Homo Excogitens – wo 11 juni 2008

opening

Eindelijk was het zover: het Nationaal Museum voor Grafische Vormgeving, inmiddels omgedoopt tot Graphic Design Museum, werd geopend. Door niemand minder dan hare koninklijke majesteit, de koningin.

De openingshandeling was dan wellicht niet heel spectaculair, het museum zelf is meer dan de moeite waard. Niet zomaar een affiche-museum, maar een overzicht van de veelheid aan disciplines binnen de vormgeving. De rood-gele ontwerpen van Van Nelle koffie bijvoorbeeld, of het papiergeld van de bejubelde Ootje Oxenaar.

Aanvankelijk waren de raadsleden weggestopt in het museumcafé, vanaf waar zij de opening vanaf een beeldscherm konden volgen. Op het laatste moment werd deze misser nog enigszins rechtgezet door in ieder geval de fractievoorzitters nog een plaats te geven in het auditorium. Bij de koningin dus.

Nu heb ik zelf niet de indruk dat hare majesteits glorie op mij afstraalt door in dezelfde ruimte te zitten en heb ik ook niet de behoefte gevoeld om haar aan te spreken of een handje te geven. Mij dunkt dat Beatrix al door genoeg mensen wordt lastiggevallen. En uiteraard waren er ook onder de 225 genodigden mensen die het niet konden laten de koningin vast te leggen op fototoestel of telefoon. Gênant. Je vraagt je onwillekeurig af of dit soort plichtplegingen haar niet de koninklijke strot uitkomt.

Gelukkig heeft de koningin een bijzondere belangstelling voor kunst en design. Dat de rondleiding door het museum haar uitermate goed bevallen is, geloof ik dan ook meteen. Ik kan ‘m iedereen in ieder geval van harte aanbevelen.

Homo Artificiosus – za 17 mei 2008

Veilingmeester Van der Velden

De voormalige kunsthal De Beyerd had nog enkele stukken in eigendom waar ze niet zoveel meer mee konden. Het past niet in hun nieuwe functie als Nationaal Museum voor Grafische Vormgeving. De stukken werden geveild onder de leden van de Business Club. En de raad had ook een tafel.

Interessant fenomeen, zo’n veiling. Het begint met een paar glazen gratis champagne en een diner met diverse soorten wijn. Pas dan begint de veiling.

Nu had ik me voorgenomen om niet te bieden. Maar eerlijk is eerlijk, ik had mijn oog ook al een beetje laten vallen op twee interessante kavels. Dus toen de bieding op een glazen tafel van Le Corbusier zo tegen de tweeduizend euro begon te lopen, besloot ik me er ook maar eens mee te gaan bemoeien. Meneer Akinci zou wel even laten zien dat hij niet onder doet voor de leden van de businessclub die op hun vrije zaterdagavond even een paar kunstwerkjes komen kopen.

Nadat er aanvankelijk nog twee andere bieders waren, ging het al snel alleen nog tussen de gemeentesecretaris, die zich namens het gemeentebestuur kon bedienen van het collegebudget, en ondergetekende. Enkele keren boden we tegen elkaar op, het bedrag nog met een euro of vierhonderd omhoog stuwend, maar bij de 2600 euro hield ik het voor gezien. Iets te duur voor een tafel die de eerste de beste keer dat er een vriend langskomt en iets te onbeholpen zijn voeten op tafel rust ongetwijfeld zal breken.

Een tweede in mijn ogen boeiend kavel bestond uit een serie van vier foto’s van de conceptuele Engelse kunstenaar Stephan Willats. ‘Living in Isolation’ toont een desolaat DDR-landschap van betonnen flats met daarin afbeeldingen van de mensen die er leven. Vrijwel niemand vond het mooi en k kan me ook niet voorstellen dat dat de bedoeling van Willats was toen hij in 1979 het vierluik maakte.

Dit maal was het de museumdirecteur die mijn laatst overgebleven tegenbieder was. En dit maal gaf hij het op. Waarmee ik de nieuwe eigenaar ben van een 2600 euro kostend kunstwerk, exclusief btw.

Een veiling is net een casino, stel ik me zo voor, alhoewel ik nog nooit in een casino ben geweest. De sport van het tegen elkaar opbieden, de adrenaline, godbetere, misschien zelfs testosteron. Tegelijk is het ook pervers. De marktwaarde die door veiling bepaald wordt, staat soms in schrik contrast met de culturele waarde. Een simpele offsetprint van Picasso uit een oplage van 300 ging voor veel meer dan de geschatte waarde terwijl een werk van Carel Visser, geschat op zo’n achtduizend, bleef steken op niet veel meer dan een derde van dat bedrag. De koper mag zich rijk rekenen.

Homo Ineptiens – vr 25 apr. 2008

Clash of Culture

The Week of Hell eindigde gisteren met een hemeltergend slecht debat over de Cultuurvisie. Ambitieloos, zeiden CDA, PvdA en VVD, en niet vernieuwend.

Nu mag je dat van mij absoluut vinden. Maar dan wil ik van deze partijen ook ambities horen. En die waren er niet. Het CDA kwam niet verder dan orgelconcerten, de PvdA noemde Muzipo en Breda’97 noemde de gratis openstelling van de Grote Kerk als ambitie. En het allerergste was dat ze ineens allemaal vonden dat er te weinig geld was voor cultuur.

Ik dacht dat ik gek werd. Orgelconcerten, Muzipo, gratis toegang? Allemaal leuke ideeën, maar dat is toch geen visie of ambitie. Wie gebrek aan ambitie signaleert moet daar een eigen vergezicht tegenover stellen. Ik hoorde ze niet.

Tuurlijk, er valt op punten best wat kritiek te leveren op het huidige document. Maar een visie is dynamisch, wordt mettertijd groter en breder. En de meest belangrijke trendbreuk in deze visie ten opzichte van het verleden, is dat eindelijk niet langer het stadskantoor bepaalt wat er in de stad moet gebeuren, maar dat de gemeente reageert op de initiatieven vanuit het culturele veld. Voor Breda is die omslag gelijk aan een revolutie.

Toen de vrienden van de PvdA en het CDA ook nog eens begonnen over de middelen, was de maat voor mij echt vol. Als er één partij is geweest die de afgelopen jaren telkens weer extra cultuurgelden voor de poorten van de hel weg moest slepen, dan was het GroenLinks wel. Met de grootste moeite en zonder te veel medewerking van juist deze partijen mocht GroenLinks de gelden voor cultuur en erfgoed veilig proberen te stellen. Soms met enkele tonnen, soms zelfs maar enkele tienduizenden euro’s. Wie nu zeurt over beperkte middelen heeft zeker gelijk maar moet ook bij zichzelf te raden gaan. En vervolgens bij de eerste de beste gelegenheid samen met GroenLinks boter bij de vis leveren. Ik wacht.

Ik heb de discussie over de evaluatie van het Fonds Maatschappelijke Ontwikkeling niet eens meer bijgewoond. Ik was er redelijk positief over, maar had ineens niet meer zo de behoefte dat ook nog eens met woorden kracht bij te zetten. Ik was er klaar mee deze week.

Homo Visens – do 10 apr. 2008

op bezoek in het Museum voor Grafische Vormgeving

De commissie Mens en Maatschappij wilde een rondleiding door de nog net niet afgewerkte nieuwbouw van het Museum voor Grafische Vormgeving. Ik had nog gehoopt op plaatjes van politici met knalgele beschermhelmen op, maar dat viel tegen.

„Waren wij nu uiteindelijk voor of tegen het museum”, vroeg Rian me aan het begin van de rondleiding. Dat was een moeilijke vraag. Onze fractie was namelijk ooit voor (pro-cultuur), toen tegen (te duur), toen weer voor (het geld is gevoteerd, nu gaan we met een positieve houding meedenken), toen weer tegen (ja, maar we gaan natuurlijk niet een deel van het monumentale gebouw slopen), toen weer voor (het is nu toch al gesloopt en nu gaan we er potjandorie ook het mooiste museum van Nederland van maken). Ik kwam tot de conclusie dat we vier keer voor en drie keer tegen zijn geweest. Per saldo waren we dus voor.

Dat nu uitgerekend de GroenLinks-wethouder er voor zorgt dat het museum op tijd en ook nog eens binnen het beschikbare budget afkomt, mag in het Bredase om tal van redenen een wonder heten. Aan de andere kant, we waren het eigenlijk ook wel aan onze stand verplicht.

Homo Manumittens – wo 13 febr. 2008

Gebouw F van de oude kloosterkazerne

De cultuurwoordvoerders van de gemeenteraad kwamen bijeen in de Stadsgallerij om de eerste resultaten van het cultuurdebat te bespreken.

Hoewel de warmtekanonnen in de voormalige paardestallen van de Kloosterkazerne heftig bliezen, hadden de commissieleden het vooral koud. De blowers bliezen precies over de vergadertafel heen in de richting van het aanwezige publiek. De commissieleden zelf gingen om beurten naar de garderobe om hun jas weer aan te kunnen trekken.

Twee zaken die opvielen: sommige fracties, met name het CDA, gebruikte één van de conclusies van het rapport ‘Cultuur in Perspectief’, Breda moet meer investeren in Beeldcultuur, vooral als kapstok om hun eigen stokpaardjes nogmaals te bereiden. Politici wringen zich dan in allerlei bochten om het begrip beeldcultuur in het eigen voordeel te interpreteren.

Ikzelf betoogde dat de tijd om als gemeente invulling te geven aan het culturele imago inmiddels wel voorbij is. Het rapport geeft aan dat de potentiële kracht van Breda in de beeldcultuur zit. Die heimelijke kracht komt niet van de gemeente af, maar van het culturele veld zelf. Het is dan ook aan hen om het begrip ‘Beeldcultuur’ verder in te vullen en vorm te geven. De rol van de gemeente is deze invulling te steunen en mogelijk te maken.

Het is een vrijzinnige houding die ik in de vorige periode ook al vele malen in de commissie heb bepleit. Helaas stond ik toen behoorlijk alleen in die opvatting. Inmiddels, dankzij de verjonging in de raad, wordt die opvatting gedeeld door de woordvoerders van PvdA en D’66. Alleen al dat simpele feit geeft me een goed gevoel over de verdere uitwerking van het cultuurdebat.

Homo Plaudens – wo 28 nov. 2007

Vuurkunst

Om de cultuurwoordvoerders op de hoogte te brengen van de stand van zaken rond het stedelijk cultuurdebat, intendant had Geurt Grosfeld een bijeenkomst van een uurtje gepland. Om het één en ander agendatechnisch makkelijk te maken, plande hij deze voorafgaand aan de commissie Mens en Maatschappij.

Voor de zekerheid had ik vooraf nog even geïnformeerd of er broodjes zouden zijn en, aangezien dit niet het geval bleek, had ik op het station in mijn eigen avondmaal voorzien bij de bij de AH-togo, de enige winkel waar de blaadjes sla per stuk worden afgerekend.

Geurt sprak over zijn ervaringen van het afgelopen jaar, op de richting die Breda in zijn beleving op moet en de focus die het moet krijgen. Een mooi verhaal, dat hij nog verder uit moet werken in zijn rapport. Zijn eerste, voorzichtige conclusie was dat de kracht van Breda zich in eerste instantie op het beeldende vlak begeeft en dat Breda zich daarop zou moeten richten. Goed nieuws voor alle kunstenaars die dankzij Kunstacademie St. Joost aan Breda verbonden zijn.

Ik ben benieuwd hoe dat zou zijn, een stad die zich primair richt op Beeldende kunst in al zijn facetten. We hebben straks het Nationaal Museum voor Grafische Vormgeving en we hebben St. Joost. Maar wat moet je doen om de stad op dat punt nog verder uit te beelden.

En, want die vraag stelde ik mezelf ook meteen, als je kiest voor beeldend, waar kies je dan impliciet allemaal niet voor? En wat betekent dat voor bijvoorbeeld de podiumkunsten zoals theater en dans, voor de muziek en de literatuur? Voorlopig niets, zo vermoed ik. Wat je moet geen oude schoenen weggooien voor je nieuwe hebt. Laat staan goede schoenen die toevallig een andere kleur hebben.

Homo Culturalis – wo 7 nov. 2007

Leonie Ruissen op de GroenLinks Clash of Culture. Foto: Richard vd Westen

Al vaker schreef ik hier over het stedelijk cultuurdebat. Vanavond was de slotmanifestatie.

Cultureel intendant Geurt Grosveld had vijf voorlopige conclusies getrokken. In abstracte termen gaf hij aan wat er in Breda moet gebeuren om het cultureel klimaat te verbeteren. Algemeenheden die straks in een uitgebreid rapport geconcretiseerd moeten worden. Een korte samenvatting.

  • Van introvert naar extravert: Je hoeft je niet altijd bescheiden op te stellen. Breda moet trots zijn op haar sterke kanten en deze met volle overtuiging uitdragen.
  • Doorpakken: Breda moet durven, lef tonen, een lange adem hebben. Nieuwe ontwikkelingen moeten de gelegenheid krijgen om tot wasdom te komen en in de tussentijd op gemeentelijke steun rekenen.
  • Kettingen rijgen: Gemeente en kunstenmakers moeten hun netwerk uitbreiden en met elkaar samenwerken om zo samen sterker te staan.
  • Van eiland naar Vasteland: Het kunstenveld is nu veelal verdeeld in kleine groepjes of individuen die niet verder kijken dan hun eigen eilandje. Er moet meer worden samengewerkt om het culturele veld in zijn geheel te versterken, overigens zonder daarbij de eigenheid te verliezen.
  • Herkennen en Erkennen: Breda moet talent herkennen en een plaats geven in de stad. Alleen zo blijft de stad aantrekkelijk voor kunstenmakers van faam en zal talent niet wegtrekken uit de stad.

Algemeenheden, zei ik eerder al, maar wel algemeenheden die, mits goed vertaal in beleid, wel degelijk het klimaat kunnen verbeteren. Ik heb daar wel één opmerking bij: de frase ‘van eiland naar vasteland’ zou ik liever omdopen in ‘van eiland naar archipel (met een heel goede veerdienst)’. Want waarom de eigenheid van het eiland inruilen voor het monomorfe vasteland. Zolang de eilanders af en toe maar bij de buureilanden op bezoek gaan is er niets aan de hand.

Homo Collidens – zo 4 nov. 2007

flyer

Nadat ik de zaterdag in zijn geheel had verkwanseld aan afwisselend goede, slechte en vervolgens weer goede televisie, restte er op zondag niets anders dan werk. Spreiding is nooit één van mijn sterkste kanten geweest.

Een groot deel van de dag ging op aan de voorbereiding van de ‘Clash of Culture’. Dat is een culturele avond die de fractie organiseert in het kader van het stedelijk cultuurdebat. Eerder schreef ik daar al over.

Het idee om een cultuuravond te organiseren, ontstond een week of vijf geleden. De doelstelling is veelzijdig. Allereerst is het een reactie op het cultuurdebat totnogtoe. In het kader van dat debat hebben diverse instellingen, organisaties en groepen thematische avonden georganiseerd met telkens de vraag waar het met de kunst en cultuur, en in het verlengde daarvan het beleid, in de stad naar to moet. Inherent zijn dat vaak zware en een enkele keer ook zwaarmoedige debatten. Het was mijn ambitie om mensen een avond lang met elkaar over cultuur te laten praten zonder een debat te organiseren.

Deze wens, en daarmee ook de tweede doelstelling, kwam voort uit de wens deze fractie nadrukkelijk ook op het culturele vlak te positioneren. Als het om cultuurbeleid gaat, heeft GroenLinks in Breda een naam hoog te houden. Wij pleiten al jaren voor een vrijzinnige benadering, waarin nieuwe initiatieven en jonge makers de ruimte krijgen om hun ideeën vorm te geven. De avond die ik in mijn hoofd had, moest ook die makers bij elkaar te brengen.

Een derde doel was om in het cultuurdebat ook eens te laten zien wat Breda allemaal al heeft. In de politiek weet lang niet iedereen welke potentie Breda in huis heeft. Met een afwisselend, zelfs eclectisch programma, wilde ik dat mensen van de ene in de andere verassing vielen.

Uiteindelijk heb ik gekozen voor een netwerkaanpak. Je zet het idee bij een aantal mensen uit, kijkt naar de reacties en de ideeën die ze zelf hebben en gebruikt hun netwerk. Zo kwam ik tot een programmering. Dankzij de hulp van makers zelf en met een zak geld natuurlijk. Want als je jonge makers zegt serieus te nemen, dan moet je ze ook serieus betalen.

De zondag werd gevuld met telefoontjes, om zo de laatste dingen te regelen. En daarna met een avondje in de Boulevard, waar het allemaal plaats zou gaan vinden. Met de Boul kun je de zaken beter aan de bar regelen, dan aan de telefoon.

Homo Actor – za 27 okt. 2007

Theater

Voormalig Theater Het Slot had, in het kader van het stedelijk cultuurdebat, een avond georganiseerd over podiumkunsten. De aanpak was op zijn zachtst gezegd theatraal.

Voor de gelegenheid had theatermaakster Hanna Buda een forum samengesteld. De bedoeling was echter niet dat het forum daadwerkelijk met elkaar in debat ging, het was de bedoeling dat het forum op een prikkelende manier met elkaar acteerden dat zij met elkaar in debat gingen. Daarvoor had zij geen acteurs ingehuurd, maar kunstenaar Jaap Mulder, kunstenaar Michael Jepkes en kunstenaar Dennis Elbers. En ik, zei de gek.

Als gelegenheidsacteur kregen we allemaal een rol toebedeeld. Jaap was de kunstenaar, Michael de kritische toeschouwer, Dennis de ondernemer. Ik kreeg de rol van de politicus toegewezen. En hier wordt het gevaarlijk. Want wat als de bezoekers onze rollen niet zou doorzien en de citaten daadwerkelijk zou opvatten als gehuldigde standpunten.

‘Ach’, zei Jaap Mulder. ‘Politici spelen altijd toneel en zeggen niets’. Nu werd het voor mij verwarrend. Beledigde hij nu de geacteerde politicus in zijn rol van kunstenaar, of was het de ware kunstenaar Jaap die mij persoonlijk aanviel.

Daarmee was de verwarring ontstaan. Kunst moet rebelleren tegen zijn eigen waarheid, had Jaap eerder gezegd. Hij wist er op dat moment direct en effectief een levenshouding van te maken.

Homo Varius – do 25 okt. 2007

Deksel van de put

Het was onbespreekbaar, onder de vorige cultuurwethouder. Onder géén beding mochten onder zijn bewind de directeuren van de cultuurinstellingen een cultuurdebat organiseren. Dat uiteraard tegen mijn zere, vrijzinnige been. „Een cultuur van angst en dreigementen zal het veld lamleggen. Dat geeft jou misschien vrij baan je beleid zonder tegenwind uit te voeren, maar leidt uiteindelijk niet tot een vruchtbaar cultureel klimaat.”, schreef ik de toenmalige wethouder in een open brief.

Toen we in Breda na de verkiezingen deel gingen nemen in de coalitie en onze externe wethouderskandidaat ook nog eens de portefeuille cultuur toegewezen kreeg, leek het dan ook een goed moment om nog eens op die episode terug te komen. „Wilbert”, zei ik tijdens een lunch met uitsmijter tegen de toen aanstaand wethouder, „als je nu echt de harten van de cultuurmensen in Breda wilt openen, dan is het wellicht verstandig om een cultuurdebat af te kondigen”. En Wilbert zou Wilbert niet zijn als hij dat grootser aanpakte dan ik zelf had durven dromen.

Het groot stedelijk cultuurdebat is nu al enkele maanden gaande en het wil niet bepaald zinderen. En inmiddels is de slotmanifestatie in zicht. Bij de openingsavond van het cultuurdebat riep ik al op tot het roze schilderen van fietspaden, of het volplakken van de Kathedraal met gele post-it memootjes. Of iets anders geks wat kunstenaars zo af en toe eens doen onder het mom van een maatschappijkritisch statement. Helaas, het bleef oorverdovend stil.

Goed, ik heb al vele avonden in zaaltjes mogen doorbrengen waarin eerst jongeren, vervolgens kunstenaars, dan weer vrienden van het Bredaas Museum en uiteindelijk theatermakers met elkaar in gesprek gaan over het cultureel klimaat in de stad. Het blijft echter bij de wisseling van woorden en meningen. De enige die het publiek enigszins wist te tarten was schrijver/columnist/beroeps-enfant-terrible Oscar Kocken. En hij was nota bene ingehuurd en komt daarnaast ook niet uit Breda. Kunnen we zelf echt helemaal geen schokgolf teweegbrengen?

Vorige week nog hoorde ik een oudere kunstenaar weeklagen over alle regels waaraan kunstenaars zich moeten conformeren om voor subsidie in aanmerking te komen. Dat alles uiteraard, zo analyseerde hij, ten koste van de autonomie van de kunstenaar zelf: ‘Kunstbeleid leidt tot beleidskunst’. Overigens kon de man weinig waardering opbrengen voor veel van zijn jongere, postmoderne vakbroeders. „Quatsch”, riep hij uit, waarmee hij meteen bewees dat overheden met hun subsidieregels nog altijd minder bevooroordeeld en bevoogdend zijn dan sommige kunstenaars. Ik stelde me voor dat hij zich na ons gesprek weer voor een week of twee veilig in zijn atelier zou opsluiten, ver van de grote boze buitenwereld.

Uiteindelijk besloot ik zelf maar iets te organiseren. De avond voor de slotmanifestatie. Een soort pré-slotmanifestatie-party. Een cultuurdebat zonder woorden, maar met kleuren, vormen en klanken. Waarin een gitaar en een verfkwast met elkaar in debat gaan. Een avond waarop dansers en drummers het podium delen en waarop Bredase muzikanten muziek uit alle windstreken ten gehore brengen. Een debat tussen cultuur, in plaats van over cultuur. Nu kan het natuurlijk allemaal gigantisch mislukken, maar politiek is net als kunst nu eenmaal geen roeping voor bangerikken. En eigenlijk ook niet voor mensen met een nogal enge visie over wat wèl en wat er vooral géén kunst genoemd mag worden.