Cultuur – do 2 dec. 2004

Op de agenda van de commissie Middelen (financiën) stond het artistiek plan van het Chassé Theater. De oorzaak dat dit niet in de commissie cultuur besproken wordt ligt ver in het verleden, in een tijd dat de toenmalige wethouder van cultuur (Wim van Fessem, CDA) een dusdanig groot gat in zijn hand had dat het hele verhaal van het nieuwe theater meer weg had van een bodemloze put dan van een cultureel waardevol idee. Het theater werd na de val van deze wethouder ondergebracht bij de wethouder van financiën, die enige orde heeft weten te scheppen.

Het artistiek plan viel me enigszins tegen. Het theater verwacht teruglopende bezoekersaantallen en dus teruglopende inkomsten. Daarnaast is het theater sneller versleten dan was gepland, omdat het bezoekersaantal in de afgelopen jaren veel hoger lag dan aanvankelijk gedacht. De directie van het theater meende er niet om heen te kunnen een deel van het tekort op te lossen door in de programmering te snijden. Dat wil zeggen dat we komend seizoen iets minder toneelvoorstellingen te zien krijgen en er ook minder dans op het podium te zien zal zijn. Ook het aantal voorstellingen van amateurverenigingen wordt omlaag gebracht van 55 naar 50.

Ik heb geprobeerd de directeur van het Chassé zover te krijgen ons te beloven dat hij ernaar zou streven het aantal producties in deze categorieën te handhaven. Daarmee zou hij de subsidie van de gemeente meer verdienen, zo stelde ik. Hij beloofde echter niets. En dat viel me toch een beetje tegen. Want je kunt natuurlijk best ergens naar streven en later erkennen en aantonen dat je het wel geprobeerd hebt, maar dat je het streven niet, of slechts deels hebt gehaald. Het zou wat mij betreft getuigen van lef.

Linkse kerk – wo 1 dec. 2004

De SP had een avond georganiseerd waarin ‘De Linkse Kerk’ (een geuzennaam die we hebben gekregen van rechts) in discussie ging over een aantal actuele stellingen. Ik mocht, samen met vertegenwoordigers van SP, PvdA en Internationale Socialisten achter de forumtafel plaatsnemen. Eén en ander werd in goede banen geleid door journalist en vaak gevraagd gespreksleider Willem Reijn. Laat ik mijn visie op de drie stellingen van die avond hieronder maar kort weergeven.

Het vrije woord is het hoogste goed in onze maatschappij en moet beschermd worden. Desnoods kunnen daar andere grondrechten vopor opzij gezet worden.

Grondrechten kun je wat mij betreft niet met elkaar in competitie brengen. Maar de vrijheid van meningsuiting is wel degelijk een groot goed. Ik heb een vrij radicale opvatting over die vrijheid. Wat mij betreft mag namelijk alles gezegd worden, met twee uitzonderingen. De eerste uitzondering is het oproepen tot geweld. De tweede uitzondering is laster. Met dat laatste bedoel ik het verspreiden van leugens en onwaarheden over een individueel persoon, waarmee deze in een kwaad daglicht gezet wordt. Met nadruk zeg ik daarbij ‘individueel persoon’. Anders zou je zo’n beetje elke generaliserende mening over groepen ook kunnen bestraffen en dat maakt elk debat onmogelijk. De opmerking ‘alle gereformeerden zijn leugenaars’, die ik voor het gemak even jat van Fortuyn, is waarschijnlijk een onwaarheid. Die opmerking kan wat mij betreft echter best door de beugel.

Belediging en godslastering mag wat mij betreft geen beperking zijn van het vrije woord. Als je god met een ezel wil vergelijken (Van het Reve), Mohammed een pedofiel vindt (Hirsi Ali) of Jezus een hoerenloper (Magdalena), is dat misschien niet netjes, maar heb je daar wat mij betreft het volste recht toe. En indien belediging een beperking zou zijn, sta je voor het probleem dat de ontvanger van de boodschap bepaalt wat je wel en niet mag zeggen. De ene ontvanger is immers sneller beledigd dan de andere ontvanger. De grens van de vrijheid van meningsuiting wordt dan wel erg vaag en subjectief. Als voorbeeld: mij mogen ze best een vieze flikker noemen (je krijgt wellicht een middelvinger terug, maar dat ter zijde). Een ander is misschien wel veel sneller beledigd.

Links heeft het integratievraagstuk op zijn beloop gelaten en is daarmee schuldig aan de nu ontstane problemen.

Ja. ‘links’ is schuldig, maar niet als enige. Rechts is minstens even schuldig. Al is het maar omdat ze sinds de jaren ’70 vaker in de regering heeft gezeten. We hebben onvoldoende gevochten voor de emancipatie van allochtonen, we hebben niet hard genoeg geknokt tegen discriminatie, bijvoorbeeld in de horeca. We hebben het niet voorelkaar gekregen om gedifferentiëerde wijken aan te leggen waar arm en rijk, allochtoon en autochtoon samenleven, we hebben het niet voor elkaar gekregen dat de wachtlijsten voor de taalschool werden weggewerkt, waardoor allochtonen niet snel de Nederlandse taal konden leren en we hebben onvoldoende werk gemaakt van de inburgering.

‘Links’ is dus ook schuldig aan de ontstane problemen. Maar dat wil niet zeggen dat alles wat ‘rechts’ nu zegt, de oplossing voor alle problemen is. Want ik heb ‘rechts’ nog nooit gehoord over het wegwerken van wachtlijsten bij de taalschool of het tegengaan van horecadiscriminatie. Ook heb ik ze zelden gehoord over gedifferentiëerde woningbouw en emancipatie. Wie de schoen past, trekke hem aan.

Om Nederland te beschermen tegen terrorisme en fundamentalisme zijn harde maatregelen nodig, waarbij de privacy niet altijd voorop staat’

Hoe vaker je roept dat Nederland bedreigt woord door allerlei moslimfundamentalisten die het land gaan terroriseren, hoe meer mensen het gaan geloven. Vooralsnog is het enige incident van moslimterreur de gek die Theo van Gogh heeft neergeknald. En daar zat dus geen enge organisatie achter.

Maar natuurlijk moet de overheid de inwoners van een land beschermen tegen dreigend gevaar. En ik sluit niet uit dat er maatregelen denkbaar zijn die effectief zijn, maar tegelijkertijd een inbreuk zijn voor de privacy. Van al die maatregelen moet je nut en noodzaak tegen elkaar afwegen. Dus 1) zijn de privacybeperkende maatregelen effectief; 2) is de dreiging waartegen de maatregel is bedoeld dusdanig groot dat deze zwaarder weegt dan de mate van inbreuk op de privacy; 3) zijn er geen andere maatregelen denkbaar waarmee de dreiging ook effectief kan worden bestreden maar waarmee minder of geen afbreuk wordt gedaan aan de privacy en 4) leidt de maatregel niet tot een onevenredig grote controle en inmenging van de overheid in de persoonlijke levenssfeer van mensen?.

Bij vrijwel alle totnogtoe voorgestelde maatregelen voor de bestrijding van terrorisme en onveiligheid kan ik de vier bovengenoemde vragen niet eenduidig met ‘ja’ beantwoorden. Wat dus betekent dat ik de huidige privacy-verminderende maatregelen allemaal onwenselijk vind. Simpelweg omdat ze niet effectief, niet proportioneel of niet nodig zijn. Maar ik kan me voorstellen dat er maatregelen denkbaar zijn waarbij je de bovengestelde vragen wèl met ja kunt beantwoorden. In zo’n geval moet je ook realist genoeg zijn om met die maatregelen wel accoord te kunnen gaan.

Baantjes – di 30 nov. 2004

De maandagavond was een drukke dag. Vanuit Hilversum meteen door naar de fractie, waar ik om zeven uur een afspraak had met onze nieuwe stagiair. GroenLinks heeft op dit moment de luxe van twee stagiairs, waarvan ik er één mag begeleiden. Om acht uur volgde de reguliere fractievergadering die werd afgesloten in de Beyerd. Op het moment dat ik daar wilde vertrekken, werd ik aangesproken door een nogal kritisch lid van de partij dat consequent meent dat de fractie alles, maar dan ook alles helemaal fout doet.

Begrijp me goed, ik kan best tegen kritiek (liefst opbouwend), maar dan moet die kritiek wel gebaseerd zijn op concrete voorbeelden en waarheden. En hoe langer het gesprek duurde, hoe minder daar sprake van was. En aangezien het ook nog eens een heel lang gesprek was, waarbij ik voor de verandering ‘ns een keer heel beleefd ben gebleven, terwijl ik eigenlijk niet al te laat op bed wilde liggen, is het enigszins begrijpelijk dat ik om half drie niet met het meest prettige gevoel onder de dekens kroop.

De dinsdagavond maakte gelukkig een hoop goed. Ik had na drie weken eindelijk weer eens tijd om met Joris te zwemmen. Met enige moeite wist ik zelfs de twee kilometer weer te halen. Met een aantal welverdiende biertjes als beloning. Tsja, wat je eraf zwemt, moet er ook weer aan.

Flapuit – ma 29 nov. 2004

“Ik word nog altijd herinnerd aan mijn opmerking in Trouw dat de profeet Mohammed naar onze eigentijdse normen gemeten een perverse man was omdat hij een minderjarig meisje huwde. (…) Maar misschien had ik in plaats van ‘pervers’ beter kunnen zeggen ‘pedofiel’.”

Ayaan Hirsi Ali zei dit vanavond in NRC Handelsblad. Ik vraag me nu werkelijk af of Ayaan in al haar onschuld hiermee haar harde woorden in de richting van de islamitische profeet wilde verzachten. Zou ze werkelijk denken dat ‘pedofiel’ een minder erge belediging is dan ‘pervers’. Of was het weer een zeer ongelukkig statement van de islamietenvreter Ayaan?

Enige context: moslims leven naar het voorbeeld van Mohammed. En Mohammed heeft inderdaad een minderjarige vrouw gehad. Of dat ook wil zeggen dat alle moslims daarom een minderjarige vrouw willen hebben, laat ik even in het midden. Wat Ayaan natuurlijk wil zeggen is dat je religieuze uitgangspunten die 1400 jaar oud zijn, in de huidige tijd niet meer letterlijk mag nemen.

De Islam is ooit een emancipatoire godsdienst geweest. Met het argument god, of allah zo je wil, heeft Mohammed een aantal regels ingesteld die in zijn tijd en in zijn omgeving voor een groot deel best begrijpelijk waren. En al die regels heeft hij omkaderd met het idee dat god dat zo wilde. Of dat een handige propagandastunt van hem was om meer aanhang te verzamelen, of dat hij echt geloofde dat één of andere god dat allemaal in zijn oor heeft gefluisterd, daar kan ik geen zinnig antwoord op geven.

Ayaan pleit dus eigenlijk voor een modernere interpretatie van oude regels die deels volstrekt uit de tijd zijn. Ik ben er echter van overtuigd dat met het bestempelen van de profeet Mohammed als zijde pervers of pedofiel, haar doel voorbij schiet. In plaats van moslims uit te nodigen over hun eigen religie na te denken, duwt ze de islamieten in een hoek. En een groep die zich aangevallen voelt, zal eerder geneigd zijn samen op te trekken, in plaats van onderling te discussiëren over hoe ze hun religie beleven.

Ik verwijt Ayaan haar contra-productieve opstelling. En natuurlijk is Ayaan Hirsi Ali niet verantwoordelijk voor de moord op Van Gogh, ook al heeft die moord alleen maar kunnen plaatsvinden in een gepolariseerd klimaat waar zij mede de oorzaak van is. De moordenaar zelf is immers verantwoordelijk, eventueel samen met mensen die hem daartoe aangezet hebben. En natuurlijk mag Ayaan Hirsi Ali, net als van Gogh, Van de Ven en iedere andere inwoner van Nederland, vinden en zeggen wat ‘ie wil (met wat mij betreft het oproepen tot geweld als enige uitzondering). Maar als Ayaan Hirsi Ali echt iets wil bereiken als politica, dan zou ze er verstandig aan doen een echte dialoog aan te gaan, in plaats van constant moslims, hoe gematigd en modern ook, tegen zich in het harnas te jagen. Provoceren is geen politiek bedrijven. Als Ayaan wil provoceren, had ze maar columnist moeten worden.

Corrigerende besnijdenis – za 27 nov. 2004

Piet Hein Donner, onze onvolprezen minister van justitie, wil de corrigerende tik verbieden. Het is in zijn ogen niet goed om kinderen te mishandelen. Op zich een nobel streven. Met hem ben ik van mening dat ouders hun kinderen geweldloos moeten opvoeden. De scheidslijn tussen een corrigerende tik en riemslagen is veel te dun. Vandaar dat elke vorm van geweld tegen kinderen maar het best verboden kan worden.

Maar zei minister Donner enkele maanden eerder, toen Ayaan Hirsi Ali vroeg naar de mogelijkheden om jongensbesnijdenis te verbieden, niet dat hij dat te ver vond gaan. Jongensbesnijdenis was een religieus ritueel en ouders moeten de vrijheid hebben hun religie uit te oefenen, was grofweg zijn stelling.

Hoe kan het toch in godsnaam zijn, dat een minister die een goedbedoelde corrigerende tik wil verbieden, een barbaars ritueel met als gevolg ernstige lichamelijke verminking gewoon toestaat onder het mom van de vrijheid van religie. De vrijheid van ouders om hun kinderen naar eigen inzicht op te voeden wordt beknot, maar penisverminking wordt in alle toonaarden vergoelijkt en toegestaan.

Eigenlijk is minister Donner een eikel. Het valt alleen niet altijd op omdat dat feit bij hem wordt bedekt door een voorhuid.

zie ook weblog
zo 3 okt. 2004 en
do 7 okt. 2004.

Beste Rita – vr 26 nov. 2004

Beste mevrouw Verdonk,

Vandaag vernam ik dat U van plan bent de wet zodanig te wijzigen dat mensen met een dubbele nationaliteit na het beramen of uitvoeren van een terroristische aanslag hun Nederlanderschap verliezen. Op zich kan ik Uw gedachtegang volgen en onderschrijven. Toch heb ik er enige moeite mee. Ik zal U proberen uit te leggen waarom.

Laat ik mezelf eerst even voorstellen: ik ben Selçuk Akinci, een in Nederland geboren en getogen jongen van 26 jaar met een Nederlandse moeder en een Turkse vader. Ik heb nooit in Turkije gewoond of gewerkt, spreek beter Nederlands, Engels en plat Bredaos dan Turks. Ik heb mezelf altijd Nederlander gevoeld, ben blij dat ik in dit land woon (alhoewel de laatste tijd ietsje minder). Ik heb katholiek onderwijs genoten, ben zelf atheïst en drink bier en eet geregeld een frietje.

Toen ik in 1978 in het Bredase diaconessenziekenhuis geboren werd, kreeg ik om één of andere reden de Turkse nationaliteit. Ik geloof dat dit te maken heeft met de Turkse wetgeving die bepaalt dat de zoon van iemand met de Turkse nationaliteit automatisch zelf ook Turk is. De Nederlandse nationaliteit is pas jaren later, in 1982 voor mij aangevraagd en ook verkregen.

Uw stelling dat dubbele nationaliteiten onwenselijk zijn, kan ik billijken. Ik zou, gesteld voor de keuze, ook onverkort voor het Nederlandse burgerschap kiezen. Ik ben immers in dit land opgegroeid, ben betrokken bij de Nederlandse maatschappij en heb veel aan dit land te danken, bijvoorbeeld het door mij genoten onderwijs en de studiefinanciering die daarbij hoort. Mijn primaire bloed- en bodemband is dan ook met Nederland. Hooguit kan ik stellen dat de stad Istanboel voor mij een net iets grotere betekenis heeft dan een willekeurige andere Nederlander, maar dat heeft ongetwijfeld te maken met mijn interesse voor geschiedenis en mijn liefde voor de rijke culinaire traditie.

Het steekt mij dan ook enigszins dat ik in Uw voorstel toch niet als volwaardig Nederlander gezien wordt. Stel, en laat duidelijk zijn, ik ben dit geenszins van plan, dat ik een aanslag op een politicus zou beramen, raak ik mijn Nederlanderschap kwijt. De daders achter de aanslag op bijvoorbeld Aad Kosto, Hans Janmaat en Pim Fortuyn zouden hun Nederlanderschap niet kwijt raken, puur en alleen omdat zij geen dubbele nationaliteit hadden, omdat zij ‘echtere’ Nederlanders zijn dan ik. Waarom, mevrouw Verdonk, ben ik minder Nederlander dan Volkert van de Graaf, of dan U?

Nu zult U wellicht zeggen dat ik pas volwaardig Nederlander ben op het moment dat ik afstand doe van mijn Turkse nationaliteit. Daartoe ben ik op zich best bereid (ik heb mijn Turkse paspoort al sinds 1995 niet meer laten verlengen), maar ik ben bang dat dat zo makkelijk niet gaat. Als ik een briefje aan de Turkse regering zou schrijven met de mededeling dat ik mijn Turkse staatsburgerschap zou opgeven, zou dit simpelweg niet worden geaccepteerd.

Saillant detail bij deze dubbele nationaliteit is het feit dat de Turkse regering ook nog eens van mij verwacht dat ik daar voor mijn 35e de dienstplicht vervul. Vroeger accepteerde de Turkse regering de Nederlandse dienstplicht als volwaardig alternatief, waarmee de Turkse dienstplicht verviel, maar aangezien in Nederland de dienstplicht is afgeschaft, verwacht de Turkse regering (U weet wel, dat land dat niets voor mij heeft betekend) dat ik daar 18 maanden lang Koerden ga neerschieten. Of mijn dienstplicht afkoop voor de som van circa 5000 euro. U begrijpt dat ik voor beide weinig voel.

Ik wil er bij U dan ook voor pleiten Uw beleid voor enkelvoudige nationaliteit anders vorm te geven. Ga eerst onderhandelen met de Marokkaanse en Turkse regering over het versoepelen van de regels omtrent het afstand doen van het staatsburgerschap. Geef mensen met een dubbele nationaliteit vooreerst de mogelijkheid te kiezen voor een eenduidig Nederlands (of buitenlands) staatsburgerschap, alvorens U een rechtsongelijkheid creëert tussen verschillende ‘soorten’ Nederlanders. U zou mij daar in ieder geval een grote dienst mee bewijzen. Ik heb er namelijk nooit voor gekozen een Turkse nationaliteit te hebben.

Met vriendelijke groet,

Selçuk Akinci
(of Tobias de Ridder, als U dat Nederlandser vindt klinken)

Kijkbuispolitiek – do 25 nov. 2004

In de raadszaal stonden drie camera’s weinig verdekt opgesteld. Dat kon maar één ding betekenen. De lokale omroep zou de raadsvergadering verslaan. Integraal, live en zonder commentator. Het was van tevoren al duidelijk dat dat het kijkcijferrecord niet zou gaan breken.

Nu waren de onderwerpen die op de agenda stonden ook niet bijster spannend. Soms staan er politiek heikele onderwerpen op de agenda, maar deze keer geen grote thema’s aan de orde. Dat is logisch: soms moet de stad gewoon bestuurd worden en niet elk voorstel heeft een even grote politieke lading. Sterker nog: veruit de meeste voorstellen zijn gewoon in orde, verstandig en goed doordacht. Het bestemmingsplan Krogten bijvoorbeeld, of de Grondexploitatie van de Talmazone. Heel wat minder pikant dan, pak ‘m beet, de oprichting van een Museum Grafische Vormgeving en heel wat minder sexy dan het heropenen van een mooie Haven.

Dat het dus dodelijk saaie televisie is geworden stond eigenlijk bij voorbaat al vast. Dat het niet veel kijkers getrokken zal hebben, moge ook duidelijk zijn. De vraag dringt zich dan ook op of het wel zo zinvol is om hier geld aan uit te geven. Want de door politici zelfbedachte kloof tussen politiek en burger wordt er niet kleiner door.

Grappig overigens. De nieuwe burgemeester heeft in mijn interpretatie geen hoge pet op van de kwaliteit van de raadsvergaderingen. Ik denk dat hij er niet ver naast zit. Dat boetekleed moeten we als raadsleden wellicht allemaal aantrekken.

Gesprek na afloop in de Beyerd met ene Willem R te B:

“Dat van die OZB had je helemaal verkeerd begrepen”
“Volgens mij heb ik alleen maar gezegd dat de gemeente zijn handen vrij moest houden”
“Als je het nagerekend zou hebben, had je geweten dat het niet klopte”
“Maar ik heb niet per definitie gezegd dat de OZB moest worden verhoogd”
“Maar dat zou wel de uitkomst zijn. Je standpunt was gewoon verkeerd”
“Nou, verkeerd… hooguit ongelukkig”
“Jezus, je bent ook een echte politicus hè? Gewoon je fouten niet willen erkennen”
“Sorry, je hebt gelijk. Ik zat fout”

Bewildered – wo 24 nov. 2004

Abdul-Jabbar van de Ven heeft in een uitzending van Andries Knevel (eo) gezegd dat hij het niet erg zou vinden als kamerlid Geert Wilders zou komen te overlijden. Maar liever niet door een terroristische aanslag. ‘Liever Kanker’, was zijn opvatting.

Ik geloof niet dat dit een doodsbedreiging is. Maar hopen dat iemand snel een natuurlijke dood sterft is natuurlijk niet vreselijk aardig. Ik ben het ook niet eens met Van de Ven. Want hoewel ik het over zo’n beetje alle dingen oneens ben met Wilders, vind ik niet dat hij het probleem is. Hij is de openbaring van een probleem, van een veel breder gevoel van onvrede en afkeer dat in de Nederlandse samenleving leeft tegen alles dat ruikt naar islam. De dood van Geert Wilders zou dat probleem op geen enkele manier doen verdwijnen. En zelfs al zou het wel helpen: iemand doodwensen om zijn mening getuigd van een grote intolerantie naar de vrijheid van meningsuiting. Ik respecteer het feit dat Van de Ven deze haatdragende opvatting hardop mag uitspreken, maar heb geen enkel respect voor zijn inhoudelijke mening. Ik wens Van de Ven echter geen kanker toe. Hooguit een vervelend griepje.

Veel frappanter vond ik dat Minister Donner meteen reageerde met de opmerking dat de media er verstandig had gedaan ‘deze extreme mening die niet representatief is voor de hele groep moslims een podium te bieden’. Daar heeft de samenleving op dit moment naar zijn mening namelijk geen behoefte aan. Nu is Van der Ven iemand die op een onbewaakt ogenblik iets heel doms gezegd heeft en dit later, nadat de storm was losgebarsten, in een verklaring heeft proberen toe te lichten. In zijn woorden: “Wat ik wel bedoelde is dat ik zeker niet zou treuren om zijn dood; of hij nu een hartaanval zou krijgen in zijn bed, of op een andere manier. Ik wens het hem zelfs niet toe met mijn tong of mijn pen; maar ik zou er niet om treuren, net zoals een groot deel van de Nederlandse bevolking er bijvoorbeeld niet om zou treuren (of zelfs diep van binnen blijdschap zou voelen) als Osama bin Laden morgen dood gevonden zou worden en zij hier achteraf kennis van nemen.” Ik ben geneigd hem wel te geloven. Enerzijds heeft hij een hartgrondige hekel aan Geert Wilders en vooral aan diens opvattingen, anderzijds snapt hij ook wel dat dit een moord of zelfs een doodswens niet rechtvaardigt. Donner daarentegen, zou een verstandig doorgewinterd politicus moeten zijn, die desondanks, en niet voor de eerste keer, laat doorschemeren dat wat hem betreft de media niet zomaar alles mogen uitzenden. Daarmee impliceert hij wat mij betreft dat dergelijke uitzendingen niet door de beugel kunnen, en dus eigenlijk nooit op tv te zien hadden mogen zijn. Het zoveelste CDA-pleidooi voor het aan banden leggen van de persvrijheid.

Ik vertrouw ze niet, die Christen-Democraten. Op een aantal punten kan ik het best met ze vinden, maar ik heb steeds het gevoel bedonderd te worden. Steeds bekruipt me het gevoel dat ze, als ze ook maar even de kans krijgen, zaken als euthanasie, abortuswetgeving, homohuwelijk en openbaar, niet-godsdienstig onderwijs zo snel mogelijk zullen terugdraaien. Het zijn en blijven conservatieven met een fundamenteel disrespect naar de individuele vrijheid. Alleen laten ze het achterste van hun tong niet zien. Wolven in schaapskleren wellicht. Dat gevoel bekruipt mij dus elke keer.

Dan liever een echte Christen, iemand van de Christen-Unie of de SGP. Want hoewel ik met de SGP over zo’n beetje alles van mening verschil en ik vind dat ze nogal een discutabele invulling geven aan begrippen als barmhartigheid, naastenliefde en rentmeesterschap, is hun mening in ieder geval glashelder. En de Christen-Unie dan. Ik geloof niet dat die partij homoseksualiteit ooit met diefstal heeft vergeleken. Een sterk kerkelijke partij met duidelijke opvattingen en respect naar andersdenkenden. Daar zou het CDA nog veen van kunnen leren.

Rita – di 23 nov. 2004

Ik heb een beetje medelijden met Rita Verdonk. Niet dat het een grote politieke vriendin van me is, maar in de kwestie rond de integratie van gelovigen binnen de Nederlandse samenleving heb ik de neiging om haar, in de bewoordingen van Theo van Gogh, toe te schreeuwen: “Rita, houd je rug recht”. We mogen blij zijn dat er op het beleidsterrein integratie een echte liberaal zit en geen slappe christendemocraat.

De reden van mijn medelijden is dat Rita, wat ze ook zegt, altijd vreselijk pinnig en bitchy klinkt. Terwijl ze dat volgens mij helemaal niet is. Maar of ze nu in de kamer een eigen voorstel verdedigd, de moslims in Nederland vermanend toespreekt of een heel persoonlijke toespraak houdt op de dag van de moord op Van Gogh, altijd klinkt haar stem als een venijnige, geïrriteerde, boze schooljuffrouw. Ik stel me voor dat wanneer zij tegen haar man zegt dat ze van hem houdt, zelfs dat klinkt als een constatering waar wel degelijk enkele voorwaarden aan zijn verbonden en wanneer niet aan die voorwaarden wordt voldaan, onmiddellijk sancties getroffen zullen worden. Iedereen herinnert zich vast wel die éne juf van de lagere school die ook zo’n stem had en je altijd de rillingen over je rug deed lopen wanneer ze je aansprak. Hoe lief ook bedoeld.

Haar ontmoeting met de imams, afgelopen zaterdag in Soesterberg, verliep een beetje stroef. Allereerst omdat één van de uitgenodigde imams haar geen hand wilde geven. Verdonk reageerde verbaasd en gepikeerd. Althans, zo klonk het. Kennelijk, en dat viel me een beetje van haar tegen, was ze niet op de hoogte van het gebruik onder sommige moslims onbekende vrouwen geen hand te geven. Niet uit disrespect, maar vanuit het idee dat ook een hand intiem contact is. Te intiem, als je elkaar voor het eerst ontmoet. Het niet geven van een hand was door de imam zo beleefd bedoeld, maar zo ongelukkig overgekomen. Dat valt de imam trouwens te verwijten. Die had op dat moment, vanwege de beeldvorming, een concessie moeten doen en toch zijn hand uit moeten steken. Hij had vooraf bijvoorbeeld handschoenen aan kunnen doen. Of hij had, om het vernederende tafereel van Rita’s onbeantwoorde, uitgestoken hand te voorkomen, dit van te voren kenbaar kunnen maken.

Ook de opmerking dat Rita de discussie over een jaar wilde voortzetten, klonk pinnig. Maar waarschijnlijk niet helemaal zo bedoeld. Ze constateerde toch ook dat de moslimgemeenschap meer haar verantwoordelijkheid neemt dan twee jaar geleden. Daarnaast is een beetje pinnigheid niet zo erg. Weet iedereen ten minste waar ze aan toe zijn. Ook Minister Donner. Want wat was tante Rita toch lekker pinnig toen ze uithaalde naar de minister die opa’s anti-godslasteringswetje (zie web-log ma 15 nov 2004) even wilde oppoetsen. Jammer dat de D’66-motie voor het afschaffen van dat artikel het voorlopig nog even niet gehaald heeft.