Homo Merkans – za 29 dec. 2007

winkelwagen

De feestdagen vormen een grote hindernis bij het doen van de dagelijkse boodschappen. De lage doorstroomsnelheid, de lege schappen en de aangepaste openingstijden zijn daar de belangrijkste oorzaken van.

„Zijn jullie maandag ook open”, vroeg ik aan de verkoopster aan de sigaretten-balie van de buurtsuper. Ze antwoordde bevestigend. „Fijn”, reageerde ik in haar richting. Het gezicht van de verkoopster verraadde dat ze daar anders over dacht.

Homo Ludens – vr 28 dec. 2007

Tetris

Na een ontnuchterende douche en een licht ontbijt, het enige verstandige dat je kunt doen na een geslaagde avond vol overmatige alcoholconsumptie, volgde een wandeling door Delft.

De winter in Nederland was gekomen en weer gegaan. Het winderige weer deed meer denken aan een wispelturige herfstdag. Langs het water en de Delftse Hout, via het centrum terug naar het oude ziekenhuis aan het Bagijnhof, waar nu studenten wonen. Ondertussen hadden we bij de plaatselijke Appie een fles melk en een pak slagroom aangeschaft om bij thuiskomst een kop warme chocolademelk te kunnen maken. Uiteraard met een tic.

De grootste verassing kwam later die middag uit de PlayStation: een versie van het blijvend fascinerende en klassieke spel Tetris, maar dan voor twee spelers. Telkens wanneer je op je eigen speelveld meer dan één rij weet te verwijderen, krijgt de andere speler er één of meer rijen bij.

Zo verslavend elegant was het spel dat we binnen de kortste keren met zijn achten rond het beeldscherm zaten en om de beurt los gingen op de controllers van de Playstation. Een Russisch computerspelletje uit 1985, ongeveer net zo oud als de studenten die het speelden.

Homo Victor – do 27 dec. 2007

pinda's

‘Ik heb zin om ontzettend dronken te worden’, zei Jaap toen ik arriveerde in Delft. Het leek me ook wel een goed plan en dat deden we dus.

Gespreksstof was er voldoende. Het einde van mijn dagelijkse baan, het begin van zijn arbeidzame leven, de familieperikelen en de afgelopen kerstdagen. Dronken zijn we uiteindelijk geworden. Waarmee we de volgende dag tevreden konden constateren dat de missie was geslaagd.

Homo Exsolvens – wo 26 dec. 2007

'Julaftonen' (Kerstavond) van Carl Larsson (1915).
‘Julaftonen’ (Kerstavond) van Carl Larsson (1915).

Jaarlijks zegt ons moeder dat ze voor er het kerstdiner niet veel bijzonders van gaat maken. Vervolgens doet ze dat dan toch.

De planning van het familiediner met kerstmis wordt in ons geval bepaald door de schoonouders van mijn broer. Aangezien zij het meest om kerst geven, gaan broerlief en partner op eerste kerstdag daar eten. Op tweede kerstdag zitten we vervolgens bij mijn moeder, die meestal ook nog wat andere mensen uitnodigt. Stiekem is dat altijd nog best gezellig.

Ik eindigde, om te vieren dat de kerst weer voorbij was, in Dok19 waar diverse verwachte vrienden afwezig bleken en enkele onverwachte vrienden wel present waren. Onder hen iemand die me wist te vertellen dat zijn relatie voorbij was, omdat hij erachter was gekomen dat zijn partner verslaafd was aan de coke. Werd het toch nog een witte kerst, dacht ik, maar die grap durfde ik hardop niet te maken.

Homo Lucider – di 25 dec. 2007

Kerst

Het voordeel van kerst is dat de keuze uit het aantal films op televisie reusachtig is. Ik ging er vanaf halverwege de middag dan ook maar eens goed voor zitten. Fles rosé erbij en ik zou de dag wel doorkomen.

Hoogtepunt was natuurlijk de kerstspecial van de geweldige sci-fi serie Dr. Who. Shrek was een zeer goede tweede en Speed kan je natuurlijk ook niet vaak genoeg zien.

Het avondmaal bestond uit rode kool met appeltjes en gebakken aardappels. En voor het optimale kerstgevoel had ik in een kaasplankje voorzien.

Wellicht kan ik volgend jaar een filmavond organiseren. We hebben ooit met een stel vrienden al een LOTR-marathon gedaan, maar zwaardere kost, een Heimat-marathon bijvoorbeeld, zou natuurlijk ook kunnen, al heb je daar met de tweede en derde serie films minstens drie dagen voor nodig. Voor je het weet is de kerst al weer voorbij.

Homo Expavescens – ma 24 dec. 2007

Witte kerst

Kerstavond, op de drempel van de meest mistroostige dag van het jaar. Ik begaf me naar Café de Boulevard. Het laatste sprankje beschaving totdat alle kroegen 24 uur lang gesloten zullen zijn.

Het was rustig aan de bar. Sterker nog, er zat eigenlijk niemand aan de bar. Alleen een tafeltje achterin het café was bezet door twee bevriende stelletjes. Over de rand van mijn versgetapte glas Hoegaarden sloeg ik de aankomende leegte van de kerst gade en begon ik noodgedwongen een gesprek met de barman.

„Wat ga jij doen, morgen?”, vroeg ik. „De hele dag computerspelletjes spelen”, antwoordde barman Anton, „en jij?”. „TV kijken, denk ik.” Even voelde ik me begrepen. Twee gelijkgestemde zielen, wars van de kersttraditie.

Tegen tweeën straalde de laatste straaltjes warmte. Sluitingstijd. Met tegenzin deed ik mijn jas aan en schreed ik naar buiten. Huiswaarts, de kilte van de kerstdagen tegemoet.

Kerst. Uitzichtloze horror met een piek erop.

Homo Salutans – zo 23 dec. 2007

kerstkaart

Van alle plichtmatige en minder plichtmatige gelukwensen voor het nieuwe jaar, was er één dien die met kop en schouders boven de rest uitstak.

„Kut Akinci”, zo begon de met hanenpoten op de kaart geschreven wens. „wat doe je in de politiek in ons land doe dat volgend jaar maar lekker in je eigen land. Krijg de Tering”. De vriendelijke boodschap was ondertekend met ‘Andre Adank’, waarbij ik meteen aanteken dat, als de afzender in kwestie al werkelijk zo heet, dit ongetwijfeld niet de gelijknamige wethouder Economische Zaken van de gemeente Breda is.

Je moet over enige veerkracht beschikken als je in de politiek zit, dus besloot ik de kaart maar als en groot compliment te beschouwen. ‘Appealing to the emotion of the voters’, noemen ze dat in de Verenigde Staten. Dat de afzender de moeite had genomen om zijn gevoelens met me te delen en daar zelfs een hele postzegel aan te besteden, maakt het politieke werk meer dan de moeite waard.

Homo Celebrans – za 22 dec. 2007

kampvuurliedjes

Cbi vierde zijn verjaardag. Ook al was het alles behalve zijn verjaardag. Eigenlijk was het meer dat hij iets meer dan een jaar geleden als een vaatdoek in de Daniël de Hoedkliniek lag om een portie nieuw beenmerg in zijn lijf gemetseld kreeg.

Het feestje in de voormalige pastorie van de Gerardus Majellakerk begon als een eetfeestje, met een tafel vol stampotten en andere, meer exotische door de gasten meegenomen gerechten. Gradueel veranderde het samenzijn in een drankfeestje, met in mijn geval een combinatie van bier, cava en rosé. En toen, dankzij de aanwezigheid van een akoestische gitaar, werd het ook nog een meezingfeestje met kampvuurrepertoire. Ouderwets wellicht, maar wel erg gezellig.

Mijn bijdrage aan het eetfestijn, ik meen me te herinneren dat we zoiets vroeger een Amerikaanse fuif noemden, volgde pas rond een uur of twee. Ik ging ervan uit dat mensen tegen die tijd wel zin hadden in en vegetarische hotdog, uiteraard met mosterd, ketchup en gebakken ui-ringen. Die veronderstelling bleek juist, waarmee het Amerikaanse gehalte nog wat verder omhoog geschroefd werd.

Nu was het geval dat de meeste mensen bij de feestjes van Cbi vroeger tot tegen de ochtend bleven, om vervolgens ergens in een slaapzak te kruipen en de volgende middag gezellig met elkaar een meesterlijk ontbijt te nuttigen. Maar Brabant is tegenwoordig aangesloten op het nachtnet, waardoor veel mensen ergens halverwege de nacht besloten richting station en richting huis te gaan. Slechts vier mensen bleven dit maal overnachten. Een beter argument tegen nachtnet is niet te bedenken.

Pas rond drie uur ‘s middags stak ik in de zolder van de pastorie mijn hoofd uit de slaapzak, wakker geworden door een schroefboormachine. Kennelijk had ik eerder al door het kerkgezang van de ochtendmis en de heavy-metalmuziek van één van de huisgenoten heen geslapen. Pas rond de avondschemering keerde ik, samen met de laatste twee overblijvers, richting station. Lang leve Cbi. Een beter argument voor het invullen van een donorcodicil is niet denkbaar.

Homo Discedens (2) – vr 21 dec. 2007

Columnist

Het is een week van afscheid. Nadat ik gisteren afscheid heb genomen van mijn werkplek in de Tweede Kamer, zo heb ik vandaag afscheid moeten nemen van een radioprogramma, waarvan ik een jaar of wat de regisseur heb mogen zijn.

In 2001 en 2002 ben ik redacteur, regisseur en -meest belangrijk- filelezer geweest van het Omroep Brabant-programma ‘Een Robbertje Bartol’. Het programma was de dagsluiter van Omroep Brabant. Snelle radio, met lange interviews. Rob Bartol, ankerman, wist als geen ander hoe je boeiende radio kon maken, ook met langere interviews. Het is een baan waaraan ik tot aan de dag van vandaag heel goede herinneringen koester.

Toen ik eind 2002 beëdigd werd tot raadslid, besloot ik mijn werkzaamheden voor Omroep Brabant vaarwel te zeggen. Actieve politiek en journalistiek gaan nu eenmaal niet samen. Het was een keuze tussen twee dingen die zeer na aan mijn hart liggen, radiojournalistiek en politiek. En eveneens een afscheid van een zeer gewaardeerd collega, Rob Bartol, en laat ik het nu maar zeggen, ook een goede vriend.

Rob bewees me een wederdienst door me daarna, onbezoldigd, een wekelijks radio-column aan te bieden in zijn programma. Ik heb dat, met veel plezier en wisselend succes, anderhalf jaar gedaan. Na die anderhalf jaar ben ik nog enkele keren teruggekeerd als gelegenheidscolumnist, onder andere op de dag van de moord op Theo van Gogh.

De laatste uitzending, de 1640e (maar eigenlijk de 1639e omdat we in mijn tijd als regisseur een telfout gemaakt hebben als gevolg van een onverwacht vrije dag) was ik aanwezig in de studio van Omroep Brabant om afscheid te nemen van het programma waaraan ik zulke goede herinneringen koester. Uiteraard niet zonder een gelegenheidscolumn die ik met veel genoegen heb voorgedragen. En die ik jullie ook niet wil onthouden.

Homo Discedens – do 20 dec. 2007

one day I'll fly away

Dit is ‘m dan, dacht ik toen ik ‘s ochtends door de gangen van de Tweede Kamer liep. Mijn laatste officiële werkdag hier. En nog ontzettend veel te doen.

Ik begon eerst maar eens met het opruimen van mijn bureau. Drie stapeltjes: ‘had al lang weggegooid moeten worden’, ‘kan alsnog weggegooid worden’ en ‘moet in het overdrachtsdossier’. Het is alleen een beetje onduidelijk aan wie ik moet gaan overdragen: ik heb immers geen opvolger.

Nu had ik deze dag ook een raadsvergadering, die vanwege de grote hoeveelheid aan agendapunten al om vier uur ‘s middags begon. Ik liet het eerste deel daarvan echter aan me voorbijgaan. Ik wilde wel een beetje fatsoenlijk afscheid nemen. Collega Peter had een fles cognac meegenomen die eerst even soldaat gemaakt moest worden.

Als campagnemedewerker leek het mij toepasselijk om af te sluiten met en lied dat GroenLinks gebruikte tijdens de campagne van 1994: ‘de Ballade van de Salade’. ‘Geen wonder dat we in 1994 een zetel verloren’, mompelde ik tijdens het horen van het nogal suffe liedje. Maar het behoort nu eenmaal tot de canon van onze partij.

Dag Tweede Kamerfractie, U was een fijne werkgever.