Homo Mundanus – do 1 mrt. 2007

iedereen is van de wereld

Telkens wanneer het mondiale beleid aan de orde komt, verloopt de discussie in Breda ongeveer als volgt.

Het CDA vind mondiaal beleid belangrijk. Maar liever geen extra geld. Want we doen genoeg. Genoeg was in de vorige periode 45 eurocent per inwoner, een ouderwetse gulden. Nu GroenLinks in de coalitie zit is de kwantiteit van voldoende één euro per inwoner.

GroenLinks, maar ook PvdA, SP en D’66 benadrukken het belang van mondiaal beleid. De VVD als enige partij niet. Ontwikkelingshulp, zoals zij mondiaal beleid noemen, is iets voor het rijk, zo redeneren de rechts-liberalen.

Telkens als de VVD haar punt heeft gemaakt, ontstaat een interruptiedebat tussen mij en de VVD-woordvoerder van dienst, in dit geval nestor Joep Taks. Dat gemeentes een belangrijke speler zijn, hebben instanties als de VN al vele malen benadrukt en hebben 189 regeringsleiders al lang geleden onderkent in de ‘Lokale Agenda 21’. Daarnaast hebben we ook nog zoiets als millenniumdoelstellingen, die we overigens nooit gaan halen als er niet als de sodemieter iets aan gedaan gaat worden. En mondiaal beleid is meer dan alleen ontwikkelingshulp, het gaat ook om duurzaamheidsbeleid. Logisch, want de armste landen worden als eerste de dupe van het veranderende klimaat.

Ook om praktische redenen is er voor de gemeenten een rol weggelegd: we hebben een hoop kennis in huis die men in ontwikkelingslanden prima kan gebruiken. Via kleinschalige partnerschappen kan er dus heel efficiënt resultaat behaald worden. Maar Mijnheer Taks schud heftig het hoofd en concludeert dat wij met elkaar van mening verschillen. Geen argumenten, geen tegenwerpingen.

Zolang het gaat om het multinationale bedrijfsleven en het aantrekken van werkgelegenheid is er geen VVD-er die ook maar iets tegen mondiaal beleid heeft. Jammer dat ze op dit punt niet ook een internationalistische bril kunnen opzetten.

Homo Culturalis – wo 28 febr. 2007

Danstheater De Stilte

Her jaar 2007 wordt in Breda het jaar van het grote cultuurdebat. Inwoners, cultuurinstellingen, kunstenaars, musici, theatermakers, dansers en dichters; iedereen die iets met cultuur doet of er in geïnteresseerd is, kan meepraten over de culturele aspiraties van de stad. Dat krijg je als GroenLinks in de coalitie zit.

De aftrap van het debat vond plaats in de raadscommissie. Op basis van een plan van aanpak van de speciaal hiervoor gevraagde ’trekker’ Geert Geursveld. Het stuk leverde zelf al meteen discussie op, vanwege een korte en vrij irrelevante passaqge waarin stond dat er tussen 1980 en 1995 in Breda niets gebeurde op cultureel vlak. Sommige commissieleden vonden het wat kort door de bocht, maar de opmerking bevatte wel degelijk een kern van waarheid. In die periode ontstond weinig nieuws en bloedde veel van het oude dood.

Ik maakte me in de commissie sterk voor de avant garde. Te vaak vervallen culturele discussies in grote verhandelingen over de positieve economische spin-off die cultuur kan hebben. Het levensgrote risico van die gedachte is, dat alleen voor economisch aantrekkelijke cultuur nog aandacht en geld beschikbaar is. Cultuur mag economisch rendement hebben, maar dat mag geen leidend criterium worden in de visie op de culturele toekomst van de stad. L’art pour l’art.

Er is in de vorige periode met heel wat vergezichten gesmeten. Zo hadden we het Soho van Breda, het Montmartre aan de Mark en een tripple-O campus voor de creatieve industrie. Vergezichten waarbij schilders op warme zomeravonden met ezel en al op de stoep voor hun woning hun kunstwerken maakten en dichters op elke straathoek hun verzen declameerden. Deze vergezichten hadden een dramatisch gebrek aan realiteitszin. Wie cultuur beschouwt als instrument voor het economisch beleid, vergrijpt zich aan een waardevol goed.
Alles van waarde is weerloos, schreef Lucebert. We moeten bewijzen dat dat in Breda niet zo is.

Homo Accipiens in Matrimonium – zo 18 febr. 2007

gevangen

Er is de afgelopen dagen al heel wat te doen geweest rond de passage in het regeeraccoord waarin staat dat trouwambtenaren mogen weigeren homoparen te trouwen. In Breda heb ik namens GroenLinks het initiatief genomen om samen met de fracties van de PvdA, VVD, SP, Breda’97 en D’66 te vragen bij toekomstige sollicitaties alleen nog mensen aannemen die bereid zijn ook homo’s te trouwen.

Aanvankelijk heb ik even zitten twijfelen over deze materie. GroenLinks heeft namelijk een lange traditie in het opkomen voor mensen met gewetensbezwaren. Dus waarom ook niet voor ambtenaren die om meestal godsdienstige redenen liever geen homo’s trouwen? Laat ik beginnen met te stellen dat het wat mij betreft alleen gaat om toekomstige trouwambtenaren. Mensen die er nu al zitten, hoeven wat mij betreft niet ontslagen te worden.

Stel nu dat een gemeentelijk ambtenaar weigert mee te werken aan het terugsturen van een vluchtelingengezin? Daar zou ik geen moeite mee hebben. Dat heeft twee redenen: allereerst is er geen sprake van discriminatie. Ten tweede is het uitzetten van gezinnen geen hoofdtaak van de desbetreffende ambtenaar. Bij een trouwambtenaar is het afsluiten van huwelijken wel degelijk een hoofdtaak. Overigens, ik kan me goed voorstellen dat de gemeenteambtenaar die weigert gezinnen uit te zetten, beter niet bij de desbetreffende afdeling van het IND kan solliciteren.

Een tweede voorbeeld: er is in Nederland sinds vijf jaar geen juridisch onderscheid meer tussen een hetero- of een homohuwelijk. Net zoals elk ander huwelijk is het ‘homohuwelijk’ een volstrekt normaal, burgerlijk huwelijk. Stel nu dat er een gemeenteambtenaar, om wat voor reden dan ook, zou weigeren om een huwelijk te sluiten tussen een blanke en een zwarte. Dan zou, terecht, het gemeentehuis te klein zijn.

Voordat nu elke christen op zijn achterste poten (sic) gaat staan, nee, ik vind christenen geen racisten. Maar ze maken wel onderscheid tussen verschillende soorten mensen en kennen sommige mensen meer rechten toe dan anderen. Terwijl daar juridisch gezien geen basis voor is. De mensen die er een rigide interpretatie van de bijbel op nahouden, discrimineren dus wel degelijk. In de praktijk maakt het dan niet uit of je op seksualiteit of op afkomst discrimineert. En of je dat doet omdat je een racist bent, of omdat het in een boek staat.

Spinoza stelde de vrijheid van gedachte boven de vrijheid van godsdienst. Dat deed hij met een reden. De individuele vrijheid om te mogen denken en te mogen doen wat je wilt, mag niet worden ingeperkt door het subjectieve waarden en normenpatroon dat een heersende groep je op kan leggen. Een overheid moet, met al haar dienaren, op zijn minst daar garant voor staan.

Homo Festivus – za 17 febr. 2007

Herman

Oud-partijvoorzitter Herman Meijer vierde zijn zestigste verjaardag. Speciaal daarvoor had hij zestig mensen uitgenodigd. Ik was nummer zestig.

Vrolijk stapte ik de Rotterdamse woongroep binnen. Herman woont namelijk in één van die weinige woongroepen die de jaren ’80 hebben overleefd. Een vrolijk samenzijn van bekenden en onbekenden, die naar mate de avond vorderde, steeds meer met elkaar gingen mengen.

Met zijn zestigste verjaardag is er ook een oude droom van de woongroep in vervulling gegaan. Het eerste experiment met het huiskamerrestaurant. Goed, het eten kwam dan weliswaar niet uit eigen keuken, maar de tafeltjes stonden perfect. En ook al waren het niet de kooksels van woongroep Meijer cs., maar van een multiculturele cateraar die het presteerde Turks brood te serveren bij een voor de rest volstrekt Marokkaanse maaltijd, het eten smaakte er niet minder om.

Tot mijn vreugde kwam later op de avond ook mijn ‘ex’ langs. Het ging goed met ‘m en dat deed me deugd, ook al heeft hij nog steeds de gave om af en toe te kijken alsof hij het leed van de wereld torst. Ik denk dat hij dat niet beseft.

De feestvreugde bij huize Meijer duurde tot ver na de laatste trein terug naar het zuiden. Maar dat mag aan de Noordsingel geen probleem heten. En zo werd ik voor het eerst sinds jaren weer eens wakker naast Leon.

Homo Convocans – vr 16 febr. 2007

het café

Na afloop van de raadsvergadering gisterenavond ging de hele stoet naar café Dante. Voorheen dronk de hele club beneden in de trouwzaal nog een drankje, maar dat vond men te saai. Daarnaast is het niet duurder om in een café een uur lang de tap te laten stromen, dan op het stadhuis het personeel nog een uurtje door te betalen.

Het zuipen na het vergaderen is een langgewortelde traditie in Breda. Aanvankelijk gebeurde dat altijd in publieke werken op de credit cards van collegeleden of de BrIM. Ooit kwam ik als kersvers raadslid Publieke Werken binnen. Ik was van mening dat, wilde onze partij ooit de coalitie in, het handig was om na afloop een beetje te netwerken met de rest van de raad. Joviaal wilde ik ook een rondje geven en bestelde zes pils voor de groep waarmee ik stond te praten. Bij het trekken van de portemonnee kwam een collega van de liberale fractie mijn kant op. „Wat ben je aan het doen?”, vroeg hij. „Afrekenen”, antwoordde ik. Twee ogen die keken  alsof Jahweh zich zojuist aan de bar had openbaard, staarden mij aan. „Dat doen wij hier niet”. Ik had besloten na afloop van een raadsvergadering niet meer mee te gaan, zolang dit nog bekostigd zou worden met de gemeentelijke credit cards.

Het was de nieuwe burgemeester Van der Velden die, mede op aandringen van de fractie GroenLinks, een einde aan dit tafereel maakte. Er werd voortaan beneden in de trouwzaal een klein drankje gedronken. Daarna mocht een ieder doen wat hij wilde, zolang het maar legaal was en op eigen rekening. Iets wat al snel op protesterende raadsleden kon rekenen, immers, de trouwzaal is zo ongezellig. Vandaar dat, ruim twee jaar later, we opnieuw en masse de café’s induiken. Voor een uurtje. Daarna sluit de gemeentelijke rekening en is het ieder voor zich.

Het blijft me tegen de borst stuiten. Ik vraag me eerlijk gezegd af waarom de raad zo nodig op kosten van een ander moet drinken, ook al is het maar een uurtje. Ik ben negenentwintig dagen per maand oud genoeg om mijn eigen drankrekening te betalen. Dat is op de avond van een raadsvergadering niet anders.

Ik denk dat ik de volgende keer na de raadsvergadering weer meteen afzwaai naar de Beyerd. Want heel veel politieke zaken worden er in de kroeg toch niet meer gedaan op dat tijdstip. Anderzijds is het wel een ideale plek om spanningen tussen mensen weg te nemen. Vooruit, alleen als er politieke massage nodig is, loop ik naar Dante. Zou de pers voortaan de stabiliteit in de coalitie gaan afmeten aan mijn kroegbezoek?

Homo Concilians – do 15 febr. 2007

Stadhuis Breda 

Ondanks de korte agenda met slechts drie punten en een hele waslijst aan formaliteiten die onder de noemer ‘verzamellijst’ in één keer worden goedgekeurd, wisten de dames en heren raadsleden de vergadering nog aardig te rekken.

Dat begon al met het vragenuur, dat door vriend en vijand werd aangewend om voor het oog ganzes volks te laten zien dat de dames en heren wel degelijk een heel serieus vak beoefenen. Jammer dat in de uitwerking vaak eerder het tegendeel bewezen wordt. Erg bijzonder vond ik de gestelde vragen niet, in sommige gevallen zelfs op het gênante af.

Het vragenuur duurde dit maal precies een uur. Een unicum. Zes fracties stelden vragen. GroenLinks maar eens een keertje niet. Het vragenuur is vaak namelijk helemaal geen geschikt middel om vragen te stellen. Als je een gedegen antwoord wil, dan gebruik je schriftelijke vragen. Het vragenuur kun je beter gebruiken om een verschil van opvatting scherp neer te zetten. Niet om antwoord te krijgen op belangrijke levensvragen. Die overigens ook nooit gesteld worden.

Homo Audiens – vr 9 febr. 2007

Kadernota-Hoorzitting in 2005

De behandeling van de kadernota wordt in Breda altijd voorafgegaan door een hoorzitting. Maatschappelijke organisaties, wijk- en dorpsraden krijgen dan tien minuten de tijd om hun wensen en ongenoegens kenbaar te maken.

De kadernota is het document waarin in hoofdlijnen wordt aangegeven hoe in het komend jaar de financiën verdeeld zullen worden. Wie ergens nieuw geld voor wil hebben, moet dus bij de hoorzitting komen inspreken. Dat stelt de politiek voor een dilemma: er zijn altijd aanmerkelijk meer wensen dan dat er geld beschikbaar is.

Vanwege de overweldigende belangstelling was de aanvangstijd van 15.00 uur met een uur vervroegd. Daar had ik helaas geen rekening mee gehouden, en kwam dus pas om drie uur binnen. Maar aangezien er een schriftelijk verslag volgt en de hele zitting ook nog herhaald wordt op de lokale televisie, kan ik dat wat ik gemist heb, nog makkelijk terugzien.

De setting van de hoorzitting is een nogal formele. Een carré-opstelling, waarbij burgemeester en griffier aan het hoofd zitten en aan weerszijden de raadsleden. Aan de overzijde mogen dan telkens de vertegenwoordigers van de organisaties plaatsnemen om hun verhaal te doen. De raadsleden hebben de gelegenheid om enkele korte aanvullende vragen te stellen aan de insprekers, maar meer ook niet. Ik kan me niet anders voorstellen dan dat zowel insprekers als raadsleden het een vreselijk saaie bijeenkomst vinden. Een kijkcijferkanon heeft de lokale omroep hier in ieder geval niet mee in handen.

Mijn late aankomst had één voordeel. Ik kon tussen de burgers gaan zitten. Ik houd namelijk helemaal niet van die formele gang van zaken. Wat mij betreft gaan we het volgend jaar dan ook anders doen. Geen plenaire bijeenkomst meer, maar een soort speeddate-bijeenkomst met raadsleden. Interactief met elkaar praten over de wensen en verlangens, in plaats van geformaliseerd eenrichtingsverkeer. En dan kunnen de raadsleden ook gewoon ‘nee’ zeggen, wanneer iets geen prioriteit heeft. Dan weten de insprekers ook gelijk waar ze aan toe zijn.

Politiek is keuzes maken, vooral als het op geld aankomt. Dat kun je beter open en transparant doen, dan in een ouderwetse formule die afstand schept. Weg met de hoorzitting.

Homo Sopitus – wo 7 febr. 2007

GroenLinks Postercampagne 1994

Ze zijn eruit. 53 pagina’s regeringsbeleid. Met één belangrijke conclusie: de vrees voor het ethisch- conservatisme van de ChristenUnie bleek onterecht.

Er staan her en der wat christelijke woorden en de verplichte bedenktijd van vijf dagen voor abortus blijft gehandhaafd, maar in de praktijk verandert er op dit punt niets. In positieve, noch in negatieve zin. Er wordt wel meer gedaan aan begeleiding en dat is alleen maar goed te noemen.

Bij euthanasie krijgt pijnbestrijding meer nadruk. Een nieuwe slag valt op dit punt niet te verwachten. De huidige, soms moeilijk werkbare euthanasiewet uit de tijd van Paars. En het homohuwelijk blijft ook gehandhaafd. Nu echter met de zegening van André Rouvoet.

En dat geld voor de meeste beleidsterreinen. Op veel plekken staan mooie woorden, maar concrete beleidsveranderingen levert het weinig op. Om te beginnen: de internationale paragraaf is bedroevend weinig ambitieus. Een handjevol leuke uitgangspunten, maar geen concrete doelstellingen of maatregelen.

Het milieu krijgt aandacht. Het kabinet wil zelfs streven naar 2% minder energieverbruik. Maar pas op lange termijn en zonder de daarvoor noodzakelijke maatregelen te nemen. De Rotterdamse Haven is onaantastbaar en ook Nederland Distributieland blijft beschermd. Milieu is leuk, zolang we maar kunnen doorgroeien. Koste wat kost.

Het standby-kabinet, las ik ergens. Of misschien is Doornroosje wel een betere naam. Hopelijk duurt het in dit geval geen honderd jaar voordat het land wordt wakkergekust.

Homo Agitatus – ma 5 febr. 2007

GroenLinks Postercampagne 1994

Het leven van een raadslid gaat niet altijd over rozen. Het raadslidmaatschap in Breda heet een part-time functie te zijn, iets wat je naast je reguliere werk doet. Er worden echter opvallend veel bijeenkomsten overdag gepland.

Het zou een dag van vergaderen worden. Allereerst ’s ochtends een bijeenkomst met het Internet campagneteam en vervolgens ’s middags een overleg van de klimaatwerkgroep. Daarna moest ik me haasten om tijdig in Breda te zijn, aangezien daar om vijf uur een discussiebijeenkomst over het cultuurdebat (sic!) zou beginnen. Dat betekende dat ik rond een uur of drie al naar Utrecht Centraal moest afreizen om op tijd te zijn. En dan had ik me al neergelegd bij het feit dat een beetje fatsoenlijke avondmaaltijd er bij in zou schieten.

Om kwart over drie rinkelde de telefoon. De cultuurbijeenkomst van vanmiddag ging niet door. De desbetreffende ambtenaar die een presentatie zou geven, kon namelijk niet. Wel nondeju, dacht ik. Dus ik had gewoon nog door kunnen blijven werken.

„Maar we de bijeenkomst verplaatst naar woensdag de 14e”. „Zeker weer om vijf uur”, vroeg ik licht geagiteerd. De secretarieel medewerker aan de andere kant van de lijn antwoordde bevestigend. In mijn hoofd vormden zich woorden die de voorzitter van de bond tegen het vloeken spontaan een hartinfarct zouden bezorgen. Dat kost me dus weer een halve werkdag.

Ik heb me er de rest van de terugreis onevenredig aan lopen ergeren dat de agenda van één ambtenaar zo’n acht politici in gijzeling houdt. Zou zo iemand nu niet gewoon om half acht nog even een presentatie kunnen houden? Of zou de onregelmatigheidstoeslag dan te zwaar op de gemeentebegroting drukken? En zouden de maatschappelijke kosten daarvan nu echt opwegen tegen de kosten van mijn onafwendbare maagzweer?