Homo Demigrans – za 24 dec. 2006

De Wandelclub

Toen ik enkele dagen eerder van mijn moeder hoorde dat zij op zondag zou gaan wandelen, had ik eigenlijk al besloten mee te gaan. Wat is er mooier dan een stevige wandeling aan het begin van een twee weken durend kerstreces.

Het Kaffee in Rijsbergen organiseert eens per maand een groepswandeling. En hoewel er nadelen aan groepswandelingen zitten, leek het me ook wel eens grappig om dat mee te maken. Er volgde bij aanvang echter wel een kleine teleurstelling, toen de route niet 25, maar slechts een kleine 20 kilometer bleek te zijn.

Desondanks was het een heerlijke tocht, door het mistige, west-Brabantse winterlandschap, door drassige weiden en kalende bossen. Inclusief spannende onderdelen als gammele houten loopbrug oversteken en slootje springen. Voor de rest: gedachten op nul en blik op oneindig. En af en toe een gesprek met een eveneens in zichzelf verzonken mede-wandelaar.

Aan het eind van de rit was ik wel mijn moeder kwijtgeraakt. Ze werd gebeld door de staartgroep, die iets eerder verkeerd gelopen was. Nadat mijn moeder teruggelopen was om ze op te halen, kon zij de rest van de groep niet meer vinden. Ondanks uitvoerige routebeschrijvingen door de telefoon mijnerzijds. Maar ach, mijn moeder loopt niet in zeven sloten tegelijk. Sterker nog, het slootje waar wij over moesten springen, had ze in het geheel overgeslagen.

Toen in Het Kaffee de soep werd opgediend, arriveerde ze met de rest van de laatkomers. Die ze haar wel liet smaken. Net als ik trouwens.

Homo Stipendiarius – za 23 dec. 2007

blauwe envelop

De zaterdag voor kerst. Alle broodnodige inkopen zijn gedaan, ook al is de supermarkt ook op zondag voor de gelegenheid nog open. ‘s Avonds bij Liesbeth en Joris een biertje gaan drinken. Een goede gelegenheid om het meest bizarre verhaal van de afgelopen week in visserslatijn te vertellen.

Het ging over onze vrienden van de belastingdienst. Al jaren betaal ik mijn belasting achteraf, een gewoonte die ik over heb gehouden aan mijn tijd als freelancer. Daarnaast is het, gezien het feit dat mijn inkomen van diverse bronnen afkomstig is, ook gewoon makkelijk. Ik moet namelijk altijd bijbetalen.

Dit jaar had ik in Augustus mijn aanvullende belasting over 2005 betaald. Nog geen maand later kreeg ik ineens een voorlopige aanslag voor 2006. Of ik die voor 31 december wilde betalen. Vooruit dan maar weer dacht ik.

Nu was ik die brief natuurlijk al weer kwijt en dus belde ik met de belastingtelefoon, waar een dame mij na 10 minuten ‘eternal flame’ van de Bangles mij welwillend te woord stond. Logisch, ik wilde immers betalen. Of ze mij even het betalingskenmerk kon doorgeven en het exacte bedrag. Nu was het betalingskenmerk zo opgehoest. Het exacte bedrag dat ik moest betalen, mocht ze me echter niet vertellen.

Hoe moet ik dan betalen, vroeg ik? Tsja, wij mogen geen privacygevoelige informatie doorgeven. Stel nu dat U niet Uzelf, maar Uw werkgever bent. Toen ik bijna besloot kwaad te gaan worden, omdat ik al vreesde voor een boete wegens te laat betalen, werd de dame toch nog behulpzaam. Ik kan U vertellen dat het om hetzelfde bedrag gaat als Uw naheffing van vorig jaar. Waarna ik haar vriendelijk bedankte voor haar welwillende medewerking.

Toen ik opzocht hoeveel het was, schrok ik weer even. Twee naheffingen in een jaar zijn toch een behoorlijke aanslag op de bankrekening. Vandaar waarschijnlijk ook dat ze het belasting-aanslag noemen. Zou de terrorisme-coördinator daar niets aan kunnen doen?

Homo Coquens – za 16 dec. 2006

klinkt toch beter dan Knolselderij

Ik had al enige tijd een afspraak met Marlies in de agenda staan. Ze zou komen eten. Goede reden om weer eens uitgebreider dan normaal in de keuken te staan.

Ik besloot maar weer eens mijn gevulde aubergines uit de kast te halen. De aubergine is eigenlijk een groente die vooral in het najaar thuishoort. Maar aangezien de merels in de achtertuin van mijn moeder druk bezig zijn een nestje te bouwen, de temperatuur nog steeds aanvoelt als die van een late nazomer en sowieso de natuur in zijn algeheel door het broeikaseffect flink van slag lijkt te zijn, vond ik het best verantwoord ook in december nog aubergines klaar te maken.

Zelfs de tomaten die ook bij het recept horen, kwamen van de koude grond, proefde ik onbetwistbaar. Alhoewel dat ongetwijfeld de koude grond van een veel zuidelijker gelegen land zal zijn geweest.

Maar eerlijkheidshalve houdt ik me nooit zo aan de seizoenen als het om groenten gaat. Dat komt omdat ik, zomer of winter kan genieten van een goede salade. En hoewel daar in de winter vaak meer noten en witlof doorheen gaan, vergrijp ik me doorgaans ook regelmatig aan tomaten, komkommers en paprika’s. Die, toegegeven, ‘s zomers nog altijd net wat lekkerder smaken.

Homo Perscribens – wo 13 dec. 2006

We bestaan echt al dertig jaar!

Het koor bestaat 30 jaar. Reden om wat liedjes uit ‘de ouden doosch’ opnieuw op plaat te zetten. Ik haalde de digitale opnameapparatuur maar weer van stal.

Eerlijk gezegd, ons koor laat zich maar moeilijk opnemen. Allereerst verschilt de zangkwaliteit van week op week altijd dermate veel dat je nooit precies kunt voorspellen of de samenzang deze keer loepzuiver, of tenenkrommend vals zal worden. En onzuiverheden die bij een optreden nog wel voor lief genomen worden, zijn op band een stuk storender.

Daarnaast is ons koor eigenlijk veel te gezellig om op te nemen. De helft van onze repetitietijd gaat doorgaans op aan zinloos gebabbel. Dat soms tot ergernis van de dirigente, die op zijn minst nog de ambitie heeft ons ooit beter te laten zijn dan het Bredaas mannenkoor. Dit alles heb ik nu ook digitaal en in stereo heb kunnen vastleggen.

Wellicht is historisch gezien dat gebrabbel tussen de liedjes door nog wel het meest interessant.

Homo Disceptans – di 12 dec. 2006

stedelijk jongerendebat

Een van de leukste dingen die me als gemeenteraadslid ten deel valt is de jaarlijkse uitnodiging om als debatleider op te treden bij het stedelijk jongerendebat. Ze waren me ook dit jaar niet vergeten.

Het debat werd dit maal gehouden in de raadszaal van Breda. Eigenlijk de leukste plek van Breda om een jongerendebat te organiseren. De rode draad van het debat, aan de hand van acht stellingen, was het thema duurzaamheid. En ik moet zeggen, de leerlingen van het Markenhage, het OLV-lyceum en het Stedelijk Gymnasium hadden zich uitmuntend voorbereid.

Debatteren is een kunst die weinig Nederlanders beheersen. In Engeland en Duitsland leren kinderen op school al vanaf jonge leeftijd debattechnieken. Het gaat immers lang niet alleen om het verkondigen van je mening en die staven met argumenten. Iemand is pas begenadigd debater wanneer hij of zij reageert op de argumenten van een ander, bij voorkeur met enige humor en flair.

Dat deden ze. En ik moet zeggen dat het jongerendebat in de raadzaal aanmerkelijk meer spetterde dan tijdens een gemiddelde raadsvergadering het geval is. Daarom mijn pleidooi voor een lagere kiesgerechtigde leeftijd. Meer pubers in de politiek!

Homo Simplex – di 5 dec. 2006

speculaalalalala

Als kind geloofde ik in Sinterklaas. Gek eigenlijk dat mijn ouders me daar wèl mee lastig gevallen hebben. Van God zeiden ze immers vanaf het allereerste begin al dat het waarschijnlijk was dat ‘ie niet bestond.

En dat klonk op die jonge leeftijd al behoorlijk logisch. Dat het concept van een ruim dertienhonderdjarige bisschop op één avond alle kinderen in Nederland en België cadeaus geeft en de rest van het jaar als pensionado in Spanje woont, door mij niet gelijk werd doorgeprikt is op zijn zachtst gezegd naïef te noemen.

Stelselmatig begon ik me steeds meer te ergeren aan het seizoensgebonden suikergoed dat al vanaf de nazomer in de schappen van de supermarkten lag. Pepernoten, speculaas en het ooit zo kostbaar ambachtelijke marsepein, dat nu als machinaal massaproduct voor dumpprijzen vrijwel het hele jaar door te verkrijgen is. Ik ben voor vrijheid en vrije handel. Maar ik behoud mij het recht voor me daar ook aan te mogen ergeren.

Zo echter niet dit jaar. Volgens mij begon de stortvloed aan sinterklaasproducten dit jaar niet in augustus, maar pas in oktober goed en wel op gang te komen. Het deed me deugd. Alles heeft immers zo zijn eigen seizoen. Jammer dat ik nu roet in het eten moet gooien, door als gevolg van achterstallig blog-onderhoud pas een maand na sinterklaas hier een log over te schrijven. Maar ja, ik ben dan ook niet zo traditioneel ingesteld.

Homo Fluens – ma 4 dec. 2006

landelijk partijburo

Op het Partijbureau een afspraak met de internet-werkgroep van GroenLinks. Aansluitend daarop een vergadering van het partijbestuur.

De treinen reden op tijd en ik was vroeg genoeg om bij de Albert Heijn op Hoog Catharijne nog even een pak zware Brandaris aan te schaffen ter vervanging van het pak dat ik de dag ervoor was kwijtgeraakt.

Het partijbestuur evalueerde de dampagne en de verkiezingsuitslag. Daar valt veel over te zeggen. Over de campagne was iedereen behoorlijk tevreden. Uit onverdachte hoek: de Volkskrant noemde de campagne van GroenLinks foutloos. Maar hoe verklaren we dan het verlies van één zetel. De algemeen heersende mening is dan toch dat er in Nederland op dit moment weinig behoefte is aan echt progressieve politiek. GroenLinks wil hervormen, en ook al doen we dat op een sociale en groene manier, na vier jaar Balkenende zit de kiezer daar kennelijk niet op te wachten.

Bij tijds terug in Breda, waar ik nog even aanhaakte bij twee van mijn Bredase fractiegenoten in Café de Beyerd. Al met al een prettige dag en derhalve niets om over naar huis te schrijven. Dagen die volgens  planning verlopen maken vaak saaie blogs.

Homo Carpens – zo 3 dec. 2006

de zeven zonden

Met Jaap afgesproken in Delft. En in onze spontaan ingevallen behoefte aan decadentie besloten we niet alleen uit drinken, maar ook uit eten te gaan.

Lopend door het immer prachtige stadscentrum van Delft kwamen we aan bij de Zeven Zonden. De naam en de menukaart beloofden veel goeds. Volgens Jaap dacht het personeel dat we een homo-stelletje waren op onze eerste afspraak. Voor driekwart hadden ze ongelijk. Het was alles behalve onze eerste afspraak en Jaap is geen homo.

Ik kan de Zeven Zonden aanraden. Prettig interieur, alhoewel de vroege, maar gelukkig subtiele kerstdecoratie van mij niet zo had gehoeven. De kangoeroe-steak smaakte prima en de naam van het restaurant drukte mijn misplaatste medelijden met het eens zo vrolijk springende beestje direct de kop in. We waren er immers om te zondigen. Jaap verorberde een parelhoen.

De avond werd voortgezet in Café de Klomp, een gezellige huiskamer in hartje Delft waar de schil van de pelpinda’s op de vloer geworpen dient te worden. Onze pogingen tot verzoeknummers vielen door de ietwat beperkte collectie in de muziekcomputer op onvruchtbare aarde. We waren gedoemd te luisteren naar quasi-romantische zondagavondmuziek, alhoewel de barjuffrouw op ons verzoek de stevigheid van de muziek een tikje opschroefde. Nadat we zo’n vier keer het laatste biertje hadden besteld, keerden we huiswaarts. Het was december, maar het voelde als een prettige zomerse zondagavond.

Homo Collega – za 2 dec. 2006

laatste afdaling

Ik zou nog even terugkomen op collega Rogier Elshout, die afgelopen donderdag zijn laatste werkdag had op de fractie. En aangezien ik, als ik dit schrijf, in de mijmerfase lijk te zitten en de afspraak met Jaap waar ik eigenlijk over had kunnen schrijven is verzet naar de volgende dag, is dit een even goed moment als elk ander.

Rogier was een jaar of wat medewerker van de publieksdienst van GroenLinks en uit die functie door GeenStijl ooit omschreven als de Kay van der Linde van GroenLinks. Een hele eer, alhoewel het wat ver gaat om een publieksdienstfunctionaris als spin-doctor te omschrijven. Ik ontmoette Rogier volgens mij voor het eerst op het Jongerenweekeinde van GroenLinks op 30 november 2003. Op het Voorum, een klein jaar later, en op de vele daaropvolgende Dwars-bijeenkomsten leerde ik hem beter kennen en bleken we eenzelfde absurdistisch en enigszins afwijkend gevoel voor humor te hebben. Toen ik voor GroenLinks in Den Haag ging werken, bleek hij tot mijn grote verrassing een collega te worden.

Rogier denkt sneller dan dat hij typt. Op zich is dat niet een heel unieke eigenschap, maar wel bijzonder lastig, aangezien hij net zo dyslectisch is als een mol zonder veterstrikdiploma. Extra lastig is het dat hij als medewerker van de publieksdienst voornamelijk bezig was met het beantwoorden van brieven en mails van burgers. Meest memorabele fout was in een e-mail aan een mevrouw van één of ander actie-comité, die hij afsloot met de zinsnede ‘succes met Uw sterven’. Gelukkig kon de dame in kwestie de humor van deze onbedoelde typo wel inzien.

Rogier is gestopt met zijn werk om meer aandacht te kunnen besteden aan zijn studie en aan zijn carrière als beroepsjongere. Hij is nu jongerenvertegenwoordiger bij de jeugdraad en ik ben er van overtuigd dat we hem nog wel eens terugzien in de grote-mensenpolitiek, om het zo maar even te noemen.

Met Rogier kan ik bijzonder goed opschieten. Hij verdacht mij er zelfs van dat ik op de Vrije School had gezeten. Rogier kan namelijk vooral met andere Vrije School-gangers opschieten. Wat deze groep onderscheidt van de rest van de mensheid is mij niet geheel duidelijk, maar ik heb tot mijn achttiende dan ook alleen maar katholiek onderwijs genoten.

Rogier werkte altijd op dinsdagen en donderdagen. Stiekem waren dat ook de dagen dat ik het meest fluitend afreisde naar Den Haag. Eén van onze grootste meesterwerken in het halve jaar dat we collega’s waren is ongetwijfeld het jongerenprogramma, dat we grotendeels in één nacht en met drie flessen wijn hebben geschreven.

Nee, dit is geen In Memoriam. Ik ben er van overtuigd dat ik Rogier nog vaak ga tegenkomen. Laat het een eerbetoon zijn aan een scheidend collega. En aan alle andere collegae van GroenLinks. Want geloof het of niet, het moet wel zo’n beetje de leukste en vrolijkste club mensen zijn waar je voor kunt werken. Waarvan akte.

Homo Ruminans – vr 1 dec. 2006

Billy Elliot

De verkiezingen zijn al weer anderhalve week voorbij als ik deze ochtend wakker wordt. Het normale leven begint weer langzaam zijn beslag te krijgen. Althans, voor zover het leven van een licht-recalcitrante homo-politicus met rood haar normaal kan zijn.

Dus bestond de vrijdag, naast mijn wekelijkse gesprek met de wethouder, uit een bezoek aan de fractie om de post door te nemen en het doen van de wekelijkse boodschappen. ‘s Avonds ging ik naar de Locus010 in Rotterdam voor een uitvoering van Dattah-dans, een gezelschap waartoe Jaap sinds kort is toegetreden.

Het is de meest recente van een lange reeks opvallende en uiteenlopende buiten-curriculaire activiteiten. Ooit was hij handballer en begenadigd accordeonist en liedjesschrijver, daarna legde hij zich een tijdje toe op hardlopen en vrouwen versieren. Hij liep stage in Kenya en is assistent bij Studium Generale. Daarnaast liefhebber van Whisky, Guinness en bier in het algemeen. Ik ook, dus met onze vriendschap zit het wel goed.

Ik ontmoette Jaap op 9 augustus 1999. Op zich klopt dat niet helemaal. Op 4 juli van dat jaar ontmoetten we elkaar ook als vrijwilligers bij Breda Barst en hij kende mijn gezicht al eerder als vrijwilliger van het toenmalige poppodium PARA, waar hij met enige regelmaat munten bij me kocht, zijn jas bij me kwam afgeven of bier bij me kwam bestellen. Dat allemaal afhankelijk van of ik munten-, garderobe- of bardienst had.

Toch houdt ik, als iemand die soms een afwijking heeft voor het precies dateren van noemenswaardige gebeurtenissen, maandag 9 augustus 1999 aan, twee dagen voor de zonsverduistering van dat jaar. Een groep PARA-vrijwilligers was tijdens de zomerstop bezig met het uitgraven van de vloer voor het podium. Het was één van die, toen nog bijzonder, warme zomers en wij werkten ons binnen in het zweet om een soort oplopende tribune te creëren in ons poppodium.

Toen ik, voor de zoveelste keer, met een kruiwagen vol zand en puin naar de container liep, kwam Jaap voorbijfietsen. Hij herkende me nog van Breda Barst, waar we na afloop beiden in de groep zaten die de hekken moest opruimen. Uiteraard vroeg Jaap zich af wat er in PARA gaande was en kreeg hij de korte rondleiding. Toevallig op hetzelfde moment dat BN/DeStem-fotograaf Johan van Gurp een plaatse kwam schieten van de verbouwactiviteiten.

We besloten voor die avond wat af te spreken in café O’Mearas, volgens mij op voorstel van Jaap. Het werd een avond vol Guinness en bijzondere gesprekken die we na sluitingstijd – ik denk dat ik dat nu wel kan bekennen – drinkend voort zetten in de PARA, waar ik de sleutels van bij me had.

Het was het begin van een inmiddels zevenjarige en bijzondere vriendschap. Twee jaar later gingen we met mijn eerste auto trekken door Europa. Een reis die uitermate gedetailleerd door mij is opgetekend in een 43 pagina’s tellend, handgeschreven reisverslag. Mocht ik daar ooit tijd hebben, typ ik het wellicht nog eens over. Tijdens een volgend mijmermoment.