Homo Elegans – vr 9 mei 2008

All Stars

Als je iets wilt hebben, ben je best bereid stad en land af te lopen. Maar liever niet natuurlijk. Desondanks, en geheel tegen mijn verwachting in, moest ik uiteindelijk toch nog zo’n acht winkels afstruinen voordat ik het perfecte modelletje gevonden had.

Het kan natuurlijk geen verassing zijn. Al weken bereidde ik mijzelf, en jullie, voor op wat er onvermijdelijk aan zat te komen. En hoewel ik aanvankelijk naar een paar donkerrode exemplaren op zoek was, zijn ze uiteindelijk tiedie-blauw geworden.

Dat ik daarvoor de halve binnenstad heb afgelopen, mag geen bezwaar heten. Uiteindelijk kwam ik bij de Britain terecht waar ze ongeveer vier meter vol verschillende kleurtjes en modelletjes hadden staan. Voorlopig voldoende om voor elk kleur t-shirt op zijn minst één bijpassend paar gekleurde gympen te hebben.

Imelda Marcos? Ze zou willen dat ze All Stars had.

Homo Solaris – do 8 mei 2008

zon

Nu het lekkere weer al zo’n week lang stand houdt en het Nederlands is verrijkt met het woord Omega-blokkade, worden sommige collegae een beetje ongemakkelijk. Binnen achter de computer zitten is helemaal niet leuk als het buiten dik 25 graden is.

Zo niet ik. Aangezien ik de meeste tijd bezig ben met het lezen van boeken en artikelen, zit ik niet zo vast aan de computer op mijn werkplek. En laat het pand van GroenLinks nu toevallig een dakterras hebben.

Ofwel: stoel naar buiten slepen, overhemd uit en lezen maar. Ongetwijfeld tot enige afgunst bij de collegae. Solidariteit is een mooi principe, maar om nu uit medeleven mezelf ook de hele dag binnen op te sluiten, zag ik toch echt niet zitten. Nee hoor, laat die zomer maar komen.

Homo Perquirens – wo 7 mei 2008

White Man's Burden

In het kader van mijn project over de effectiviteit van ontwikkelingssamenwerking hadden de directeur van het Wetenschappelijk Bureau en ik een gesprek met een aantal ambtenaren van het ministerie van financiën. Gezien het weer vond die afspraak plaats op het terras van de Eeuwige Jachtvelden in Den Haag.

Eén van de perverse prikkels van het Ontwikkelingsbeleid is de 0,8 Procent van het Bruto Nationaal Product die standaard wordt uitgetrokken voor ontwikkelingssamenwerking. Aangezien het bedrag vast staat, is er geen sterke prikkel om de effectiviteit van de uitgaven te controleren. Immers, ook al kom je tot de conclusie dat het effectiever kan, de hoogte van het bedrag zal niet wijzigen. Op ontwikkelingssamenwerking kan, om het maar bot te zeggen, geen efficiency-korting behaald worden.

Nu zou je als weldenkend mens zeggen dat de effectiviteit van de bestede middelen desondanks een belangrijk onderwerp is. Als we ontwikkelingssamenwerking dan zo belangrijk vinden dat we er jaarlijks een vast deel van ons geld insteken, dan zou je het toch ook interessant moeten vinden om te weten hoe je effectiever kan werken en dus ook meer mensen kunt helpen met hetzelfde geld. Toch lijken de ambtenaren van ontwikkelingssamenwerking niet erg veel zin te hebben in die lastpakken van financiën. En aangezien financiën het op zijn beurt ook niet zo interessant vindt om te controleren, aangezien er toch niets te halen valt, dringt dat departement nu ook niet echt aan op een stevige controle.

Nog perverser is wellicht dat vaak lopende het jaar blijkt dat ontwikkelingssamenwerking nog extra geld krijgt, omdat de ecnomie weer eens harder is gegroeid dan de vaak nogal voorzichtige schattingen van het ministerie van financiën. En 0,8 procent is 0,8 procent, dus dat extra geld moet dan in alle haast nog in één of ander projectje geduwd worden. Ook niet echt een garantie op het meest doeltreffende beleid.

Nu wil dat niet per definitie zeggen dat ze bij ontwikkelingssamenwerking alleen maar fout en onhandig bezig zijn. Toch is een prikkel tot meer en scherpere controle nuttig. Want zoals een oude accountantwijsheid zegt: vertrouwen is goed, maar controle is beter.

Homo Approbans – di 6 mei 2008

Nightlife

Meer diversiteit en minder onrust op straat. Dat waren twee van de redenen waarom GroenLinks toe wil naar een situatie waarin de horeca langer open mag blijven. En dat de consument zelf wel mag bepalen hoe laat hij naar huis gaat natuurlijk.

Na drie maanden lijkt het erop dat de onrust op straat is afgenomen. Een grote slag om de arm overigens: drie maanden is een erg korte periode om dat te meten. Ook lijkt het erop dat mensen niet meer massaal, maar in kleinere groepen naar huis gaan.

De diversiteit is moeilijker te meten. Het onlangs geopende Club M speelde bij de ontwikkeling van de formule al in op langere openingstijden en ik denk dat dat voor het nog nieuwere ‘Binnen’ (het oude Klapcot) ook geldt. Voor het overige is er in het horecalandschap nog niet veel veranderd.

Met de nachtzaken gaat het ondertussen minder goed. Nu de reguliere horeca langer open is, kiezen minder mensen voor de nachtzaken. Een reden om een aantrekkelijkere formule te bedenken om klanten te trekken. Ook zo moet de diversiteit van de horeca toenemen.

De woordvoerders hebben echter anders besloten. Nu de nachtzaken een kort geding hebben aangespannen en de rechter heeft uitgesproken dat de partijen nog een keer rond de tafel moeten gaan zitten, krijgen de nachtzaken nu ook een extra uur erbij. Daarmee is een toekomstbeeld waarin het verschil tussen nachtzaken en reguliere horeca verdwenen is, verder weg dan ooit. Ik vrees dat deze tijdelijke oplossing het nieuwe status quo zal worden, aangezien niemand zich daarna nog aan het onderwerp zal durven branden.

Homo Tepidus – ma 5 mei 2008

Kranslegging

Het leven begint bij dertig, zeg ik wel eens. Ik bedoel dan heel nadrukkelijk dertig graden. Vandaag was weer een heerlijk dagje dat ik slenterend door Amsterdam heb doorgebracht.

Het mooie weer brengt veel mensen op de been. Te veel, eigenlijk, want er is constant iemand die in de weg loopt. Amsterdam is op zo’n dag eigenlijk een soort groot Hoog Catharijne. Iedereen loopt kriskras door elkaar en als vanzelfsprekend voor je voeten. Een mierenhoop van mensen.

Het stadse leven is flexibel. Even kruipt het kwik boven de twintig graden en Amsterdam loopt uit. Het Vondelpark ligt vol en de terrassen evenzeer. Een beetje mediterraans.

Als het volgende week dan weer eindigt in onweer en stortregen en Nederland weer voor even in zijn normale patroon terugvalt, verdwijnen ook de vrolijke rode gezichten en lelijke korte broeken. Totdat het weer een keertje warm wordt. Ik zei al, het leven begint bij dertig.

Homo Jazensis (slot) – zo 4 mei 2008

Brenda Boykin op 't Spanjaarsgat

Wederom werd ik ‘s ochtends wakker, een geruststellende gedachte voor mensen die nog niet dood willen. Namens GroenLinks mocht ik een aantal gasten ontvangen voor het gospelconcert van Brenda Boykin in de Grote Kerk en dat begon met een brunch-buffet.

‘s Middags op het Sas-plein aandachtig geluisterd naar de Duitse trompettist Herbert Christ, die samen met gitarist Peter Kanters en contrabassist Karel Algoed een ingetogen, subtiele set speelde. Een erg vriendelijke en voorkomende man trouwens, die ergens halverwege de tweede set met zijn trompet naar een kinderwagen liep en vervolgens welhaast fluisterend zijn trompetklanken de kinderwagen instuurde. Klasse.

Op het ponton voor het Spanjaarsgat zong Brenda Boykin nog een keertje. Nu geen gospels, maar stevige bluesrock. Iets te heftig, vond ik op dat moment. Dus liep ik al vast door naar de Spiegeltent voor de afsluitingsceremonie.

Om half acht moest ik bij de dodenherdenking zijn om namens GroenLinks een bloemstuk te leggen, maar om negen uur was ik al weer bij de afterparty, waar de Pete Allen Jazz Band de laatste noten van het festival liet klinken. Mijn buurman nog een witte wijn, ik nog een biertje en zo samen de nacht in. We moeten nog bijna dertien maanden wachten op het volgende festival.

Homo Jazensis (3) – za 3 mei 2008

Festival Surprise Band

Het waren de noten van Bert Boeren die het begin van de ochtend inluidden. Breekbaar welhaast, maar ook onmiskenbaar aanwezig. Zacht en subtiel blies hij de laatste slaap in de hoofden van de mensen weg. Een auditief kopje koffie.

Hij zal zelf ook wel doorgezakt zijn, gisteren, zo dachten we, alhoewel navraag anders leerde. Begeleid door contrabassist Mark van Rooij was het in ieder geval lekker wakker worden. Wat overigens zeker ook gold voor het duo Paul Maassen (piano) en Wim Dijkgraaf (mondharmonica).

Over de springerige klarinettist Chris Tanner kan ik kort zijn. Stel je een springerige punkrocker voor met een snel klarinetspel, maar dan jazzy, en je hebt een beeld. Een type New Cool Collective, maar dan Down Under en iets traditioneler. Hij speelde samen met de forse Wouter Nouwens die het aanmerkelijk minder forse instrument banjo bespeelde.

Moeilijker te omschrijven is de jonge trompettist Malo Mazurié. Jong, enthousiast, opvallend bescheiden en bijzonder prettig om naar te luisteren. Hij speelde samen met bassiste Lindy Huppertsberg, een wat moeilijk ogende Duitse die zich als een soort van moeder over de jonge blazer probeerde te ontfermen. De trompettist liet het zich schouderophalend overkomen: een puber die niet pubert.

Het eindigde, ietwat voorspelbaar, met de Amerikaanse zangeres Brenda Boykin, onder begeleiding van pianist Chris Hopkins (Duitsland). Brenda daagde uit, Chris reageerde met Duitse degelijkheid. Enthousiast in zijn spel, maar afgemeten in zijn mimiek. Chris zat vrijwel stil achter de piano, terwijl zijn handen olijk over het klavier gleden.

Het was een mooie duo special, het neusje van de zalm of, zoals sommigen het noemen, het kersje op de appelmoes van het Bredase jazz-festival. En aangezien het festival zich totnogtoe ontpopte tot muzikaal één van de betere sinds jaren, was het niet verwonderlijk dat dit voor de samenstelling van de duo’s evenzeer gold.

Homo Jazensis (2) – vr 2 mei 2008

Wouter Hamel

De eerste paar rijen voor het podium werden gevuld door bakvissen. Het voordeel daarvan is dat je er makkelijk overheen kunt kijken. En gelukkig gingen ze niet door alle liedjes heen gillen.

Kennelijk maakt het allemaal niet zo veel uit dat Wouter Hamel homo is, de meiden komen toch wel. Of het nu voor de muziek is, of in de hoop in aanmerking te komen zijn faghag te worden, het gaf het concert een voor het Jazzfestival ongebruikelijke sfeer. Wel grappig eigenlijk.

Hans en ik kwamen tijdens het spelletje ‘spot de homo’ in de pauze niet veel verder kwamen dan vijf. Mijn moeder was tijdens het derde nummer weggelopen omdat het ‘niet haar ding was’. En drummer Onno de Bruijn zat ergens in de buurt van de nooduitgang ontzettend te genieten van ofwel de muziek, ofwel zijn biertje. Of nog waarschijnlijker beide. En Wouter ondertussen maar de showman uithangen.

Vrolijke, lichtvoetige en prettige crooners over het leven in de 21e eeuw. Volgens mij wordt het tijd voor een naam voor deze nieuwe stroming in de muziek: sneakerjazz.

Homo Jazensis (1) – do 1 mei 2008

Trio Nuevo

De zon scheen tijdens de opening van het 38e Jazz Festival. En het hagelde ook. En tussendoor regende het. April moge doen wat hij wil, mei kan er ook wat van.

De unieke opeenstapeling van feestdagen betekende voor mij een zes vrije dagen en ik kon dus eindelijk ook weer een keer helemaal opgaan in het Jazz Festival. Met moeders, want die was ook zo’n beetje het hele festival lang in de binnenstad te vinden.

Toch jammer dat er ‘s avonds maar een handjevol mensen naar het prachtige Jazz meets Tango-concert van Trio Nuevo waren komen kijken. Het was koud in de Spiegeltent en er waren te weinig mensen om haar op te warmen.

Homo Incognitus – wo 30 apr. 2008

Tardis

Voor mij geen koninginnedag vandaag. Ik had er niet zo’n zin in. Ik heb wel alle veertien afleveringen van de derde serie van Doctor Who gekeken. Kennelijk vond ik het weer eens tijd voor een televisiemarathon. Waarin, ik meld het maar even, David Tennant als Doctor Who een paar kekke rode All Stars onder zijn pak draagt.