Boompje – zo 24 apr. 2005

Een aantal Dwarsers was na het congres van zaterdag blijven slapen in Wageningen om de volgende dag, in het kader van de earth-week een boom te planten in een braakliggend terrein in hartje Wageningen. Dit alles onder de slogan no forest, nu future en de enigszins ludieke onderkop ‘hier realiseert Dwars een bomenpark’.

Ondertussen dacht ik nog na over de uitkomst van het congres de dag ervoor. Daar werd een handvest over dierenrechten opgesteld. En hoewel Dwars tegen elke vorm van discriminatie op basis van ras, sekse, religie of seksuele geaardheid is (of het nu bij mensen of dieren is), het congres had alle dieren zonder centraal zenuwstelsel toch echt uitgesloten. In het handvest komen dieren zoals mieren, spinnen en bijen er dus nogal karig vanaf. Hoe egalitair Dwars ook is, discriminatie tussen soorten is vanaf nu ook binnen Dwars bon-ton. Ergens is dat ook wel pragmatisch. Want het doden van een leeuw stuit ook bij mij op meer morele bezwaren dan het per ongeluk doorslikken van een paar muggen. Desondanks heb ik nooit begrepen wat er nu zo amusant is aan het in de zon eggen van kwallen. Het is een vreemdsoortige combinatie van dierenmishandeling, nieuwsgierigheid en haat waardoor mensen er een sadistisch genoegen ondervinden wanneer ze een paar smeltende kwallen in de warme zomerzon zien.

’s Avonds vierden Joris en Liesbeth enigszins vertraagd hun verjaardag. Door de vertraging konden we op het dakterras gaan zitten. Iets dat twee weken eerden niet had gekund.

Kritiek – za 23 apr. 2005

Normaal beoordeelt de krant het functioneren van de politici. Dit keer was het een keer andersom. Jaarlijks komt de stadsredactie van BN/DeStem bijeen om hun werk te evalueren. En jaarlijks wordt ook iemand uitgenodigd om commentaar op dat werk te leveren. Deze keer had Willem Reijn mij gevraagd. Een eervolle taak. Dus voor ik die middag kon afreizen naar Wageningen om daar aanwezig te zijn bij het Dwars-congres over dierenrechten, toog ik eerst naar Hotel Mastbosch om daar het plaatselijke journaille te vertellen hoe ik tegen hun werkzaamheden aankijk. In de wetenschap overigens dat de realiteit vaak weerbarstiger is dan menigeen zou wensen. Hieronder de integrale tekst.

Voor U staat een trouwe lezer van Uw krant. Althans, een deel van Uw krant. Om precies te zijn, dat deel waar U met zijn allen aanwerkt: de stadskatern. En als oud-lezer van voorloper De Stem, noem ik dat nog steeds trouw de katern ‘Stad en Streek’.

Elke ochtend aan de ontbijttafel leg ik als eerste Uw krant op de juiste volgorde. Stad en Streek bovenaan en daaronder de landelijke katern. Ik zeg elke ochtend, maar soms, na een avondje flink zuipen, doe ik dat ’s nachts al, bij het thuiskomen.

De reden daarvoor is meerledig. Allereerst is het mijn vak, als raadslid, om te weten wat U schrijft. Daarnaast is het simpelweg interesse. En een tikkeltje beroepsdeformatie: in de periode voor mij raadslidmaatschap heb ik af en toe een artikel voor Uw katern mogen schrijven.

Een trouwe lezer, maar ook een kritische. Al is het maar omdat ik veel van de gebeurtenissen waar U over schrijft, zelf meemaak. Doorgaans oordeelt U over het functioneren van ondergetekende: Uw nobele taak. Vandaag zijn die rollen eventjes omgedraaid.

Allereerst de opmerking dat U dagelijks een goed product aflevert. Elke dag twee, drie, vier of zelfs vijf pagina’s met lokaal nieuws. Een mooie balans tussen berichten uit de politiek en de samenleving. Hard nieuws en human interest; af en toe een redactionele opinie, een analyse of, de ochtend dat ik de krant breedlachend van de deurmat plukte, een tendentieus maar feitelijk accuraat openingsartikel over de Haven. Maar laat ik niet te veel veren in Uw achterste steken. Want er valt ook een hoop te verbeteren.

Waar U in ieder geval niet altijd even goed mee omgaat zijn cijfers. Hoe vaak ik in de krant getallen tegenkom die niet stroken met de werkelijkheid, ik blijf me er over verbazen. Om maar eens een oud voorbeeld te voorschijn te halen: de berichtgeving over de bouwkosten van MeZZ. Die zouden, als we de krant mochten geloven, wel heel erg uit de pan gerezen zijn. Hoe vaak er ook over gesproken werd, BN/DeStem haalde met een bijna religieuze vasthoudendheid de bouw- en stichtingskosten door elkaar. Ooit, in 1997, werd besloten voor de bouw 3,3 miljoen euro te reserveren. In 2001 werd dat bedrag opgehoogd naar 4,5 miljoen: let wel, prijspijl 2001! Uiteindelijk kwamen de bouwkosten uit op een slordige 6,8 miljoen euro. Met inrichting bijna 13 miljoen.

Nu kun je op verschillende manieren rekenen: De meest eerlijke zou, in mijn ogen zijn, de vergelijking van de aanvankelijk geplande bouw- en stichtingskosten (het totaal van geld dat voor de realisatie van MeZZ nodig was). Vergelijk de getallen 9 miljoen en bijna 13 miljoen. Dit brengt ons op een kostenoverschreiding tussen de 35% en 45%.

Maar ik snap dat koppen in de krant soms wat vetter mogen. En men kan dus ook alleen de duurder uitgevallen bouwkosten (dus exclusief inrichting) in competitie brengen. De bouwkosten zijn twee keer duurder uitgevallen, van 3,3 naar 6,8 miljoen. Dan moet echter nog wel de inflatie worden afgetrokken. Blijft over, een kostenoverschrijding van circa 70%. Een percentage dat goed is voor een behoorlijke vierkolommer bovenaan de stadskatern met foto.

Maar Uw krant maakte het wel erg bont. De bijna 13 miljoen euro bouw- en stichtingskosten in 2002 werden vergeleken met de oorspronkelijke reservering van 3,3 miljoen in 1997 voor alleen de bouw. Een overschrijding van 300%, maar wel een valse berekening. En ondanks alle kanttekeningen blijft U tot op de dag van vandaag vasthouden aan deze incorrecte berekening. Want doodleuk schrijft U in een analyse over de haven met de titel ‘Goed nieuws geeft deining in De Nieuwe Mark’ op 9 april van dit jaar opnieuw dat MeZZ vier keer duurder is uitgevallen, daarin overigens gesteund door de oppositiepartij Leefbaar, die er eenzelfde gemankeerde berekening op loslaat.

Ik kan me overigens voorstellen hoe U telkens opnieuw die fout maakt. Telkens wanneer er over een onderwerp als MeZZ geschreven wordt, zal de betreffende journalist het archief van de krant raadplegen. Een digitaal archief, waarin alle artikelen van Brabants Nieuwsblad en De Stem tot pakweg 1981 terug te vinden zijn. En zo worden fouten steeds maar weer herhaald. Zelfs al zou de krant na een blunder een rectificatie plaatsen, is het niet waarschijnlijk dat de zoekende journalist deze zal tegenkomen. Bij snel archiefonderzoek kijkt iemand slechts naar de grote, lange artikelen; niet naar korte éénkolommertjes van 41 millimeter.

Dergelijke fouten zouden echter zo makkelijk te voorkomen zijn. Door elke journalist de mogelijkheid te geven aan elk archiefitem een opmerking toe te voegen. Ik bedoel dus niet het corrigeren van archiefartikelen (dit zou historievervalsing zijn), maar het toevoegen van voetnoten bij artikelen. In zo’n voetnoot zou bijvoorbeeld een fout of een omissie kunnen worden hersteld, maar ook zou informatie over bronnen kunnen worden opgenomen, of zaken worden toegevoegd die, omwille van de lengte, niet in het oorspronkelijke artikel zijn terechtgekomen.

Iets anders: U bent er zich goed van bewust dat U de belangrijkste nieuwsbron van de stad bent. Als enige krant heeft U bijna een monopoliepositie: alles wat U schrijft is waar en door Stadsradio Breda, door TV&Co en soms zelfs door Omroep Brabant wordt U aandachtig gelezen en, indien nodig, gekopiëerd. Wat U schrijft is nieuws, wat U niet schrijft is geen nieuws. Dit kan al snel luiheid in de hand werken. U kunt best één of twee dagen wachten met het publiceren van nieuws. Een keuze die U dan ook zeer geregeld maakt. Onterecht, wat mij betreft. Uw lezer heeft recht op het meest actuele nieuws van dat moment. De Haven zal straks niet anders lopen omdat U een dag wacht met publicatie en ook Uw concurrentiepositie zal niet verslechteren, maar de lezer verdient beter.

Een andere kwaal waar sommigen van U enigszins last van hebben: de bobogerichtheid. Want U bent nogal eens aanwezig op gelegenheden waar de bobo’s ook te vinden zijn. En daarmee bedoel ik de kringen rond Aad Ouborg, Willem van der Hoeven, Jan Hoppe en consorten. Toegegeven, zij geven leukere feestjes met lekkerdere hapjes dan bij de bijeenkomsten van de W-groep Breda Noord, De Marge in Beeld en het SWOB. Maar tenzij U society-journalistiek wilt bedrijven, is Uw natuurlijke standplaats pal naast de gewone Bredanaar. De gewone Bredanaar die niet gaat eten in de Princentuin of Wolfslaar, maar een frietje haalt bij Christ, zo’n beetje de enige friettent die nog gerund wordt door gezonde Hollandse jongens die de aardappels nog zelf schillen. Maar dat ter zijde.

Die bobo-gerichtheid kan al snel eenzijdigheid met zich meebrengen. Want als in dit kringetje een natte droom gelanceerd wordt, laten we het Montmartre aan de Mark als voorbeeld nemen, dan wordt U ook al snel enthousiast. Terwijl, laten we nu even heel eerlijk zijn, deze kunstzinnige ejaculatie van vriend Jan Hoppe en kompaan André Adank iets meer is dan een groot pr-verhaal zonder financiële, ruimtelijke of planologische onderbouwing. In tegenstelling tot wat dit soort aanstekelijke gedachtes doen vermoeden, zit er niet eens een artistieke visie onder de hele pr-stunt. Het is een mooi praatje van de beleidsmedewerkers cultuur om straks de ontwikkeling van dit stuk Breda samen met projectontwikkelaars ter hand te nemen. Als we niet uitkijken gebeurt dat ook nog eens ten koste van een prachtige volkswijk. Waarom hier een pagina aan besteedt in Uw krant? Terwijl Het Huis der Kunsten de loods waar het zijn zinnen op heeft gezet, al maanden geleden tussen zijn vingers heeft laten glippen als gevolg van besluiteloosheid.

Tussen al die bobo’s zou U nog wel eens kunnen vergeten dat besluiten worden genomen op plaatsen waar deze niet thuis horen. Of dat nu aan de bar is, als de voormalig wethouder carrière-zaken een pilsje drinkt met de projectontwikkelaar met die grote oren; aan het bureau van de geestelijk vader van Topolis, of voor mijn part op de golfbaan. Het is niet erg dat U daar bent, het wordt pas erg op het moment dat U daar Uw oren en ogen niet wagenwijd open zou zetten. Want om nog maar eens even op dat Huis der Kunsten terug te komen: dit project is niet bedacht door een aantal actieve amateurkunst-beoefenaars uit Breda, het is bedacht aan de burelen van de dienst RME aan de Claudius Prinsenlaan, met de who-is-who uit de Bredase aannemerswereld onder handbereik.

De journalistiek is de waakhond van de democratie, wordt wel eens beweerd. U zult die rol meer en beter waar moeten maken. Wie heeft de echte macht in Breda? Voor zover U dat nog niet duidelijk was: die macht ligt niet in het stadhuis. Voor zover de raad al machtsmiddelen heeft om haar zin door te drijven, is het grijze clubje van 39 (38 als we Joop de Werd niet meerekenen) niet bereid die machtsmiddelen ook daadwerkelijk in te zetten. De discussie over de 180e woning op het wagenmakerspark is daar een voorbeeld van. De gemeente zou nog steeds over kunnen gaan tot de sloop van de illegale erkers die daar gebouwd zijn, maar wil dit machtsmiddel niet gebruiken om de bouw van de extra woning te bewerkstelligen. Wie bepaalt nu werkelijk wat er in deze stad gebeurt. Er werd vroeger al gesproken over de drie O’s: Van Opstal, Ouborg en Ouwekerk. Dat rijtje is deels achterhaald vandaag de dag. U kunt dat blootleggen.

Het moge duidelijk zijn, de stadsredacteur van vandaag bevindt zich in een onmogelijke spagaat. U heeft te maken met ontlezing, met de politiek, met het bedrijfsleven. En met al die groepen wilt U contact onderhouden. Daarnaast werkt U ook nog in een medium dat tegelijkertijd de vaak tegengestelde belangen van burgers van deze stad en de adverteerders moet dienen. Gaat U voor Uw eigen gevoel genoeg de stad in; de paden op, de lanen in?

U kent ongetwijfeld het voorbeeld; ik ben even kwijt wie de desbetreffende hoofdredacteur was, die op een dag tegen zijn medewerkers zei dat de rol van die dag maar even gelaten moest worden voor wat deze was. Geen agendajournalistiek, geen bijeenkomsten, geen politiek: hij stuurde zijn verslaggevers de straat op om, zonder enige voorbereiding, zonder vooraf te weten waar zij mee terug zouden komen, maar itempjes moesten maken. Het is een aardige exercitie, want de resultaten waren geweldig. Het nieuws bleek inderdaad op straat te liggen. De journalisten kwamen terug met een scala aan nieuwe onderwerpen. Onderwerpen die nog weken gelegenheid boden om verder uit te spitten. U zou dat ook kunnen doen: op die manier uitvogelen wat er daadwerkelijk speelt bij de inwoners van deze stad. Net zoals politici dat vaker zouden moeten doen, maar uiteindelijk toch steeds maar niet echt waar blijken te kunnen maken. Een krant die de mensen opzoekt wordt serieus genomen, wordt gewaardeerd, wordt besproken, wordt zelfs wellicht meer gelezen. Probeer het eens.

U bepaalt voor een groot deel hoe in Breda discussies lopen, waar aandacht voor is. U bent een belangrijke factor in het maatschappelijk debat. Daarbij is ruimte voor ingezonden brieven uit alle geledingen van de Bredase samenleving. Eén middel laat U daarbij nog onbenut: de opinie. Heel af en toe geeft U als redactie commentaar op ontwikkelingen in Breda. Maar waarom niet anderen ook uitnodigen een bijdrage te leveren aan dat proces. Een gemeentelijke opiniepagina, eens per week bijvoorbeeld, waarin U belangrijke figuren uit het maatschappelijk leven uitnodigt om een bijdrage te leveren aan dat debat. En voor de duidelijkheid; ik zie dat niet als een extra platform voor de politiek om van gedachten te wisselen, alhoewel natuurlijk ook raadsleden, wethouders en afdelingsbesturen hier een rol kunnen spelen. Ik denk aan organisaties en instellingen die vanuit hun perspectief een visie geven op de ontwikkelingen in Breda. Ik denk aan mensen als Eloï Koreman, Laurens Siebers, Guus Welten en, god betere, misschien zelfs Birgit Croft, die via dit platform een extra dimensie geven aan de maatschappelijke discussie, de politieke agendavorming en uiteindelijk zelfs de besluitvorming. Breda is de negende stad van Nederland. Daar valt zoveel over te schrijven, dat mag niet alleen maar overgelaten worden aan dat handjevol geluksvogels dat zich stadsredacteur mag noemen. Want het is toch godverdomme de mooiste baan in de wereld.

Raad – do 21 apr. 2005

De raad kende maar weinig punten op de agenda. Toch bleek de gedeeltelijke herziening van het bestemmingsplan Wagenmakerspark nog een pikant punt. Op een stuk grond dat is vrijgekomen nadat daar een rijtje zeldzame populieren is vergiftigd (de dader ligt zoals altijd weer eens op het kerkhof) wil de projectontwikkelaar die het hele Wagenmakerspark heeft ontwikkeld, een woning bouwen. Dat was altijd al zijn bedoeling, maar het kon destijds niet doorgaan, omdat de bomen niet mochten worden gekapt.

Dat de bomen ineens vergiftigd waren, kwam de ontwikkelaar dus wel erg goed uit. En ontegenzeggelijk profiteert hij dus nu ook van die misdaad, door alsnog te kunnen bouwen. En hoewel de meerderheid van de raad niet het ultieme machtsmiddel wilde gebruiken door de bouw van de zogenoemde 180e woning gewoon te verbieden (wat ik zelf nogal een laffe houding vindt overigens), heeft diezelfde raad wel duidelijk het signaal afgegeven dat de ontwikkelaar er verstandig aan doet deze woning niet te bouwen. Nu maar hopen dat de betreffende projectontwikkelaar niet Oost-Indisch doof is.

Verantwoording – di 19 apr. 2005

De jaarlijkse fractieverantwoording aan de leden van GroenLinks is altijd een lastig onderwerp op de agenda. Want een aantal leden leest het bijna twintig kantjes tellende verslag minutieus door en vindt altijd punten van kritiek. En die kritiekpunten komen altijd ruimschoots aan bod.

Zo hoort het ook. Want zonder kritiek kun je je eigen functioneren niet verbeteren. En hoewel we ons elk jaar weer voornemen om niet teveel in het defensieve te springen en soms ook gewoon toe te geven dat niet alles altijd vlekkeloos is gelopen, blijft het op het moment supreme lastig om de kritiek niet verkeerd op te vatten. Maar we hebben het overleefd.

In dezelfde vergadering is ook de definitieve kandidaatstelling voor kandidaat-raadsleden en eventuele wethouderskandidaten geopend en is de procedure vastgesteld. We zijn weer een stap dichterbij de verkiezingen van 2006. Het begint zo langzamerhand al een beetje te jeuken.

Just another day at the office – ma 18 apr. 2005

De werkdag begon ’s ochtends met de opname van een uitzending van Spotlight met als gast beeldend kunstenaar Raphaël Hermans. ’s Middags reed ik richting Amsterdam voor een interview met niemand minder dan Rufus Wainwright.. Wie zijn muziek niet kent, moet nu direct naar de platenzaak rennen om iets van ‘m te gaan beluisteren. Zulke aangrijpende en intelligente muziek kom je niet zo vaak tegen.

Hoewel ik een kwartier te laat bij het Americain Hotel aankwam (de stadhouderskade lag helemaal open en eerder had ik ook al een keer de verkeerde afslag genomen), kon ik nog in het schema ingepast worden (met dank aan platenmaatschappij Universal). Ik had twintig minuten voor het radio-interview en zonder arrogant te willen klinken ben ik zelf enorm tevreden met het resultaat. Daar kan straks een mooie uitzending van gemaakt worden.

Als klap op de vuurpijl had de platenmaatschappij ook nog een plaats op de gastenlijst van het concert in Paradiso geregeld. Sowiewo al een prachtige locatie natuurlijk, maar daarnaast ook een uitstekende plek om de muziek van Rufus Wainwright tot zijn recht te laten komen. Niet geheel toevallig dus dat hij uiteindelijk een set van ongeveer twee-en-een-half uur heeft gegeven, inclusief drie toegiften en een vrijwel surrealistisch gay-extravaganza waarbij de gehele band bij het nummer old whore’s diet uit de kleren ging. Het was de aanzet voor een enkele nummers lang durende verkleedpartij die van de voormalige kerk tijdelijk het Sodom en Gomorra van Amsterdam maakte. Het past wel bij Wainwright, die de kerk een mooi maar ideologisch volstrekt verwerpelijk instituut vindt en die, zo bleek uit de verschillende aankondigingen, maar niet snapt waarom de overleden paus ineens zoveel goede daden toegeschreven kreeg. Alsof die oude man inderdaad in zijn eentje het communisme verslagen heeft. Alsof dat systeem niet vooral door zijn eigen onvolkomenheden ineen is gestort. En alsof de aids-epidemie in Afrika niet voor een groot deel te verwijten is aan de moralistische praatjes over de waardigheid van het leven, waar geen condoom bij past. Het Amsterdamse publiek slikte zijn anti-paapse opmerkingen als zoete koek.

Barst – zo 17 apr. 2005

De laatste voorronde van Breda Barst was ook de meest gevariëerde en daarom waarschijnlijk ook de leukste. En ondanks alle muzikale meningsverschillen binnen de jury, waren we het er ook behoorlijk snel over eens welke bands er door mochten naar het festival. Om te beginnen de geweldige ska-band The Palookas. Verder de intelligente retro-eighties-in-een-fris-jasje muziek van Omski, de -crosby-stills-nash-young-harmonische-singersonwriter-rock van Teaser en de funky klanken van Red Carpet. Alleen deze bands al zijn zeer de moeite waard om 11 en 12 juni naar het Bredase stadspark ’t Valkenberg af te reizen. Om over de rest van de programmering maar te zwijgen. Check www.bredabarst.nl!

Feestje – vr 15 apr. 2005

Het was een vaag feestje in Eindhoven, waar ik verzeild was geraakt. Allereerst natuurlijk omdat ik pas laat aankwam en de rest van de aanwezigen al enige mate van dronkenschap begon te vertonen. Ten tweede omdat er drie feestvarkens waren die allemaal hun eigen nogal verschillende vriendenkring hadden uitgenodigd, en ten derde omdat de huiskamer waarin ik bleef slapen, niet de huiskamer was van Joost, wiens gast ik was, maar van een compleet onbekende. Want het waren dan wel drie mensen die samen een feestje gaven, het feestje werd gehouden in de studentenwoning van nog een vierde, mij volslagen onbekend figuur.

De volgende ochtend bood het fatsoen mij, en enkele anderen die ook hadden overnacht, de troep enigszins op te ruime. Daarbij kwam ik een nogal dubieus experiment tegen met een glas wijn en borrelnootjes. Het resultaat staat hierboven afgebeeld.

Afstoten – wo 13 apr. 2005

“Druk”, wil nog wel eens mijn antwoord zijn op de vraag hoe het met me gaat. Zeker nu ik naast mijn raadswerk en mijn parttime aanstelling bij de NPS ook nog eens lid van het algemeen bestuur van GroenLinks ben, wordt de agenda er niet rustiger op. Deze woensdag was daarvan een mooi voorbeeld. De vaste werkochtend van de fractie werd gevolgd door een bezoek van scholieren van het Florijn, die in de raadszaal het één en ander over de werking van de gemeentepolitiek uitgelegd kregen. Collega Ben Joosse (fractie Joosse) en ik waren gecharterd om antwoord te geven op een aantal prangende vragen. (“hebben jullie de koningin wel eens ontmoet?” “Nee.” “Maar wat heb je er dan aan om raadslid te zijn?”)

’s Middags werkte ik nog wat verder op de fractie. Daarna laadde ik thuis de PA-installatie in voor Café Livre. Dat is een soort boekenforum dat drie keer per jaar wordt georganiseerd en waar ik altijd het geluid voor regel. Tijdens het versjouwen van de veel te zware flight-case (fluit-kees in goed Nederlands) met daarin de mengtafel, moest ik aan mijn overvolle agenda denken. Ik had op dat moment een besluit genomen. Café Livre moet het in het volgende seizoen zonder mij stellen. Het grote afstoten is begonnen.

Bestuur – ma 11 apr. 2005

Voorafgaande aan de vergaderingen van het partijbestuur van GroenLinks wordt er in gezamenlijkheid gegeten. Ten eerste is dat erg praktisch, want de meeste mensen komen direct van hun werk aan op het partijbureau in Utrecht. Daarnaast is het een gezellige manier om ervaringen en meningen uit te wisselen. Om zeven uur begint dan de eigenlijke vergadering.

Er moesten dit keer heel wat beslissingen genomen worden. Helaas betekent dat soms dat je een aantal zaken minder diepgaand kunt bediscussiëren dan dat je graag gewild zou hebben. Want soms zitten er best moeilijke beslissingen tussen. Zo werd ik bij deze eerste vergadering meteen al geconfronteerd met een verzoek tot royement (grofweg: iemand uit de partij zetten). En, zo wist voorzitter Herman Meijer mij te vertellen: royementsverzoeken liggen altijd gecompliceerd. Het enige dat we dan kunnen doen, zo stelde hij, was kijken of volgens de regels zo’n verzoek tot royement correct is. Met een naar gevoel moest in constateren dat dat zo was. Best vervelend: iemand uit je partij zetten.

De bestuursvergadering duurde tot ongeveer half tien. Daarna ben ik als een speel naar Breda gegaan om daar het trouwfeest van Emiel en Soraya te vieren. Zij waren die ochtend getrouwd en vierden dat ’s avonds in Dok19. Het was een leuk feest.

Barst en Beats – 9 en 10 apr. 2005

Met Joris werkte ik aan het decor voor Breda Barst. De voorronden voor het popfestival zijn in volle gang en deze avond staat ook de eerste voorronde van Breda Beats op het programma. Nu we niet meer in de oude school terecht kunnen, deze is namelijk gesloopt, hebben we een leegstaande ruimte op een bedrijventerrein gevonden, waar we kunnen knutselen.

Die avond was ik in de Boulevard meer bezig met het lezen van vergaderstukken voor mijn eerste vergadering van het landelijk partijbestuur van GroenLinks dan met iets anders. Waarom ik dan überhaupt naar de kroeg kwam, vroeg een aantal vrienden. Tsja, soms moet je het nuttige met het aangename combineren.

Op zondag was de tweede voorronde voor Breda Barst. Voor het derde jaar zit ik in de jury. Een mooie, maar soms ook moeilijke taak. Al is het maar omdat er altijd wel wat bands meedoen, waarvan ik de muzikanten ken. Objectief blijven is dan soms erg moeilijk. Want hoe graag ik het alle bands ook zou gunnen dat ze uiteindelijk op het festival staan, er kunnen er uiteindelijk toch maar vier van de vijftien door. Volgende week staat de laatste voorronde op de rol en dan moet de jury een unanieme uitspraak over de winnaars kunnen doen. En erg eensgezind zijn we tot nu toe nog niet echt geweest.