Homo Jazensis – 19 mei 2007

Jeff Arthur en Peter Mingaars. foto gejat van Robert van den Berge

Het is al twee dagen Jazz festival in de stad. Maar ik heb er nog geen noot van kunnen horen. Gelukkig is er altijd nog de zaterdagochtend.

Jaren ben ik vrijwilliger geweest bij het Jazz Festival en met veel plezier. Nog veel vaker ben ik gewoon bezoeker geweest van het festival, met nog meer plezier. En daarvan zijn de Franse avonden en de Duo-special dan weer de jaarlijkse hoogtepunten. Helaas stond er dit jaar geen Franse avond in het programmaboekje. Je regrette, geen musette, zullen we maar zeggen.

Bij de Duo-special worden er vijf duo’s gevormd van festivalmusici die in de meeste gevallen nog nooit met elkaar gespeeld hebben en elkaar vaak ook niet kennen. Dat wordt ze de nacht van te voren aan de bar van het hotel kenbaar gemaakt, dus tijd om ook maar iets af te spreken, is er eigenlijk nooit.

De Duo-special is verassend, breekbaar en leuk. En bovenal een concert waar ik de afgelopen vijftien jaar vrijwel onafgebroken bij ben geweest. En ook al moest ik om één uur ‘s middags weer aan het werk, op zaterdagochtend was er even niets dan Jazz.

Het blijft een rare tijd voor een concert, elf uur ‘s ochtends.

Homo Nocens – za 22 apr. 2007

No Hoodlums

Alle ambities die ik had voor deze zondag waren de kop ingedrukt door alles wat er de vorige dag gebeurd was. Wat restte was een poging tot lichamelijk herstel.

Wat was het geval. Na de regiobijeenkomst besloten enkelen van ons op het terras van de Boulevard nog even de laatste restjes zonlicht mee te pakken. Toen die al vrij snel achter de gevels van de tegenover ons staande bebouwing verdween en de wind begon op te steken, verplaatste we ons naar binnen. En toen de laatste politieke vrienden de Boulevard hadden verlaten, deden de punk-vrienden hun intrede.

En zo werd ik onverwacht deelgenoot van een punkavond ter ere de tienjarige Oosterhoutse punkband No Hoodlums die die avond in de bovenzaal hun afscheidsoptreden gaf. En stond ik aan het eind van de avond ineens weer even in de pit. En nadat de band hun laatste voorraad cd’s en lp’s het publiek in gooide, wist ik ook een exemplaar van hun plaat ‘tired of what they say’ te bemachtigen.

Uitgeteld en murw gebeukt verliet ik De Boulevard. Er zat dus zondag niet veel anders op dan zonnend op het dakterras te recupereren. Met op de achtergrond de punky klanken van de nieuwste aanwinst voor mijn muziekcollectie.

Afzien – 29 juni t/m 3 juli 2006

Eerste weekeinde van juli. Dat kan slechts één ding betekenen. Het wordt weer tijd om de hygiënische standaard trapsgewijs te verlagen en vioer dagen af te zien. Oordoppen in en rijden maar.

Te laat voor Matisyahu, te veel muziekliefhebber voor de Deftones, te vergeetachtig voor Kaizers Orchestra, enigszins verbaasd door Death Cab for Cutie, nonchalant kennis genomen van de val van het kabinet tijdens Tool, teleurgesteld door Manu Chau, verveeld door de Red Hot Chili Peppers, frietje gegeten tijdens The Streets en de tas met fotocamera en de hoed van Jaap kwijtgeraakt tijdens de Black Eyed Peas.

Geërgerd aan Skin, aangenaam verpoosd bij A Brand, aangenaam wakker geworden bij The Kooks, aangenaam meegeklapt bij Clap Your Hands Say Yeah, waanzinnig snel naar de festivalmarkt weggevlucht voor Kayne West en aansluitend ver weg gebleven van Sean Paul, Elbow amper meegekregen, intens genoten van Mogwai, kennis genomen van Anouk, toen toch maar gekozen voor Soulwax, gekotst tijdens Muse en weer enigszins bijgekomen tijdens My Generation van The Who.

Bijna omgetoverd in een naïeve hippie door Xavier Rudd, gered door Donavon Frankenteiler, blij geworden van de Arctic Monkeys, maar daardoor amper iets gezien van Absynthe Minded, bewegingsloos uit mijn dak gegaan (te warm) bij de Raconteurs, gesmolten bij Franz Ferdinand, bij een groep zestienjarige homo’s uit België gestaan tijdens Placebo en pas vanaf de tweede helft positief gaan denken over wat alles bij elkaar dan toch best wel weer een aardig concert van dEUS was.

Respect opgebracht voor Danko Jones, gediscussiëerd over de artistieke interpretatie van eels, op afstand genoten van Starsailor (verkeerde weide), enigszins gegrepen door het enthousiasme van Leela James (maar het blijft helaas funk), heel veel herkend bij Robert Plant, weggevlucht voor de reli-shit van Ben Harper maar daardoor dan weer wel terecht gekomen bij Hard-Fi, even mijn oor te luister gelegd bij Hooverphonic, uiteindelijk gekozen voor de Scissor Sisters (geboren homo, niets meer aan doen), en zeer, maar dan ook zeer positief verbaasd over Depeche Mode.

Toen we vervolgens maandag uit onze tent zweetten, en we stonken naar iemand die zich acht dagen niet gewassen had (we waren nog met z’n tweeën over en hadden ons beiden vier dagen niet gewassen) reden we, een beetje iebelig en met de nagalm van de festivalweide, richting Breda. De klapband op de snelweg (vrachtwagen naast en vrachtwagen achter me, thank you) maakte zelfs van de reis terug nog een avontuur. Rock Werchter was weer eens fantastisch

Norh by North-Sea – 8 t/m 10 juli 2005

Hoewel ik tien minuten voordat ik moest inchecken bij het Sofitel de stad inreed, was ik twee uur later nog steeds niet op de bestemming. Sterker nog, het hotel zag ik pas 17 uur later voor het eerst. Den Haag is een rotstad, qua verkeer dan. En de Engelstalige routebeschrijving van het Hotel had geen rekening gehouden met recente verkeerswijzigingen. Eigenlijk zou ik een navigatiesysteem moeten aanschaffen. Ik heb namelijk drie uur met oplopende bloeddruk door de Den Haag gereden. Op vrijdagmiddag, ook nog eens een keer.

Van het North Sea Jazz Festival wordt door de NPS altijd breeduit verslag gedaan. Door radio, televisie en Internet. En er worden opnamen gemaakt om later nog eens uit te zenden. Voldoende werk dus, zodat ik dit jaar ook mee mocht.

Hoewel ik niets gezien heb van de optredens heb ik er wel heel veel gehoord. En in betere geluidskwaliteit dan veel mensen in de zalen van het Nederlands Congresgebouw. Ik zat immers voornamelijk in de geluidswagen om mee te schrijven met de door ons opgenomen concerten. Mee schrijven wil zeggen: de tijdcode van het begin en einde van elk nieuw nummer noteren en daarbij de juiste gegevens opzoeken, zoals titel, componist en tekstschrijver. Dat is makkelijk werk, als het lukt om vooraf een setlist te krijgen, maar aanzienlijk moeilijker als er geen setlist is en de band binnen drie minuten na het optreden al in de taxi is gestapt, zoals bij Al Green het geval was.

Het leuke is dat je bij het zoeken naar een setlist vaak even met de muzikanten kunt praten. En dat je backstage ook nog redelijk wat andere bekenden ziet. Maar het leukste, volgens de insiders, zijn de after-party’s in het Bel-Air hotel. En hoewel die niet toegankelijk zijn voor mensen die daar niet overnachten, zoals het grootste gedeelte van de NPS-crew, is het met behulp van een tv-collega steeds weer gelukt om binnen te geraken.

Dat die after-party inderdaad wel heel leuk moet zijn, bleek uit de tientallen mensen voor het hotel stonden en tevergeefs probeerden binnen te komen. Het bleek ook al snel uit de prijzen die er voor een drankje gerekend werden: 2,50 voor een klein glaasje bier. Maar eerlijk is eerlijk, ik heb me na afloop van het festival goed vermaakt.

Rond een uur of half zeven ’s ochtends pas verlieten collega’s Bas, Jaron en ik het Bel Air en reden we naar ons eigen hotel, waar we na een glas vodka besloten eerst te gaan ontbijten en dan pas te gaan slapen. De volgende werkdag begon pas om drie uur ’s middags weer, dus er was nog tijd genoeg om de roes uit te slapen. En, mocht dat, zoals de volgende middag bleek, net niet voldoende te zijn, was er altijd nog het bad.

Dit tafereel herhaalde zich nog eens op zaterdag, maar dan zonder de Vodka en het ontbijt, en ook op zondag, alhoewel ik er toen voor koos de drukte van het Bel Air te vermijden en met enkele collegae aan de bar van het Sofitel te zitten. Als ik de verhalen mag geloven, was het maandag erg rustig op de muziekafdeling van de NPS. Ik heb het zelf niet kunnen constateren, want ik had ook maar een vrije dag genomen. Althans, dat was de bedoeling. Om drie uur ’s middags had onze fractie een spoedberaad.

Werchter – 30 juni t/m 4 juli 2005

Er is een hoop verandert sinds de keer dat we voor het eerst naar een festival gingen. Een weekeinde Dynamo Open Air, met 25 gulden in de portemonnee voor bier en, zo bleek achteraf, ook eten, omdat Joris het tussenstuk voor de gaspit vergeten was mee te nemen. Inmiddels zijn we luxe-paarden geworden en laden we de auto vol met stoelen, platenspelers, een mobiele platenspeler, scheerspiegel en meer dan voldoende drank.

De reis naar het Belgische Werchter was er één die recht uit een modern jongensboek had kunnen komen. Om de structurele file bij Antwerpen en de vijf euro kostende Liefkenshoektunnel te vermijden reden we over provinciale weggetjes, waar we, iets voor Aarschot, werden geconfronteerd met een grootschalige politiecontrole. En hoewel ik zelf al een tijdje gestopt ben met blowen, hadden mijn reisgenoten wel enige softdrugs bij zich. Dat we bij die controle flink de lul zouden zijn, was al snel duidelijk.

Nu is het ook mijn eigen schuld. Doorgaans ben ik vrij strikt: in mijn auto geen drugs. De reden is nogal simpel, ik wil geen gezeik als ik tijdens een vakantie naar het buitenland reis. Deze keer had ik er echter helemaal niet bij nagedacht dat mijn bijrijder een mooi blikje met enkele grammen wiet bij zich had. En dat werd dus meteen geconfisqueerd door de autoriteiten. Als chauffeur werd ik ook nog onderworpen aan een alcoholcontrole, die ik overigens met vlag en wimpel passeerde.

Mijn vrienden in de andere wagen hadden het moeilijker. Niet wat betreft de alcoholcontrole, wel wat betreft de drugs. Z had namelijk genoeg hasj bij zich om een klein Europees land mee plat te leggen en dat hij daar niet zo makkelijk mee weg zou komen als mijn passagier was van meet af aan volstrekt helder. En toen hij zag dat mijn auto ook nog eens met een drugshond werd onderzocht, wist hij zeker dat hij de gebeten hond zou zijn.

Een plotselinge maar zeer heftige regenbui bracht redding. De agenten, die nog maar net van de vorige plensbui waren opgedroogd, hadden geen zin in nog een nat pak en daarnaast schijnt zo’n hond ook niet zoveel te ruiken als alles nat is. Z bleef een controle, confiscatie van de hasj, bijbehorende boete en eventueel ook nog een paar uur cel dus bespaard. En een inderhaast door mij uit mijn eigen auto gehaalde paraplu, die behalve aan mij ook aan de rijkswacht onderdak bood, maakte hen helemaal soepel. Bijrijder Bart was weliswaar al zijn wiet kwijt, hij kreeg een eerder ingenomen halve joint terug. En moet je nagaan: Werchter was nog niet eens begonnen.

Na een frieteke bij Odette (die aan de muur onder andere een poster had voor een ‘blotte tette foaf’; je maakt wat mee in Vlaanderen) hadden we de zenuwen overwonnen. Eenmaal in Werchter aangekomen was het weer zelfs een beetje opgeklaard en kon ik mijn tent, waarvan ik die ochtend nog een scheur in de buitentent gerepareerd had die ik nog te danken had aan Pukkelpop (zie weblog 18 t/m 22 augustus 2004), zelfs in de zon gaan opzetten. En dankzij die fijne ultraviolette stralen was er zelfs de mogelijkheid om ‘m meteen te impregneren, want dat is bij een acht jaar oude tent die al heel wat regenbuien en ondergelopen weilanden heeft doorstaan, geen overbodige luxe.

De regen heeft ons overigens niet lang in de steek gelaten. ’s Avonds, iets na het optreden van Kraftwerk, kwam de regen werkelijk met bakken tegelijk uit de hemel. Zonder enig overdrijven kan ik zeggen dat een sprong in een zwembad ongeveer dezelfde gevolgen zou hebben als ongeveer een minuut in de buitenlucht tijdens die plensbui. Koud, nat en met pijnlijke voeten keerde ik terug naar de tent.

Die pijnlijke voeten, overigens, hebben me nog het hele weekeinde bezig gehouden en me enigszins beperkt in mijn festivalvreugde. Al sinds enkele weken heb ik last van een slecht recupererend gestel. Kleine wondjes die nog dateerden van Breda Barst wilden maar langzaam genezen en mijn voeten waren veranderd in pijnlijke open wonden ter grootte van een oude rijksdaalder. Dat loopt best lastig, kan ik je zeggen. Het zal wel de drukte van de laatste weken zijn, hield ik mezelf voor. Uitgeputte energievoorraden en een lijf dat toe is aan vacantie. Oftewel: een popfestival is goed voor je gezondheid. Tuurlijk!

Het vriendengroepje waar ik mee naar Werchter toog had slechts een kaartje voor de eerste dag. Ik voor het hele weekeinde, maar gelukkig lopen er op een festival als Werchter altijd genoeg andere bekenden rond met wie je op kan trekken. Daarnaast bleven mijn vrienden nog tot zondagochtend op de camping en dat is ook erg gezellig. En zodoende kreeg ik op zondag alle resterende eet- en drinkbonnen van de rest van de groep, om lekker helemaal zelf op te maken. Met als consequentie dat ik tijdens het allerlaatste optreden van R.E.M. nog dertien bonnen overhad, terwijl ik samen met vriend Guido toch al behoorlijk up-tempo gezopen had op deze warmste Werchter-dag van 2005. Maar het was inmiddels een erezaak geworden: de bonnen moesten op. En dus hebben we in het laatste anderhalf uur toch nog zes-en-een-beetje biertjes de man weten weg te werken.

Met het gevoel dat mijn voeten inmiddels stompjes waren geworden strompelde ik voetje voor voetje terug naar de tent. Via het thuisfront had ik al geregeld dat er een afspraak met de huisarts gemaakt zou worden voor de volgende middag. Daar kwam ik slechts nipt op tijd aan, omdat het verkeer rond Werchter op zo’n maandag altijd muurvast zit met vertrekkende festivalgangers. Overigens waren Guido (mijn bijrijder voor de terugweg) en ik halverwege het pad van de kampeerplaats tot de auto opnieuw getracteerd op een fikse regenbui met wederom doorweekte t-shirts tot gevolg.

De huisarts kon kort zijn over de diagnose. De nare wonden onder mijn voeten bleken het gevolg van een nare, hardnekkige en ooit verwaarloosde voetschimmel. Het schijnt een kwaal te zijn waar een derde van de Nederlanders last van heeft. Ik dacht altijd dat die blaasjes onder mijn voeten slechts gevolg waren van mijn zweetvoeten. Met veel te dure medicijnen hoopte de huisarts, die me overigens al jaren niet had gezien, de kwaal te verhelpen. We zullen zien.

Just another day at the office – ma 18 apr. 2005

De werkdag begon ’s ochtends met de opname van een uitzending van Spotlight met als gast beeldend kunstenaar Raphaël Hermans. ’s Middags reed ik richting Amsterdam voor een interview met niemand minder dan Rufus Wainwright.. Wie zijn muziek niet kent, moet nu direct naar de platenzaak rennen om iets van ‘m te gaan beluisteren. Zulke aangrijpende en intelligente muziek kom je niet zo vaak tegen.

Hoewel ik een kwartier te laat bij het Americain Hotel aankwam (de stadhouderskade lag helemaal open en eerder had ik ook al een keer de verkeerde afslag genomen), kon ik nog in het schema ingepast worden (met dank aan platenmaatschappij Universal). Ik had twintig minuten voor het radio-interview en zonder arrogant te willen klinken ben ik zelf enorm tevreden met het resultaat. Daar kan straks een mooie uitzending van gemaakt worden.

Als klap op de vuurpijl had de platenmaatschappij ook nog een plaats op de gastenlijst van het concert in Paradiso geregeld. Sowiewo al een prachtige locatie natuurlijk, maar daarnaast ook een uitstekende plek om de muziek van Rufus Wainwright tot zijn recht te laten komen. Niet geheel toevallig dus dat hij uiteindelijk een set van ongeveer twee-en-een-half uur heeft gegeven, inclusief drie toegiften en een vrijwel surrealistisch gay-extravaganza waarbij de gehele band bij het nummer old whore’s diet uit de kleren ging. Het was de aanzet voor een enkele nummers lang durende verkleedpartij die van de voormalige kerk tijdelijk het Sodom en Gomorra van Amsterdam maakte. Het past wel bij Wainwright, die de kerk een mooi maar ideologisch volstrekt verwerpelijk instituut vindt en die, zo bleek uit de verschillende aankondigingen, maar niet snapt waarom de overleden paus ineens zoveel goede daden toegeschreven kreeg. Alsof die oude man inderdaad in zijn eentje het communisme verslagen heeft. Alsof dat systeem niet vooral door zijn eigen onvolkomenheden ineen is gestort. En alsof de aids-epidemie in Afrika niet voor een groot deel te verwijten is aan de moralistische praatjes over de waardigheid van het leven, waar geen condoom bij past. Het Amsterdamse publiek slikte zijn anti-paapse opmerkingen als zoete koek.

He looks like Elvis – ma 24 januari 2005

Na mijn werk reed ik vanuit Hilversum naar Delft, om vanuit daar samen met Jaap per trein weer terug te reizen naar Utrecht. Elvis Costello stond op de planken in Vredenburg en dat wilde ik niet missen.

Het bleek een geweldig optreden. Want hoewel door een verkoudheid geveld, en door schorheid amper verstaanbaar tijdens de aankondigingen, wist hij de liedjes nog heel aardig te zingen. Weliswaar smokkelde hij hier en daar een nootje, maar wie maalt daarom.

Na een lied of zes was de keuze dan ook aan het publiek: stoppen en een andere keer terugkomen, of doorgaan en zien waar het schip strandt. Het publiek koos in overgrote meerderheid voor het laatste.

Een, zo bleek achteraf, goede keuze. Costello compenseerde zijn schorheid met een spetterende performance vol energie. En hij wist ook niet van ophouden. Inclusief de twee toegiften duurde de voorstelling ruim twee uur. En in tegenstelling tot de verwachtingen zaten daar nog heel wat klassieke Costello-hits tussen. Zodat ik helemaal tevreden terug naar het station liep met de klanken van Oliver’s Army nog nagalmend in mijn hersenpan.

Bier en Rock ‘n’ Roll – zo 10 okt. 2004

De taken van de organisatie van Breda Barst zijn enigszins herverdeeld. Mijn facilitaire zaken neemt Tom voortaan waar. De portefeuille ‘publiciteit’ is naar mij toe verschoven. Ik had met Henry afgesproken om het draaiboek publiciteit met hem door te nemen.

De Bredase band Greendive presenteerde die middag ook hun debuutcd in de plaatselijke poptempel MeZZ. Samen met Jeroen, nog een lid van de Breda Barst-familie, togen wij die kant op.

Zondagmiddagconcerten hebben één groot nadeel: eenmaal de smaak van het bier geproefd te hebben, loop je een groot risico de rest van de dag door te willen blijven drinken. En zo geschiedde dus ook. Tot een uur of één in de MeZZ, daarna naar de Boulevard, een late-night dinner bij de Ayasofia met Guido en dus vreselijk laat naar bed. Het grote voordeel was dat ik de volgende ochtend niet om half negen in Hilversum hoefde te zijn voor de eerste dag van mijn stage. Dat vanwege een spontane keelontsteking van mijn begeleider.

Pukkelpop – 18 t/m 22 aug. 2004

Al anderhalve maand geleden had ik met Tom afgesproken naar Pukkelpop te gaan. Pukkelpop is Lowlands, maar dan in België en dus leuker. De acts zijn zo ongeveer gelijk, maar het is in Hasselt altijd wat minder druk. Het publiek is over het algemeen wat jonger en dus nog zwaar puberende en over het algemeen zwaar beschonken. Ontluikende adolescentie in festivalmodus, hence the name ‘Pukkelpop’.

Eigenlijk zag ik een beetje op tegen het festival. Ik was pas net terug van vacantie en had ook het Cropredyfestival (zie weblog do 12 aug. 2004, vr 13 aug. 2004, za 14 aug. 2004 en zo 15 aug. 2004 nog vers in mijn hoofd.

Hoewel Pukkelpop pas op donderdag begint, wilde Tom graag al op woensdag op de camping staan. Dat hadden we achteraf beter niet kunnen doen, want we hebben onze tent in de regen op moeten zetten. En aangezien de camping op Pukkelpop aanmerkelijk chaotischer van opzet is dan die op Cropredy, stonden alle tenten hutje-mutje tegen elkaar aan.

Het waren vooral de muzikalere acts, waar ik het meest van genoten heb. Die Anarchistische Abendunterhaltung (DAAU, een soort ontheemde zigeunerpop) had samen met Ez3kiel een pracht van een set en ook Kaizers Orchestra (Scandinavische Tom Waits-rockband) was overweldigend. Ook Joanna Newsom (Melanie op harp met vleugjes Björk) was een onverwacht muzikaal hoogtepunt.

Op Pukkelpop kwam ik zaterdagochtend toevallig ook Timmer weer tegen, de onvolprezen, Sangria-drinkende roadie-annex-chauffeur van Osdorp Posse, die op Werchter, toen samen met Def P. onze buurman was. ’s Avonds ontmoetten we hem opnieuw, dit maal in kennelijke staat (dat krijg je van Sangria: het drinkt als Roos-Vicee, er zit echter wel 7,5% alcohol in). Eerder hadden we zelf een groep Belgen ontmoet waar we een tijdje mee opgetrokken zijn en waarvan er nu één zo dronken en misselijk was dat hij in zijn eentje nooit meer naar zijn tent zou kunnen lopen. Zijn vrienden sliepen niet op de camping, dus het was aan ons om hem naar zijn tent te begeleiden. Timmer was geïnteresseerd in de zus van één van de jongens (is de drank in de man…).

De diverse kleine regenbuien heeft mijn tent met verve overleefd. Tegen vallende Belgen was de katoenen woning minder goed bestand. Toen we na de laatste avond terugkwamen bij onze tent, bleek een tentstok gebroken en het buitendoek gescheurd. Gelukkig heeft het die nacht verder niet geregend, al zijn de schoenen van Tom die avond nog wel gejat.

Cropredy (3) – za 14 aug. 2004

Het geld was op en Cropredy heeft dan weliswaar wel een Village shop, een pinautomaat die Europese pinpassen accepteert moet nog geïntroduceerd worden. En extra geld opnemen met de Visa lukte ook niet, dus moesten we even op en neer naar Banbury om te pinnen.

Tot mijn grote spijt hebben we daardoor een deel van het openingsoptreden van Richard Digance moeten missen. Deze zanger/gitarist/liedjesschrijver staat al drie jaar achtereen geprogrammeerd in wat ze gekscherend het godslot zijn gaan noemen: van 12.00 tot 13.00 uur. Richard eindigde zijn set met een liedje, opgedragen aan een recentelijk overleden vriend: John Jones. Jonah was jarenlang presentator op Cropredy en verdiende zijn geld daarnaast met diverse andere beroepen, waaronder stage-management en artiestenbegeleiding. Niet dat hij opvallende uitzonderlijke kwaliteiten had op die gebieden, maar, zoals Ralph McTell antwoordde op de vraag waarom hij werd begeleid door iemand die noch kon sjouwen, noch muziek kon maken: “he just makes me laugh”. Jonah werd tijdens deze editie van Cropredy veelvuldig geëerd en herdacht. Het is opnieuw een kenmerk van de hechtheid binnen de folkwereld van Engeland.

Het afsluitende optreden van Fairport Convention (drie-en-een-half uur) was geweldig. Hoewel dit de zevende keer was dat ik ze zag en het overgrote deel van hun platen (in ieder geval alles behalve een aantal collectables) inmiddels grijs gedraaid heb, blijft een Fairport-optreden iets aparts. Misschien wil ik ook wel niet al te kritisch luisteren (tuurlijk, op een gegeven moment ga je wel bepaalde trucjes ontdekken die sommige prestaties net iets minder indrukwekkender maken dan aanvankelijk), want het blijft ten slotte Fairport.

Nadat met Meet on the Ledge de laatste noten van het festival gespeeld waren, liepen we nog even rond op het festivalterrein en kwam ik nog wat vrienden van vorig jaar tegen. Terug in de tent genoten we van een laatste biertje (en volgens mij ook nog een Whisky) in het gezelschap van een wat aparte festivalganger die zich tijdelijk bij ons voegde. Dat was ook ongeveer het moment waarop ik er achter kwam dat ik die ochtend de koelkast van de auto niet goed had uitgezet. De accu was leeg en (ongelofelijk maar waar), de volgende ochtend zou ik voor het derde achtereenvolgende jaar iemand om hulp moeten vragen. Het zal er wel bij horen.