Ontmoetingen – wo 6 mei 2009

Twitter
Twitter

Dankzij een werkende laptop en een UMTS-verbinding kon op de terugreis naar Breda vrolijk verder twitteren in de trein. Een dergelijk heuglijk feit meldt ik dan ook graag even via twitter.

„Dat is mijn trein!”, antwoordde Steve die naast blogger tegenwoordig ook een fanatiek twitteraar is. En binnen enkele minuten zat ‘ie naast me en spraken we vrolijk over ons werk.

Ooit werd gevreesd dat Internet de mensen af zou stompen, dat het ten koste zou gaan van de sociale contacten van mensen. Het is dezelfde angst die telkens de kop op steekt als er een nieuw communicatiemiddel geïntroduceerd wordt. Het tegenovergestelde blijkt echter waar.

Hipster – za 25 apr. 2009

iPod met WESC-hoofdtelefoon
iPod met WESC-hoofdtelefoon

Ik had dus al een tijdje zo’n überhippe koptelefoon van het kledingmerk WESC. Een koptelefoon is namelijk al lang niet meer een accessoire om je persoonlijke geluidsomgeving mee te creëren. Een koptelefoon is een fashion-statement.

Het werd dus onderhand ook maar eens tijd om daar de bijbehorende iPod bij aan te schaffen. Da’s voor mij een tamelijk novum, aangezien ik de eerste ruim 29 jaar van mijn leven nooit de behoefte heb gevoeld rond te lopen met een Walkman. De enige draagbare audio-apparatuur die ik bezit zijn een paar ouderwetse Uher-bandrecorders die ik gebruikte in mijn tijd als radioverslaggever.

Maar ik moest wel toegeven. De vrijwel dagelijkse inbreuk op het natuurlijk recht op stilte dat iedere reiziger in een stilte-coupé heeft, was niet langer draagbaar. Een iPod is dat wel. Vanaf nu kan ik met mijn persoonlijke audio-omgeving van mijn treinreis genieten, ongehinderd door jengelende kinderen, telefonerende mensen of ander spul dat niet in een stiltecoupé thuishoort. Sterker nog, ik hoef niet eens meer op zoek naar de altijd aan het einde of (als uitdaging voor de reiziger) dan weer ineens aan het begin van de trein gesitueerde stilte-zone.

En daarnaast… het is best wel duf om met een koptelefoon rond te lopen als daar geen muziekspeler aan vast zit.

Aanvalsplan – ma 9 febr. 2008

Spoorwegovergang
Spoorwegovergang

Een koude maandagmorgen. De trein kwam met een kleine tien minuten vertraging binnen op station Breda. In de coupé waar ik binnenstapte zat een jongen te luisteren naar zijn mp3-speler. Het was heerlijk stil. Ik sloeg mijn boek open en maakte me op voor een rustige reis.

Totdat in Dordrecht twee ambtenaren van het ministerie van BZK binnenstapten. Een vriendelijk ogende jongeman en zijn even vriendelijk ogende collega. Twee rustige, bedeesde stemmen verdreven de serene rust. Ze waren bezig met een onderzoek naar geweld op de werkvloer en bespraken de onderzoeksopzet.

Veertig minuten lang moest ik verplicht luisteren naar methodieken, cijferbetrouwbaarheid en beleidsprioriteiten. Vervolgens over agressieve bejegening van ambtenaren van de sociale diensten door cliënten, en vice versa.

Totdat ik mijn kapmes tevoorschijn haalde en een einde maakte aan deze ondraaglijke afleiding van mijn literatuur. In gedachten dan hè. Ik kan mezelf namelijk goed beheersen en, bovenal, had ik geen kapmes bij me.

Maar een onderzoekje naar verbaal geweld van medetreinpassagiers in de richting van mensen die gewoon een boek willen lezen, lijkt me best een interessant onderzoekje voor het komende begrotingsjaar.

Homo Postremum – di 30 dec. 2008

paspoortstempel

De vakantie kon niet slechter beginnen. Nog voordat ik de deur van mijn huis voor de komende drie weken achter me had dichtgetrokken, hing ik al kotsend over de wasbak.

De nacht voor mijn vertrek had ik goeddeels doorgebracht met het schrijven van verlate blogjes en grote hoeveelheden koffie. Aangezien de vliegreis naar Montevideo een klein etmaal in beslag zou nemen, leek het me een goed idee om een flink slaaptekort op te bouwen. Het wat onbestemde gevoel in mijn maag dat ik tegen de ochtend begon te voelen, was dan ook eerder het gevolg van de koffie dan van iets anders, dacht ik toen ik op het laatste moment nog een tandenborstel door mijn mond heen haalde. De daaropvolgende braaksessie wees me hardhandig op het ongelijk van deze veronderstelling.

Erger nog dan het bewijs dat ook ik niet onfeilbaar ben, was de misselijkheid er ook oorzaak van dat ik niet meer op tijd zou kunnen zijn voor de trein naar Roosendaal (ik moest mij immers ontdoen van het zojuist volgespuwde t-shirt om mijn medereizigers niet vanaf het allereerste moment van mij vervreemden), waar ik Sebi en Perlita zou ontmoeten om samen door te reizen naar vliegveld Zaventem bij Brussel. Aldus belde ik moeder met de vraag of zij mij wellicht per automobiel naar Roosendaal zou willen brengen. Helaas bleek ook zij net haar hele maaginhoud het riool in geholpen te hebben. Ofwel was de pompoensoep van twee dagen her de oorzaak van onze simultane overgave, dan wel een toevallig samenvallen van twee buikgriepvirusjes. Hoe dan ook, de enige wijze om op tijd in Roosendaal te geraken, was het laten komen van een taxi.

Dat ik de taxi beter niet had kunnen nemen, bleek natuurlijk pas toen ik al halverwege Roosendaal was. De internationale trein waar Sebi en Perlita mee zouden arriveren, was geannuleerd en het zelfde gold voor de daaropvolgende internationale treinen. Wie naar België wilde, kwam niet verder dan Essen, het eerste plaatsje over de Belgisch-Nederlandse grens.

Het was uiteindelijk Jean-Paul, een in Roosendaal wonende oom van Sebi, die ons met zijn auto naar Zaventem bracht. En waar we, dankzij de vertraagde vlucht naar Frankfurt, nog ruim voldoende tijd hadden om iets te eten. Sebi en Perlita althans. Ik voelde me nog steeds wat lafjes en at maar liever niets.

Homo Commeans – vr 12 dec. 2008

 

Jasper Fastl, Selçuk Akinci en Annemarie Jorritsma
Jasper Fastl, Selçuk Akinci en Annemarie Jorritsma

 

„Het heeft me twee uur en een kwartier gekost om hier met de trein te komen. Het voordeel daarvan is wel dat ik eindelijk de zaterdagbijlage heb kunnen lezen.” Met die woorden overhandigde ik een manifest voor een spoorlijn tussen Almere, Utrecht en Breda aan burgemeester Annemarie Jorritsma van Almere. „In Breda is het college voor zo’n spoorlijn en ik hoop dat U Uw college ook kunt overtuigen met de argumenten in dit manifest.”

Daarmee had ik mijn diplomatieke, agendazettende en vertegenwoordigende plicht vervuld. Annemarie nam het manifest dankbaar in ontvangst, sprak een paar mooie woorden over het belang van een betere verbinding tussen Almere en Utrecht en liet ons na een minuut of twintig weer alleen.

Ons, dat was een groep GroenLinks-politici uit gemeenten die aangesloten moeten worden aan die spoorlijn tussen Almere, Utrecht en Breda. Het waarom, dat is omdat de lijn de bereikbaarheid van Almere, Breda en tussenliggende gemeenten als Oosterhout en Gorinchem enorm verbeterd. En het is natuurlijk doodzonde om, als je de A27 toch gaat verbreden, niet ook meteen een spoorlijntje aan te leggen.

En tot slot, treintjes zijn natuurlijk gewoon hartstikke cool.

Homo Exordiens – ma 24 nov. 2008

zware wissel

Dat er over maandagen liedjes worden geschreven, is net zo voorstelbaar als dat het indrukwekkend is. Ik kan me in ieder geval niet voorstellen dat de Bangles heel erg veel zin hadden toen ze op een bewuste maandag hun eerste hitsingle Manic Monday schreven.

Doorgaans heb ik nooit zo veel problemen met de maandag. Zo lang ik de nacht van te voren maar een beetje goed geslapen heb, kan ik op maandagochtend de hele week aan. Ik heb wel één voorwaarde: het moet allemaal wel een beetje lekker soepel beginnen.

Dat is helaas lang niet altijd het geval. En helaas is dat vaker dan niet te verwijten aan externe factoren. De belangrijkste daarvan moeten welhaast de Nederlandse Spoorwegen zijn. Vandaag deden ze weer eens flink hun best met een vertraging van een uur. Uitgelopen werkzaamheden bij Delft, één van de zwakste schakels in ons nationale spoornetwerk.

Ze pakten het meteen goed aan. Eenzelfde vertraging omwille van dezelfde uitgelopen werkzaamheden. Week 48 is pas net begonnen: NS vs. Selçuk: 2 -0.

Homo Viator – do 30 okt. 2008

De donderdag is vaak een tamelijk drukke dag in de Tweede Kamer.Als je dan ook een raadsvergadering hebt, is het zaak om uiterlijk de trein van 18.21 uur naar Breda te halen om zo nog net bijtijds de vergadering in te stappen. Ontbindende voorwaarde is dan wel dat de Spoorwegen een beetje meewerken.

Zo niet deze donderdag. De passagiers werd vriendelijk verzocht om vanuit Den Haag via Utrecht naar Breda te reizen. Alleen treinreizigers en mensen die vroeger nog ouderwets fatsoenlijk topografielessen hebben genoten, weten wat voor omweg dat is. Beter stapte ik in een taxi.

Het nadeel van een taxi ten opzichte van een trein is dat je, simpelweg uit fatsoen, een praatje moet maken met de chauffeur. Tweede nadeel is dat je in een auto niet fatsoenlijk kunt schrijven. Mijn aanvankelijke plan om nog een enigszins fatsoenlijke inleiding voor mijn mondelinge vragen op te stellen, viel om deze redenen volstrekt in duigen.

Wonder boven wonder arriveerde ik dankzij het totale gebrek aan files nog net op tijd ik in de raadszaal om vervolgens op nogal stuntelige wijze de vragen voor het vragenuur in te leiden. Op een lege maag, zo benadruk ik ook nog eens. De sushi van de appie-to-go die ik op dit soort donderdagen op het station van aankomst nog even aanschaf, werden me door de veroordeling tot een taxi ook nog eens door de neus geboord.

Voor een treinreiziger is er nu eenmaal weinig comfortabel aan een taxi.

Homo Cyclicus – zo 26 okt 2008

Spoorwegovergang

Of ik een debat wilde leiden in Apeldoorn. „Ja, maar natuurlijk”, zei ik nadat ik in mijn agenda had gekeken of ik deze zondag niet toevallig al andere dingen gepland had staan. Debatten leiden is leuk.

In plaats van mijn agenda had ik beter de NS kunnen raadplegen. Met de vraag of ze voornemens waren die dag wèl de dienstregeling te volgen. Of die ene fietser, die meende nog net voor de trein langs de overweg over te kunnen steken. Met de mededeling dat ‘ie dat toch echt beter uit zijn hoofd kon laten.

Heel veel verder dan ‘s Hertogenbosch kwam de trein in ieder geval niet, voordat deze achter de andere treinen plaatsnam in de file om vervolgens maar rechtsomkeert te maken en terug te sjokken naar Den Bosch. Onverrichter zake kwam ik enkele uren na mijn vertrek weer thuis aan. Of de fietser net zo’n gelukkig lot beschoren was, durf ik niet te zeggen.

Homo Deterrens – do 2 okt. 2008

regen

Het regent, alweer. Terwijl het buiten langzaam begint te schemeren, loop ik in de richting van mijn trein. Het is de laatste keer dat ik het daglicht zal aanschouwen. Lang voordat ik in Breda zal arriveren heeft de duisternis het laatste straaltje licht al opgegeten.

Het licht in de coupé van de oude, maar comfortabele ICK’s werkt niet. Nog even lukt het om in het laatste licht van buiten nog een stuk krant te lezen. Als niet veel later nog slechts de staccato flitsen van de voorbijgereden straatverlichting de krant nog verlicht, leg ik deze noodgedwongen naast me neer.

De reis lijkt eindeloos te duren. Eerst staat de trein stil voorbij Schiedam, later nog met dichte deuren in Rotterdam. Twee onverlaten hebben een brandblusser leeg gespoten en de spoorwegpolitie wil eerst de daders bij de kladden grijpen.

De klok tikt verder in het niets, totdat de trein ineens weer verder rijdt. De blauwe vonken spatten van de bovenleiding. Zinloos. Niemand die ze ziet. Tijdens hun kortstondige bestaan heb alleen ik hun schijnsel kunnen aanschouwen. Het enige bewijs van hun bestaan.

De regen tikt verder op het dak van de coupé. Steeds harder, steeds indringender. Ik ben alleen in de coupé. Nog één keer werk ik een blik naar buiten. Als de trein opnieuw krakend tot stilstand komt, kom ik tot het besef: het wordt nooit meer licht.

Homo Paenitens – di 26 aug. 2008

Stiltecoupé

Zonder blikken of blozen stak ik in de treincoupé een sigaret op. Even werd het stil.

Totdat als eerste de mevrouw, die net nog in een zeer geanimeerd gesprek met haar vier al even luidruchtige vriendinnen was verzeild, haar stem begon te verheffen. Waar ik wel niet mee bezig dacht te zijn en of ik dan helemaal geen fatsoen in mijn donder had.

Ook anderen begonnen zich er mee te bemoeien. De twee jonge Afrikanen konden mijn vermeend rebelse daad wel waarderen. Anderen vonden het niet door de beugel kunnen. Of ik niet besefte dat andere mensen daar kanker van konden krijgen. Een zachtaardige man probeerde met een pedagogische insteek zelfs uit te leggen dat het roken in de trein toch al weer zo’n acht jaar geleden is afgeschaft.

„Sorry”, antwoordde ik, maar als jullie mogen praten in de stiltecoupé, mag ik vast ook wel roken in deze niet-rokerscoupé. Toen het stil werd drukte ik tevreden mijn peuk uit.

Althans, zo ging dat in mijn hoofd. In het echt zat ik me natuurlijk de hele reis groen en geel te ergeren.