel zegt over de persoon die er woont. Het heeft iets eigens, iets intiems. Bijzonder dan dus ook om daar iemand te ontmoeten.

Muziek was het eerste waarover we kwamen te praten. Hoewel hij bandjes als Gorillaz of Barenaked Ladies niet bleek te kennen, was zijn muziek collectie uitermate smakelijk. Met volle teugen liet hij mij dan ook genieten van bandjes waar ik vaak nog niet van gehoord had.

Het bier werd aangebroken en de regels direct duidelijk gemaakt. Als ik meer dorst had moest ik maar vooral roepen, want hij ging niet steeds vragen of ik wat wilde drinken.

Onderuitgezakt op een fauteuil luisterde ik naar de muziek en genoot ik van mijn biertje. Selçuk toonde zich een goed gastheer door de keukenprins uit te hangen en een smakelijk diner op tafel te toveren. Bijzonder was het ook. Voor het eerst ging er yoghurt in mijn soep. Voor het eerst ook at ik vegetarisch gehakt. Bijzonder lekker was het bovenal en een grote eter als ik ben, at ik dan ook dankbaar alles op.

Tot slot toverde hij nog een ‘pint’ Fairtrade Chunky Monkey op tafel. Mijn favoriet onder het ijs. Een voltreffer dus. Maar het was wel vaker raak die avond.

Echte mannen koffie kwam er op tafel. Het gesprek ging door en door. Van de hak op de tak. Bij een van de tellingen bleken we in één minuut vijf keer van onderwerp veranderd. Maar het was goed en vertrouwd. Ik voelde me thuis.

Het werd steeds gezelliger en Breda had niet meer zoveel prioriteit. We bleven bij hem thuis, drinken en praten. De avond ging over in de nacht en de gesprekken duurden voort. Een aantal biertjes verder werd het nog smakelijker en toverde hij nog kaas en port op tafel. Toen de zon zich weer liet zien en we de fles port soldaat hadden gemaakt deden we een dappere poging nog wat slaap te vatten.

Een zwarte Suzuki tegen een stenen naald zorgde er uiteindelijk voor dat we allebei klaarwakker waren. Tijd om afscheid te nemen.
 
 
Dit gastblog is geschreven door ex-blogger en vriend Twotone.

Gegeven paarden – di 28 apr. 2009

Laptop-tas
Laptop-tas

Na een make-up doos, een set badhanddoeken en een sjaal met bijpassende handschoenen, had de gemeente Breda besloten de ambtenaren als kerstpakket dit jaar boekje te sturen waar meerdere cadeaus in afgedrukt stonden waartussen men kon kiezen.

Zo vond ik tussen de blender, het tosti-apparaat van Aad Ouborg en een schaal met zalm ook een laptop-tas. Aangezien mijn oude exemplaar tamelijk versleten was, besloot ik voor deze optie te kiezen.

Ik hoop niet dat veel mensen binnen de gemeentelijke organisatie mijn voorbeeld volgden. Binnen een week brak het metalen hangsel van de schouderband af. Een week later scheurde het handvat door. Tot mijn grote verbazing overleefde mijn schootcomputer beide valpartijen.

Volgend jaar trap ik er niet meer in. Volgend jaar gaat mijn kerstpakket naar SOS Kinderdorpen of Plan Nederland. Of welk goed doel ze dan ook opnemen in het kerstpakkettenboekje. Zelf heb ik inmiddels maar een fatsoenlijke nieuwe laptop-tas aangeschaft.

Showtime – ma 27 apr. 2009

Showtime Coyote
Showtime Coyote

Maandag. Reces. Op de fractie in Den Haag telde ik welgeteld vijf collegae. Ook in Breda een commissie-vrije week en dus geen fractievergadering. Het tempo ging ineens een versnelling lager.

Ook in De Beyerd was het rustig. De vaste groep personeel en bijbehorende aanhang zat in den vuilen hoek te genieten van een biertje. Ik volgde hun voorbeeld.

Waar het uiteindelijk precies fout ging weet ik niet meer. Maar we gingen na sluit nog even naar de Catch. Om vervolgens nog even meegesleept te worden naar wat ongetwijfeld de meest foute tent van Breda is: de Showtime Coyote.

Om een verre van uitputtende beschrijving te geven, de Showtime Coyote is een tent waar om de paar minuten een vrouw op veel te hoge pumps en een veel te kort broekje op en neer over de bar loopt en om een paal heen danst ten einde de klanten aan de bar te hinderen in hun poging voor veel te veel geld een veel te klein glas bier te bestellen. Het was deerniswekkend.

Ik woon nu al mijn hele leven in Breda. Toch blijf ik me telkens weer verbazen over de dingen die ik tegenkom.

Dipster – zo 26 apr. 2009

iPod
iPod

De feestjes bij Joost zijn misschien niet legendarisch. Maar wel heel leuk. Daarnaast blijft een deel van het gezelschap ook altijd slapen, ondanks dat Eindhoven toch al weer enige tijd is aangesloten op het nachtnet.

Het was Gijs die ‘s morgens als eerste mijn iPod vond om eens te kijken welke foute muziek er allemaal opstond. En vond hij al snel Chesney Hawkes. En Rick Astley. En ‘Heaven is a Place on Earth’, van Belinda Carlisle. En het hele repertoire van Tokio Hotel.

Dat het ding verder vol stond met Sound Garden, Pearl Jam, Green Day, Stone Temple Pilots, Placebo, Vampire Weekend, The Killers, The Goo Goo Dolls en andere retegoeie muziek, kon mijn verbrijzelde imago niet meer redden. „Ik snap het wel hoor”, zei Gijs. „Ik zou ook naar ‘The One and Only’ van Chesney Hawkes luisteren als ik me een keer kut voel.”

Geruisloos trok ik het uiteinde van mijn slaapzak tot ver over mijn hoofd.

Hipster – za 25 apr. 2009

iPod met WESC-hoofdtelefoon
iPod met WESC-hoofdtelefoon

Ik had dus al een tijdje zo’n überhippe koptelefoon van het kledingmerk WESC. Een koptelefoon is namelijk al lang niet meer een accessoire om je persoonlijke geluidsomgeving mee te creëren. Een koptelefoon is een fashion-statement.

Het werd dus onderhand ook maar eens tijd om daar de bijbehorende iPod bij aan te schaffen. Da’s voor mij een tamelijk novum, aangezien ik de eerste ruim 29 jaar van mijn leven nooit de behoefte heb gevoeld rond te lopen met een Walkman. De enige draagbare audio-apparatuur die ik bezit zijn een paar ouderwetse Uher-bandrecorders die ik gebruikte in mijn tijd als radioverslaggever.

Maar ik moest wel toegeven. De vrijwel dagelijkse inbreuk op het natuurlijk recht op stilte dat iedere reiziger in een stilte-coupé heeft, was niet langer draagbaar. Een iPod is dat wel. Vanaf nu kan ik met mijn persoonlijke audio-omgeving van mijn treinreis genieten, ongehinderd door jengelende kinderen, telefonerende mensen of ander spul dat niet in een stiltecoupé thuishoort. Sterker nog, ik hoef niet eens meer op zoek naar de altijd aan het einde of (als uitdaging voor de reiziger) dan weer ineens aan het begin van de trein gesitueerde stilte-zone.

En daarnaast… het is best wel duf om met een koptelefoon rond te lopen als daar geen muziekspeler aan vast zit.

Memory-lane – vr 24 apr. 2009

Jaapslaap
Jaapslaap

Meneer had nog wel zoveel te vertellen, maar omdat zijn hoofd een beetje vol zat, kwam het er allemaal niet zo uit. En dus, wat moet je anders, gingen we maar Guinness drinken in de kroeg met de asbakken op de tafels.

De muziek was goed en ik deinde enthousiast mee. Thin Lizzy? Boys are Back in Town? Laat ze maak komen. Ik denk dat het rond de vijfde of misschien wel zesde pint was dat Jaap een beetje dronken begon te raken. Het is in zijn leven de afgelopen weken nogal heftig geweest, dus dan mag dat. Anders trouwens ook.

„Weet je nog dat je na dat concert van Fairport in Grollo de lenzen uit mijn ogen haalde omdat ik al in slaap gevallen was?” vroeg Jaap tijdens een korte trip down memory-lane. In die dagen was ik nog smoorverliefd op Jaap. De bewuste avond was één van onze meest memorabele bacchanalen waarbij we, op de terugweg van het concert terug naar ons hotel in Rolde, ergens halverwege stomdronken de naast het fietspad gelegen greppel in fietsten. We hadden iets te veel whisky op

De luiken waren al toe toen we waggelend het café verlieten. Thuis stond de port op ons te wachten. Als een geoliede machine, we zijn inmiddels al zo’n tien jaar beste vrienden, gooide ik de kaas uit de koelkast de woonkamer in en ving Jaap ze op. Veel verder kwam hij niet. Met een glas port in de hand liep hij naar de slaapkamer om even te gaan liggen.

Ik vermaakte mezelf nog een half uurtje met het draaien van plaatjes, waarna ik eens ging kijken hoe het met Jaap was. Als een platgereden konijn lag hij slapend op bed. Roadkill met het glas port nog keurig in de hand. Ik besloot het maar zelf op te drinken.

Na het laatste plaatje ontdeed ik Jaap van zijn shirt, broek en schoenen en legde hem onder de dekens. Zijn lenzen had hij, in de loop der jaren wijzer geworden, dit keer gelukkig zelf al uitgedaan.

Schoolbanken – week 17 2009

Het Onze Lieve Vrouwelyceum in Breda
Het Onze Lieve Vrouwelyceum in Breda

Mijn oude middelbare school had in het kader van de OLV-week aan raadsleden gevraagd een gastles te geven over de ontwikkelingen rond de stationszone. Het zijn voor mij de leukere klussen die bij het raadswerk horen.

Vrolijk liep ik de klas binnen waar docent Joep Peeters vroeger Franse les gaf. De kleine twintig leerlingen zaten zo ver mogelijk achteraan. Op de voorste schoolbanken stonden de stoelen nog op de tafels.

„Goh, ongezellig”, zei ik en haalde één voor één de stoelen van de banken om vervolgens nonchalant op de voorste schoolbank te gaan zitten. „Twee afspraken. Allereerst, als je een vraag hebt, zeg ook even hoe je zelf heet en ten tweede, ik ben geen U.”

Het volgende half uur kreeg ik de ene vraag naar de andere naar me toe geworpen. Bij elke nieuwe vraag en elke nieuwe naam, stelde ik ook mezelf voor. „Hai, ik ben Selçuk.”  Ik heb geleerd dat herhaling werkt, zowel in de humor als in het onderwijs. Met groots enthousiasme vertelde ik over het werk als raadslid, de afwegingen die je moet maken en en passant ook nog hoe de Nederlandse staatsinrichting eruit zag.

Een kleine, vrolijke krullenbol op de voorste banken tikte zijn buurvrouw aan. „Volgens mij is-tie homo”, fluisterde hij.

Ik keek hem glimlachend aan, knikte even, en ging onverstoorbaar door met m’n verhaal.

Suikersilo’s – week 16 2009

CSM-silos, gezien vanaf de Boschebrug
CSM-silo's, gezien vanaf de Boschebrug

De laatste weken is er in Breda een discussie losgebarsten over het al dan niet slopen van de silo’s van de voormalige suikerfabriek CSM. De vraag: gelden de betonnen silo’s uit de jaren zestig als industrieel erfgoed.

CSM stopte al een paar jaar geleden met de verwerking van suikerbieten. Spijtig, want daarmee verdween de heerlijke, weeïge  geur van de bietencampagne uit de stad. En sinds kort wordt er op het immense terrein van de CSM ook geen suiker meer verwerkt. Nu staat het CSM-terrein pal naast het historische centrum van de stad, aan de westoever van de Mark. De silo’s zijn dus met recht beeldbepalend te noemen. Waarmee overigens niet gezegd is dat deze betonklotzen ook mooi zijn.

Aanvankelijk was de afgifte van de sloopvergunning voor de silo’s een ambtelijke kwestie, die door GroenLinks-wethouder Willems geagendeerd is voor bespreking in het college. Daar bleek hij de enige die überhaupt wilde onderzoeken of de silo’s wellicht monumentwaardig waren. De bouwwerken werden langs de erfgoedmeetlat gehouden en vervolgens werd het onderwerp geagendeerd in de commissie Bouwen en Wonen. Volgens de erfgoedmeetlat scoorden ze net onvoldoende om in aanmerking te komen voor een status als gemeentelijk monument.

De meeste partijen waren voor sloop van de silo’s. Dat klopt wel ongeveer met de mening van de stad. Wat me opviel in gesprekken die ik hierover de afgelopen weken met diverse mensen heb gehad, is dat met name jongere Bredanaars de silo’s als onderdeel van de Bredase geschiedenis zagen. Ouderen, die nog hebben meegemaakt dat silo’s decennia geleden verrezen, zien ze liever vandaag dan morgen verdwijnen.

De partijen die voor het behoud van de silo’s pleitten, waren de SP, D66 en GroenLinks. De SP omdat zij vond dat er in de silo’s wel goedkope woningen voor studenten en kunstenaars gerealiseerd konden worden. D66 was van mening dat met de sloop van de silo’s een belangrijk stuk industriële historie uit de stad zou verdwijnen. Ik was het met D66 eens. Maar ik had daarbij wel een aantal kanttekeningen.

De betonnen silo’s zijn gebouwd om bieten in op te slaan. De ringbewapening in de betonnen cilinder is vooral bedoeld om zijwaartse druk op te vangen. Voor een bouwconstructie moet een silo vooral neerwaartse druk kunnen opvangen, en dat vereist een andere constructie. Herbestemming zou dus betekenen dat er in de silo een aparte, zelfdragende constructie gebouwd zou moeten worden. Niet het meest eenvoudige werk. Daarnaast moeten er uit de silo’s op zijn minst ramen gezaagd worden. Een ingrijpende wijziging in de bouwconstructie van de silo’s. Daarnaast staan de silo’s pal naast het spoor. Met de huidige veiligheidseisen mag daar niet zomaar voor bewoning gebouwd worden. Het pand zou, gezien het transport van gevaarlijke stoffen over de brabantroute, op zijn minst ernstig verstevigd moeten worden.

Behoud van de silo’s is kostbaar en technisch lastig. Daarnaast, wie score op de erfgoedmeetlat goed bestudeerd, valt op dat de silo’s vooral hoog scoren vanwege hun herinnering aan de inmiddels verdwenen suikerindustrie, hun inpassing in het stedelijk landschap en hun structuur. Met name belevingsargumenten dus. Dat bracht me op het volgende idee: in plaats van een technisch ingewikkelde operatie van herbestemming van de huidige silo’s, is het ook mogelijk om op dezelfde plaats nieuwbouw te plegen die in vorm en omvang herinnert aan de huidige silo’s. Indien in die nieuwbouw nog elementen van de huidige silo’s verwerkt kunnen worden, de belettering bijvoorbeeld, is die verwijzing naar het verleden van de suikerindustrie in mijn ogen voldoende gewaarborgd.

Of het allemaal kan, is nog de vraag. Maar het college was bereid om mijn suggestie als uitgangspunt mee te nemen in de stedebouwkundige randvoorwaarden voor het gebied. Nu nog een maand per jaar een paar bieten koken en de herrinnering aan de suikerfabriek is compleet.