Dutch local politician for the environmentalist party GroenLinks, tends to be serious at times but usually has a slightly absurd and overall happy and sunny mental disposition.
Iets met kinderen en ijswater. Ik moest me dat herinneren. Ik had de woorden in mijn agenda geschreven. Kinderen. En ijswater.
Het zou een onderwerp voor een blog geweest kunnen zijn. Of misschien iets dat ik nog moest nazoeken. Trefwoorden voor een YouTube-filmpje dat iemand me heeft aangeraden? Een briljant nieuw product met bijbehorend marketingconcept dat me terstond in de quote 500 zou lanceren? Een recept?
Kinderen en ijswater. Geen flauw idee wat het heeft te betekenen.
Niets te doen tijdens het reces? Welnee. Er zijn altijd wel journalisten te vinden die iets willen weten. En er is de Tour de France die ik de hele middag kan volgen op de televisie die normaal de hele dag op pagina 101 staat. En als je dan toch nog tijd over hebt, kan ik altijd nog een set schriftelijke vragen stellen aan het Bredase college.
Geacht college,
Het aantal aanvragen bij de gemeentelijke kredietbanken zal vanaf het derde kwartaal naar alle waarschijnlijkheid fors gaan stijgen als gevolg van de economische crisis en de daarmee gepaard gaande toename van de werkloosheid. Dit staat te lezen in het VNG-magazine nr. 17 van afgelopen weekeinde. Veel kredietbanken kampen nu al met toenemende werkdruk, niet als gevolg van de crisis, maar omdat het aantal klanten dat als gevolg van een scheiding in de problemen komt, toeneemt en doordat de financiële constructies die mensen aangaan steeds ingewikkelder worden en de gevolgen daarvan vaak nu pas zichtbaar worden.
Door de ongekend hard oplopende werkloosheid zal na de zomer het aantal mensen dat een aanvraag doet voor schuldhulpverlening ongetwijfeld nog verder toenemen. De vrees is dat daarmee de wachttijden ook fors zullen oplopen. Een wachttijd van enkele maanden is te lang en zorgt ervoor dat mensen onnodig veel verder in de problemen raken. Bij schuldhulpverlening is het van belang om zo snel mogelijk in te kunnen grijpen en mensen te begeleiden om te voorkomen dat de schuldenproblematiek verder toeneemt. Derhalve de volgende vragen:
Is het aantal aanvragen voor schuldhulpverlening in het eerste halfjaar van 2009 toegenomen t.o.v. dezelfde periode in 2008? Zo ja, hoe groot is de toename?
Hoe lang zijn de wachttijden bij de Kredietbank vanaf het moment van aanmelding?
Is er voldoende bezetting om de te verwachten extra aanvragen voor schuldhulpverlening te kunnen behandelen?
Is het mogelijk en bent U bereid (tijdelijk) extra personeel in dienst te nemen om de te verwachten hausse aan aanvragen tijdig te kunnen behandelen en mensen te begeleiden met hun financiën. Zo ja, op welke termijn kunnen deze mensen aan het werk gaan?
En toen was het reces echt begonnen, ook in Breda. Geen lange maandagavonden op de fractie meer, maar op het terras. Of althans, dat zou je verwachten.
Ik had nog zo’n halve meter dossiers thuisliggen die ik kwijt wilde op de fractie. En fractiegenoot Piet Hein, die eens in de zoveel tijd een willekeurige stapel uit zijn werkkamer meeneemt had ook nog zoiets bij. En van al die dossiers moest gecheckt worden of ze al in het fractiearchief zaten.
Daarnaast werd het ook tijd om het flink uitgedijde archief ‘ns goed op te schonen. En hadden we die avond ongeveer elk belangrijk dossier uit twintig jaar politieke geschiedenis nog even vast. Honderden, duizenden pagina’s, elk met een eigen historie, een eigen verhaal. Die vervolgens zonder pardon bij het oud papier gesmeten werden.
Ergens in de zomermaanden vindt het jaarlijks hoogtepunt voor bloggend Nederland plaats. Of, althans, voor de happy few die zich zo gelukkig mogen prijzen dat ze door René worden uitgenodigd om aan te zitten aan zijn rijkelijk gevulde eettafel.
Vorig jaar moest ik verstek laten gaan omdat ik op de bewuste datum op de festivalweide van Werchter onder de Belgische zon zat te genieten van een weergaloze affiche. Mijn aanwezigheid bleef toen beperkt tot een vooraf gemaakte videoboodschap, die René, zo hoorde ik later, ook nog eens in de verkeerde beeldverhouding had afgespeeld voor zijn gasten.
Op een gegeven moment leek het erop dat ik er dit jaar ook even niet bij was. Want alhoewel ik gewoon lijfelijk aan tafel zat, waren alle ogen en oren gespitst op mijn buurman. De ene na de andere vraag werd op hem afgevuurd. Wat wij dan precies hadden, hoe dat dan precies zat, wat hij voor me voelde en of dat allemaal wel kon voor een getrouwde man. Ik was, op alle fronten, derde persoon enkelvoud.
Even wilde ik nog uitroepen „hallo, ik ben er nog hoor”. Maar ik besloot mijn mond te houden. Ik was zelf eigenlijk ook wel benieuwd naar de antwoorden.
Ooit was ik 23. En werkte ik op de kunstredactie van regionaal dagblad BN/DeStem. De wekelijkse kunstbijlage had in dat jaar een vaste rubriek, ‘de kunst van’, waarin een willekeurige redacteur iets kon schrijven wat vaak, maar niet altijd, niets met kunst of cultuur te maken had. En bij gebrek aan welwillenden vroeg mijn chef of ik niet ook eens een poging wilde wagen.
De kunst van… ouder worden
Anderhalf jaar geleden zat ik in mijn quarter-life crisis. De eerste grijze haren rond mijn slapen werden zichtbaar. Het leven was een aaneenschakeling van frustraties en tot overmaat van ramp was ik ook nog eens verliefd. Een onbeantwoorde liefde kun je met name in de herfst niet gebruiken. Het crisisjaar ben ik redelijk ongeschonden doorgekomen, maar de jeugdige onschuld, voor zover daar nog over gesproken kon worden, was definitief weg.
Met trots kan ik mededelen dat ik inmiddels tot het kamp der volwassenen ben toegetreden. Een optimistische levenshouding heeft plaats gemaakt voor cynisme. Het enige dat nog rest van een rebels verleden is mijn lange haar. De enige reden dat ik het niet kort knip is mijn angst voor verandering. Help, ik word conservatief!
Vroeger, en het beangstigt me dat ik dat woord durf te gebruiken, wilde ik nog wel eens wat doen voor een betere wereld. Ten tijde van de Brent Spar-affaire bezette ik met een groep van dertig mensen het Shell-laboratorium te Amsterdam. Een hele dag konden leveranciers het complex niet op. De oliebaron moest plezierboatjes inhuren om het personeel via het IJ op het terrein te krijgen. Het was de enige ingang die we niet konden blokkeren
Maar ook toen had actievoeren al zijn grenzen. Om vijf uur wilden we naar huis Het schoonmaakpersoneel smeekte ons de blokkade nog even vol te houden, zodat ZIJ niet hoefden te poetsen, maar WIJ waren onvermurwbaar.
Het is lastig actievoeren op een lege maag. Tegenwoordig beperkt mijn bijdrage aan een betere wereld zich tot het uitknippen van het plastic doorkijkje van de vensterenveloppen van mijn bankafschriften, opdat het afval zo zorgvuldig mogelijk gescheiden wordt. Daarnaast doe ik nog wat vrijwilligerswerk, waarmee ik ook dit jaar geen lintje heb verdiend.
Mijn schaarse vrije tijd breng ik aan het eind van elke dag door in de kroeg. Met vrienden haal ik herinneringen op uit de tijd dat we aan de toog wilde toekomstplannen smeedden, waarvan er nooit een is gerealiseerd. Met minachting praten we nu over de jeugd van tegenwoordig die, compleet versuft door de commerciële televisie, totaal niet meer maatschappelijk geëngageerd lijkt te zijn. Ondertussen bestellen we nog een rondje en een bitterballengarnituur. Sluitingstijd halen we zelden meer, omdat we er de volgende morgen weer vroeg uit moeten.
Ik ben een onderdeel geworden van het poldermodel dat ik zo verafschuwde. Meningsverschillen worden bedekt met de mantel der liefde. De discussie is doodgeslagen. Me afzetten tegen de maatschappij is er niet meer bij. Alleen wanneer ik mijn rijwiel plaats voor een bordje ‘hier geen fietsen a.u.b.’ ben ik nog recalcitrant. Gelukkig zijn er nog een paar mensen die zich weigeren te conformeren, maar een handjevol acties van boeren en machinisten zal de wereld niet verbeteren.
De echte verandering moet komen van de jongeren. Van de huidige generaties hoeven we niets meer te verwachten. De regenten hebben afgedaan! Kom op jongens, zet die tv uit en klim uit jullie luie stoelen. Ren de straat op en ga die wereld van jullie nu eens verbeteren. Weg met het hedonisme. Weg met de wetten tussen droom en daad. Maak je dromen waar en fuck de realiteit!
Het is lente en ik voel me ineens weer 23. Hoe maak je ook alweer een spandoek?
Sinds enkele jaren is het traditie om aan het eind van het seizoen iets leuks te doen met de gehele raad. Het probleem van ‘iets leuks’ is echter dat de ideeën over de invulling daarvan van persoon tot persoon nogal drastisch kunnen verschillen.
Het raadsuitje leek dan ook verdacht veel op de familiedagen die ik jaarlijks met moeders kant van de familie heb. Terwijl de familie trouw het samengestelde programma afwerkt waar maandenlang druk aan gewerkt is, zit iedereen stiekem te wachten op het moment dat we aan de drank kunnen. Met het raadsuitje was het weinig anders. Voor het bier geserveerd kon worden, moest er eerst gefrisbeed en met pijl en boog geschoten worden.
De herinnering van de gymlessen kwamen boven. Geen geweldige werper en al helemaal geen goede vanger. Evolutionair gezien is het ook veel logischer om snel weg te duiken wanneer er objecten met grote snelheid naar je toevliegen dan ze te vangen. Uiteraard faalde ik miserabel in zowel het frisbeeën als het schieten met pijl en boog. Een achterstand die ik gelukkig bij het drinken snel had ingehaald.
Het is rustig in het Kamergebouw. Vorige week waren er nog heel wat collega’s druk in de weer met het opruimen van hun bureau, het wegwerken van de in de loop van het jaar gegroeide stapels of het afhandelen van te lang onbeantwoord gelaten mailtjes. Deze week was het rustig. Je kon op de gang een kanon afschieten zonder dat de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding het zou opmerken.
De Kamerfractie draait met minimale bezetting. Er is één beleidsmedewerker van dienst, één secretarieel medewerker van dienst en, ik zei de gek, één voorlichter van dienst. En wellicht vraag je je af wat we zoal doen gedurende die warme zomerdagen die dagelijks vragen om een lange lunch in de buitenlucht, ver van computer en e-mail.
We stellen vragen namens Kamerleden die er niet zijn, geven een reactie op vragen van journalisten die nieuws proberen te maken dat er niet is, voor kranten of programma’s die een publiek proberen te bereiken dat er ook al niet is.
Het reces tart elk godsgeloof. De leegte is materie geworden, het woord vleesloos.
Ik heb weleens gezegd dat een compromis de ergste vorm van besluitvorming is. Ten minste, als het een compromis betreft tussen twee totaal verschillende visies. Het uiteindelijke besluit kan immers niets anders zijn dan visieloos.
Er zijn drie manieren om tot een besluitvorming te komen. De consensus, het compromis en de concessie. Naar een consensus kan gezocht worden wanneer de verschillende partijen het redelijk eens zijn met elkaar. De concessie staat daar recht tegenover. De twee partijen verschillen diametraal met elkaar van mening, maar de één legt zich neer bij de mening van de ander in de hoop of verwachting dat de ander dit ook zal doen bij een volgend dossier waarover de twee van mening verschillen. Als laatste optie is er het compromis. Aan het besluit wordt net zo lang gesleuteld totdat beide kampen ermee kunnen leven.
In de praktijk blijkt echter dat het voorstel zo veranderd wordt dat geen enkele van de twee partijen zich er nog in kan herkennen. De enige reden dat een compromis-voorstel het haalt is omdat er een politiek proces aan voorafgegaan is waaraan de verschillende spelers zich gecommitteerd hebben. Het compromis is in veel gevallen dan ook het lelijkste wat de politiek kan voortbrengen.
De uiteindelijke uitkomst in het debat rond de horecatijden was zo’n compromis. Een lelijk misbaarsel. Een wanbesluit. Een gedrocht dat nooit het licht had mogen zien. Het heeft geleid tot een beleid waar zowel de voorstanders als de tegenstanders van verruimde openingstijden zich niet in kunnen herkennen. En achteraf snap ik niet meer om welke reden ik zo hard voor dat dossier gelopen heb. Behalve, behalve dan omdat het een proces was waar ik me aan gecommitteerd had.
Ik trek mijn handen ervan af. Ik wil geacht worden hier niets mee te maken gehad te hebben.
De blauwe Brabantse lucht beloofde een mooie dag. Ik was voor mijn doen vroeg uit de veren en had er zin in, zelfs al werd de lucht al naar gelang mijn trein zijn bestemming naderde, steeds bewolkter.
Eenmaal in Den Haag aangekomen, ging mijn telefoon. Niels. Of ik wist hoe laat ik ongeveer in Utrecht zou aankomen. Een vloek of twee ontsnapte. Mijn afspraak op het Landelijk Bureau over de nieuwe klimaatonderhandelingen eind dit jaar in Kopenhagen helemaal vergeten.
Ik pakte de eerst mogelijke trein naar Utrecht. Ondertussen klaarde de hemel op. Zo tegen half twee, na enkele uren brainstormen, kon ik alsnog naar Den Haag voor een verlate lunchafspraak bij Jaap. Die me vervolgens met de motorboot nog even de wateren van Den Haag liet zien.
Zo rond half vijf zette ik voet aan vaste wal, vast van plan om – pro forma – nog even mijn gezicht op mijn werk te laten zien. Halverwege de wandeling draaide ik om en haastte me naar het station. Ik moest snel zijn, wilde ik nog op tijd komen voor het fractievoorzittersoverleg, om 18.00 uur in Breda.