Behalve bij de KNO-arts moest ik gisteren ook op het stadskantoor zijn. Niet vanwege een gewichtige afspraak met een ambtsdrager, maar om een verklaring omtrent het gedrag. Vanaf september ga ik weer in de Tweede Kamer werken en tegenwoordig kan dat niet meer zonder een onberispelijk schoon blazoen.
Via mijn DigID kon ik vooraf een afspraak maken. Ik plande mijn afspraak zo vroeg mogelijk, om niet te veel van mijn dag te verspillen. Om acht uur ‘s ochtends kon ik al bij de balie terecht. En, eerlijk is eerlijk, dat vindt ik best service.
Wat veel minder tot tevredenheid stemt, zijn de handelingen die vervolgens verricht moeten worden om een verklaring omtrent het gedrag aan te krijgen. Want aan de balie hoef ik niets anders toe doen dan, gelegitimeerd, een formulier invullen inleveren dat vervolgens naar het ministerie van justitie gestuurd wordt. Het ministerie stelt vervolgens een verklaring op die binnen maar liefst vier (!) weken per post wordt thuisbezorgd. Snelheid is een gave die kennelijk enkel is weggelegd voor topsporters.
En ik snap dus niet waarom dat niet gewoon digitaal via het internet aangevraagd kan worden bij het ministerie van justitie zelf.
Een week na de operatie aan mijn stembanden moest ik op controle komen bij de KNO-arts. Ik nam geduldig plaats tussen een wachtkamer vol kinderen en bejaarden. Een gezonde jongeman als ik hoort daar eigenlijk niet thuis.
De KNO-arts wilde met de scope even een kijkje nemen in mijn keel. Goedemorgen, zei hij vrolijk. Met zijn rechterhand maakte hij zijn martelwerktuig alvast schoon. Ik had weinig goede herinneringen aan de voorgaande keren dat hij het cameraslangetje via mijn neus in mijn keel wilde laten zakken.
Dankzij een kapotte camera waren er maar liefst drie pogingen voor nog om een helder plaatje te krijgen van mijn stembanden. Maar het resultaat stemde tot tevredenheid. In oktober mag ik nog een keertje terugkomen. Drie keer raden: dan stopt de dokter weer zo’n camera in mijn neus.
Ik weet niet precies wat er was misgegaan, dinsdagnacht. Maar op de één of andere manier eindigde ik deze avond in de Nachtwacht.
De Nachtwacht is het enige café dat door de week ‘gewoon’ tot vier uur open is. Stampensvol, en met stampende beats. Gelukkig stond de muziek zo hard dat praten niet zoveel zin had. Ik moest immers nog enige stemrust in acht houden.
Dansen was er vanwege de drukte niet echt bij. Roken, bij gebrek aan een officiële rookruimte, ook niet. Gelukkig valt het in die drukte niet zo op wanneer je een sigaret opsteekt. En goed voorbeeld doet goed volgen, dus binnen de kortste keren staken er meerdere mensen een peuk op.
Mijn nederige excuses. Ik blijf nu eenmaal een beetje recalcitrant. Het is de aard van het beestje.
Premier Leterme van België, de man die ooit, gevraagd naar het Belgisch volkslied spontaan de Marseillaise aanhief, heeft het opgegeven. Hij komt er met de Walen niet uit een staatshervorming door te voeren.
Het probleem: Yves Leterme wil te graag. Trouwens, zo’n beetje alle partijen aan de Vlaamse kant willen te graag. En door het vreemde Belgische staatsmodel is het dan al amper mogelijk om met de Walen tot en vergelijk te komen. Iets wat collega-blogger en denker Simon Otjes trouwens al maanden eerder geconstateerd en verklaard had.
Het schept een interessant dilemma, want wat dient er dan te gebeuren als nieuwe verkiezingen niet mogelijk zijn (Brussel-Halle-Vilvoorde zal toch eerst gesplitst moeten worden vooraleer nieuwe verkiezingen uitgeschreven mogen worden), niemand gebaat is bij het handhaven van de status quo en splitsing van België geen optie is?
Voor succesvolle onderhandelingen is het belangrijk dat de beide kampen eerst eens in de huid van de ander gaan zitten om het probleem vanuit een andere invalshoek te benaderen. Pas wanneer je de wensen van een ander op waarde weet te schatten kun je de hakken uit het zand halen om te pogen tot een vergelijk te komen. Yves Leterme mag een stemmenkanon zijn geweest, de kunst van onderhandelen is hem vreemd. Iets waar mensen zonder geduld en diplomatieke vaardigheden overigens wel vaker last van hebben.
„Ik vraag U, wat is een volk zonder één taal”, zong Freek de Jonge in het nummer ‘Heer, heb meelij met de Belgen’. En er valt veel voor te zeggen dat een volk zonder een gezamenlijke taal wellicht ook minder verwantschap voelt. Een Vlaamse kennis trok de parallel nog wat verder door. België heeft als gevolg ook geen gezamenlijke media, althans, niet meer sinds dat de omrpoep NIR gesplitst is in de Vlaamse BRT en de Waalse RTBF. Het resultaat daarvan is dat de Belgen op het avondjournaal amper meer te horen krijgen wat er aan de overzijde van de taalgrens gepasseerd is.
Nu de politieke impasse dieper wordt, lijkt in België de huidige politieke generatie steeds meer haar failliet te tonen. En hoewel ik zeker niet gecharmeerd ben van het idee van verplichte maatschappelijke stages, zou goed zijn als de Belgische overheden een verplichte maatschappelijke stage instellen die aan de andere kant van de taalgrens vervuld moet worden. Alleen als Vlamingen en Walen weer wat dichter bij elkaar komen te staan, kan het lukken de eenheid van België te verstevigen…
Leonardo Piepoli wint de etappe naar Hautacam - foto: ANP
Televisie kijken tijdens het werk is natuurlijk ten strengste verboden. Behalve als je journalist bent natuurlijk. Of als de Tour de France gereden wordt.
Er is volgens mij vrijwel geen Nederlander die niet iets speciaals voelt bij de Tour de France. De wielerronde der wielerronden is zo bijzonder dat de Tour eigenlijk geen nadere aanduiding behoeft. Gewoon een hele grote ‘Le’.
Wie is niet aan de radio gekluisterd om het verslag van de laatste kilometers live mee te maken. Of wie heeft niet de hele middag de televisie aanstaan om, al is het met een schuin oog, de vorderingen van de renners te zien. Televisie kijken op het werk is uit den boze. Uitzonderingen gelden slechts voor de Tour en, mocht ‘ie ooit nog gegleden worden, de elfstedentocht.
Nu wil het geval dat ze bij Natuur en Milieu geen televisies hebben hangen. Gelukkig heb een televisiestick die mijn laptop binnen luttele seconden omtovert tot een televisieontvanger waarmee ik Nederland 1 probleemloos digitaal uit de lucht pluk.
En zo hoef ik nauwelijks iets van de tour te missen. En maak ik gratis overuren als de rijders weer eens ruim na vijven de eindstreep passeren.
Op een onverwacht lekker zondagmiddag besloot ik na de touretappe nog even op het dakterras te gaan zitten. Gert kwam ‘s middags even langs voor een biertje, maar dat werd bij nader inzien toch maar water. Het was kennelijk een zware avond geweest, de dag ervoor.
Ik maak daarentegen al dagen niets mee vanwege de stemrust en de zelf opgelegde eenzame opsluiting. Ik kan echter wel weer alles vertellen over de film Dogma die ik de dag ervoor maar weer eens had opgezet en die vanavond op televisie werd uitgezonden en ik uit pure verveling dus nog maar een keer heb gekeken.
„Piep piep”, zei de telefoon. Joris sms’te met de vraag of ik thuis was. En of hij even langs kon komen. Beide was het geval.
Nu kwam hij op zich alleen maar even de sleutel brengen, zodat ik de komende weken op hun plantjes kon passen. Maar een biertje gaat er ook altijd wel in, dus Joris bleef nog even hangen.
Een goed gesprek werd het niet. Terwijl Joris vrolijk vertelde over van alles en nog wat, kon ik alleen communiceren in rudimentaire gebarentaal of door op een laptop te tikken.
„Ik ga maar weer eens”, zei Joris. „Ik vindt dit toch een beetje ongemakkelijk.” Zo gaat de buitenwereld dus om met gehandicapten. Maar gelijk had hij wel, ik voelde me ook bepaald niet op zijn comfortabelst.
Stemrust dus, en een absoluut rookverbod. Strikt opgelegd door de KNO-arts. Een operatie aan je stembanden is slechts een kleine ingreep. Wat er daarna gebeurt, of eigenlijk vooral niet gebeurt, dat hakt erin.
Ik heb me grotendeels aan het decreet van de KNO-arts gehouden. Vrijwel niet gerookt en niet gesproken. Op dat ene moment na dan, dat ik zonder het in de gaten te hebben, meezong toen ‘You can call me Al’ van Paul Simon op de radio gedraaid werd.
Gelukkig had ik nog wat films op de harde schijf staan en nog wat platen af te luisteren. En het werd eigenlijk ook weer tijd om de woonkamer weer eens op te ruimen. Of eigenlijk het hele huis. Wie als kluizenaar aan huis gebonden is, kan dit het best proper maken.
De grote aftakeling van mijn lichaam is begonnen. Vandaag moest ik voor de tweede keer in mijn leven geopereerd worden. Mijn stembanden waren na de eerste ingreep nog niet volledig gladgesneden. En dus ontvingen mijn collegae onderstaand mailtje.
Lieve collegae,
Morgen moet ik onder het mes. Dat is niet erg. Als het goed is blijven ze van al mijn vitale delen af. Wel moet er een zwelling van mijn stemband verwijderd worden. Da’s niet eng, niet gevaarlijk en ook niet kwaadaardig. Tot zover niets aan de hand dus. Gewoon een polyklinische ingreep. Vrijdag ben ik -deo volente – dus gewoon bij jullie op het bureau.
Ik kan jullie echter niet begroeten. Ik moet namelijk drie weken lang mijn mond houden. Da’s lastig, en voor mij al helemaal. Dus als je me ziet, wordt niet boos als je na een enthousiaste groet jouwerzijds van mij alleen een zwaaiende hand krijgt. Ik zal erbij proberen te glimlachen. Wellicht verzacht dat de pijn.
Ik ben een tijdje stom, niet imbeciel. Als ik iets wil zeggen schrijf ik het gewoon op. Als je mij iets wil zeggen, hoef je dat niet op te schrijven. Je kunt gewoon praten. Ik ben stom, niet doof.
Dus tot snel allemaal. Het zal een mooi experiment worden.
Het was al weer enige tijd geleden dat ik René aan de telefoon had. Waarschijnlijk had hij weer één van de vele taalfouten op mijn blog ontdekt, ofwel een andere goedkope smoes om mijn stem weer eens te horen.
Zo kwamen we er, al bellend, ook ineens achter dat ik niet aanwezig kon zijn op de jaarlijkse Mini Weblog Meeting die Billy en hij organiseren. Ik had immers kaartjes voor Rock Werchter. En hoe onbegrijpelijk het voor René ook was: ik verkoos vier dagen modder, vieze toiletten en niet douchen boven de culinaire hoogstandjes, de muziek van Willemwiebe en het prettige gezelschap boven de enorm vette line-up die Werchter dit jaar had te bieden.
Of ik er geen melding van wilde maken op mijn blog, was het vriendelijke doch dringende verzoek van René. Andere gasten zouden wellicht op een idee gebracht worden en ook wegblijven. Ik had niet de indruk dat ik een bijzondere attractie zou zijn op de Mini Weblog Meeting, maar desondanks ging ik mee in zijn verzoek.
Het was een mooie MWM geworden, zo begrijp ik uit de verschillende blogs. Maar ja, Devotchka, Panic at the Disco, The Kooks, The Raconteurs, Kaiser Chiefs, Underworld en dEUS, om nog maar niet te spreken over de frieten tartaarsaus, daar kon zelfs René niet tegenop. Dat is de treurige constatering waarmee ik het telefoongesprek moest afsluiten en welke René, gezien de vele mailtjes die ik vervolgens van hem kreeg in de hoop me alsnog over te halen, weigerde te accepteren.