Richard was voor vier maanden naar Nieuw Zeeland en had zijn taken als vormgever van de nieuwsbrief tijdelijk aan Jelte overgedragen. En Jelte was op zijn beurt naar Frankrijk afgereisd. Dus nam ik de lay out zelf maar weer eens voor mijn rekening.
Kosmopolieten zijn het, die jonge GroenLinksers. Idealistische globetrotters die het liefst ons hele leven lang alle uithoeken van de wereld verkennen. Zo klimaatneutraal mogelijk, uiteraard.
Gelukkig is Breda het middelpunt van de wereld en is Richard inmiddels weer teruggekeerd in de warme boezem van onze afdeling. Leuk hoor, zo’n wereldreis, maar de Nieuwsbrief moet natuurlijk ook gelayout worden.
Omwille van argumenten die mij zijn ontgaan, had de congresorganisatie gemeend het feest dat traditioneel op de eerste avond van het congres wordt gehouden, al om half één te moeten ontbinden. Iets dat behalve tot enig rumoer vooral tot directe actie leidde. We gingen op expeditie door Bunnik.
Hoewel het een kwartier of drie lopen was en ik de moed eigenlijk al had opgegeven, kregen de doorzetters gelijk. Het café dat voor ons opdoemde heette Het Wapen van Bunnik en het zag er binnen weinig gezellig uit. Daar zouden wij wel ‘ns even verandering in brengen.
Niet veel later danste er DWARS-ers op tafels, werden er volle bladen bier besteld en ging de algehele joligheid met sprongen vooruit. Bij ons althans, daardoor flink aangemoedigd door de Nederlandstalige muziek (Linda, Linda, Linda, ik wil alles voor je…) die consequent en zonder voorbehoud werd gedraaid. De avond eindigde, dit mede door de relatief hoge homo-dichtheid binnen DWARS uiteraard ook weer tot zoenende mensen, mannen dit maal. Tot shock and awe van de plaatselijke bevolking en de opmerking „ik ben dit geloof ik minder gewend dan jullie”, opgetekend uit de mond van de aanwezige SP-afgevaardigde.
Hoewel het heel laat werd en de zomertijd nog een uur extra van onze slaaptijd afnam, werd er de volgende dag nog volop gecongresseerd. Er waren er zelfs bij die daarvoor nog de puf hadden actie te gaan voeren tegen de verbreding van de A27. Daar hoorde ik, voor de volledigheid, overigens niet bij.
Het toekomst-congres van DWARS werd gehouden in Bunnik. Of althans, in het buitengebied van Bunnik. Een weliswaar mooie landelijke, maar weinig kosmopolitische omgeving om te congresseren. Kennelijk is DWARS het stadium van afgetrapte studentenverenigingen ontgroeid. Vreemd, aangezien DWARS toch echt achttien wordt dit jaar.
Of ik wilde notuleren, was de eerste vraag die me bij binnenkomst werd gesteld. Nou nee, eigenlijk niet, dacht mijn hoofd. Ja, zei mijn mond iets te snel. Waardoor ik het hele weekeind naast de congresvoorzitters aan tafel mocht gaan zitten om de discussie semi-woordelijk voor het nageslacht vast te leggen.
Nog even leek dat te mislukken, aangezien ik wel de adapter, maar niet de bijbehorende voedingskabel van mijn laptop had meegenomen. Helaas kan ik redelijk goed knutselen, waardoor ik met behulp van een rol gevonden duck-tape, een geleend zakmes en een doormidden gesneden stroomkabeltje van de meegenomen videocamera toch nog iets kon fabriceren wat leek op stroomvoorziening. Overigens niet geheel zonder een angstaanval van de kandidaat-voorzitter, die toch echt van mening was dat dit tot niets anders kon leiden dan kortsluiting, brand en de algehele vernietiging van het samengekomen kader van de jongerenorganisatie, of op zij minst van mijn schootcomputer. Beide bleven echter uit.
Er zijn, om de wereld voor het gemak maar even schromelijk te simplificeren, twee manieren van politiek bedrijven. Allereerst zijn er aanhangers van wat ik voor nu omschrijf als Sturm und Drang. De tweede methode is die van de Realpolitik.
Zelf ben ik een Realpolitiker. Dat past ook goed bij mijn rol als lijsttrekker, onderhandelaar en inmiddels fractievoorzitter van een coalitiepartij. Wil ik bij de coalitiepartners steun verzamelen voor onze groenlinkse belangen, zal ik ook open moeten staan voor hun inbreng. Bij tegenstrijdige standpunten zoeken we naar een compromis. Doen we dat niet, geldt de wet van de sterkste en die zal GroenLinks als kleinste coalitiepartner in de regel verliezen. En voor mij telt uiteindelijk het resultaat.
De Sturm und Drangers zullen dat niet met me eens zijn. Zij zien de politiek als een arena voor het uitwisselen van standpunten, meningen en, in sommige gevallen, zelfs hele brede maatschappelijke visies. Daar is op zich niets mis mee en voor het debat zelfs reuze interessant. Maar het onwrikbaar verkondigen van de eigen mening leidt in het beste geval tot een incidenteel succesje, maar vaker tot een stilstand in de dialoog. Getuigenispolitiek zonder resultaat.
Politiek is niet alleen de kunst van het zo mooi en duidelijk mogelijk herhalen van de eigen mening. Het is ook de kunst van het behalen van meerderheden en het nemen van werkbare politieke besluiten. Politiek is niet alleen aandacht krijgen voor het standpunt, het is nog veel meer het bijsturen van het beleid in de door GroenLinks gewenste richting. Het benadrukken van verschillen van inzicht is nodig en wenselijk, zolang in het daaropvolgende debat iedereen open staat voor andermans argumenten.
Het handjevol Sturm und Drangers in de afdeling vindt elk compromis maar een slap aftreksel van de eigen idealen. En beredeneerd vanuit het eigen ideaal hebben ze daar wellicht gelijk in. Bezien echter vanuit het reguliere beleid kan een nieuw compromis binnen een coalitie juist heel erg groen-rood gekleurd zijn. En dat stuk is interessant.
Ter illustratie: drie studenten drinken een avond in de kroeg en hebben een gezamenlijke rekening van dertig euro. Ze lappen alle drie een tientje. De uitbater vond de studenten wel vriendelijk en zei tegen zijn barman dat hij maar vijf-en-twintig euro hoefde af te rekenen. Aangezien vijf euro moeilijk door drie te delen is, besluiten de studenten de barman twee euro fooi te geven.
De studenten hebben ieder negen euro betaald, samen 27 euro en de barman heeft twee euro in zijn eigen zak gestoken. Maar waar is nu die laatstem dertigste euro gebleven? Wie alleen maar wil zien wat ‘ie verliest, zal de verloren euro niet kunnen verklaren. Wie echter kijkt naar wat ‘ie terug heeft gekregen, telt de drie terug ontvangen euro’s op bij de 27 en komt uit op dertig.
Gisteren vond voor de tweede maal het pré-kadernotadebat plaats, waarin de fracties aangeven welke prioriteiten zij voor het komende jaar stellen. Hieronder mijn bijdrage.
Voorzitter,
Een jaar geleden, bij de pre-kadernota, legde ik drie accenten voor de toekomst van de stad, die ik kortheidshalve samenvat als duurzaam, sociaal en gericht op de toekomst.
Enkele maanden later, bij de behandeling van de Kadernota 2008, vertelde ik U het verhaal van Tobias de Ridder, die in 2050 door de stad fietst en wandelt. Rond de stad een prachtig aaneengesloten groen buitengebied, daar midden in: de stad, vol eigenzinnige, openhartige Bredanaars in een cultureel bruisende stad.
En bij de begroting vertelde ik U het verhaal van de treinreis naar nieuwe bestemmingen. En ik sloot af met de zin “We zien uitdagingen te over voor de tweede helft van de bestuursperiode, die ik graag oppak met de collegae”.
Vandaag is voor deze coalitie het begin van die tweede helft. Twee jaar geleden was er onderling vertrouwen, maar voelde het af en toe ook wat ongemakkelijk. Nu zeg ik vol overtuiging: deze coalitie is geen verstandshuwelijk. Het is veel meer. Het is een gesamptkunstwerk waarbij alle vier de partners duidelijk hun eigen inbreng hebben, maar het resultaat van ons allemaal is.
Voor de Kadernota 2008 legt GroenLinks een aantal expliciete wensen neer op de thema’s natuur en milieu, cultuur en erfgoed. De gemene deler van al die zaken is dat ze te maken hebben met de beleving van de stad en de dorpen, de vezels van Breda, ons DNA.
In het kader van de reconstructie heeft Breda nog grote opgaven liggen waarvoor financiering ontbreekt. Dat geldt allereerst voor De Rith en de Flessenhals Teteringen, maar ook voor andere verbindingszones, waaronder het groenblauwe Raamwerk bij Bavel. De financiering voor die projecten zouden wij graag terugzien in de Kadernota.
Op het gebied van het klimaat en de luchtkwaliteit maakt Breda stappen voorwaarts. Maar de problemen in de stad zijn ook bovenmatig groot. Met innovatieve maatregelen, zoals groene daken of de aanplant van boomsoorten die meer lucht zuiveren, kan weer een slag geslagen worden. Voor dit soort groene innovatie willen we graag een investeringsbedrag reserveren.
Breda moet werk maken van het verbeteren van de waterkwaliteit. Onderdeel daarvan is zorgen voor voldoende retentiecapaciteit en een goede doorstroming van het water van zuid naar noord. Het doortrekken van de Haven en de Nieuwe Rivier kan een bijdrage kan leveren aan deze problematiek. Oftewel: wat we investeren in de Nieuwe Mark, kunnen we op andere plekken juist besparen. GroenLinks zou graag een gedegen onderzoek willen zien waarin staat welke positieve effecten het doortrekken van de Nieuwe Mark heeft, wat we daar allemaal voor moeten doen en wat we vervolgens aan andere maatregelen kunnen besparen. Op basis van die informatie kan de raad straks besluiten om van de Nieuwe Mark een echt stromende rivier te maken.
Voorzitter,
Op het punt van Cultuur heeft deze stad vorig jaar een groots Cultuurdebat gehad. Voor het eerst ging de gemeente, ging de politiek de dialoog aan met de kunstenaars en de bewoners van deze stad. Het resultaat: hernieuwd vertouwen en een heldere visie. De kracht van Breda zit in de beeldcultuur en daarop moeten we verder bouwen. Dat moeten we dan wel kunnen: GroenLinks vraagt een investeringsbudget om die beeldcultuur op poten te kunnen zetten, onder andere voor de Markstudio’s. Maar we willen ook een structurele verhoging van het budget: voor het stimuleren van de broedplaatsen, het faciliteren van een filmfestival, kortom, voor allerlei initiatieven die passen in het concept van de beeldcultuur.
Tot slot het punt van Erfgoed, mevrouw Vossenaar heeft het al genoemd. De Heer Vos vroeg de vorige raadsvergadering nog wat dan het geeigende moment was om daar geld voor te vragen. Wel, mijnheer Vos, dit is dat moment. GroenLinks wil de achterstand in de inventarisatie inlopen, de beleidsadvieskaarten veilig stellen, en ruimte creëren voor de ongedekte ambities. Overigens, wethouder, denkt U dan ook meteen aan het behoud van Veemarktstraat 58? Heel graag.
Voorzitter, deze coalitie heeft nog andere ambities, als het gaat om participatie, jeugd en gezin en het onderwijs. Andere partners zullen daar in hun bijdrage ook nog op terugkomen. Eén wil ik er al wel vast noemen: dat gaat om het onderhoud van de stad. In de hoorzitting horen we veel problemen van bewoners van de stad die daar betrekking op hebben. We zouden graag zien dat deze in relatie tot de bestaande onderhoudsplanning worden bezien en meegenomen. Daarbij denk ik onder andere aan de speelveldenproblematiek zoals deze is aangekaart door de medewerkers van NAC, de boomwortelopdruk in de Haagse Beemden, de bloembakken in het centrum of de toekomstige financiering van de Fietsplannen. En ook voor het boek van de vogelwerkgroep of de kinderboerderij Haagse Beemden moet binnen de reguliere budgetten toch wel financiering te vinden zijn. De GroenLinks-fractie vraagt daar bij het college aandacht voor.
Voorzitter, ik rond af
De voorstellen die U straks van PvdA, CDA, Breda ‘97 en GroenLinks zult krijgen, zijn niet zonder visie. Ze gaan over de toekomst van Breda, over mensen, over zorg, over cultuur, over natuur en milieu. En wellicht zijn er nog meer voorstellen van anderen in deze raad die een bijdrage kunnen leveren aan het verbeteren van onze stad. Het aandeel van GroenLinks in dat totaalpakket is volgens mij onmiskenbaar. Wie dat niet wil zien, is ziende blind.
De fractie deed een midterm evaluatie. Halverwege de raadsperiode wilden we onder begeleiding terugblikken naar de resultaten en missers van de afgelopen twee jaar en doorpraten over onze plannen voor de komende twee jaar.
Nu bestaat onze fractie uit uiteenlopende types en stromingen, dus vooraf kan niemand voorspellen hoe zoiets afloopt. In dit geval bleek het dagvullend programma achteraf een goede invloed gehad.
Eén van de leuke onderdelen van de dag was een verkenning van onze politieke stijlen, zoals die ooit geformuleerd zijn door Professor Tops. Collega-raadslid Sietzke Schokker bleek net als ik de stijl van een partijpoliticus te hebben. Grappig, omdat Sietzke meer een prinzipienreiter is en ik veel meer een realpolitiker. Piet Hein bleek binnen de fractie een coachende functie te hebben en de commissieleden Sander en Rian waren bestuurder en volger. Wethouder Wilbert Willems bleek, tot zijn teleurstelling, ook meer partijpoliticus dan bestuurder en afdelingsvoorzitter Peter had wèl een bestuurlijke stijl.
Het eindigde met een gezamenlijk etentje, een borrel, nog een borrel en uiteindelijk een bed. Het groepsgevoel is voor de komende tijd in ieder geval weer geborgd.
Carnaval of niet, ik had een afspraak in Utrecht. „Ben je dan niet laveloos van de vorige dag”, vroeg de persoon met wie ik de afspraak maakte voor de zekerheid nog even. „Och, niet meer dan op andere maandagen.”
Op basis van mijn laatst verdiende salaris en het beschikbare budget kwam de directeur uit op een aantal werkdagen per week en de duur van mijn aanstelling. Aangezien ik ond dat ik meer tijd nodig had om het project fatsoenlijk af te ronden, heb ik toen mijn salaris maar naar beneden bijgesteld. Een soort omgekeerde loononderhandelingen dus.
Sommige mensen hanteren de vuistregel dat het getal op je loonstrookje bij elke carrièrestap omhoog moet gaan. Slechts weinigen zijn bereid om ook eens een stapje terug te doen. Voor die mensen is geld van middel tot doel verworden.
Niet dat ik er nu een gewoonte van wil maken hoor. Over een jaar wil ik gewoon weer een belachelijk hoog salaris.
Eigenlijk had ik mezelf voorgenomen eens op mijn gemak op zoek te gaan naar een leuke nieuwe functie en daar ook gerust een aantal maanden de tijd voor te nemen. Zo ver kwam het niet.
„Ik heb nog een project liggen dat je misschien wel wilt doen. Kom maar een keer langs.” En zo toog ik naar het Wetenschappelijk Bureau van onze partij om eens te praten met de directeur. Het was eigenlijk niet eens een erg lang gesprek, waarvan de uitkomst aan het begin al min of meer vast stond. De enige vraag die nog openstond is wat ik moest gaan verdienen.
Nu ben ik niet bepaald een geldwolf en wist ik ook dat er voor het gehele project maar een bepaald bedrag beschikbaar was. ‘Reken maar wat uit’, was mijn reactie. Ze zouden het doen.
Vandaag was de Tweede Kamerfractie officiëel afscheid van mij. Van mij en vier andere, inmiddels oud-collegae. Dat betekende vijf keer twee speeches. Vijf van de afscheidnemenden, vijf van de afscheiders.
De beleidsmedewerkers kregen een speech van het Kamerlid waarvoor ze werkten. Ik had, samen met collega Olof van de Gaag, de eer toegesproken te worden door La Halsema herself. Hieronder haar tekst, met vooraf één kleine correctie mijnerzijds: de film met Tofik die door Femke wordt aangehaald, werd niet door mij, maar door collega Jeroen Steeman gemaakt.
Lieve Selçuk,
Ik zei: bij Selçuk ben je zo klaar: je combineert whisky, zingen in een jurk, haarverf en werkdrift, en je hebt een verhaal.
Het is ook allemaal waar. Het is een enkele keer voorgekomen, op een maandagochtend, dat je vergeten was tussen de kroeg en je werk naar bed te gaan, waardoor je de gang vulde met een indringende whiskeylucht en vrolijk gelal: Zoals ik ook tot de dag van vandaag blij ben dat de pers vertrokken was van ons congres toen jij als pauzenummer samen met Herman Meijer in jurk een lied kwam zingen. Laat ik er alleen nog over zeggen dat ik denk dat je de idolsfinale waarschijnlijk niet gehaald zou hebben. Je verft je haar vaker dan ik, terwijl ik het vaker nodig heb. Daar staat tegenover dat het bij jou ook vaker mislukt. Je was kortom het afgelopen jaar vaak de Homo Hilaricus van de fractie (dit zijn van die momenten dat ik zo blij ben met mijn gymnasiumopleiding). Maar alleen dit te beschrijven: dan doe ik je tekort.
Homo Loyalitus. Ik weet niet meer precies hoe en waarom je bij onze fractie terecht kwam. Volgens mij was het ook eigen initiatief. En vanaf dag 1 ging dat gepaard met enorme werkkracht, nog groter enthousiasme en onvoorstelbare loyaliteit. Jij bent van het type medewerker dat dag en nacht gebeld mag worden (komt goed uit dat je dan meestal nog in de kroeg zit), die dag en nacht lijkt na te denken hoe Groenlinks en de fractie sterker te maken en dat combineert met een drukke baan in de lokale politiek. Jij bent ook degene die zich niet 1 keer maar wel 3 keer excuseert omdat hij niet bij ‘Femke’s oppositietafel kan zijn’, omdat je dan een raadsvergadering hebt. Wat mij toch een meer dan afdoende verklaring lijkt. En jij bent degene die even op en neer stiefelt naar Albert Heijn om daar vier flessen vers sap te halen als ik een zeurderige griep onder de leden heb. Jij bent ook degene die Tofik en mij onsterfelijk heeft gemaakt in starwars-gevecht. Zoals je op een heleboel momenten met creatieve plannen ons net de goede duw en een goed humeur wist te bezorgen. Ik vond jouw aanwezigheid het afgelopen jaar een heel fijne verrassing. Vrolijk, een tikkie gek en ongelooflijk loyaal. En dat maakt je ook tot een Homo heel erg Sympaticus. En ik wil je daarvoor bedanken
Voor mij ben je vooral een ‘Homo Lyricus’. Ik ben weinig mensen die zo intensief, betrokken en hartstochtelijk leven als jij. Ik ken je leven buiten de fractie niet maar ik heb liet grijze vermoeden dat je dat met evenveel adrenaline, even uitputtend leeft. Ik weet zeker dat we nog heel veel van je gaan horen maar ik heb geen flauw benul op welke manier: als politicus, als trapeze-artiest, als verlopen kroegzanger, als strateeg. Ik hoop dat je ons en mij daarvan op de hoogte houdt en dat je ons mee laat genieten. Ik hoop ook dat je nog eens zo bij onze fractie verdwaalt zoals het afgelopen jaar: voor een klusje, een baan of – als het aan Arnoud Boer ligt – als onze nieuwe partij leider. Het ga je goed!