Homo Angustus – do 11 sept. 2008

Stashuis

„Tring, tring.” Mirjam Haagh, de fractievoorzitter van de PvdA in Breda, belde me op. Ik nam de telefoon op, wetende dat het vast over de fractievergadering van die avond zou gaan.

Ze legde me een probleem voor. Oppositiefractie VVD had een interpellatiedebat aangevraagd. Interpellatiedebat is een duur woord voor het ondervragen van de wethouder. Het onderwerp waar ze de wethouder over wilde ondervragen was de gemeentelijke overname van de failliete voetbalclub Barça om daar een breedtesportvoorziening te creëren voor de buurt. Dat met die overname en passant ook dezelfde voetbalclub Barça gered zou zijn, zinde de VVD voor geen meter. Ging het nu om de breedtesportvoorziening, of om de voetbalclub Barça? Toegegeven, op zih heeft de VVD daar wel een punt. Natuurlijk gaat het ook om het voortbestaan van, om het maar oneerbiedig te zeggen, allochtonenclub Barça. GroenLinks is daar geen tegenstander van, de VVD ziet dat niet zo zitten.

De discussie over dat onderwerp was de vorige week al in de commissie gevoerd. Maar de VVD vond het desondanks een extra raadsdebat waard. En dus vroegen ze dit interpellatiedebat aan. Mirjam Haagh van de PvdA vond het een herhaling van zetten. Daarom wilde ze met een meerderheid van de raad het interpellatieverzoek blokkeren.

Ik kon een heel eind met haar meegaan. Ook mij leek het debat weinig toevoegen aan het debat dat we een week eerder al in de commissie gevoerd hadden. Er waren voor mij echter drie redenen om het voorstel niet te willen blokkeren.

Allereerst, het aanvragen van een debat is een democratisch recht dat andere partijen slechts met heel zware overwegingen dienen te blokkeren. Ik zie geen enkele zware reden, vooral aangezien bij andere dossiers de raad ook niet vies is van het herhalen van zetten. Sterker nog, de politiek is vaak één en al herhaling.

Ten tweede, waar ben je bang voor. Al moet je voor de zestiende keer een debat aan, zolang je goede argumenten hebt, maakt het niet uit hoe vaak je een debat aan moet. Alleen zij met slechte argumenten durven een debat niet aan. Zij die overtuigd zijn van hun eigen argumenten, zullen nooit een debat blokkeren.

Ten derde, wie zijn wij om te beoordelen of een debat moet plaatsvinden of niet. Het zou wel mooi zijn als elk debatverzoek van d oppositie door de coalitie geblokkeerd moet worden. Sterker nog, laten we als coalitie maar meteen besluiten de oppositie meteen alle spreektijd te ontnemen. Dan hebbemn we ze permanent de mond gesnoerd en hoeven we nooit meer ergens last van te hebben.

Democratie bestaat bij de gratie van het organiseren en of accepteren van je eigen tegenstand. Een oppositie, of ze nu de plank wel of niet misslaan, is een essentiëel onderdeel van het proces. Toen ik met mijn fractie als enige van vier coalitiepartijen niet tegen het houden van het interpellatiedebat stemde, vroeg ik me onwillekeurig af of ik wel een plaats had in een club die voor de rest kennelijk toch heel even uit ongekende regenten bestond. Op dat moment lieten PvdA, CDA en Breda’97 zich in mijn ogen ontzettend kennen.

Homo Principalis – do 4 sept. 2008

Uitgangspuntenprogramma 1992

De afdelingsvergadering van GroenLinks had twee punten op de agenda staan: een interessante discussie over de Heilig Hartkerk en een aantal amendementen van leden op het concept-beginselprogramma van GroenLinks. Het bespreken van amendementen leidt bij ledenvergaderingen vaak tot welhaast eindeloos debat.

Laat ik onderhand maar zeggen wat ik daarvan vind. Ik vind het een werkbaar beginselprogramma, ik ben het er niet mee oneens, ik kan me er in herkennen maar, en dat is de bottom line, ik vind het geen verbetering op het uitgangspuntenprogramma dat er nu ligt. Het spijt me voor het vele werk van het beginselpanel dat er behoorlijk lang mee bezig is geweest, maar ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat men te veel heeft willen stoppen in dit nieuwe programma. En dat wil nog wel eens ten koste gaan van het aanvankelijke doel en dus ook het resultaat. Een hele trits amendementen, hoe zorgvuldig sommigen daarvan ook geformuleerd zullen worden, zullen de definitieve tekst niet meer coherent en het uiteindelijke resultaat niet fundamenteel beter kunnen maken dan het uitgangspuntenprogramma dat we al hebben.

Toen David Rietveld jaren geleden ooit de motie indiende met de strekking dat het oude uitgangspuntenprogramma van GroenLinks eens tegen het licht gehouden moest worden, was ik het al niet met hem eens. Niet dat je oude uitgangspunten niet af en toe kritisch mag bekijken, maar als zo’n proces eenmaal tot gang is gezet, kan de uitkomst niet anders zijn dan dat er een nieuw programma komt. En dat vond ik niet nodig.

Toegegeven, de begeleidende teksten van het uitgangspunten zijn wat gedateerd. Veel wordt gerelateerd aan de val van de muur en het nieuwe tijdperk dat daarmee was aangebroken. Veel van de hoop die het stuk uitstraalt, de permanente vrede zou binnen handbereik zijn, is inmiddels ijdel gebleken. Desondanks hebben de 23 + 1 uitgangspunten zelf nauwelijks aan waarde ingeboeT. Een nieuw beginselprogramma impliceert dat de oude uitgangspunten niet meer gelden. Ik bestrijdt dat.

Op het congres zal ik niet voor het nieuwe beginselprogramma stemmen. Niet omdat ik het nieuwe programma niet kan accepteren. De stem moet opgevat worden als een stem vóór het oude uitgangspuntenprogramma. Ik hoop dat meer mensen dat lef kunnen opbrengen.

Homo Praeiudicans – wo 3 sept. 2008

zwart schaap

Luis, een jongeman waarvan ik vermoed dat hij uit Kameroen komt, vertelde zijn verhaal over discriminatie op de arbeidsmarkt. Zijn vrouw was verloskundige, heeft al haar diploma’s laten omzetten, en komt toch niet verder dan schoonmaakster. Terwijl dit land volgens mij zit te springen om verloskundigen.

In het kader van de totstandkoming van het nieuwe integratiebeleid was een serie stadsgesprekken georganiseerd. In groepjes van acht mensen werd een aantal thema’s diepgaand besproken, in twee sessies van een uur. Van waardering van het probleem, via positieve voorbeelden, naar mogelijke oplossingen en concrete acties.

Het aardige was dat die aanpak wel werkt. In ons groepje zat ook een ambtenaar van Sociale Zaken die op een gegeven moment aanbood om eens actief op zoek te gaan naar vacatures voor de doelgroep van Luis. Behalve zijn vrouw heeft hij nog 200 andere mensen in zijn kaartenbak zitten die ook niet aan een baan komen. Misschien geen structurele oplossing voor de discriminatie op de arbeidsmarkt, maar wel een concreet arbeidsperspectief voor de mensen die het betreft.

Hoe komt het nu dat er anno 2008 nog steeds zoveel verborgen discriminatie is. Volgens mij omdat we het niet in de gaten hebben. Ondernemer Ben, die ook aan het gesprek deelnam, verwoordde het pregnant. Mensen zoeken al snel collegae die op hen lijken. Dus als de sollicitatiecommissie uit blanke mannen van middelbare leeftijd bestaat, wordt al snel gekozen voor een andere blanke man van middelbare leeftijd. Als die niet voorradig is, komen de vrouwen in beeld en pas later de Nederlanders van niet-westerse komaf en helemaal op het eind de nieuwe immigranten. En voor de groep mensen die het betreft: niets is zo fnuikend als denken dat je er niet bij hoort.

Maar weinigen zullen zich bewust zijn dat het vaak zo werkt. En zolang bedrijven de meerwaarde van een divers samengestelde organisatie niet zien, zal dat ook maar langzaam veranderen. Daar kun je boos en verdrietig om worden, maar daarmee is het probleem niet uit de wereld. De vraag die voor mij onbeantwoord bleef: hoe kun je bij de werkgevers, de managers die nieuw personeel aannemen, de knop in hun hoofd omzetten. Hoe forceer je de klik waardoor men ineens inziet dat het anders kan, diverser moet. Dat lukt niet met rationele argumenten en kilo’s voorlichting. Het is een gevoelsding. Als iemand daar eens een zinnig antwoord op zou kunnen geven.

Homo Laetus – zo 31 aug. 2008

liedjes

Hoe krijg je de de voorzitters van de JOVD, JS en JD aan het spijkerpoepen? Door ze uit te nodigen op een DWARS-congres.

Maar behalve dit wat gênante moment, waar ondanks heftig verzet ook ik aan moest geloven („wie te oud is om te spijkerpoepen is te oud voor DWARS”, was uiteindelijk het winnende argument) konden ze de fles wijn dan wel weer waarderen. Ze waren uitgenodigd voor een debat over, met name, dierenrechten. Waarbij iedereen het idee om gedetineerden in te zetten voor experimenten in plaats van proefdieren geloof ik toch wel afwees, ook als het op basis van vrijwilligheid is. Gelukkig.

Overigens zijn er twee mensen gestoken door de hardnekkige wespen die gedurende het weekeinde het DWARS-kamp bezochten. Daarvan heeft het er minstens één, de wesp die mij in mijn nek stak, overleefd. Waarvoor het overigens wel nodig was om het beestje eerst een minuut te laten bungelen en vervolgens er voorzichtig af te laten tikken.

Het eindigde onder een blauwe hemel in de warme zomerzon, deze laatste dag van augustus. Bart pakte nog eenmaal de gitaar. Uit volle borst en geheel tweestemmig volgde Breakfast at Tiffany’s.

Homo Carnarius – za 30 aug. 2008

basisdemocratisch strategie-overleg aanpak estafette

Meat the Truth, zo heette Marianne Thiemen’s eigen Al Gore-momentje. Een vijf kwartier durende film over de bio-industrie en de gevolgen daarvan.

Nu ben ik anderhalf jaar geleden vagetariër geworden om ongeveer precies de redenen waarom Marianne Thiemen die film niet gemaakt heeft. Persoonlijk ben ik er namelijk van overtuigd dat dieren opgegeten behoren te worden. Simpel gevalletje voedselketen.

Ik ben er ook niet degene naar om menselijke gevoelens te projecteren op dieren. Basale emoties, zoals blijheid of verdriet zal een dier ook nog wel kennen, alhoewel verdriet misschien al weer meer diepgang impliceert dan de meesten kunnen hebben. Ik ben dus ook pro-biologisch, anti-bio-industrie of, zoals ik dat ooit omschreef, simpelweg tegen uitbuiting en uitputting. Ik ben vagetariër geworden omdat ik het 1) niet meer te verdedigen vond dat voor één kilo vlees zo’n zeven kilo groenten uit andere, armere landen geïmporteerd wordt (voor biologisch vlees nog meer!) en dus het voedsel in de wereld oneerlijk verdeeld is; 2) er nog steeds op grote schaal ontbost wordt voor de verbouw van diervoeder en 3) omdat de vleesindustrie voor zo’n 18% verantwoordelijk is voor de uitstoot van broeikasgassen, met name methaan en CO2.

Het DWARS-kamp had nu eenmaal als thema de dierenrechten meegekregen, dus ik moest de 76-minuten durende klaagzang van Thiemen wel aanhoren. Maar los van her en der wat feitelijke onjuistheden is het bovcenstaande grosso modo wel haar boodschap. De vraag is waarom ze zo ontzettend lang nodig heeft om dit simpele punt te maken: éét een paar dagen per week ‘ns geen vlees.

Gelukkig was er later weer gewoon een estafette en een kampvuur met moordspel.

Homo Caedens – vr 29 aug. 2008

moordspel rond het kampvuur

„Goh. Kom je hier slapen”, vroegen de collegae toen ik nog even binnenliep bij Stichting Natuur en Milieu. En trouwens ook bij GroenLinks, toen ik daar arriveerde. Met een volgepakte rugzak stapte ik beide werkplekken binnen.

Het jaarlijkse – althans, jaarlijks, dit jaar voor de tweede keer – DWARS-kamp zou vanavond beginnen. Een kampeerboerderij in Amerongen was dit maal de locatie die ons de komende dagen een onderkomen zou gaan bieden. Vakantieoord de Bosrand, heette het. Wat verklaard werd door de ligging van de Boerderij aan, inderdaad, de rand van het bos.

Dat we geblinddoekt en aan een touw het bos in werden geleid voor een dropping en vervolgens eerder terug waren op onze kamplocatie dan de droppers zelf, was natuurlijk een glorieuze overwinning voor de democratie. Bij DWARS wordt immers geen stap gezet of geen richting gekozen voordat er eerst uitgebreid over gediscussiëerd wordt en alle voor en tegens zorgvuldig tegen elkaar afgewogen zijn. Basisdemocratie is niet alleen een ideaal, het is een levenswijze.

Om vervolgens rond een kampvuur (lees: vuurkorf) het vorig jaar door Niels geïntroduceerde en inmiddels traditionele moordspel maar weer eens van stal te halen. Geen echte moord overigens hoor, dus De Tegegier kan met een gerust hart gaan slapen.

Homo Denegans – wo 27 aug. 2008

Nee. Natuurlijk was het niet Zjakelien Kramer die de advertentie in Bluf! Had ondertekend. En al helemaal niet als voorzitter van Milieudefensie. Erg geloofwaardig klinkt het allemaal niet.

Wat mij het meeste stoort aan dit nieuwe hoofdstuk van de affaire Duyvendak is de glasharde ontkenning van Cramer dat zij achter de advertentie zou staan. Het relevantie is niet zo zeer of zij destijds daadwerkelijk toestemming heeft gegeven voor het gebruik van haar naam, maar dat zij nu een beeld oproept dat het ondertekenen van de advertentie ook fout was. En dat is het natuurlijk allerminst.

De gewraakte advertentie had destijds één doel: de mogelijke vervolging van de Bluf!-redactie voor het publiceren van geheime documenten te voorkomen. De ondertekenaars deden dat door te claimen dat zij de opdracht hadden gegeven deze te publiceren. Ofwel, de redactie, dat zijn wij.

De advertentie spreekt nergens haar goedkeuring uit voor de inbraak bij het ministerie of het concreet publiceren van de adresgegevens. Toentertijd konden de ondertekenaars ook niet weten dat Bluf! Of leden van de redactie zelf betrokken waren bij de inbraak.

Zjakelien Kramer moet dus ontzettend trots zijn op haar handtekening. Zij sprak zich uit voor het recht van een redactie om informatie te onthullen die de regering onterecht geheim probeerde te houden, voor het recht op persvrijheid en vrije nieuwsgaring. Voor het recht dus eigenlijk ook van vrije meningsuiting. Dat is niet iets om je voor te schamen.

Waar ze zich voor moet schamen, is dat ze met haar ontkenning het beeld heeft neergezet dat het ondertekenen van de advertentie fout was. Ze heeft de rest van de ondertekenaars gecriminaliseerd. En dat had de minister nu niet moeten doen.

Homo Insolens – vr 22 aug. 2008

Beste Boy,

Zo’n zes jaar zijn wij collegae van elkaar, als lid van de Bredase gemeenteraad. Jij voor Leefbaar Breda, ik voor GroenLinks. Sinds 2002 zijn we zelfs allebei fractievoorzitter en zitten we samen in de tamelijk ongelukkig en onhandige ‘derde ring’ van de raadszaal. Eén van de minder prettige gevolgen van de invoering van het dualisme.

In die zes jaar tijd heb ik je leren kennen als een raadslid dat zich met volle overgave inzet voor het kleine leed in de stad. Geen kwestie is jou te min, of het nu gaat om Belgen die geconfronteerd worden met een afgesloten rondweg, streng optredende hondenwachters of de jaarlijks terugkerende vragen over zwerfvuil. Regelmatig staan we politiek lijnrecht tegenover elkaar, soms strijden we zij aan zij, zoals bij de ontruiming van de Heilig Hartkerk of het memorabele debat over de zendvergunning voor de lokale omroep. Soms vind ik dat je doordraaft. We hebben andere politieke uitgangspunten en daarvoor is in een democratie alle ruime. Wat ik waardeer is dat je van de gemeentelijke overheid eist dat deze absoluut transparant en rechtvaardig te werk moeten gaan. Ik deel die mening: een overheid moet fatsoenlijk te werk gaan.

Maar ik vind dat je gisteren te ver bent gegaan met je schriftelijke vragen omtrent de aanstelling van Els Aarts als tijdelijke vervanger van André Adank. Allereerst zet je onze Tilburgse buur neer als een stad die bezig is Breda op te slokken. Vervolgens stel je dat er in het Bredase college geen plaats zou zijn voor twee capabele vrouwen omdat die elkaar in de haren zouden vliegen. Je insinueert dat de twee Tilburgse wethouders (Willems en Aarts) in het college zitten als een infiltrant van de gemeente Tilburg en, alsof dat allemaal al niet erg genoeg is, pak je de wethouders Oomen en Van Yperen aan op hun lichamelijk gewicht. Je vraag om in de begroting 2010 de kosten van een cursus sumo-worstelen voor deze heren op te nemen om in geval van conflict tussen beiden te komen, is in de verste verte niet politiek relevant te noemen, en is qua humor uitermate smakeloos en onfatsoenlijk. Je vragen zijn seksistisch en Tilbofoob.

Een fatsoenlijke overheid kan alleen bestaan bij de gratie van een fatsoenlijke politiek. Dat betekent in mijn ogen op zijn minst dat wij, raadsleden en bestuurders, op een nette en volwassen wijze met elkaar omgaan. We hoeven het niet met elkaar eens te zijn, om elkaar toch met waardigheid te bejegenen. Dat het in Den Haag steeds normaler wordt om grof taalgebruik te hanteren, wil niet zeggen dat we dat in Breda maar moeten overnemen.

Het zou je sieren als je de vragen zou intrekken. Wellicht is het ook een idee bij de eerste collegevergadering na de installatie van Els Aarts gebak te laten bezorgen bij het college. De kosten daarvan kunnen dan ondergebracht worden in de post ‘relatiebeheer’ op de Begroting 2008 van de fractie van Leefbaar.

Met hartelijke groet,

Selçuk Akinci

Homo Culinis – do 21 aug. 2008

Wijnand Duyvendak getaart

Laat ik er maar volstrekt helder over zijn: ik vind het taarten van iemand geen terroristische actie.

Het gaat bij GroenLinks al enige tijd over wat wel en geen tolerabele acties zijn. Eén van de grenzen die daarbij tamelijk onomstreden is, is dat je geen geweld tegen personen mag gebruiken. Dus nadat leden van het extreem-rechtse Voorpost gisteren, tijdens de presentatie van het boek ‘Klimaatactivist in de Politiek’ vakkundig een taart tegen het gezicht van Wijnand Duyvendak plaatste en de tamelijk voor de hand liggende grap ‘de taart kwam van rechts’ geboren werd, ontstond al snel de discussie over of het taarten van iemand nu wèl of niet binnen de grenzen van het acceptabele valt.

Eerlijk gezegd heb ik de taartacties altijd wel kunnen waarderen als ludieke acties. Ik kan me ook niet herinneren dat ik overmand werd door een zwaar gevoel van verontwaardiging toen Bill Gates, Pat Buchanan of Gerrit Zalm getaart werden. Of Ralph Nadar, om maar eens iemand uit het eigen politieke kamp te noemen.
Het taarten in Nederland heeft een lugubere bijsmaak gekregen vanwege de taart van Fortuyn. Allereerst vanwege de vermeende maar nooit bewezen onsmakelijke ingrediënten van die taart en vervolgens vanwege de moord op Fortuyn.

Sommigen beweren dat taarten een schending van de lichamelijke integriteit zou zijn en derhalve een vorm van geweld. Ik heb daar vraagtekens bij. In dat geval zouden de films van Stan Laurel en Oliver Hardy namelijk behoorlijk wat geweld bevatten. Alsmede sommige afleveringen van Bassie en Adriaan. Ik kan me echter niet voorstellen dat beide bij de filmkeuring in aanmerking komen voor het predikaat 16+. Het idee dat een taart het begin is van acties die uiteindelijk tot moord leiden, wijs ik van de hand.

Het is echter wel van belang om bij het taarten van mensen een aantal regels (rules of engagement) in acht te nemen. Ik doe een poging ze hier te formuleren.

  • het taarten gebeurt in volle openbaarheid van dader en motief;
  • de taarter is bereid om verantwoording af te leggen bij een rechter;
  • het taarten gebeurt tijdens openbare gelegenheden, bij voorkeur in aanwezigheid van visuele media (tv);
  • elke persoon wordt slechts één maal om dezelfde reden getaart. Wie het eerst komt, die het eerst taart;
  • het taarten gebeurt uitsluitend met slagroomtaart, omdat deze vlekken tamelijk eenvoudig te verwijderen zijn. De taart bevat verder geen taart-vreemde ingrediënten;

Ik kan me best voorstellen dat het even schrikken is, wanneer er met hoge snelheid een slagroomraart op je afvliegt. Maar de aanvankelijke reactie van Wijnand dat hij graag bereid was om met de gooiers in discussie te gaan, vond ik erg sterk. De aangifte had wat mij betreft ook niet gehoeven en ik zou het sportief vinden als hij deze, na zo’n gesprek bijvoorbeeld, intrekt. Het zou een mooi gebaar zijn naar alle toekomstige taarters. Verder wil ik afsluiten met de gevleugelde woorden ‘eigen taart is goud waard’…

… in de wetenschap dat bij de eerstvolgende raadsvergadering ik natuurlijk wel eens de lul zou kunnen zijn.