Homo Collidens (2) – di 6 nov. 2007

Clash of Culture, foto: Richard vd Westen

De ‘Clash of Culture’ van GroenLinks werd wellicht nog het meest pregnant omschreven door Frans Maas, die bekende nog nooit dansers, schilders, een dichteres en bands op dezelfde avond op het zelfde podium gezien te hebben. En laat dat nu precies de bedoeling geweest te zijn.

Ik was positief verbaasd dat een volle zaal mensen, die waarschijnlijk voor iets anders kwamen, toch aandachtig en muisstil keek en luisterde naar een dansduo en een dichteres. Dat zegt natuurlijk allereerst iets oder de kwaliteit van respectievelijk Jeugddansgezelschap De Stilte en dichteres Leonie Ruissen, maar het zegt ook veel over het publiek. Je kunt dus in Breda wel gewoon aandacht krijgen voor kunstvormen die zogenaamd elitair of hoogdrempelig zijn.

Dat het Bredase publiek best in is voor iets onverwacht, bleek ook uit het feit dat halverwege de avond de bovenzaal van de Boulevard redelijk vol stond met mensen. En op een doordeweekse dag is het niet vanzelfsprekend dat mensen de stad in gaan. Achteraf had ik de avond wellicht beter in het weekeinde kunnen houden, maar soit.

Zeer geslaagd vond ik het experiment van de gitaar die in debat ging met een verfkwast. Op een voor gitaar bewerkte compositie van Phillip Glass beschilderden kunstenaars Stanley van der Meer en Yur Rozenberg ‘live’ een doek van twee bij twee meter. Een soort analoge vj’s, noemde ik het maar.

De avond werd spetterend geopend door de E-Team, een band rond rondom Leo van Lieshout, bestaande uit leerlingen van The Loads, die enkele maanden eerder in het kader van een muzikaal uitwisselingsproject naar Addis Abeba in Ethiopië waren geweest. Leo had zijn olievaten weer eens van stal gehaald, waar van harte op losgedrumd werd. De band Horanta was van het kaliber veel invloeden uit even zoveel windstreken, overgoten met een zwaar experimenteel sausje’. Goed, niet iedereen trok het, terwijl anderen juist helemaal opgingen in de neo-flowerpowerklanken. De avond werd afgesloten door de folkpunkers van Stuart O’Malley and the Whisky-gullivers.

Nog even los van het feit dat ik het leuk vindt om als GroenLinks-fractie ook op onconventionele wijze aan het publieke debat in de stad deel te nemen, is het natuurlijk ook leuk om eens zo’n avond te mogen organiseren. Maar alles heeft zijn keerzijde, en uiteraard had ik dat al kunnen weten als vrijwilliger van Breda Barst. Terwijl iedereen al lang en breed op bed ligt, reed ik als roadie nog heen en weer om de backline van de laatste band terug te brengen en een levensgroot schilderdoek af te leveren op het fractiekantoor van GroenLinks. Politicus ben je 24 uur per dag.

Homo Collidens – zo 4 nov. 2007

flyer

Nadat ik de zaterdag in zijn geheel had verkwanseld aan afwisselend goede, slechte en vervolgens weer goede televisie, restte er op zondag niets anders dan werk. Spreiding is nooit één van mijn sterkste kanten geweest.

Een groot deel van de dag ging op aan de voorbereiding van de ‘Clash of Culture’. Dat is een culturele avond die de fractie organiseert in het kader van het stedelijk cultuurdebat. Eerder schreef ik daar al over.

Het idee om een cultuuravond te organiseren, ontstond een week of vijf geleden. De doelstelling is veelzijdig. Allereerst is het een reactie op het cultuurdebat totnogtoe. In het kader van dat debat hebben diverse instellingen, organisaties en groepen thematische avonden georganiseerd met telkens de vraag waar het met de kunst en cultuur, en in het verlengde daarvan het beleid, in de stad naar to moet. Inherent zijn dat vaak zware en een enkele keer ook zwaarmoedige debatten. Het was mijn ambitie om mensen een avond lang met elkaar over cultuur te laten praten zonder een debat te organiseren.

Deze wens, en daarmee ook de tweede doelstelling, kwam voort uit de wens deze fractie nadrukkelijk ook op het culturele vlak te positioneren. Als het om cultuurbeleid gaat, heeft GroenLinks in Breda een naam hoog te houden. Wij pleiten al jaren voor een vrijzinnige benadering, waarin nieuwe initiatieven en jonge makers de ruimte krijgen om hun ideeën vorm te geven. De avond die ik in mijn hoofd had, moest ook die makers bij elkaar te brengen.

Een derde doel was om in het cultuurdebat ook eens te laten zien wat Breda allemaal al heeft. In de politiek weet lang niet iedereen welke potentie Breda in huis heeft. Met een afwisselend, zelfs eclectisch programma, wilde ik dat mensen van de ene in de andere verassing vielen.

Uiteindelijk heb ik gekozen voor een netwerkaanpak. Je zet het idee bij een aantal mensen uit, kijkt naar de reacties en de ideeën die ze zelf hebben en gebruikt hun netwerk. Zo kwam ik tot een programmering. Dankzij de hulp van makers zelf en met een zak geld natuurlijk. Want als je jonge makers zegt serieus te nemen, dan moet je ze ook serieus betalen.

De zondag werd gevuld met telefoontjes, om zo de laatste dingen te regelen. En daarna met een avondje in de Boulevard, waar het allemaal plaats zou gaan vinden. Met de Boul kun je de zaken beter aan de bar regelen, dan aan de telefoon.

Homo Inquirens – vr 2 nov. 2007

Stadhuis Breda

De dag na de begrotingsbehandeling vond ik het maar weer eens tijd om uit te slapen. Het was, voor de vergadertijgers onder ons, namelijk een alleszins leuk en spits debat.

Nog even los van het succesje dat GroenLinks het voor elkaar heeft gekregen om in de zeer gemêleerde wijk Brabantpark een multifunctioneel trapveldje te realiseren voor de jongeren van het jongerencentrum aan de Elandstraat, waren er namelijk een aantal opzienbarende dingen gebeurd.

Meest bijzonder was een aangenomen amendement van 250.000 euro extra voor de reconstructie en ontwikkeling van het groene buitengebied. Het amendement kwam van D’66 en deed een behoorlijke extra greep in de vrije investeringsruimte die de stad nog heeft. Opvallend was vooral hoe de motie werd aangenomen. Aanvankelijk was er, in ieder geval bij de coalitie, een stilzwijgende afspraak bij de voorjaarsnota van 2008 alle grote wensen integraal tegen elkaar af te wegen. GroenLinks was ook vast van plan dan flink in te zetten in onder andere zaken als natuurontwikkeling.

Het was de onhandigheid van verantwoordelijk wethouder Janus Oomen die er toe leidde dat het amendement werd aangenomen. Hij zei namelijk dat het geld dat D’66 wilde inzetten voor het buitengebied uit zijn eigen portefeuille kwam en het dus voor hem een sigaar uit eigen doos zou zijn. Op basis van alleen die redenering ontraadde hij het amendement. Pas bij de daaropvolgende schorsing kon hem duidelijk gemaakt worden dat het geld niet uit zijn portefeuille kwam, maar uit de investeringsruimte.

Vervolgens kon de wethouder niet veel meer dan het amendement positief beoordelen. Zijn enige tegenargument was immers onderuit gehaald en een nieuw tegenargument verzinnen zou te doorzichtig zijn geweest. En vervolgens kon niemand met een groen hart nog zonder gezichtsverlies tegen het amendement stemmen, zij het wellicht na enig aanjagen mijnerzijds in een volgende schorsing.

Een ander opvallend punt was het stemgedrag van de SP. Zij stemden tegen de aanleg van het eerder genoemde sportveldje. Zij stemden ook tegen een eenmalige extra subsidie aan poppentheater Muzipo, dat zich specifiek richt op de allerkleinste Bredanaars. Vervolgens stemden zij wel voor een extra subsidie aan het bobo-evenement Breda Hippique. Ik kon de socialistische lijn in dit op zijn minst opmerkelijke stemgedrag niet terugvinden en, nadat ik hem om uitleg had gevraagd, SP-fractievoorzitter Vergroessen eigenlijk ook niet. Kennelijk is de slogan van de SP niet langer ‘brood op de plan en een dak boven je hoofd’, maar ‘boord op de plank en een paard onder je kont’.

Er waren nog wat andere kleine interruptiedebatjes die voor ons erg leuk waren, maar voor niet-raadsleden waarschijnlijk teveel uitleg vragen om nog leuk gevonden te worden. Sommige spitsvondigheden gaan namelijk terug op zaken van jaren geleden, toen Paars nog in de mode was. En dat is eigenlijk al lang politieke pré-historie.

Homo Contionens – do 1 nov. 2007

Stashuis

Zwaar geïnspireerd door mijn avonturen als forens, zocht ik de rode draad van mijn algemene beschouwingen bij de begrotingsbehandeling dit jaar bij het fenomeen treinen. Ik vond het een zeer geslaagde rode draad, al zeg ik het zelf.

«Voorzitter,

zoals U weet reis ik voor mijn werk regelmatig ‘s ochtends met de trein naar het Haagse. Ik loop dan altijd helemaal door naar het voorste treinstel om plaats te nemen in één van de zespersoons coupé’s van de oude ICK. En het liefst zit ik dan bij het raam met mijn rug in de rijrichting.

Dat doe ik om een aantal redenen.
Allereerst is het altijd prettig om als eerste op de plaats van bestemming aan te komen. Ten tweede is het ook erg prettig om vanuit het raam te zien waar je vandaan komt. Dat brengt rust. En overigens ook de gelegenheid om nog enkele minuten lang te kijken naar de prachtige toren van de Onze Lieve Vrouwekerk.
En ten derde, mocht de trein onverhoopt een botsing maken, dan is het een fijne gedachte dat je niet door de coupé gelanceerd wordt maar stevig tegen de eigen zetel aangedrukt wordt. Lees verder “Homo Contionens – do 1 nov. 2007”

Homo Actor – za 27 okt. 2007

Theater

Voormalig Theater Het Slot had, in het kader van het stedelijk cultuurdebat, een avond georganiseerd over podiumkunsten. De aanpak was op zijn zachtst gezegd theatraal.

Voor de gelegenheid had theatermaakster Hanna Buda een forum samengesteld. De bedoeling was echter niet dat het forum daadwerkelijk met elkaar in debat ging, het was de bedoeling dat het forum op een prikkelende manier met elkaar acteerden dat zij met elkaar in debat gingen. Daarvoor had zij geen acteurs ingehuurd, maar kunstenaar Jaap Mulder, kunstenaar Michael Jepkes en kunstenaar Dennis Elbers. En ik, zei de gek.

Als gelegenheidsacteur kregen we allemaal een rol toebedeeld. Jaap was de kunstenaar, Michael de kritische toeschouwer, Dennis de ondernemer. Ik kreeg de rol van de politicus toegewezen. En hier wordt het gevaarlijk. Want wat als de bezoekers onze rollen niet zou doorzien en de citaten daadwerkelijk zou opvatten als gehuldigde standpunten.

‘Ach’, zei Jaap Mulder. ‘Politici spelen altijd toneel en zeggen niets’. Nu werd het voor mij verwarrend. Beledigde hij nu de geacteerde politicus in zijn rol van kunstenaar, of was het de ware kunstenaar Jaap die mij persoonlijk aanviel.

Daarmee was de verwarring ontstaan. Kunst moet rebelleren tegen zijn eigen waarheid, had Jaap eerder gezegd. Hij wist er op dat moment direct en effectief een levenshouding van te maken.

Homo Varius – do 25 okt. 2007

Deksel van de put

Het was onbespreekbaar, onder de vorige cultuurwethouder. Onder géén beding mochten onder zijn bewind de directeuren van de cultuurinstellingen een cultuurdebat organiseren. Dat uiteraard tegen mijn zere, vrijzinnige been. „Een cultuur van angst en dreigementen zal het veld lamleggen. Dat geeft jou misschien vrij baan je beleid zonder tegenwind uit te voeren, maar leidt uiteindelijk niet tot een vruchtbaar cultureel klimaat.”, schreef ik de toenmalige wethouder in een open brief.

Toen we in Breda na de verkiezingen deel gingen nemen in de coalitie en onze externe wethouderskandidaat ook nog eens de portefeuille cultuur toegewezen kreeg, leek het dan ook een goed moment om nog eens op die episode terug te komen. „Wilbert”, zei ik tijdens een lunch met uitsmijter tegen de toen aanstaand wethouder, „als je nu echt de harten van de cultuurmensen in Breda wilt openen, dan is het wellicht verstandig om een cultuurdebat af te kondigen”. En Wilbert zou Wilbert niet zijn als hij dat grootser aanpakte dan ik zelf had durven dromen.

Het groot stedelijk cultuurdebat is nu al enkele maanden gaande en het wil niet bepaald zinderen. En inmiddels is de slotmanifestatie in zicht. Bij de openingsavond van het cultuurdebat riep ik al op tot het roze schilderen van fietspaden, of het volplakken van de Kathedraal met gele post-it memootjes. Of iets anders geks wat kunstenaars zo af en toe eens doen onder het mom van een maatschappijkritisch statement. Helaas, het bleef oorverdovend stil.

Goed, ik heb al vele avonden in zaaltjes mogen doorbrengen waarin eerst jongeren, vervolgens kunstenaars, dan weer vrienden van het Bredaas Museum en uiteindelijk theatermakers met elkaar in gesprek gaan over het cultureel klimaat in de stad. Het blijft echter bij de wisseling van woorden en meningen. De enige die het publiek enigszins wist te tarten was schrijver/columnist/beroeps-enfant-terrible Oscar Kocken. En hij was nota bene ingehuurd en komt daarnaast ook niet uit Breda. Kunnen we zelf echt helemaal geen schokgolf teweegbrengen?

Vorige week nog hoorde ik een oudere kunstenaar weeklagen over alle regels waaraan kunstenaars zich moeten conformeren om voor subsidie in aanmerking te komen. Dat alles uiteraard, zo analyseerde hij, ten koste van de autonomie van de kunstenaar zelf: ‘Kunstbeleid leidt tot beleidskunst’. Overigens kon de man weinig waardering opbrengen voor veel van zijn jongere, postmoderne vakbroeders. „Quatsch”, riep hij uit, waarmee hij meteen bewees dat overheden met hun subsidieregels nog altijd minder bevooroordeeld en bevoogdend zijn dan sommige kunstenaars. Ik stelde me voor dat hij zich na ons gesprek weer voor een week of twee veilig in zijn atelier zou opsluiten, ver van de grote boze buitenwereld.

Uiteindelijk besloot ik zelf maar iets te organiseren. De avond voor de slotmanifestatie. Een soort pré-slotmanifestatie-party. Een cultuurdebat zonder woorden, maar met kleuren, vormen en klanken. Waarin een gitaar en een verfkwast met elkaar in debat gaan. Een avond waarop dansers en drummers het podium delen en waarop Bredase muzikanten muziek uit alle windstreken ten gehore brengen. Een debat tussen cultuur, in plaats van over cultuur. Nu kan het natuurlijk allemaal gigantisch mislukken, maar politiek is net als kunst nu eenmaal geen roeping voor bangerikken. En eigenlijk ook niet voor mensen met een nogal enge visie over wat wèl en wat er vooral géén kunst genoemd mag worden.

Homo Musicus – di 23 okt 2007

cultuurdebat

In poppodium MeZZ een nieuwe episode van het groot stedelijk cultuurdebat. Het ging, uiteraard, over het popklimaat in de stad.

Uiteindelijk waren het vooral de bekende gezichten die acte de présence kwamen geven. Op zich niet zo vreemd, want zoveel trekkers kent het Bredase popwereldje nu ook weer niet. Heel veel verassends werd er niet gezegd, maar dat maakt de uitkomsten van het debat niet minder relevant..

Drie dingen leidden uiteindelijk tot veel discussie in de zaal. Allereerst de sluitingstijden. Het is, ik heb het hier al vaker gezegd, voor organisatoren van dance-events belangrijk dat de openingstijden verruimd worden. Het huidige beleid om twee uur te sluiten, is volstrekt uit de tijd. En sommigen kunnen wellicht wel vinden dat mensen niet zo laat uit moeten gaan, dat wil niet zeggen dat die mensen zich daar ook maar iets van aan zullen trekken. Als straks het nachtnet ook Breda zal aandoen, dan zullen veel mensen geregeld afreizen naar de randstad, om daar naar dance-feesten te gaan. Wil je als Breda aantrekkelijk blijven, zullen de openingstijden rap worden verruimd.

Een tweede, breed gedeelde opmerking, ging over de mogelijkheden voor beginnende bands om op te treden. Directeur Frank Zijlmans werd verweten te weinig lokale bands te programmeren als voorprogramma van grote namen. ‘ik zou wel willen’, zei Frank, ‘maar bands nemen tegenwoordig vaak zelf hun eigen voorprogramma mee.’

Een derde opmerking ging over het POB, het plaatselijke popcollectief. Zou deze organisatie niet meer kunnen betekenen voor het begeleiden van bands en het ondersteunen van nieuwe initiatieven. ‘Ja’, vond iedereen. Maar de organisatie bestaat nu uit één betaalde kracht en een groep goedbedoelende vrijwilligers met een beperkte hoeveelheid tijd. Iets meer betaalde krachten om als begeleider op te treden, zouden zeer welkom zijn. En dat is uiteindelijk natuurlijk gewoon een ordinaire centenkwestie.

Ik voeg er zelf nog één opmerking aan toe. In Breda willen bands nog wel eens denken dat als je maar goed kan spelen, je er wel komt. Maar dat is niet zo. Als muzikant moet je bereid zijn keihard te werken, te repeteren en je suf te bellen om geboekt te worden. Dat is meer dan een demootje opnemen en rondsturen. En zelfs dat is alles behalve een garantie op succes. Het muzikantenbestaan is nu eenmaal zwaar.

Homo Consenescens – ma 22 okt 2007

Foto: Sjoerd Bakker

„Tring Tring”, zei de telefoon. Jesse, secretaris organisatie van de groenlinkse jongerenorganisatie DWARS zat met een probleem.

Jesse had de ledenlijst nog eens kritisch doorgelopen en daaruit bleek dat een heleboel leden niet subsidiabel waren. Dat probleem werd voor een deel veroorzaakt doordat DWARS ooit de leeftijdsdiscriminatie heeft afgeschaft en dus ook behoorlijk wat leden van boven de 28 kent. Ik ben er daar één van.

„Van het ministerie mag ons ledenbestand maar voor een beperkt deel uit dat soort oude leden bestaan”, zei Jesse, „anders verliezen we onze subsidie.” Ik luisterde aandachtig.

„Ik dacht, daarom bel ik jouw even, want misschien heb jij wel een oplossing. We moeten dus misschien een heleboel van die leden gaan uitschrijven. Maar ik wil ook een aantal van die oude leden die veel voor de organisatie gedaan hebben, aan ons binden. Want oude fossielen zoals jij behoren toch een beetje tot het meubilair van de organisatie.”

Jesse is een geweldige kerel. Maar soms kan hij per ongeluk heel confronterend zijn.

Homo Feriatus – vr 19 okt 2007

Poppodium MeZZ

Poppodium MeZZ bestaat vijf jaar. Een lustrum en dus reden voor een feestje.

MeZZ is een aanwinst voor de stad. Voor de komst van MeZZ was het lokale poppodium niet meer dan een donker punkhol. Charmant, maar volledig uit te tijd. Er hadden weliswaar in de vijftienjarige historie heel wat bands van naam en faam opgetreden, maar de laatste tijd begon het zaaltje met een maximum capaciteit van 200 bezoekers toch echt te klein te worden.

En hoewel MeZZ een aanwinst genoemd mag worden, is met het sluiten va PARA ook veel verloren gegaan. MeZZ is een professioneel gerund podium, maar mist absoluut de charme die de vroegere podia hadden. Net zoals 013 qua sfeer niet kan tippen aan het oude Noorderlicht , de nieuwe Effenaar een anoniem blok beton is in vergelijking met de vroegere huisvesting en Dynamo een overgeorganiseerd en subsidievretend gedrocht is dat in niets lijkt op haar gelijknamige voorganger meer te maken, zo is MeZZ ook in niets te vergelijken met PARA.

Allereerst, MeZZ is een succes. De financiële problemen zijn opgelost, de bezoekerscijfers zijn gezond en er wordt voor een breed publiek geprogrammeerd zonder dat het een semi-commerciële instelling is geworden. Maar zo’n professionaliseringsslag gaat ook ten koste van het experiment, het lef en de onverwachte programmering. Uiteindelijk is het simpel: wie groter groeit heeft moeite om avant-gardistisch te blijven.

PARA was en bleef een punkhol, en daar waren we trots op. Het oude PARA-gebouw wordt nu geëxploiteerd door een warrige ondernemer die er onder de noemer van cultuur salsa-feesten organiseert. Wellicht zou de voorzitter van MeZZ ons een dienst kunnen bewijzen en de PARA weer onder zijn hoede nemen. Hij kan er dan een donker punkhol van maken met een risicovolle, spannende en avant-gardistische programmering met ruimte voor lokaal talent dat nog geen zaal van 700 mensen kan volspelen. Zou dat een idee zijn, Frank?

Homo Formans – do 18 okt. 2007

Stadhuis

De raadsvergadering behandelde vandaag een historisch agendapunt: het bestemmingsplan Teteringen. Het is een langlopend dossier met in het verleden heel wat missers.

Teteringen is een dorp dat in 1997 geannexeerd is door Breda. Vrij snel daarop werden plannen gemaakt voor grootschalige nieuwbouw bij het dorp. Met zo’n drieduizend woningen extra werd het dorp zo’n beetje verdubbeld. Aangezien het hele plan was opgedeeld in drie kleinere plannen, dacht de gemeente Breda onder de normen te zitten die verplichten tot het houden van een Milieu Effect Rapportage.

Vanaf het begin riep GroenLinks dat Breda wel MER-plichtig was. Iets dat uiteindelijk zo’n vier jaar geleden door de Hoger Raad werd bevestigd. Breda kon overnieuw beginnen met een grote financiële strop. Eigen schuld, dikke bult, zou je zeggen.

We zijn nu weer enkele jaren verder. De aantallen zijn een klein beetje teruggeschroefd en een deel van de woningbouw, zo’n 700 woningen, wodt niet aan het dorp Teteringen, maar aan de Bredase wijk Hoge Vught vastgebouwd. Tijd om de bestellingsplannen vast te stellen.

Verassend genoeg was het de VVD, in de voorgaande drie periodes verantwoordelijk voor het hele debacle, die ging protesteren tegen de bouwhoogten van twee bescheiden woontorens aan de invalsweg van het dorp. Leuk voor de bühne, maar steekhoudend was het niet echt. De gebouwen staan vlak bij een ook al niet zo kleine VMBO-school die er in de vorige periode, nog steeds onder verantwoordelijkheid van een VVD-wethouder, is gekomen.

Het zou flauw zijn om de VVD telkens weer onder de neus te wrijven wat zij zelf, toen ze in de coalitie zaten, allemaal gedaan hebben. Maar van diezelfde fractie zou je ook enige consistentie mogen verwachten. Ofwel: ga niet protesteren tegen zaken die je in een vorig leven niet belangrijk genoeg vond om aandacht aan te besteden. Terecht overigens, ze zijn ook niet belangrijk. Hoogbouw langs een rondweg, op een stuk grond dat vroeger weliswaar bij het grondgebied van Teteringen behoorde, maar dat qua afstand dichter bij gelijksoortige hoogbouw aan Bredase zijde ligt, dan bij de kerk van Teteringen, daarvan kan je moeilijk beweren dat die het dorpse karakter zouden aantasten.