
Regelmatig wordt me gevraagd om als raadslid of als actieve GroenLinkser een stuk over het één of ander te schrijven. En toen vroeg René plotseling of ik zijn blog een paar dagen wilde bijhouden.
Wat was het geval. Een jaar geleden vroeg René mij of ik zijn calamiteitenredacteur wilde worden. Mocht hij ooit onverhoopt van het perron afgeduwd worden of zich verslikken in een amuse. Mocht, kortom, de noodzaak bestaan zijn weblog van een waardig einde te voorzien.
Nu was zo’n calamiteit. René zat samen met Billy in een hotel in Parijs, verstoken van een werkende internetverbinding. „Tijd voor de calamiteitenredacteur om in actie te komen”, zo sms-te hij me op zondagmorgen. En dus schreef ik de afgelopen dagen braaf elke dag een stukje voor zijn blog.
Pareltjes zijn het geworden. Betere proza heeft er op mijn eigen blog nooit gestaan. Proza, zeg ik, maar eigenlijk is het pure poëzie. Het metrum, de zinsbouw, zelden waren stukken van mijn hand zo perfect. Kleine diamantjes, perfect in al hun facetten.
Ik heb het beste van mezelf gegeven. Alhoewel, gegeven. Eigenlijk heeft BW14 ze slechts in bruikleen. Maar ze hangen er zo mooi, dus ik denk dat ik ze daar maar laat. Ook al is het een vorm van kunstroof. René had eigenlijk binnen een paar uur zijn verbinding al weer terug.
Lees hier:
Afgebroken
Strafregels
‘Alo ‘Alo
Illusie
Selçuks Unvollendete








