Homo Repraesentans – di 15 jan. 2008

Jochem de Bruin

Het panel besluitvorming was bijeen om een aantal discussievormen te bedenken om de discussie over de partijcultuur te entameren. Zo ontstond het idee om het profiel van de ideale GroenLinkser vast te stellen.

De redenering was als volgt. De Rabobank heeft Jochem de Bruin als ambassadeur en ideale schoonzoon. GroenLinks moet ook zo iemand hebben. Eén persoon die alle waarden en idealn van GroenLinks vertegenwoordigd.

Misschien was ik te idealistisch, misschien ook gewoon in een vervelende bui, maar ik moest niets van het idee hebben. Hoe kan een partij die staat voor openheid, voor diversiteit en culturele pluriformiteit, hoe kan een partij met soms uitgesproken verschillende vleugels, hoe kan zo’n partij nu één iemand als de ideale vertegenwoordiger benoemen. Daarmee zou de partij haar idealen, haar uitgangspunten en vooral zichzelf ongelooflijk te kort doen.

De rest van het begeleidingspanel keek vreemd op. Meestal ben ik namelijk wel in voor een geintje.

Homo Discedens – do 20 dec. 2007

one day I'll fly away

Dit is ‘m dan, dacht ik toen ik ‘s ochtends door de gangen van de Tweede Kamer liep. Mijn laatste officiële werkdag hier. En nog ontzettend veel te doen.

Ik begon eerst maar eens met het opruimen van mijn bureau. Drie stapeltjes: ‘had al lang weggegooid moeten worden’, ‘kan alsnog weggegooid worden’ en ‘moet in het overdrachtsdossier’. Het is alleen een beetje onduidelijk aan wie ik moet gaan overdragen: ik heb immers geen opvolger.

Nu had ik deze dag ook een raadsvergadering, die vanwege de grote hoeveelheid aan agendapunten al om vier uur ‘s middags begon. Ik liet het eerste deel daarvan echter aan me voorbijgaan. Ik wilde wel een beetje fatsoenlijk afscheid nemen. Collega Peter had een fles cognac meegenomen die eerst even soldaat gemaakt moest worden.

Als campagnemedewerker leek het mij toepasselijk om af te sluiten met en lied dat GroenLinks gebruikte tijdens de campagne van 1994: ‘de Ballade van de Salade’. ‘Geen wonder dat we in 1994 een zetel verloren’, mompelde ik tijdens het horen van het nogal suffe liedje. Maar het behoort nu eenmaal tot de canon van onze partij.

Dag Tweede Kamerfractie, U was een fijne werkgever.

Homo Futurus – wo 19 dec. 2007

toekomst groenlinks

GroenLinks is nu al weer ruim een half jaar bezig met het grote toekomstproject. Het zou wonderlijk zijn als jongerenorganisatie DWARS daar niet bij betrokken zou zijn. DWARS is immers de toekomst.

In elk begeleidingspanel – beginselen, organisatie en strategie – zit wel minstens één DWARS-er. En dus werd een avond met DWARS-leden belegd om over een aantal dilemma’s over deze thema’s van gedachten te wisselen.

Nu zijn DWARS-ers al minstens even divers als GroenLinksers, dus een eenduidige uitkomst hoef je van zo’n avond niet te verwachten. Zeker niet als über-vrijzinnige Simon af en toe ook nog eens een libertair gedachte-experiment aangaat met de groep.

Hoewel ik zelf niet in het panel strategie zit, is dat wellicht nog wel het meest lastige onderwerp om concreet op te worden, al is het maar omdat op dat punt niemand de wijsheid in pacht heeft. Wie een waterdichte strategie wil bedenken, heeft immers toekomstvoorspellende gaven nodig. De meningen over de vraag ‘principiëel blijven of concessies doen voor zetelwinst?’ waren echter wel weer heel interessant. Want groter worden wil iedereen wel, maar hoe groot zijn de concessies die je wilt doen. En die is bij ons gelukkig tamelijk klein, geheel volgens het adagium ‘onderhandelen, dat doe je na de verkiezingen, niet ervoor’.

Al ben ik een rasoptimist, ik blijf een beetje tobben over de uitkomst van het hele toekomst-project. We hebben nog ongeveer tien maanden te gaan voordat de verschillende panels al hun werkzaamheden af moeten hebben en er een scenario klaar moet liggen voor de toekomst van de partij. Ikzelf zit nog te tobben over een stuk dat gaat over de interne besluitvorming over zaken als verkiezingsprogramma’s. Terecht willen leden daar meer invloed op kunnen uitoefenen. Het liefst vooraf, tijdens de totstandkoming en niet pas achteraf, als je alleen nog bestaande teksten kunt wijzigen. Via het internet kun je mensen daar vrij makkelijk bij betrekken, maar is iedereen ook al klaar voor een verkiezingsprogramma dat, bij wijze van spreke, via een wiki wordt geschreven. Ik kom daar nog op terug. In de nabije toekomst…

Homo Interrogativus – di 18 dec. 2007

Rob Stenders

Het was een weinig boeiende ledenvergadering, in Breda. Op verzoek van het inmiddels bekende groepje kritische leden, lag er een stuk van de fractie over de strategie en de speerpunten voor het komende jaar.

Het stuk dat op de agenda stond was een vervolg op een al eerder geschreven stuk van de fractie. Over het algemeen was iedereen daar tevreden over. Dat gold, wellicht enigszins voorspelbaar, niet voor de critici, waarvan overigens slechts twee van de zes daadwerkelijk aanwezig waren. Zij hadden graag gezien dat de fractie met nog een vervolgstuk kwam. Iets dat verder niemand overigens echt zag zitten. En hoewel ik best bereid ben om met de fractie weer een notitie te schrijven over de wijze waarop we politiek bedrijven, moet het op een gegeven moment ook genoeg zijn.

Veel leuker dan de ledenvergadering, is het opmerkelijke nieuws rond commissielid John Leunisse van Leefbaar Breda. Vorige week werd hij geïnterviewd door Andries Knevel. Althans, dat dacht hij. Eigenlijk was het de redactie van Stenders Eetvermaak, die wekelijks met losgeknipte quotes van de EO-directeur iemand proberen te interviewen. Het leek me goed dit voor het nageslacht te bewaren.

Homo Conservans – ma 17 dec. 2007

videoband

Als laatste project waar ik me als medewerker van de Kamerfractie op heb gestort, is het digitaliseren van een fors aantal videofilms uit het archief die GroenLinks in de loop van de jaren heeft gemaakt. Een leuke klus, aangezien veel van die filmpjes zeer het bekijken waard zijn.

Archiveren is nooit de sterkste kant van GroenLinks geweest. En van veel van de voorgangers van GroenLinks is sowieso weinig bewaard gebleven. Ergens in een vochtige zolderkast kwam ik nog wel enkele Ampex en U-matic-banden van de PPR tegen, maar ik vrees eerlijk gezegd dat het beeld dat daar ooit opgestaan zal hebben, inmiddels zo verweerd is dat het als verloren beschouwd mag worden. Daarnaast heeft, op het instituut voor beeld en geluid na, waarschijnlijk niemand meer een Ampex of U-Matic videorecorder.

Gelukkig bleken de aanmerkelijk nieuwere VHS-banden nog heel behoorlijk. En zo ontstond al snel het plan om de filmpjes ook maar meteen op youtube te zetten. Onder het mom ‘de publieke omroep gooit tijdens de kerst ook alles in de herhaling’ vonden we dat GroenLinks zich dat ook wel kon permitteren. Vanaf 21 december tot 7 januari verschijnt dagelijks een nieuw filmpje op start.groenlinks.nl/tag/terug-naar-toen

Mijn persoonlijke favoriet blijft de serie filmpjes uit 1994 (of althans, in ieder geval drie van de vijf films) die in het kader van de ‘GroenLinks, of laten we het zo’-campagne zijn gemaakt. Niet dat de filmpjes uit dat jaar nu uitblinken in duidelijkheid, maar het artistieke gehalte spreekt me wel aan. De postercampagne van dat jaar heb ik ook altijd bijzonder fraai gevonden.

Homo Impridens – zo 11 nov. 2007

Partijstukken

Behalve de strategiedag, had ik gisteren nog een andere partij-bijeenkomst. Voor het eerst in mijn leven bezocht ik een provinciale ledenvergadering. Een verhelderende ervaring.

De reden voor mijn aanwezigheid was de keuze van nieuwe partijraadsleden. Dit is in veel gevallen een provinciale aangelegenheid, aangezien de meeste afdelingen niet genoeg leden hebben om zelf iemand af te vaardigen (een partijraadslid vertegenwoordigd zo’n kleine 300 leden). Alle ‘witte vlekken’ worden vervolgens door de provincie ingevuld.

Dat dit geen wenselijk scenario is, werd tijdens de provinciale vergadering weer eens bevestigd. Feitelijk kwam het er op neer dat tijdens de vergadering de lege plekken werden ingevuld. Geen stemming en dus ook geen mogelijkheid te oordelen over de geschiktheid van kandidaten. Er was ook geen keuze: te weinig kandidaten voor te veel plekken.

Bij GroenLinks wordt – terecht – wel eens vaker geklaagd over het feit dat er niet of nauwelijks te kiezen valt. Het tegenargument is vaak – eveneens terecht – dat er meer mensen zich als kandidaat moeten melden. Dat dat ook daadwerkelijk gebeurd is voor een groot gedeelte de verantwoordelijkheid van het partij-, provincie- of afdelingsbestuur.

Hoe goed een provinciaal bestuur ook zijn of haar best zal doen, het blijft altijd lastig om meer dan een handjevol leden de provinciale ledenvergaderingen te laten bezoeken. De gemiddelde afdelingsvergadering is beter bezocht. Het is dan ook onwenselijk om de provinciale afdelingen nog zo’n grote rol te laten spelen in de benoeming van partijraadsleden. Zeker als tijdens zo’n vergadering iedereen die zich aanmeldt meteen in aanmerking komt voor een plaats in de partijraad. Iemand die niet in de Staten of het afdelingsbestuur gekozen wordt kan zo altijd nog… je snapt ‘m wel.

De partijraad heeft te veel invloed en is te belangrijk om op zo’n ondoorzichtige manier verkozen te worden. De partijraadsleden zijn vertegenwoordiger van de partijleden. Dat maakt het voor hen net zo belangrijk als alle andere vertegenwoordigers dat zij benaderbaar en herkenbaar zijn voor àlle leden. Met verantwoording voor wat zij doen, maar bovenal een heldere kandidaatstellings- en verkiezingsprocedure waarbij zoveel mogelijk leden betrokken worden.

Homo Collidens – zo 4 nov. 2007

flyer

Nadat ik de zaterdag in zijn geheel had verkwanseld aan afwisselend goede, slechte en vervolgens weer goede televisie, restte er op zondag niets anders dan werk. Spreiding is nooit één van mijn sterkste kanten geweest.

Een groot deel van de dag ging op aan de voorbereiding van de ‘Clash of Culture’. Dat is een culturele avond die de fractie organiseert in het kader van het stedelijk cultuurdebat. Eerder schreef ik daar al over.

Het idee om een cultuuravond te organiseren, ontstond een week of vijf geleden. De doelstelling is veelzijdig. Allereerst is het een reactie op het cultuurdebat totnogtoe. In het kader van dat debat hebben diverse instellingen, organisaties en groepen thematische avonden georganiseerd met telkens de vraag waar het met de kunst en cultuur, en in het verlengde daarvan het beleid, in de stad naar to moet. Inherent zijn dat vaak zware en een enkele keer ook zwaarmoedige debatten. Het was mijn ambitie om mensen een avond lang met elkaar over cultuur te laten praten zonder een debat te organiseren.

Deze wens, en daarmee ook de tweede doelstelling, kwam voort uit de wens deze fractie nadrukkelijk ook op het culturele vlak te positioneren. Als het om cultuurbeleid gaat, heeft GroenLinks in Breda een naam hoog te houden. Wij pleiten al jaren voor een vrijzinnige benadering, waarin nieuwe initiatieven en jonge makers de ruimte krijgen om hun ideeën vorm te geven. De avond die ik in mijn hoofd had, moest ook die makers bij elkaar te brengen.

Een derde doel was om in het cultuurdebat ook eens te laten zien wat Breda allemaal al heeft. In de politiek weet lang niet iedereen welke potentie Breda in huis heeft. Met een afwisselend, zelfs eclectisch programma, wilde ik dat mensen van de ene in de andere verassing vielen.

Uiteindelijk heb ik gekozen voor een netwerkaanpak. Je zet het idee bij een aantal mensen uit, kijkt naar de reacties en de ideeën die ze zelf hebben en gebruikt hun netwerk. Zo kwam ik tot een programmering. Dankzij de hulp van makers zelf en met een zak geld natuurlijk. Want als je jonge makers zegt serieus te nemen, dan moet je ze ook serieus betalen.

De zondag werd gevuld met telefoontjes, om zo de laatste dingen te regelen. En daarna met een avondje in de Boulevard, waar het allemaal plaats zou gaan vinden. Met de Boul kun je de zaken beter aan de bar regelen, dan aan de telefoon.

Homo Defendens – ma 8 okt. 2007

loopgraaf

Algemene Ledenvergadering in Breda. Ik moest me verdedigen tegen het kritische stuk van de leden.

Enkele maanden geleden kreeg de afdeling een kritisch manifest (lees hier) opgestuurd van een zestal lokale leden die het allemaal niet zo zagen zitten. Ze hebben vervolgens van mij ook een reactie gekregen (lees hier) Het artikel deed me denken aan een ander kritisch manifest (lees: hier) en wel om drie redenen.

De eerste reden was dat het manifest in de begeleidende tekst zeer afkeurend (en op punten feitelijk volstrekt onjuist) is, maar vervolgens in de geformuleerde conclusies (verbeterpunten) zo mild en redelijk dat de fractie diezelfde conclusies in grote lijnen zelf ook al had getrokken in een evaluatie en dus alleen maar kon onderschrijven.

De tweede reden was dat de zes kritische leden er vooral ook de pers mee hadden gezocht. Op zich overigens geen enkel probleem, het is immers hun manifest. Minder fraai vond de afdelingsvoorzitter dat er ook notulen van het partijbestuur naar de pers waren gestuurd.

De derde reden was dat het initiatief voor dit kritische manifest weer eens uit de PSP-hoek kwam. Kennelijk was er vroeger binnen die partij een hardnekkige groep mensen die alleen maar conflict-politiek kunnen bedrijven. En dat is volgens mij ook het onderliggende meningsverschil tussen de fractie en de kritische leden: ik ben er van overtuigd dat ik binnen de coalitie het meeste binnenhaal door elkaar dingen te gunnen en gezamenlijk lijnen uit te zetten, zij denken dat de fractie juist meer kan bereiken met een vechtershouding. Het is een fundamenteel verschil in inzicht en strategie: ik ben nu eenmaal meer van het harmoniemodel.

Ik heb me dit maal niet in de verleiding laten brengen tijdens de ledenvergadering de frontale aanval te kiezen. Elke paragraaf werd in de vergadering minutieus besproken. Daarbij bleven de critici telkens alleen staan, waardoor een vooraf voorbereide motie van afkeuring door hen ook niet werd ingediend.

Jammer eigenlijk. Ik had wel duidelijkheid gewild. Of je keurt de wijze waarop fractie en fractievoorzitter nu opereren af, of je keurt deze goed. In de ledenvergadering zou ongetwijfeld het laatste gebeurd zijn, maar de critici kunnen de discussie altijd nog heropenen met de mededeling dat er geen formele uitspraak ligt. Misschien moet ik volgende keer dan zelf maar een motie indienen.

Homo Struens – wo 3 okt 2007

Debatweekeinde. Foto: Margot Scheerder

Het begeleidingspanel organisatie kwam bijeen om na te praten over het debatweekeinde van GroenLinks. Eén van de meest prangende vragen: hoe betrek je anno 2007 de leden bij de belangrijke beslissingen die genomen moeten worden.

De partijstructuur van GroenLinks is sinds de oprichting in 1990 niet noemenswaardig veranderd. En zelfs toen was het niet veel meer dan een kopie van de structuur van de PPR. Hoogste orgaan was toentertijd het jaarlijkse afgevaardigdencongres, waar per afdeling een aantal vertegenwoordigers naar toe werd gestuurd. Tussen de congressen door is de partijraad het hoogste orgaan. Eind jaren ‘90 is het congres opengesteld voor alle leden. De partijraad heeft wèl zijn federatieve karakter behouden, alleen zullen veel partijraadsleden helaas zelden overleggen met hun afdelingsleden als het gaat om hun inbreng.

Ik ben er zeer van overtuigd dat federatieve inrichtingen uit de tijd zijn. Sommigen vinden de lokale afdeling de basis van de partijdemocratie, maar dat standpunt is achterhaald door de veranderende samenleving waarin opvattingen steeds minder door geografische en steeds meer door individuele omstandigheden bepaald wordt. Kortheidshalve heeft de homo in Eindhoven misschien meer met een collega in Rotterdam gemeen, dan met een afdelingsgenoot in de eigen stad. Federatieve structuren bieden geen ruimte voor geografisch ongebonden diversiteit.

Als je het federatieve definitief verruild, hoe zorg je dan tegelijkertijd dat minderheidsopvattingen een plaats krijgen in de besluitvorming? Meerderheden van Vijftig-procent-plus-één zijn vanuit democrartisch oogpunt onwenselijk en blijken vaak broos. In mijn ogen is er veel te winnen door niet de besluitvorming centraal te stellen, maar het proces. Waarom kunnen leden niet ècht gezamenlijk werken aan een verkiezingsprogramma. Ik ben wel voorstander van de VerkiziWiki, waarbij, naar analogie van andere wiki-systemen, mensen onderling werken an hoofdstukken en paragrafen en waarbij een programcommissie vooral redactionele eenheid bewaakt en rondzingende discussies en vandalisme tegenhoudt. Dat zo’n aanpak met de waarheid prima blijkt te kunnen, bewijst Wikipedia. Het experiment dit nu te doen met meningen, lijkt me uitdagend en bevrijdend.

Hoe de kieslijst vastgesteld moet worden, daar ben ik nog niet uit. Wèl dat dat anders moet, met meer oog voor vernieuwing, maar ook meer oog voor het plaatsen van minderheidsvertegenwoordigers die wellicht niet de steun hebben van een absolute meerderheid van de GroenLinks-leden, maar wel een aanzienlijke achterban in de partij hebben. Overigens, dat moet me dan ook van het hart, deze minderheidsvertegenwoordigers zullen zich, eenmaal in een fractie gekozen, wel gebonden moeten voelen aan de strategische lijnen die door een fractie gezamenlijk wordt uitgezet. Maar dat moge logisch zijn.

Homo Quaerens – za 15 sept. 2007

Debatweekeinde. Foto: Margot Scheerder

Honderden GroenLinksers bevolkten de doorgaans zo rustige camping Ginkelduin in Leersum. Het eerste grote toekomst-congres van GroenLinks is begonnen.

‘Discussie in de tent’, was de enigszins dubbelzinnige noemer waaronder het congres werd gehouden. De vele discussies werden dan ook in tenten gehouden. En er werd al meteen een bijdrage van mij verlangd, en wel bij het onderwerp ‘consensusmodel versus congresmodel’. Hoe kom je tot de meest zuivere besluitvorming: door net zolang te praten tot je het met elkaar eens bent, of op een gegeven moment maar een stemmen te houden, waarbij de meerderheid zijn zin krijgt.

Het aardige was dat mijn groepje zelfs tijdens het simulatiespel van het laatste model nog kwam met alternatieve voorstellen. Consensusvorming zit kennelijk in onze genen. Wel lastig, want consensus leidt weliswaar vaak tot gedegen voorstellen, maar niet tot korte soundbites waarmee je het nieuws haalt. Het acht uur-journaal kunnen we dus wel vergeten.

Een tweede, en zeer ingewikkelde discussie, ging over de wijze waarop GroenLinks kandidatenlijsten samenstelt. De systematiek is onlangs veranderd om leden meer invloed te geven, maar de gekozen procedure leidt eerder tot het tegenovergestelde. Terecht is er dan ook veel kritiek op het nu geldende model.

Een korte schets van hoe het nu gaat: een kandidatencommissie deelt de kandidaten p in verschillende blokken. Binnen dat blok kunnen de leden vervolgens de volgorde kiezen. Dat betekent ook dat mensen uit het blok kunnen vallen. De kritiek is dat kandidaten niet voor een hoger blok kunnen meedoen, tenzij ze tegen de kandidatencommissie in beroep gaan en gelijk krijgen. Overigens geldt in dat geval nog steeds dat het negatieve advies van de kandidatencommissie voor dat hogere blok openbaar gemaakt wordt.

Helaas was er niemand die een werkbare oplossing had voor het probleem. Want terugkeren naar de klassieke systematiek waarbij de kandidatencommissie met een kant-en-klare lijst komt waar in de praktijk meestal maar marginaal aan veranderd wordt, is ook niet de bedoeling. Vermoedelijk ligt hier nog heel wat werk voor het begeleidingspanel.

Tot slot was er ook nog wat rumoer over een enquête die werd uitgedeeld onder de bezoekers. Sommige mensen werden zelfs boos om de vragen die er gesteld werden. De enquête werd aanvankelijk zelfs even teruggetrokken, waarna de verdedigers van het vrije woord weer bewerkstelligden dat deze werd teruggelegd. Daarmee was het sociale experiment achter die enquête eigenlijk volledig geslaagd. En voor de twijfelaars, ja, de vragen waren inderdaad niet serieus bedoeld.

‘s Avonds een feest dat door velen inmiddels gekwalificeerd is als ‘het gezelligste feestje sinds we elf zetels wonnen’. Femke danste op haar vrolijkst mee op Doe Maar. En ‘s nachts een telefoontje van campagneleider Jaap of de DWARS-ers wellicht iets minder herrie wilden maken. Het was immers al half vijf.