Homo Intentus – wo 23 mei 2007

Whaaaaa!

Van een gemeenteraadslid in een stad als Breda wordt steeds meer gevraagd. Allereerst is het werk ingewikkelder geworden vanwege de decentralisatie van rijkstaken. De gemeenteraad heeft het tegenwoordig niet meer alleen over stoeptegels en speeltuinen, maar ook over armoedebeleid, de Wet maatschappelijke ondersteuning en inburgeringsbeleid. Allemaal taken die Den Haag heeft ‘overgeheveld’ naar de gemeentes.

Ook wordt er van politci steeds vaker verwacht dat we overal bij zijn. De ene naar de andere uitnodiging stroomt binnen. En veel van die bijeenkomsten zijn overdag of, een nieuwe trend in Breda ‘aan het eind van de middag’. De definitie van ‘aan het eind van de middag’ is inmiddels opgerekt tot alles dat vanaf drie uur begint.Je hebt er als gemeenteraadslid bijna een dagtaak aan.

Maar in Breda hebben we ook altijd gezegd dat we geen beroepspolitici in de raad willen. We streven ernaar dat de samenstelling van de raad een zo breed mogelijke vertegenwoordiging van de maatschappij moet zijn. Zowel qua politieke stromingen als qua achtergrond. We willen dus raadsleden die daarnaast een baan hebben als docent, of in het bedrijfsleven of als arbeider, zelfstandig ondernemer. Of als huisman of -vrouw. Dat betekent echter wel dat overdag vergaderen geen optie is. Een raad die overdag vergadert, sluit een heleboel mensen uit die niet zomaar wekelijks één of twee dagdelen vrij kunnen nemen van hun werk.

Toch hebben we deze twee weken weer zo’n moment waarop elke commissievergadering om vier uur ’s middags begint. Voor mij betekent dat dat ik om iets over tweeën mijn pc in Den Haag kan uitzetten om terug naar Breda te gaan.  En dat vier of vijf keer, dus welgeteld twee-en-een-halve dag die ik niet kan inzetten voor mijn broodheer.

Als het nu echt zo lastig is om alles op de avond te plannen, misschien moeten we dan eens gaan overwegen of we voortaan alles op zaterdag of zondag kunnen doen.

Homo Posterus – ma 21 mei 2007

Toekomst-discussie

Waar gaan we naar toe met GroenLinks? En vooral: hoe gaan we een antwoord vinden op die vraag? Daar ging het over tijdens de tweede bijeenkomst van de commissie Van Ojik. Of liever, ‘Project 2008’. Want hoewel we de tweede vraag al ergens deze zomer beantwoord moeten hebben, zal het antwoord op vraag één pas op het congres van 2008 helemaal duidelijk zijn.

De in totaal dertig koppen tellende commissie is opgedeeld in drie begeleidingspanels, die zich bezighouden met respectievelijk beginselen, strategie en partijorganisatie. En de begeleidingspanels hebben als doel om een interne discussie te entameren over het hen toegewezen thema. En daarna hebben zij als doel om daaruit conclusies te destilleren, die een richting geven aan een nieuw beginselprogramma, een strategische visie en een moderne partijorganisatie. Of die wellicht zelfs verschillende richtingen aangeven, waaruit het congres dan uiteindelijk weer kan kiezen.

Zelf zit ik in het panel ‘partijorganisatie’. Dat betekent dat we ons onder andere bezig moeten houden met de vraag hoe individuele leden meet inbreng kunnen leveren in de organisatie. En met de vraag of onze huidige organisatiestructuur nog wel helemaal aansluit bij de veranderende wereld, waarbij er naast een fysieke werkelijkheid ook nog een digitale werkelijkheid is die mensen in staat stelt om op afstand samen te werken, denken en beslissen. En nog spannender: hoe combineer je die twee werkelijkheden.

Helemaal leuk wordt het wanneer je je de volgende paradox realiseert. Want het is onze ambitie om de discussie over de partijorganisatie op een moderne manier te voeren, op verschillende niveaus en met verschillende werkelijkheden. Dus met onze voorgenomen werkwijze nemen we eigenlijk al een voorschot op de manier waarop we de partij straks zouden kunnen organiseren.

We hebben zelf de eerste stap genomen, door samen in een wiki te gaan werken.

Homo Piscans – vr 18 mei 2007

ZK37

Om half zes stapte ik in de voor de gelegenheid van Piet Hein geleende Skoda. Om negen uur moest ik bij de Haven van Lauwersoog zijn. Een onmogelijke opgave met het openbaar vervoer. Buiten ontwaakte de nieuwe dag.

De Haven van Lauwersoog is een forse vissershaven en herbergt de grootste garnalenafslag van Nederland. In de Haven ligt ook de ZK 37 Aldert van Thijs, de boot van garnalenvisser Henk Buitjes. En op die boot zou ik een dagje meevaren en meevissen. Of beter gezegd: Femke Halsema zou een dagje meevissen en ik was er bij om dat allemaal op video vast te leggen.

De uitnodiging dateert nog uit de campagnetijd. Henk Buitjes was bang dat GroenLinks na de mechanische kokkelvisserij haar pijlen zou richten op de garnalenvisserij in de Waddenzee. En daar zijn op zich ook best argumenten voor: garnalenvisserij brengt ook bodemberoering met zich mee.

Henk Buitjes wilde juist laten zien dat hij in overleg met milieuverenigingen juist bezig is om veel minder schadelijke technieken toe te passen. Als het meezit krijgt hij volgend jaar zelfs het keurmerk van de Marine Stewardship Council voor duurzame vis toegewezen.

Aan de politiek de taak om te kijken wat we kunnen betekenen voor deze kleine, onafhankelijke vissers.

Homo Patrius – wo 16 mei 2007

oprichting Dwars Eindhoven

Ik ben vader geworden. En hoewel je als vader nooit objectief kunt zijn, ben ik wel erg trots op mijn zoontje. Of dochtertje, dat is nog niet helemaal duidelijk.

Vandaag mocht ik een jongerendebat leiden in Eindhoven. Het was ter ere van de oprichting van DWARS-afdeling Eindhoven. Kennelijk had ik anderhalf jaar eerder bij het leiden van een ander debat een goede indruk achtergelaten bij de jonge GroenLinksers.

Na de speech van Landelijk DWARS-voorzitter Jesse Klaver, die bij was dat er ondanks de klimaatverandering ook nog dingen wel gewoon in de mei-maand-geboren worden, in plaats van maanden eerder, volgde het debat. Dat vanwege de niet zo vreselijk hoge opkomst meer een groepsgesprek werd, maar dat ter zijde.

En zo gebeurde het dat ik aan het eind van de avond een certificaat kreeg uitgereikt. Ik was benoemd tot pleegouder van de afdeling. Dat het kind was geboren zonder al te veel moeite mijnerzijds, is geloof ik normaal voor mannen. Maar de plicht die het certificaat met zich meebrengt ervoor te zorgen dat het kind groot en sterk wordt, is een hele verantwoording.

Ik kan niet wachten tot het op kamers gaat.

Homo Suffragatorius – di 15 mei 2007

Planeet GroenLinks

‘Bloggen met Sterren’, zo noemt Michel Klijmij zijn populariteitspoll waarbij groenlinksende bloggers elkaar punten kunnen toekennen. Collega en beroepsinternetter Jeroen Steeman wees me op de nieuwe vondst.

Bloggen met Sterren is een vervolg op het afgelopen GroenLinks-magazine, dat behoorlijk wat aandacht schonk aan Planeet GroenLinks, het grote GroenLinkse verzamelblog. In dat Magazine ook een top-10 van GroenLinkse blogs, waarop ik, ik kan dat niet onvermeld laten, een vijfde plaats innam.

Bloggen met Sterren geeft elk IP-adres de mogelijkheid om dagelijks drie stemmen uit te brengen op artikels op de Planeet, zo vertelde collega Jeroen mij. ‘Oh’, dacht ik en typte het webadres in de browser op mijn werkplek in Den Haag, ‘dan zal ik maar eens op mezelf gaan stemmen’.

Ik was al te laat. Kamergenoot Jeroen had al drie keer op ‘zijn’ Linkse Lente gestemd. Ik mocht nog nul keer stemmen.

Homo Oblitteratus – ma 14 mei 2007

Turkije

De provincie Brabant brengt een werkbezoek aan Turkije. En omdat het budget kennelijk nog niet op was, werden Brabantse raadsleden van Turkse komaf ook uitgenodigd. Namens onze gemeente zou CDA-raadslid Erkal Üçerler afreizen. Zo las ik enkele weken geleden in een brief van de Burgemeester aan de fractievoorzitters.

Mijn telefoon rinkelde. Aan de andere kant van de draadloze lijn een zenuwachtige medewerker van de griffie. Hij belde mij namens het college van Burgemeester en Wethouders. Dat ze helemaal vergeten waren mij ook uit te nodigen voor het werkbezoek aan Turkije. En, hoewel het bezoek volgende week al was, of ik wellicht toch meewilde. Ik heb voor de uitnodiging bedankt. Ik zag er niet direct de meerwaarde van in. Daarnaast vindt in diezelfde week in Breda de commissiebehandeling van de kadernota plaats. En bovenal heb ik eigenlijk niet zo’n zin om een hele week met Turkse raadsleden rondgereden te worden in een busje.

Ik kan me helemaal voorstellen hoe dit gegaan is. De Burgemeester maakt in een vergadering met zijn wethouders bekend dat als Turks raadslid De Heer Üçerler zal meereizen naar Turkije. Plots springt er iemand op: ‘En Selçuk dan?’ ‘Selçuk’ zegt de Burgemeester vragend, ‘wat heeft hij er mee te maken?’ ‘Nou, Selçuk Akinci, die is toch ook Turks?’ ‘Turks?’, roept de Burgemeester verbaasd uit, ‘maar hij spreekt zo goed en verstaanbaar Nederlands.’

Homo Nervosus – do 10 mei 2007

Stadhuis Breda

Het leek een heel onschuldige raadsvergadering te worden. Totdat na een ongelukkig geformuleerde en verkeerd geïnterpreteerde motie van een collega alsnog de pleuris dreigde uit te breken.

De dag kwam sowieso langzaam op gang omdat ik eerst thuis nog wat werkzaamheden had. Toen ik rond het middaguur eindelijk in Den haag aankwam, bleek het kamergebouw deels ontruimd vanwege een brand in de spoelkeuken. Niemand mocht erin of eruit. Waardeloos, vooral omdat de blokkade zo’n twee uur duurde, ondanks dat de hulpdiensten de brand na een kwartier al meester waren.

Toen ik eenmaal het kamergebouw binnen kon, duurde het niet zo gek lang voordat het hele telefooncircus, dat nu eenmaal gebruikelijk is op de middag voor een raadsvergadering, goed en wel op gang kwam. Aanleiding waren twee moties die uiteindelijk tijdens de raadsvergadering niet zijn ingediend. Het ging om een motie van D’66, over het oprichten van een werkgroep uit de raad die binnenkort de communicatie tussen de gemeente en de inwoners van Breda tegen het licht moest gaan houden, en een aanvankelijk wat onhandig geformuleerde maar later herschreven motie van GroenLinks, met als doel informatie over de kosten te verkrijgen van aanpassingen die nog gedaan konden worden aan het ontwerp van de tunnel in het nieuwe stationsgebouw om het comfort voor fietsers te verbeteren. De moties zijn niet ingediend, omdat in beide gevallen de verantwoordelijk wethouder de opdracht in de motie aan de raad had toegezegd.

Much to do about nothing, dus eigenlijk. Toch is het goed om voorafgaande aan de raad nog even met elkaar te bellen om precies te begrijpen wat er nu eigenlijk bedoeld wordt. Maar het zou prettig zijn als iedereen (wij dus ook) dergelijke moties eens een dag of wat eerder zouden verspreiden. Dan hoeven al die telefoontjes niet op het laatste moment plaats te vinden.

Homo Culturalis – wo 9 mei 2007

cultuurdebat

Eindelijk, de lang verwachte opening van het Cultuurdebat. Alhoewel, van een debat was nog weinig sprake.

Cultuur was er volop in de tot leegstaande kantoren verbouwde Annakerk. Bij binnenkomst moest iedereen door een detectiepoort. ‘Houd Uw droom gereed’, stond er op de lichtkrant bovenop de detector. Zeer druppelsgewijs werden de mensen binnengelaten, om daarna in een biechthokje de droom voor de cultuur in Breda op te biechten. Die droom werd direct uitgeprint op een A4-tje, dat weer door als medici geklede acteurs van het Loodztheater naar het koor werden gebracht om vanaf daar naar beneden geworpen te worden. Alle dromen op een hoop.

Enkelen, waaronder stadsbeiaardier Jacques Maassen, konden het geduld niet opbrengen en gingen over de afbakening heen de zaal in. Kunst heeft onder meer als doel om een reactie los te brengen bij mensen. Onbedoeld waren zij die zich onttrokken aan het schouwspel dus onderdeel van het spel.

Voor de rest was het voornamelijk éénrichtingsverkeer. Een nogal flauwe speech van vervangend cultuurwethouder Henk Snier (Wethouder Wilbert Willems is aan het revalideren van een knie-operatie) en een verhaal van enkele culturele spelers die vertelden over de projecten waar ze mee bezig zijn. De enige die nog echt kon bekoren was Oscar Kocken met een prikkelende column over het gevaar van ambitieuze steden die cultuur misbruiken om een wijk op te pimpen. Sowieso maakte de rebelse ex-Spunker al meteen pijnlijk duidelijk dat Breda een columnist uit Amsterdam moest betrekken om iets zinnigs over cultuur te zeggen, omdat ze er binnen de eigen stadsgrenzen kennelijk geen konden vinden, om daarna met een aantal bijzondere wendingen het publiek veelvuldig op het verkeerde been te zetten.

Na afloop zaten de usual suspects uit de culturele wereld van Breda rond de bar om te netwerken met andere usual suspects van wie ze de mobiele telefoonnummers toch al in het geheugen van hun telefoon hebben zitten. De unusual suspects waren helaas niet te bekennen.

Terwijl ik zit te wachten en te hopen op de eerste gek die milieuvriendelijke, afregenbare verf tegen de grote kerk op het gemeentehuis aansmijt. Elk ander waanzinnig idee is natuurlijk ook goed. De beurt is aan het culturele veld zelf. Geen bijeenkomsten vol gaaphonger, maar een schreeuwerig debat. De kunstenaars moeten het debat gaan kapen. Kom op jongens, ik daag jullie uit, laat van je horen!

Homo Scribens – di 8 mei 2007

bikinidame van Hunkemöller

Eigenlijk was het me maanden geleden al gevraagd. Of ik een maandelijks column wilde schrijven voor een GroenLinks e-zine. Ja hoor, dat wilde ik wel. Eindelijk werd twee weken geleden de eerste column gepubliceerd. En hoewel het inmiddels een beetje mosterd na de maaltijd is – wie kan zich immers de bikini-rel van de ChristenUnie nog herinneren, wil ik ‘m toch niet onthouden aan de niet-GroenLinksers die dit weblog wellicht ook wel eens bezoeken.

Eén ding dat de ChristenUnie de afgelopen maanden in ieder geval bereikt heeft, is dat een bonte coalitie van feministen, liberalen en kapitalisten bij elk nieuw idee van deze partij wijst op de volstrekte achterlijkheid daarvan.

Terwijl je natuurlijk ook zou kunnen zeggen dat de CU inmiddels niet meer tegen euthanasie en abortus is en daarbovenop ook nog eens het homohuwelijk heeft omarmd. Maar dat doen we niet.

Het was dan ook volstrekt voorspelbaar dat, toen de Utrechtse CU-fractievoorzitter Mirjam Bikker ageerde tegen een groot affiche van een dame in gouden bikini, diezelfde wereldlijke coalitie reageerde als de hond van Pavlov. Opnieuw werd de ChristenUnie verweten dat zij vrijheden en verworven rechten wilde afnemen. De vergelijking met het sluieren van vrouwen in Islamitische landen was snel gelegd.

Dat terwijl er heel wat te zeggen is voor het standpunt van Bikker. Het meer dan levensgrote affiche van de dame in de gouden bikini hangt immers op de gevel en dus onderdeel van het straatbeeld. Daarmee is het de facto publieke ruimte. En de publieke ruimte is van iedereen, ook van mensen die niet tegen wil en dank geconfronteerd willen worden met prikkelende afbeeldingen van al dan niet gephotoshopte dames met weinig of niets om het lijf. Hoe openbaar is dit gebied dan nog voor vrome christenen of moslims? Of kinderen?

De vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van kunstuitingen, daar mag niet aan getornd worden. Maar aan de verpornografisering van de openbare ruimte in het kader van ordinaire handelsreclame kan wel degelijk paal en perk gesteld worden.

De publieke ruimte wordt steeds meer in beslag genomen door reclame. Gemeenten door heel het land financieren de aanleg van bushokjes door langdurende contracten met exploitanten van abri’s, muppies en billboards. Die dingen, die in eerste instantie bedoeld zijn om aandacht te trekken, staan ook nog eens bij voorkeur op kruispunten waar verkeersdeelnemers hun aandacht beter op het overige verkeer kunnen richten. Op het station worden steeds meer fietsenrekken ingenomen door reclamefietsen, niet bedoeld om op de rijden, maar alleen bedoel om gezien te worden. En de binnenstad wordt, uiteraard alleen op momenten dat je toch al niet door kunt lopen, bevolkt door studenten met zware sandwichborden of een stapel flyers van de niet zo plaatselijke hamburgergigant.

Het toppunt van de infantilisering van de publieke ruimte maakte ik vandaag mee toen een schuimrubberen zaktelefoon met twee armen en twee benen mij een mobiel abonnement probeerde aan te smeren met een nog goedkopere SMS-bundel. Het werd mij ineens duidelijk. Deze naargeestige ontwikkeling moet worden gekeerd.

Als nieuwe architectuur door een welstandscommissie moet worden beoordeeld, dan kan er ook een toetsingscommissie in het leven geroepen worden voor reclame-uitingen. Een commissie die beoordeelt op goede smaak. Een commissie die er voor zorgt dat de vrijheid van de ondernemer om op de meest ordinaire wijze zijn of haar producten aan te prijzen, niet ten koste gaat van de bewegingsvrijheid en belevingsvrijheid van de normale burger. En als er dan ook meteen iets gedaan kan worden aan medepassagiers die te veel goedkope en onwelriekende parfums over hun lijf heen gieten, of aan mannen met lelijke knokkelknieën die desondanks menen een korte broek aan te mogen doen, dan kan ik nog meer genieten van mijn eigen belevingsvrijheid.

Ondertussen wacht ik ongeduldig op het moment dat de winkel tegenover mij zijn handelswaar gaat aanprijzen middels een affiche met daarop een halfnaakte, enigszins gebronsde, atletische man. Het zou een verrijking van het straatbeeld zijn. Blijmoedig zou ik van de schepping Gods genieten. Daar kan toch niemand tegen zijn. Toch?

Homo Cogitans – ma 7 mei 2007

GroenLinks-congres

Vanavond was de eerste bijeenkomst van de commissie Van Ojik. Dat is een grote commissie die zich de komende tijd gaat buigen over drie dingen: de partij-organisatie, de strategische koers en de partij-organisatie. Op één of andere manier waren ze mijn naam ook weer eens in de Rolodex tegengekomen.

De commissie Van Ojik, of Project 2008, zoals het ook wel genoemd wordt, gaat niet in muffe kamertjes vergaderen. Sterker nog, we gaan zelf eigenlijk niet eens iets besluiten. Niet meteen in ieder geval. Het is de bedoeling dat over deze drie onderwerpen flink gedebatteerd gaat worden de komende tijd. Met leden, maar ook met externe organisaties waar wij ons mee verwant voelen.

Die discussie vindt wat mij betreft op allerlei platformen plaats. Dat kan in de fysieke wereld zijn, maar wat mij betreft net zo makkelijk in de virtuele wereld. Belangrijk is in ieder geval dat zoveel mogelijk mensen op de één of andere wijze bijdragen aan de discussie.

Vanavond was de eerste bijeenkomst. Die was bedoelt om kennis te maken met elkaar, maar ook met de Partijraad. Dat is een afgevaardigdenorgaan dat namens de leden het partijbestuur een beetje controleert. En die Partijraad wilde natuurlijk ook wel eens weten wat voor vlees ze in de kuip hebben.

Ikzelf heb zitting in het begeleidingspanel Organisatie. Dat is een leuke uitdaging. Want iedereen is het er over eens dat er best het één en ander te verbeteren valt aan de organisatie. Dat is op zich ook logisch. Elke organisatievorm moet je eens in de zoveel tijd tegen het licht houden. Organisatiestructuren zijn nooit af, ze hebben nu eenmaal een beperkte houdbaarheidsduur. Op een gegeven moment worden dingen sleets en moet je over nieuwe vormen gaan nadenken.

De uitdaging is om, na uitvoerige discussie met de leden, een vorm te vinden waarbij aan een aantal voorwaarden wordt voldaan. De basisdemocratische principes van GroenLinks moeten hoe dan ook terug te vinden zijn in de partijorganisatie. Dat betekent dat de afstand tussen de ‘top’ en de ‘voet’ van de organisatie zo klein mogelijk is. Als tweede moet er een vorm worden gevonden waarbij zoveel mogelijk leden op een laagdrempelige manier kunnen meedoen en meedenken in de besluitvorming. Internet kan daar een belangrijke rol in spelen, maar kan ontmoetingen ‘in real life’ natuurlijk nooit helemaal vervangen. Al is het maar omdat niet iedereen op Internet zit. En tot slot moet een veranderende organisatiestructuur tegemoet komen aan de wens om snel besluiten te kunnen nemen.

Een hele uitdaging dus, de komende maanden. Wat dat betreft is het maar goed dat de studiefase van de commissie van Ojik wel aan de eerste twee voorwaarden moet voldoen, maar gelukkig voor deze opdracht wel de tijd kan nemen.