De GroenLinks-posters van het landelijk bureau waren niet zo’n succes. En dus besloot het campagneteam dat e een lokale poster gemaakt moest worden, waar ook het lijstnummer opstond. En het hoofd van de lijsttrekker. Ik heb me buiten de discussie gehouden. Alles wat je op zo’n moment zegt kan tegen je gebruikt worden.
Samen met Frans Maas mocht ik de posters deze dag plakken. Niets werkt beter om het campagnehart sneller te laten kloppen dan posters plakken met een borstel en een halve emmer dikke perfax behangmix en een scheutje waterglas. Best een raar idee om je eigen hoofd overal door de stad te zien hangen.
Het was wat mij betreft één van de meest indrukwekkende bijeenkomsten in de verkiezingstijd. Het Bredaas Centrum Gehandicaptenbeleid had een lange avond over de WMO georganiseerd. Die wet houdt in dat de gemeente stapsgewijs steeds meer zorg- en welzijnstaken krijgt toebedeeld. En aangezien, heel kort door de bocht, er in Nederland steeds meer zorgbehoevenden komen en er steeds minder geld is, is het de bedoeling dat mantelzorgers en vrijwilligers een fors deel van dat zorgwerk gaan doen.
Maar de Wmo biedt ook kansen. Zo kan de gemeente eindelijk alle verschillende zorginstanties bij elkaar brengen en zorgen dat er niet meer langs elkaar heen gewerkt wordt. Zorgvragers moeten op één centraal punt terecht kunnen met al hun zorgvragen. Eigenlijk moet elke wijk zo’n zorgloket hebben. Maar op deze avond merkte ik dat we er met zulke maatregelen nog lang niet zijn. Want hoe rolstoelvriendelijk is de inrichting van de Bredase buitenruimte, om maar eens een heel simpele vraag te stellen.
De Wmo gaat uit van mondige burgers die zelf wel aan de bel trekken als ze iets nodig hebben. Op zich lijkt dat logisch, maar wat doe je met mensen die de taal niet goed spreken, of te trots zijn om om hulp te vragen. Maar het meest schrijnende verhaal hoorde ik van een vader die een zoon heeft met schizofrenie. Zo iemand erkent zijn eigen ziektebeeld niet, terwijl zo iemand duidelijk hulp nodig heeft. Zelf aan de bel trekken, zegt de Wmo. Misschien dat we dat wetje bij de invoering nog maar eens een beetje moeten aanpassen.
De middag begon met een debat op het Prisma-college, en eindigde in het Huis der Kunsten. Nou ja, hij eindigde eigenlijk pas echt in Café de Beyerd, maar dat had op dat moment al weinig meer met politiek te maken.
Het debat op het Prisma-college ging over duurzaamheid. Daarbij werd de link gelegd tussen gemeentelijk beleid en internationaal beleid. Een makkelijk onderwerp voor GroenLinks, omdat wij zo’n beetje de enige partij zijn, die vinden dat de gemeente serieus werk moet maken van het mondiale milieu- en armoedevraagstuk.
Het was een leuk debat, gepresenteerd door Karin Bruers. Voor elke stelling was precies tien minuten uitgetrokken en de jongeren discussieerden actief mee. De frustratie bij PvdA-raadslid Frans Jackson was dan ook groot toen na de tien minuten hij nog geen enkele keer het woord had gehad. Tsja, zei Karin Bruers, had je ook maar iets moeten zeggen. Maar Jackson nam daar geen genoegen mee. Hij sputterde jammerend tegen en vroeg waarom hij dan toch was uitgenodigd. Zijn verontwaardiging, die mij nog het meest deed denken aan de zure reactie van Ad Melkert in het beroemde debat met Fortuyn, viel bij de jongeren niet in goede aarde en kwam de PvdA dan ook op flink wat gejoel te staan. Even dacht ik nog dat Jackson weg zou lopen, maar die vernedering heeft hij zichzelf toch maar bespaard.
’s Avonds was er in het Huis der Kunsten een cultuuravond, met korte uitvoeringen van vele gezelschappen, met daartussen ruimte voor de politiek om zich te presenteren. Sommigen deden dat op uiterst saaie wijze, door simpelweg een toespraak te houden (SP, Leefbaar), anderen pakten wel uit. Zo had de PvdA een mix van strijdliederen en rap, zongen de kandidaten van Open&Eerlijk een protestlied, had D’66 een wat mislukte parodie op de campagneleuzen van andere partijen en ging Lijst Paul Hagenaars powerstrelen. Voor wie niet weet wat dat is, net zoals ik overigens tot deze bewuste dinsdagavond: powerstrelen is geknuffeld worden door een als bokser verklede politicus met een bivakmuts en knuffels aan zijn handen in plaats van bokshandschoenen.
Mijn eigen bijdrage bestond uit een zelfgeschreven monoloog waarin een oud-Grieks figuur (een laken kan wonderen doen) het cultuurbeleid van Breda aanklaagde voor grove nalatigheid en grootheidswaanzin, en aan de jury -het publiek- een uitspraak vroeg. Die uitspraak kwam er niet, omdat de zitting werd verdaagd tot 7 maart. De leden van de vakdirectie cultuur vonden de presentatie geweldig, maar waren aanmerkelijk minder gecharmeerd van de inhoud. Tsja, je kunt niet iedereen te vriend houden.
Pastor Hopman had een debat georganiseerd in de ontmoetingsruimte van zijn parochiekerk in Breda Noord. Alle partijen, met uitzondering van ONS Nederland en Lijst Paul Hagenaars, waren vertegenwoordigd. Toch kwam het debat niet echt van de grond.
Sommige politici begonnen te klagen. De bewoners waren langer aan het woord dan zijzelf. Waarom zijn we dan toch uitgenodigd, vroeg het CDA op een gegeven moment. Onzin, vond ik. Het is goed om, ook in verkiezingstijd, goed naar mensen te luisteren. En aangezien de meeste partijen nooit oog hebben voor Breda Noord, grepen de bewoners nu hun kans.
Het was vooral een luisteravond geworden. En hoewel veel bewoners er politiek wellicht niet veel wijzer van zijn geworden, hebben ze hun eigen vragen en problemen onder de aandacht kunnen brengen. Jammer alleen, dat er van de 19.000 wijkbewoners er maar zo’n 120 in de zaal zaten.
Zalm kon het mooi vertellen in Buitenhof. Maar meer dan een goedkope en inmiddels volstrekt mislukte verkiezingsstunt was het natuurlijk niet. Ondertussen loopt Breda het risico dat mensen onterecht hun OZB niet gaan betalen. En dat die mensen dus als gevolg daarvan een deurwaarder op de stoep krijgen. En dat alles dankzij een minister die niet kan rekenen. Zondag of niet, GroenLinks stelde er meteen al vragen over.
Geacht college,
Per brief heeft de minister van Financiën, Dhr. Zalm, 62 gemeenten laten weten dat zij de maximaal toegestane verhoging van de OZB-tarieven hebben overschreden. Zalm staat gemeenten een stijging van de OZB-tarieven met maximaal twee procent toe. Ook Breda staat in het rijtje van 62 gemeenten die, volgen Zalm, de tarieven met meer dan twee procent heeft laten stijgen. Voor zover wij kunnen beoordelen is in Breda gekozen voor een stijging van de OZB-tarieven met twee procent. Dat valt dus binnen de maximaal toegestane stijging.
Aan bewoners van de 62 gemeenten die wat Zalm betreft de tarieven te veel hebben verhoogd, heeft hij in het programma ‘Buitenhof’ geadviseerd hun aanslag van dit jaar niet te betalen. Daarmee roept hij feitelijk op tot burgerlijke ongehoorzaamheid. Dat ‘advies’ heeft hij ook aan de Bredanaars gegeven. Breda houdt zich echter, voor zover valt na te gaan, wel degelijk aan de maximale stijging van twee procent. Dat betekent dat Zalm ten onrechte heeft geconstateerd dat Breda de tarieven te veel zou hebben verhoogd en dus ook ten onrechte de Bredanaars oproept hun rekening niet te betalen. Geen staaltje van sterk bestuurdersschap, zoals we inmiddels wel vaker van dit kabinet hebben meegemaakt. Mensen die het advies van Zalm opvolgen, kunnen na verloop van tijd immers een deurwaarder verwachten.
Dit leidt tot de volgende vragen:
1. Klopt het dat in Breda de tarieven van de OZB met twee procent zijn gestegen?
2. Hoe komt Zalm erbij dat dat percentage boven de twee procent ligt?
3. Welke van de twee berekeningen zijn feitelijk juist?
4. Verwacht het college extra kosten, onder meer een groter aantal bezwaarprocedures, een groter aantal niet-betalers, extra administratiekosten, extra voorlichting en eventueel de inhuur van deurwaarders, als gevolg van de oproep van Zalm? Is het college bereid en van plan deze extra kosten te verhalen op het Ministerie van Financiën? Zo nee, waarom niet?
We gingen met z’n allen ramen lappen. Tweede Kamerlid Wijnand Duyvendak, wethouderskandidaat Wilbert Willems en de nummers één tot en met zes van de GroenLinks-lijst. We hadden er natuurlijk ook een bedoeling mee: de Academiesingel is zo’n beetje de meest vervuilde straat van Breda qua luchtverontreiniging en al die troep die er tegen het raam zit, krijg je dus ook in je longen. GroenLinks wil schonere ramen, maar eigenlijk vooral een schonere lucht.
Daarna sloten we ons aan bij de ploeg die al de hele dag in de stand van GroenLinks stond. Zo’n dag op de markt is eigenlijk een van de leukste dingen die er is. Even geen debatten, tv-optredens, interviews of wat dan ook. Maar gewoon onder de mensen. Daarom ben ik er de zaterdag voor de verkiezingen ook de hele dag. Alhoewel, ik ben bang dat ik ’s ochtends eerst een debatje voor de televisie heb. Tsja…
De laatste raadsvergadering van deze periode, stelde inhoudelijk maar weinig voor. Desondanks was ‘ie niet in een vloek en een zucht voorbij. Daarnaast was het opvallend rumoerig. Net als een lagere schoolklas op een vrijdagmiddag. Er zal wel iets spannends voor de deur staan. Verkiezingen of zo.
Wie geen relatie heeft, houdt op Valentijnsdag een heleboel tijd over voor andere dingen. En dus hadden Gijs, Joost en Sof een optreden voor zichzelf geregeld in een Ierse kroeg in Utrecht. Relatieloos als ook ik ben, vroegen ze mij om die avond hun geluidsman te spelen. Er waren toevallig geen campagneactiviteiten en het leek mij een welkome afwisseling op de politieke drukte van het moment
Dus toog ik met een klein kapitaaltje aan geluidsapparatuur naar Utrecht, waar technisch alles redelijk naar wens verliep. En aangezien deze geluidsman zelf ook wel een biertje lustte, ben ik maar bij de zangeres blijven slapen. Gewoon op de bank overigens, want ik wilde vooral niet te comfortabel liggen.
De volgende ochtend had ik namelijk om acht uur een afspraak met de commerciële lokale omroep TV&Co. En aangezien we pas om vier uur gingen slapen en ik al om zes uur aan wilde rijden (je weet het maar nooit met die files), wist ik zeker dat een goede lighouding funest zou zijn voor de zo broodnodige punctualiteit de volgende ochtend.
Ik was natuurlijk, veel te vroeg, al om zeven uur thuis. En TV&Co kwam een kwartiertje te laat. Ben ik in dat laatste kwartiertje toch nog even ingedommeld. Waardoor mijn eerste blik in de tv-camera waarschijnlijk niet de wakkerste ooit is geweest. Gelukkig had ik nog koffie in huis.
Het stond in de krant, dus het zal wel waar zijn. Tijdens het debat over de dorpen, zou ik gezegd hebben dat de bewoners van de dorpen die bittere pil nu maar eens moesten slikken. En hoewel ik die woorden volgens mij nooit letterlijk zo heb uitgesproken, was de strekking van mijn verhaal wel van dien aard. Want hoe graag iedereen het ook zou willen, die annexatie zal echt niet teruggedraaid worden.
Ik maakte de opmerking naar aanleiding van een vraag over de voorzieningen in de dorpen. Daar is inderdaad minder geld voor dan voorheen. Dat komt omdat na de herindeling de regels in heel de gemeente opnieuw zijn vastgesteld. daarbij is gekozen de dorpen hetzelfde te behandelen als de wijken van de stad. Terecht natuurlijk, want Breda Noord (om maar een voorbeeld te noemen) mag natuurlijk niet achtergesteld worden op, ik noem weer maar wat, Prinsenbeek.
Dat wil niet zeggen dat de dorpen niet wat extra aandacht nodig hebben. Want de sociale structuur, de verhoudingen, de gemeenschapszin in een dorp is anders dan in een stadswijk. Maar daar is in het huidige accommodatiebeleid volgens mij ook voldoende ruimte voor. De vraag is alleen of de huidige collegepartijen die ruimte ook ten volle benutten.
En aangezien GroenLinks nog de enige partij is die serieuze mogelijkheden ziet om het aantal woningen dat in Teteringen gebouwd gaat worden, naar beneden bij te stellen (1500 i.p.v. bijna 3000), en ook de enige partij met serieuze alternatieven voor de vele geplande bedrijventerreinen (waaronder 90 ha in Bavel), denk ik dat de dorpen met een keuze voor GroenLinks helemaal niet zo slecht af zijn.
De rel rond de Deense cartoons begint steeds gekkere vormen aan te nemen. De één leest in de grondwet ineens een artikel dat ‘het recht op beledigen’ waarborgt, terwijl de ander vindt dat artikel 147 en 147a van het Wetboek van Strafrecht onderhand eens van stal gehaald moet worden. Beide partijen hebben ongelijk.
Zelf ben ik er voorstander van dat artikels 147 en 147a zo snel mogelijk uit het Wetboek van Strafrecht verdwijnen (zie weblog ma 15 nov. 2004. Deze wetten beschrijven, kortgezegd, dat iemand die zich op een voor een gelovige krenkende wijze uitlaat over het geloof, zich schuldig maakt aan smalende godslastering, religieuze voorwerpen of personen beledigd of meewerkt aan de openbaarmaking van bovenstaande. En op basis van die wet, is publicatie van de Deense cartoons in Nederland strafbaar. Althans, als de aanklager kan aantonen dat de cartoons grievend zijn. Niet moeilijk, gezien de vele demonstraties.
Anderzijds, het wetje van opa Donner is al decennia lang niet meer van stal gehaald. Niemand kan zich eigenlijk ook nog voorstellen dat in Nederland het belachelijk maken van religieuze voorwerpen of personen bestraft wordt. Het zou in het zuiden in ieder geval een zware domper voor het carnaval betekenen. Verkleden als non of pater is er dan niet meer bij, laat staan het rondsprenkelen van wijwater met een pleeborstel.
Maar om nu te zeggen dat het afschaffen van artikel 147 en 147a meteen zou betekenen dat iedereen het recht heeft om te beledigen, gaat me ook te ver. Er is in dit land Vrijheid van Meningsuiting, en ik ben daar een vrij radicaal voorstander van. Elke beperking, ook belediging, van die vrijheid moet weggenomen worden. Er is maar één uitzondering: men mag niet oproepen tot geweld.
Concreet zou dat betekenen dat er juridisch geen belemmeringen zijn voor belediging en godslastering. Dat is maar goed ook, want wat beledigend is en wat niet, is niet objectief vast te stellen. Belediging kan per definitie alleen maar vastgesteld worden door de ontvanger van de boodschap, en wat voor mij beledigend is, is dat voor een ander wellicht niet. En alles wat je niet kunt vaststellen, moet je ook niet willen verbieden.
Maar een onvervreemdbaar mensenrecht is belediging natuurlijk alles behalve. Net zo min als dat mensen het recht hebben om zich constant onfatsoenlijk te gedragen. Indien Ayaan Hirsi Ali meent dat hier in Nederland het recht bestaat om mensen te beledigen, dan heb ik nog best wat dingen op mijn lever die eigenlijk met goed fatsoen niet op dit weblog te schrijven zijn. Gelukkig ben ik een netjes opgevoede homo met enige beschaving in zijn donder.