Homo Solvens – wo 16 okt. 2007

begroting

In de commissie bestuur werd, nadat het document in alle andere commissies ook al was besproken, de begroting nog maar weer eens een keer behandeld. De meningen waren niet echt positief.

De onvrede, en daarmee ook het debat, concentreerde zich net zo zeer op de inhoud, als wel om de wijze waarop de begroting was weergegeven. In de commissie Bestuur doen namelijk veelal de financiëel woordvoerders het woord.

Wat is er aan de hand: bij de begroting zit al enkele jaren geen exploitatie-overzicht meer. Namens onze fractie heb ik daar al vaker tegen geprotesteerd en dat vindt steeds meer weerklank bij andere collegae. Een exploitatie-overzicht is namelijk belangrijk als je de uitgaven van een gemeente integraal wil afwegen.

Wat is nu een exploitatieoverzicht: eigenlijk is het een grote tabel, waarin vrij gedetailleerd staat aangegeven waar jaarlijks alle gelden aan worden uitgegeven. Het gaat dan specifiek om de structurele geldstroom, niet zozeer de eenmalige investeringen. En waarom willen we dat zo graag weten? Omdat je dan bijvoorbeeld kan zeggen: er is een tekort op A en dat vind ik belangrijker dan B, dus haal maar zoveel geld weg bij B om A te kunnen betalen.

Om een afweging tussen uitgaven te kunnen maken, moet je inzicht in de geldstromen hebben. Dat kan niet zonder een gedetailleerd overzicht. Daaruit kan een raadslid dan bijvoorbeeld lezen dat het Chassé Theater de stad jaarlijks meer dan vier miljoen euro kost terwijl poppodium Mezz nog geen tiende  van dat bedrag krijgt.

De wethouder sputterde aanvankelijk nog even tegen. „Hoe gedetailleerd wilt U het dan hebben?”, vroeg hij, bang dat hij elke potlood dat men verwacht in 2008 te moeten schaffen apart moest gaan begroten. Daar is natuurlijk geen sprake van. Maar een tamelijk gedetailleerd overzicht, waarin uitgaven en subsidies per taakveld zijn geordend, lijkt me geen overbodige informatie.

Ik vraag de wethouder niet om de huidige concept-begroting op dat punt helemaal aan te passen. Maar volgend jaar hoop ik dat de dan voorliggende begroting zo’n vier tot acht kantjes dikker zijn. Voor dat prachtige exploitatieoverzicht wat de wethouder dan voor ons zal maken.

Homo Expediens – do 11 okt. 2007

regelwoud

In de commissie Onderwijs en Economie kwam het onderwerp deregulering aan de orde. Snijden in het woud van vergunningen.

Deregulering is een onderwerp dat veel mensen aan het hart gaat: ondernemers, vooral de kleintjes, ondervinden soms veel last van de veelheid van vergunningen die ze moeten aanvragen. Anderzijds is het voor de gemeente veel werk om al die aanvragen te behandelen en te verwerken. Het college had dan ook een flink aantal voorstellen van vergunningen die vervangen konden worden door algemene regels. De ambtenaren die dan geen vergunningen hoeven uit te schrijven, kunnen vervolgens hun tijd besteden aan het handhaven van de algemene regels.

Eén van de vergunningen die het college expliciet niet af wilde schaffen, was de exploitatievergunning voor de droge horeca. En terecht, want droge horeca zijn niet alleen restaurants, maar ook snackbars, broodjeszaken en friettenten. En dergelijke tenten zijn vaak ‘s nachts, tot de kroegen sluiten, open. Dergelijke zaken zijn soms -lang niet altijd- eigendom van mensen die niet helemaal kosjer zijn. Helaas in enkele gevallen ook in Breda. En juist omdat je ook voor het uitbaten van dergelijke tenten een vergunning nodig hebt, is het voor de overheid mogelijk om criminelen, als zij een strafblad hebben, zo’n vergunning te weigeren (wet Bibob). Daardoor lukt het in Breda redelijk om in ieder geval de ergste criminelen buiten te houden en de binnenstad ook een beetje veilig te houden.

Toen gebeurde er iets raars in de commissie. Raadslid Irène Verkuijlen CDA vroeg om de exploitatievergunning voor de broodjeszaken ook maar af te schaffen. En PvdA-er Henk Leenders, zelfgekroond koning van de deregulering, ging met haar mee. Al jaren roept het CDA het hardst als het om veiligheid gaat, het liefst met repressieve maatregelen. Nu is er een regel die ervoor zorgt dat we criminelen buiten de horeca kunnen houden, willen meneer en mevrouw die af gaan schaffen.

„Wellicht kunnen we overlastgevende droge horeca onderscheiden van de niet overlastgevende horeca”, probeerde Leenders nog. Nee Henk, dat kan niet. Tussen een friettent en een kebabzaak zit nu eenmaal geen juridisch verschil. Daarom vallen ze allemaal onder dezelfde exploitatievergunning. Je kan geen uitzondering maken omdat het hoofd van iemand je niet aanstaat. We noemen dat één van de fundamenten van onze rechtstaat.

De echte beslissing over de deregulering wordt pas maanden later in de raad genomen. Ik ben benieuwd wat er dan gebeurd en of er dan nog steeds een raadsmeerderheid voor het afschaffen van de exploitatievergunning voor de droge horeca is. Ik hoop het niet, net zoals ik verwacht dat op dit punt het college voet bij stuk zal houden. Wie wil er nu witgewassen frieten

Homo Salticus – wo 10 okt. 2007

Scene uit 'Kartonbewoners' van De Stilte

De voorstelling Kartonbewoners van danstheater De Stilte ging in première. Althans, de Nederlandse première. In Duitsland had de vorstelling al behoorlijk wat bezoekers getrokken.

De Stilte is een dansgezelschap waar Breda trots op mag zijn. Een jeugddansgezelschap welteverstaan. Hun voorstellingen zijn vooral gericht op kinderen. Iets wat mij altijd een beetje bevreemd. Ik heb namelijk met net zoveel bewondering naar de uitvoering gekeken als het jeugdpubliek in de zaal. En met mij overigens al die andere volwassenen die voor de première acte de présence hadden gegeven.

Wat volgens mij de kracht van de stukken van artistiek leider Jack Timmermans is, is dat hij de dans ontdoet van allerlei complexe metaforen. Het is voor iedereen volstrekt helder wat er op het podium gebeurd. Daarbij speelt Jack in op basale emoties als nieuwsgierigheid, jaloezie en de behoefte aan vriendschap. En dat is op zichzelf natuurlijk heel volwassen thematiek. De schijnbare eenvoud waarmee dat alles op het podium voorbij komt, maakt dat de toeschouwer, jong of oud, al zijn aandacht kan richten op de dans zelf. En dat schouwspel blinkt uit in schoonheid.

Ik kon niet anders dan Jack opnieuw feliciteren met de prachtige prestatie van hem en van zijn dansers. En dan, want dan gaat natuurlijk mijn politieke hart weer kloppen, ben ik er trots dat ze dankzij de inspanningen van GroenLinks volgend jaar structureel 25.000 euro extra subsidie krijgen.

Homo Componens – di 9 okt. 2007

DWARS

Het afgelopen DWARS-congres had per motie verordonneerd dat ik een DWARS-lied moest schrijven. Ik had al bedacht dat het een acrostichon moest worden. Hierbij dan ook het resultaat, vooralsnog geïnspireerd op het nummer Deportee (Plane Wreck at Los Gatos) van Woody Guthrie, op muziek van Martin Hoffman.

De wereld kan beter, de wereld kan mooier
De wereld, de aarde, de hele planeet
We mogen dan jong zijn, we hebben de toekomst
Dus luister naar ons als je dat nog niet weet

Refrein
DWARS, dat zijn we en zullen we blijven
We vechten voor mensen, en dieren, en bossen
Voor vrijheid, gelijkheid, en voor eerlijk delen
We strijden voor ons ideaal… allemaal

Waar onrecht en onmacht de mensen verteren
Komt DWARS om de hoek als de redder in nood
Wij zullen strijden, met woorden en daden
Tot de wereld perfect is, is DWARS nog niet dood

Refrein

Afval verpest onze aarde, ons water,
We staan langzaamaan op de rand van een klif
Nu snelle winst geeft problemen voor later,
Wij pleiten voor duurzaam, dus weg met dat gif,

Refrein

Redelijk willen stroomt over de aarde,
Maar redelijk is soms ook best radikaal,
Alles van waarde is zonder ons weerloos,
Wij komen in axie en maken kabaal

Refrein

Somberheid zal onze wereld niet kleuren
Cynisme, wij zullen niet wijken daarvoor
En ook al moet er nog wel heel wat gebeuren
Wij geven niet op, onze axie gaat door

Homo Defendens – ma 8 okt. 2007

loopgraaf

Algemene Ledenvergadering in Breda. Ik moest me verdedigen tegen het kritische stuk van de leden.

Enkele maanden geleden kreeg de afdeling een kritisch manifest (lees hier) opgestuurd van een zestal lokale leden die het allemaal niet zo zagen zitten. Ze hebben vervolgens van mij ook een reactie gekregen (lees hier) Het artikel deed me denken aan een ander kritisch manifest (lees: hier) en wel om drie redenen.

De eerste reden was dat het manifest in de begeleidende tekst zeer afkeurend (en op punten feitelijk volstrekt onjuist) is, maar vervolgens in de geformuleerde conclusies (verbeterpunten) zo mild en redelijk dat de fractie diezelfde conclusies in grote lijnen zelf ook al had getrokken in een evaluatie en dus alleen maar kon onderschrijven.

De tweede reden was dat de zes kritische leden er vooral ook de pers mee hadden gezocht. Op zich overigens geen enkel probleem, het is immers hun manifest. Minder fraai vond de afdelingsvoorzitter dat er ook notulen van het partijbestuur naar de pers waren gestuurd.

De derde reden was dat het initiatief voor dit kritische manifest weer eens uit de PSP-hoek kwam. Kennelijk was er vroeger binnen die partij een hardnekkige groep mensen die alleen maar conflict-politiek kunnen bedrijven. En dat is volgens mij ook het onderliggende meningsverschil tussen de fractie en de kritische leden: ik ben er van overtuigd dat ik binnen de coalitie het meeste binnenhaal door elkaar dingen te gunnen en gezamenlijk lijnen uit te zetten, zij denken dat de fractie juist meer kan bereiken met een vechtershouding. Het is een fundamenteel verschil in inzicht en strategie: ik ben nu eenmaal meer van het harmoniemodel.

Ik heb me dit maal niet in de verleiding laten brengen tijdens de ledenvergadering de frontale aanval te kiezen. Elke paragraaf werd in de vergadering minutieus besproken. Daarbij bleven de critici telkens alleen staan, waardoor een vooraf voorbereide motie van afkeuring door hen ook niet werd ingediend.

Jammer eigenlijk. Ik had wel duidelijkheid gewild. Of je keurt de wijze waarop fractie en fractievoorzitter nu opereren af, of je keurt deze goed. In de ledenvergadering zou ongetwijfeld het laatste gebeurd zijn, maar de critici kunnen de discussie altijd nog heropenen met de mededeling dat er geen formele uitspraak ligt. Misschien moet ik volgende keer dan zelf maar een motie indienen.

Homo Acetosus – zo 7 okt. 2007

congres-publiek

Telkens wanneer het DWARS-bestuur verantwoording moet afleggen over het in het afgelopen half jaar door hen gevoerde beleid, leidt dat bij sommige DWARSers tot zure en kritische opmerkingen. Deze keer was geen uitzondering.

En het DWARS-bestuur had nog wel zo zijn best gedaan een multimediale presentatie te geven. Het leidde meteen tot de eerste zure opmerking: „duurt het nog lang, want dit hebben we allemaal al in jullie schriftelijke verantwoording kunnen lezen”. Duidelijk een opmerking van iemand die zat te popelen om eens flink van wal te steken met forse kritiek.

Nu moet ik eerlijk zeggen dat ik zelf niet erg gediend ben van multimediale presentaties. Wat dat betreft kon ik deze opmerking billijken. Maar ik voelde me toch geroepen om iets later een opmerking over de bitchy toonzetting van sommigen te moeten maken. Wellicht ga ik mij in mijn laatste actieve DWARS-jaren nog opwerpen als sfeerbewaker.

Desondanks kon ik me niet inhouden toen organisatorisch voorzitter Jesse Klaver zich verdedigde tegen het kritiekpunt dat hij zich teveel met het hervormen van de interne procedures bezig hield. „Het gaat niet om de procedures, het gaat om de invulling daarvan”, was zijn letterlijke antwoord. Oud voorzitter Onne en ik keken elkaar enkele seconden aan en barstten daarna in lachen uit.

Overigens, wie de exacte stemmingen over de invulling van de nieuwe bestuursposten wil weten:
Joeri van het Hoff (voorzitter): 43 voor, 6 tegen, 6 onthoudingen;
Jesse Klaver (secretaris organisatie): 44 voor, 4 tegen, 7 onthoudingen;
Jaap van der Heijden (penningmeester): 51 voor, 1 tegen, 3 onthoudingen;
Doortje van Hal (promotie en ledenwerving): 47 voor, 4 tegen, 4 onthoudingen;
Rick Meulensteen (internationaal secretaris): 50 voor, 3 tegen, 2 onthoudingen;
Hella Godee (politiek secretaris): 53 voor, 0 tegen, 2 onthoudingen;
Diederik ten Cate (politiek secretaris): 47 voor, 5 tegen, 3 onthoudingen;
Esther Tienstra (politiek secretaris): 51 voor, 2 tegen, 2 onthoudingen;

Homo Abolescens – za 6 okt. 2007

Oudezijdse Kolk in Amsterdam

Het DWARS-congres is en halfjaarlijks hoogtepunt in de politieke cyclus. Een DWARS-congres kent namelijk, geheel volgens de basisdemocratische beginselen, geen enkele beperking als het gaat om de inbreng van de aanwezigen.

Dat betekent dat niet alleen dat iedereen vrijwel onbeperkt het woord krijgt, of anders zelf gewoon neemt, het betekent ook dat je zo’n beetje op elk gewenst moment een motie of amendement kunt indienen.

Zo lag er dit maal ook een motie om DWARS van naam te doen laten veranderen, ingediend door Simon en Mieke. De tekst luidde als volgt:

Het DWARS-congres bijeen op 6 en 7 oktober in Amsterdam, overwegende

  • dat DWARS allang al niet meer dwars is, maar mee gaat met iedere mening van GroenLinks;
  • dat dat eigenlijk prima is, want GroenLinks is de beste partij van Nederland en een toffe club;
  • dat onze politiek voorzitter met enige trots in de Volkskrant heeft gezegd dat wij tegenwoordig ’Femke Jugend’ worden genoemd;
  • dat Femke Halsema niet meer een termijn in de Tweede Kamer kan dienen;
  • dat DWARS een vooruitziende blik heeft;

spreekt uit dat:
DWARS voorstaan Selçuk Jeugd genoemd moet worden en gaat over tot de orde van de dag.

Ik heb zelf maar tegen de motie gepleit, waarop de indieners hem hebben teruggetrokken. DWARS is een politieke beweging waarbij idealen het bindmiddel zijn en niet personen. Maar uiteraard heb ik ook uit lijfsbehoud tegen de motie gepleit. Stel je voor dat ik voor had gepleit en de motie was alsnog afgewezen, dat zou toch treurig zijn.

Daarmee was ik er overigens nog niet. Per motie werd ik tevens opgedragen om het tijdens het DWARS-kamp geboren DWARS-lied verder af te schrijven. En had ik zelf ook nog een motie die het, gelukkig gehaald heeft. Al moest ik daarvoor punt 15 veranderen in ‘de boeken van Gerard van het Reve’ en punt 20 zelfs schrappen. Ach, politiek is compromissen sluiten. Ook bij DWARS.

De leden van DWARS, bijeen tijdens hun congres op 5 oktober 2007, overwegende dat

  • er nog veel te verbeteren valt in deze wereld;
  • DWARS daarin voorop zou moeten lopen;
  • Ayaan weer terug is;
  • Geert nog rondloopt;
  • God in Jorwerd is teruggekeerd;
  • We te maken hebben met het meest betuttelende kabinet sinds tijden;

constaterende dat hetgeen hierboven staat echt heel erg is, en zeker niet is opgeblazen;

Spreekt uit dat, hoewel we al onze wapens hebben ingeleverd, het DWARS-bestuur er alles aan moet doen om een (virtuele) bom te leggen onder

1) dit kabinet,
2) racisme,
3) xenofobie,
4) seksisme
5) homofobie,
5a) heterofobie;
6) islamofobie,
7) uitbuiting en onderdrukking;
8) dierenleed,
9) milieuvervuiling
10) europafobie;
11) de uitwassen van Geert Wilders;
12) de te makkelijke demagogiek van de Socialistiese Partij;
13) Maoisme in zijn algemeenheid;
14) ASO-bakken,
15) de boeken van Gerard van het Reve;
16) methaan, co2, nox en so2 (en met terugwerkende kracht ook zure regen),
17) Kernenergie (geen bommen onder centrales a.u.b.);
18) kindsoldaten;
19) terrorisme en de verenigde staten (de uitwassen dan, hè),
20) geile brenda en belspelletjes;
21) elke verwoede poging om meer op de JD te lijken;
22) genetische manipulatie;
23) al die andere dingen waar we tegen zijn;
24) overbodige moties die achteraf toch lang zo grappig niet blijken te zijn en altijd op het allerlaatste moment worden ingediend.

Homo Somnians – vr 5 okt. 2007

Breda's Museum

Jeroen Grosfeld is de directeur van het Breda’s Museum. In het kader van het Stedelijk Cultuurdebat gaf hij een presentatie over de toekomstvisie van het museum.

Jeroen had grootste plannen. Nieuwbouwplannen zelfs. Er moest een grote ruimte bijgebouwd worden. Een vierkant blok dat ruimte moest gaan bieden aan de mooiste stukken uit de collectie. Een replica van het Turfschip bijvoorbeeld, schaal 1 op 4. En aan de achterzijde van het gebouw moest een nieuwe ingang komen. De voorkant van het Breda’s Museum staat nu namelijk nogal onzichtbaar in een nieuw-gebouwde woonwijk.

Dat laatste komt omdat het museum is gevestigd in het statige hoofdgebouw aan de rand van het terrein van de voormalige Chassé-kazerne. Op het kazerneterrein is een moderne woonwijk verrezen. Het museum-gebouw is dus nogal naar binnen gekeerd.

En als die nieuwe ingang er komt, uitkijkend over de weg langs het voormalige kazerneterrein, dan moeten er wellicht ook wat doorkijkjes gemaakt worden in de aan de overzijde gelegen Lange Stallen. Dit voormalige stallen is al lange tijd in gebruik als woon- en atelierruimte en herinnert nog aan de klassieke houten stalstructuur uit de zeventiende eeuw. De huidige, stenen bebouwing dateert uit 1765, ware het niet dat er enkele decennia geleden een verdieping opgebouwd is, voorzien van oerlelijke, driehoekige dakkapellen. Het gebied achter de Lange Stallen is nu een lelijk parkeerterrein, waar ooit een boerderij had gestaan, maar wordt binnenkort ontwikkeld als extra toevoeging aan de detailhandel in de binnenstad. Geen wonder dus dat Grosfeld graag doorgangetjes wil die uitkijken op de ingang van zijn museum. Toch ging hij wat mij betreft daar toch echt te ver. De Lang Stallen zijn monument: een doorkijkje of twee zou van één lange stal drie korte stalletjes maken. Weg historische structuur. Een historisch museum zou beter moeten weten.

De plannen van Grosfeld waren al met al een beetje over de top. Toch waardeer ik het als museumdirecteuren out-of-the-box durven te denken. Onafhankelijke geesten met droomwensen. En laat ik hem op één punt gelijk geven. Het huidige museum heeft evenveel tentoonstellingsruimte als depotruimte in zijn museum. Dat is een duur depot op dure grond, midden in het centrum van Breda. Als we het depot kunnen verplaatsen naar een goedkopere ruimte aan de rand van de stad, dan kan het museum zijn tentoonstellingsruimte zonder veel problemen verdubbelen. Geen dure verbouwingen, geen rare nieuwbouw. Gewoon logisch nadenken.

Homo Struens – wo 3 okt 2007

Debatweekeinde. Foto: Margot Scheerder

Het begeleidingspanel organisatie kwam bijeen om na te praten over het debatweekeinde van GroenLinks. Eén van de meest prangende vragen: hoe betrek je anno 2007 de leden bij de belangrijke beslissingen die genomen moeten worden.

De partijstructuur van GroenLinks is sinds de oprichting in 1990 niet noemenswaardig veranderd. En zelfs toen was het niet veel meer dan een kopie van de structuur van de PPR. Hoogste orgaan was toentertijd het jaarlijkse afgevaardigdencongres, waar per afdeling een aantal vertegenwoordigers naar toe werd gestuurd. Tussen de congressen door is de partijraad het hoogste orgaan. Eind jaren ‘90 is het congres opengesteld voor alle leden. De partijraad heeft wèl zijn federatieve karakter behouden, alleen zullen veel partijraadsleden helaas zelden overleggen met hun afdelingsleden als het gaat om hun inbreng.

Ik ben er zeer van overtuigd dat federatieve inrichtingen uit de tijd zijn. Sommigen vinden de lokale afdeling de basis van de partijdemocratie, maar dat standpunt is achterhaald door de veranderende samenleving waarin opvattingen steeds minder door geografische en steeds meer door individuele omstandigheden bepaald wordt. Kortheidshalve heeft de homo in Eindhoven misschien meer met een collega in Rotterdam gemeen, dan met een afdelingsgenoot in de eigen stad. Federatieve structuren bieden geen ruimte voor geografisch ongebonden diversiteit.

Als je het federatieve definitief verruild, hoe zorg je dan tegelijkertijd dat minderheidsopvattingen een plaats krijgen in de besluitvorming? Meerderheden van Vijftig-procent-plus-één zijn vanuit democrartisch oogpunt onwenselijk en blijken vaak broos. In mijn ogen is er veel te winnen door niet de besluitvorming centraal te stellen, maar het proces. Waarom kunnen leden niet ècht gezamenlijk werken aan een verkiezingsprogramma. Ik ben wel voorstander van de VerkiziWiki, waarbij, naar analogie van andere wiki-systemen, mensen onderling werken an hoofdstukken en paragrafen en waarbij een programcommissie vooral redactionele eenheid bewaakt en rondzingende discussies en vandalisme tegenhoudt. Dat zo’n aanpak met de waarheid prima blijkt te kunnen, bewijst Wikipedia. Het experiment dit nu te doen met meningen, lijkt me uitdagend en bevrijdend.

Hoe de kieslijst vastgesteld moet worden, daar ben ik nog niet uit. Wèl dat dat anders moet, met meer oog voor vernieuwing, maar ook meer oog voor het plaatsen van minderheidsvertegenwoordigers die wellicht niet de steun hebben van een absolute meerderheid van de GroenLinks-leden, maar wel een aanzienlijke achterban in de partij hebben. Overigens, dat moet me dan ook van het hart, deze minderheidsvertegenwoordigers zullen zich, eenmaal in een fractie gekozen, wel gebonden moeten voelen aan de strategische lijnen die door een fractie gezamenlijk wordt uitgezet. Maar dat moge logisch zijn.

Homo Visitans – di 25 sept. 2007

Op wijkbezoek

De raad was op wijkbezoek. En, eerlijk, het was één van de leukste wijkbezoeken ooit. Dat had waarschijnlijk alles te maken met het enthousiasme waarmee we ontvangen werden.

Het bezoek was aan de wijk Brabantpark en het nabijgelegen Driesprong. In de volksmond ook wel de Molukkenwijk genoemd. En in beide wijken staat heel wat te gebeuren. Brabantpark krijgt er een aantal redelijk grote inbreidingslocaties bij en de Driesprong wordt flink geherstructureerd. Vroeger noemden ze dat saneren, oftewel: slopen en nieuwbouwen.

Enkele jaren geleden was er onder de Molukse stadsbewoners nog wel verzet tegen de herstructureringsplannen, maar dankzij goed overleg en een heel positieve insteek van de wijkbewoners, is dat verzet geluwd. Er kwam een terugkeergarantie en deze keer zijn we van plan om ons daaraan te houden. Van de terugkeergarantie die de Nederlandse overheid aan de KNIL-soldaten gaf in de vorm van de nooit nagekomen belofte van onafhankelijke Molukken, is immers nooit iets terecht gekomen.

Breda is één van die steden die, na een aanvankelijk mensonterende opvang in de voormalige Nederlandse doorvoerkampen, een flinke groep van de Molukkers mocht opvangen. Daar ben ik stiekem wel een beetje trots op. We waren er vroeg bij met de multi-culturele samenleving. Als kind opgroeiend in Brabantpark, had ik redelijk wat klasgenootjes uit de Molukse wijk. Ik heb ze altijd vreselijk aardig gevonden. Maar dat kwam misschien omdat ze bij verjaardagen ook altijd de lekkerste tractaties hadden.

Nog iets leuks: de wijkraad van de Driesprong kwam, zo werd ons uitgelegd, voort uit de oude kampraad in Vught. Die was, geheel in lijn van de strakke legerorganisatie, aanvankelijk nogal hiërarchisch opgebouwd. Dat is er overigens met de nieuwe generatie bestuurders wel afgesleten. De Molukse wijkraad is daarmee ook eigenlijk zo’n beetje de eerste wijkraad die in Breda is opgericht. De wijkraad Brabantpark is een heel stuk jonger, en onlangs geheel vernieuwd. En die twee wijkraden hebben al besloten veel meer met elkaar samen te gaan werken en rekening te houden met elkaars problemen. En daar kunnen sommige anderen nog wat van leren.