
„Tring, tring.” Mirjam Haagh, de fractievoorzitter van de PvdA in Breda, belde me op. Ik nam de telefoon op, wetende dat het vast over de fractievergadering van die avond zou gaan.
Ze legde me een probleem voor. Oppositiefractie VVD had een interpellatiedebat aangevraagd. Interpellatiedebat is een duur woord voor het ondervragen van de wethouder. Het onderwerp waar ze de wethouder over wilde ondervragen was de gemeentelijke overname van de failliete voetbalclub Barça om daar een breedtesportvoorziening te creëren voor de buurt. Dat met die overname en passant ook dezelfde voetbalclub Barça gered zou zijn, zinde de VVD voor geen meter. Ging het nu om de breedtesportvoorziening, of om de voetbalclub Barça? Toegegeven, op zih heeft de VVD daar wel een punt. Natuurlijk gaat het ook om het voortbestaan van, om het maar oneerbiedig te zeggen, allochtonenclub Barça. GroenLinks is daar geen tegenstander van, de VVD ziet dat niet zo zitten.
De discussie over dat onderwerp was de vorige week al in de commissie gevoerd. Maar de VVD vond het desondanks een extra raadsdebat waard. En dus vroegen ze dit interpellatiedebat aan. Mirjam Haagh van de PvdA vond het een herhaling van zetten. Daarom wilde ze met een meerderheid van de raad het interpellatieverzoek blokkeren.
Ik kon een heel eind met haar meegaan. Ook mij leek het debat weinig toevoegen aan het debat dat we een week eerder al in de commissie gevoerd hadden. Er waren voor mij echter drie redenen om het voorstel niet te willen blokkeren.
Allereerst, het aanvragen van een debat is een democratisch recht dat andere partijen slechts met heel zware overwegingen dienen te blokkeren. Ik zie geen enkele zware reden, vooral aangezien bij andere dossiers de raad ook niet vies is van het herhalen van zetten. Sterker nog, de politiek is vaak één en al herhaling.
Ten tweede, waar ben je bang voor. Al moet je voor de zestiende keer een debat aan, zolang je goede argumenten hebt, maakt het niet uit hoe vaak je een debat aan moet. Alleen zij met slechte argumenten durven een debat niet aan. Zij die overtuigd zijn van hun eigen argumenten, zullen nooit een debat blokkeren.
Ten derde, wie zijn wij om te beoordelen of een debat moet plaatsvinden of niet. Het zou wel mooi zijn als elk debatverzoek van d oppositie door de coalitie geblokkeerd moet worden. Sterker nog, laten we als coalitie maar meteen besluiten de oppositie meteen alle spreektijd te ontnemen. Dan hebbemn we ze permanent de mond gesnoerd en hoeven we nooit meer ergens last van te hebben.
Democratie bestaat bij de gratie van het organiseren en of accepteren van je eigen tegenstand. Een oppositie, of ze nu de plank wel of niet misslaan, is een essentiëel onderdeel van het proces. Toen ik met mijn fractie als enige van vier coalitiepartijen niet tegen het houden van het interpellatiedebat stemde, vroeg ik me onwillekeurig af of ik wel een plaats had in een club die voor de rest kennelijk toch heel even uit ongekende regenten bestond. Op dat moment lieten PvdA, CDA en Breda’97 zich in mijn ogen ontzettend kennen.








