
Huh? Wat? Pardon?
Ja, dat GroenLinks op de eerste plaats staat is natuurlijk niet zo vreemd. Maar de Partij voor de Dieren op twee? En wat doen al die andere obscure partijen zo hoog op de lijst?
wherever, whatever, have a nice day

Gezien de spoorwerkzaamheden kwam de vrije dag di ik opnam voor het werkbezoek van de raad mij bijzonder goed uit. En aangezien we pas op 8.45 uur hoefden te vertrekken, kon ik nog uitslapen ook. Carpe Diem.
In het kader van de immer voortdurende discussie over het horeca-sluitingstijdenbeleid zou de raad op werkbezoek gaan bij andere gemeenten met een horecasluitingstijdenbeleid. Uit 458 gemeenten met een horecasluitingstijdenbeleid kozen we voor Den Bosch en Eindhoven. Volgende week staan ook nog Arnhem en Tilburg op het programma.
Zowel Den Bosch als Eindhoven kennen een sluitingstijd van 4.00 uur, zij het met enige verschillen in de manier waarop ze daar invulling aan geven. In Den Bosch gaat het licht in de kroeg al een half uur eerder aan en de tap toe. Het zogenoemde cooling-down tijd. In Eindhoven noemen ze dat afwerktijd, en wordt deze alleen maar gehanteerd voor snackbars, waar de klant na vier uur nog twintig minuten krijgt om z’n friet, falafel of vleeskroket naar binnen te werken.
Hoewel de situaties in beide gevallen verschillend waren, waren in beide steden de verschillende partijen redelijk positief over het beleid. Uiteraard ondervinden bewoners altijd enige overlast, maar dat geldt, zo zei een vertegenwoordigster van bewoners uit Den Bosch, ook als de kroegen om twee uur dicht gaan. Dan wordt je alleen niet halverwege, maar aan het begin van je slaap weer wakker. Reden, dacht ik nog even balorig, om de kroegen pas om 8 uur ‘s ochtends dicht te laten gaan. Dan is de rest van de wereld al weer wakker.
Interessant was de opmerking uit Eindhoven, waar gezegd werd dat een kort experiment in 1989 met geheel vrije sluitingstijden eigenlijk heel positief was, ware het niet dat de statistieken meer incidenten lieten zien dan zonder vrije sluitingstijden. Maar dat bleek een vertekend beeld te zijn, omdat voor die tijd alle incidenten op uitgaansavonden als één incident werden geadministreerd.
Hoewel het beeld over ruimere openingstijden positief was, waren de argumenten en voorlopige conclusies in beide steden erg uiteenlopend en soms ook in tegenspraak met elkaar. Misschien hadden we de proef zelf op de som moeten nemen. Helaas was ons werkbezoek tussen 9.00 en 17.00 uur gepland. Niet echt logisch, achteraf.

Vandaag kwam ik erachter dat het deuntje van onze geweldige campagnefilm ook gebruikt wordt voor een reclame voor de Beertender.
Het is ook niet helemaal de ideale combinatie. Femke in een auto is voor sommige GroenLinksers natuurlijk tot daaraan toe, maar dat in combinatie met alcohol, dat kan natuurlijk echt niet. Maar Femke heeft gelukkig dan ook helemaal geen Beertender.
Blijft natuurlijk de vraag hoe Heineken op precies hetzelfde moment uitkomt bij ‘Comin’ Home Baby’ van Mel Tormé. Dat kan grofweg drie dingen betekenen: we hebben beide een geniale regisseur of we hebben beide dezelfde regisseur in de arm genomen. Of, en dat is misschien wel geloofwaardiger, één van de twee heeft onder het genot van een biertje zijn of haar mond voorbijgepraat.
Hoe dan ook, we zijn al lang blij dat het een reclame voor de beertender betreft, en niet voor een door kinderen vervaardigde kledinglijn of voor een benzineslurpende hummer. Alhoewel, shit! Heineken, zaten die niet in Burma?

Dat bier en auto rijden niet samengaat, is genoegzaam bekend. Maar wist U ook dat bier en autoloosheid ook maar een vermoeiende combinatie is. De auto is namelijk het ideale vervoermiddel om zo af en toe de biervoorraad mee aan te vullen.
Dat realiseerde ik me vanavond ook in de commissie Bestuur, waar naast de herfinanciering van Intergas ook de aanpassing van de APV aan de orde kwam. Een deel van die aanpassingen ging over heikele onderwerpen als cameratoezicht en prostitutie. Een ander deel ging over een passage over winkelwagentjes.
Winkelwagentjes moeten voortaan in de buurt van de betreffende winkel blijven. Wie voortaan met een winkelwagentje over de openbare weg naar huis rijdt om daar een paar kratten bier te droppen, is zwaar de pineut. Dan blijft de vraag hoe een autoloze ik voortaan zijn kratten bier moet transporteren.
De fiets, hoor ik jullie denken. Maar mijn racefiets is niet voorzien van een bagagedrager. Te voet, daarvoor is de super te ver weg. De bierbezorgservice? Ik drink geen Heineken. En de PerfectDraft is me ook te duur. Misschien moet ik maar overstappen op iets anders. Of rijd ik zo af en toe met de taxi heen en weer.
Ik kan natuurlijk altijd nog overwegen de APV in de raad tegen te houden. Maar dat zou eigenbelang zijn. Moet ik dan misschien toch maar weer een auto kopen?

Collega Rogier en ik zaten in overdrive. Na het eten werkten we nog een paar uur door. Tot elf uur, was aanvankelijk de bedoeling. Dat werd twaalf uur. En dat, op zijn beurt, werd nog veel later.
Toen we ver na twaalven het onszelf al zo lang beloofde biertje namen, en daarna nog een, misten we de nachtnettrein van twee voor twee naar Rotterdam. Althans, dat realiseerden we toen ik Rogier in de lift van het kamergebouw droogjes meedeelde dat we nooit binnen vijf minuten op centraal zouden zijn. En toen kwam onze briljante ingeving.
En dus liepen we terug naar onze werkplekken, trokken een fles wijn open en tikten we vol energie door tot een uur of half zeven. Althans, Rogier. Ergens rond half zes ben ik halverwege een zin in slaap gevallen. ‘Sommige mensen zijn best …’ luidde de onafgemaakte zin op het beeldscherm.
Om half zeven waren we klaar. Althans, we waren op. Rogier ging naar huis, ik verkoos het bed in de rustkamer van de fractie. Vier uur later verscheen ik weer op mijn werk.
Waar we mee bezig waren? Ssst. Daar mag ik nog niets over zeggen. Het moet nog worden goedgekeurd.

Wakker worden, een videootje monteren, een trein missen en toch nog op tijd zijn voor de web-bijeenkomst. Inderdaad, het was geen vrije zaterdag.
De officiële start van de campagne, die in werkelijkheid trouwens pas over een week echt begint, vond vandaag plaats op de Haagse Hoge School. En hij eindigde, met een aantal partij-intimi, in een kroeg met de naam Station Bodega, naast Hotel Fabiola. Een Haags volkscafé met een Waalse dame achter de bar die luisterde naar de naam Daniëlle. Veel maakte dat niet uit, ook als je haar Xaviera noemde, bracht ze de bestelde hoeveelheden bier.
Op de terugweg naar Breda maakte ik nog een stop in Delft om een biertje te drinken, tot grote frustratie van Jaap die toch eigenlijk echt vroeg naar bed wilde. Maar ik wilde van geen wijken weten. Een Turkse pizza en een Hertog Jannetje vormden gezamenlijk ontbijt, lunch en avondmaaltijd van deze dag.
De telefoon rinkelde de volgende morgen constant. Het was een gekkenhuis. Het opinie-artikel in NRC-Handelsblad had mijn status binnen het Nederlandse medialandschap tijdelijk flink verhoogd.
Allereerst belde de GPD. Na aanleiding van de gedeeltelijke publicatie in NRC had de opinieredactie mij gegoogled, en zodoende kwamen ze de volledige versie van het artikel tegen op mijn weblog. Of ze dat zaterdag in de GPD-bladen mochten publiceren. Ja, tuurlijk. Zolang NRC daar geen problemen mee heeft natuurlijk.
Vervolgens: „Hallo met NOVA. Is het goed als we U vanmiddag een paar vragen komen stellen”. „Wacht even”, riep een stem op de achtergrond. „We weten nog niet zeker of we hem wel willen”. Maar NOVA kwam toch en toen collegae Rogier en Jesse dat hoorden, sleepten ze me acuut mee naar de Zara om daar in de drie kwartier die er nog was me even snel een nieuwe outfit aan te meten. Die ik voor de goede orde wel zelf moest betalen natuurlijk.
Tijdens het zoeken naar een geschikt jasje (‘best wel duur, kunnen we ook even naar de H&M?’) belde ook Trouw nog op voor een aantal aanvullende vragen over de Armeense Genocide. En tijdens het zoeken van een aanvaardbare kleurcombinatie (‘jongens, dat overhemd met die jas kan echt niet, ik wil toch dat jasje van Zara’) wilde TV-West nog even weten of ik misschien toevallig Armeniërs kende die met hun kop op de regionale tv wilden.
Enigszins verbaasd vroeg Rogier af wat er nu zo bijzonder was aan het artikel. Hij gaf zelf het antwoord: de media hebben eindelijk een Turk gevonden die de genocide wil erkennen. En iedereen wil er een stukje van.

Vandaag stond een samenvatting van een opinie-artikel van mij in NRC Handelsblad. Het ging over de Armeense Genocide. Hieronder het gehele artikel. Bovenstaande foto is van Armin T. Wegner, en spreekt boekdelen. Voor hen met een sterke maag.
De officiële ontkenning van de Armeense genocide door de regering van Turkije is één van de struikelblokken bij de onderhandelingen over Turkse toetreding tot de EU. Vooraanstaande Turkse migranten in de EU zouden zich moeten inspannen om de discussie in Turkije open te breken.
“Dertigduizend Koerden en een miljoen Armeniërs zijn er in dit land vermoord en niemand durft er iets over te zeggen.” Die zin uit een interview kostte romanschrijver Orhan Pamuk bijna zijn vrijheid. In het land waar de Koerdische strijd om zelfbeschikking al uiterst gevoelig ligt, is de Armeense Genocide volstrekt onbespreekbaar. Slechts na zware druk van de Europese Unie werd de aanklacht tegen Pamuk geseponeerd.
De georganiseerde deportatie, concentratie en afslachting van de in het Ottomaanse Rijk levende Armeniërs wordt door de Turkse regering nog altijd ontkend. Ook het overgrote merendeel van de Turken is ervan overtuigd is dat de genocide een grove overdrijving, zelfs een verzinsel is van de Armeniërs. Het gaat zelfs zover dat veldonderzoekers van een gezamenlijk Turks/Armeens onderzoek naar de wederzijdse beeldvorming stuitte op tegenwerking van overheden en argwaan en vijandelijkheid van geënquêteerden. De gevoeligheid wordt verder geïllustreerd door het ongemeend felle debat op de discussiefora van de Engelstalige versie van Wikipedia, een door internetgebruikers zelf te redigeren encyclopedie. Het lemma over de Armeense genocide is om redenen van vandalisme noodgedwongen bevroren.
Dat tot op de dag van vandaag zoveel moeite wordt gedaan de genocide te ontkennen, is te verklaren aan de hand van het nationalisme dat onder Atatürk werd gepropageerd. Voor het voortbestaan van het steeds verder afbrokkelende Turkije was dit nieuwe nationalisme van groot belang. Dat de Turkse republiek is gebouwd op de lijken van de door de Jong-Turken vermoorde Armeniërs, kwam daarbij niet van pas, ook al vond de genocide plaats in de nadagen van het Ottomaanse rijk, voor de oprichting van de republiek door Atatürk. Eveneens ongemakkelijk was dat een aantal hooggeplaatste functionarissen dat verantwoordelijkheid droeg voor de wandaden, in ruil voor steun aan de opstand van Atatürk, later posten aangeboden kreeg in de regering van de republiek.
Atatürk heeft vanaf het begin nagestreefd Turkije om te vormen tot een moderne, naar westers model ingerichte democratie. Ondanks de vele hervormingen uit die tijd bestaan er tot op de dag van vandaag echter ernstige belemmeringen van de vrijheid van meningsuiting. Meest in het oog springende voorbeeld daarvan is artikel 301 van het onlangs nog vernieuwde strafrecht, dat het ‘omlaaghalen’ van de Turkse identiteit, de republiek of de assemblee strafbaar stelt, zoals onder andere Pamuk heeft ondervonden. Daarmee belemmert het Turkse recht elke discussie over de genocide.
De ontkenning van de genocide op de Armeense minderheid dreigt een heet hangijzer te worden in de toetredingsonderhandelingen tussen Turkije en de EU. VVD, ChristenUnie en SP hebben zelfs geëist het als ontbindende voorwaarde op te nemen in de toetredingseisen. Het is echter de vraag of door een EU opgelegde erkenning in zal leiden tot een klimaat waarin de Turken de genocide ook als historisch feit zullen accepteren en Turks/Armeense betrekkingen kunnen normaliseren. Turkije is meer gebaat bij een open discussie over het onderwerp. Alleen zo kunnen mensen overtuigd worden van de stelselmatige poging de Armeense bevolking in Turkije uit te roeien. Dat betekent in eerste instantie dat wetsartikelen die de vrijheid van meningsuiting verlammen, moeten worden opgeheven. Deze eis uit de toetredingsonderhandelingen is voor de democratisering van Turkije vele malen waardevoller dan een opgelegde erkenning van de Armeense genocide.
Erkenning van de Armeense Genocide door Turkije is van groot belang voor de normalisatie van de Armeens-Turkse betrekkingen. Erkenning van de genocide zou het einde betekenen van een in Armenië lange tijd gevoelde miskenning van de wreedheden waaraan dit volk heeft blootgestaan. Maar ook voor Turkije is het van groot belang dat vrijelijk gediscussieerd kan worden over de zwarte bladzijden van de geschiedenis. Alleen dan kan Turkije zich verder ontwikkelen tot een volwassen democratie. Niet de erkenning van de genocide an sich, maar het maatschappelijke debat dat daar in Turkije aan vooraf gaat, heeft die heilzame werking.
Om de discussie nu al op gang te brengen, is het wenselijk dat Turken in den vreemde zich uitspreken over de Armeense Genocide. Het strafrecht belemmert een vrije discussie in Turkije. Buiten Turkije kan deze wèl gevoerd worden. Vooraanstaande Turken in het buitenland, zoals schrijvers, politici en opiniemakers moeten daarom een voortrekkersrol nemen. Een maatschappelijk debat met en onder de Turkse gemeenschap in Europa kan in Turkije niet onopgemerkt blijven en zal ook daar leiden tot een voorzichtig debat. Erkenning van de verschrikkelijke gebeurtenissen tussen 1914 en 1923 kan dan op termijn dan niet uitblijven. Dat is voor zowel de plaats van de Armeense genocide in de Turkse geschiedenis als voor de vrijheid van meningsuiting in Turkije vele malen waardevoller dan een schoorvoetend gegeven erkenning die door de Turkse publieke opinie zal worden beschouwd als niets meer dan een door de Europese Unie afgedwongen concessie. Het is betreurenswaardig dat de kandidaat-kamerleden Tonca, Elmaci en Saçan hun kans niet hebben gegrepen om daarbij een voortrekkersrol te spelen.
Selçuk Akinci is lid van het algemeen bestuur van GroenLinks en is fractievoorzitter voor deze partij in de gemeenteraad van Breda.

De verkiezing van de roze kandidaat Mattieu Hemelaar op plek negen van de kandidatenlijst van GroenLinks moest uiteraard gevierd worden. Een coupé vol homo’s toog met de trein vanaf Zwolle naar woonplaats zijn woonplaats Amsterdam. Daar werd ik de volgende ochtend op de driezitsbank wakker.
De jongen naast wie ik ook deze ochtend wakker werd, is door DWARS, de GroenLinkse jongerenorganisatie, inmiddels al benoemd tot mijn ‘congresscharrel’. Kennelijk ging de hele zondag op het congres al het gerucht dat ik niet alleen was aangekomen op mijn hotelkamer. Wat op zich ook niet zo vreemd is als half GroenLinks in de lobby nog een biertje aan het drinken is als je binnenkomt.
Voor de rest was het helaas maar een matige maandag. De halve Tweede Kamerfractie had een vrije dag genomen vanwege het tweedaagse congres. Ikzelf was vast van plan er een volledige werkdag van te maken. Dat begon al verkeerd met het te late wakker worden. En voor de rest wreekte zich de combinatie van weinig slaap en veel champagne van de avond ervoor.
En laat er deze avond ook nog bestuursvergadering van GroenLinks in Utrecht geweest te zijn. Terwijl ik dit in de trein schrijf (ja, ik weet het, op het moment dat ik dit post rijden er geen treinen meer, maar dat komt omdat ik pas thuis weer Internet heb), heb ik nog een lange werknacht voor de boeg. Morgen zijn er deadlines, en die wil ik zoals te doen gebruikelijk weer ‘ns een keer halen. Gelukkig wacht er thuis geen afleiding. Mijn congresscharrel woont niet in Breda.