Homo Incolens – wo 9 jan. 2008

Catharinastraat Breda

Het college van B&W in Breda is een oorlog tegen de krakers begonnen, zo lijkt het wel. Vroeger bleef optreden beperkt tot zeldzame situaties waarbij sprake was van overlast. Tegenwoordig doet de gemeente er alles aan om krakers weg te krijgen.

Het laatste novum van de gemeente is het toetsen aan bestemmingsplan en woningwet. Simpel uitgelegd: als er een pand na een jaar of meer leegstand wordt gekraakt, kijkt de gemeente allereerst of bewoning volgens het bestemmingsplan wel is toegestaan. Nogal krom, want bij anti-kraakwachten in bedrijfspanden maakt de gemeente zich helemaal geen zorgen om bestemmingsplannen.

Als het bestemmingsplan geen aanknopingspunten biedt voor uitruiming, dan wordt de woningwet en het bijbehorende bouwbesluit erbij gehaald. Deze regelgeving is ooit in het leven geroepen om bewoners te beschermen tegen louche huiseigenaren of bouwers die slechte of onbewoonbare panden proberen te slijten. De gemeente gebruikt hem nu echter tegen de bewoners: de redenering is als volgt: het leegstaande winkelpand dat U heeft gekraakt heeft geen doucheruimte en geen opstelplaats voor een aanrecht en kookstel en is dus volgens het bouwbesluit ongeschikt als woning. Doordat U er wel in woont, overtreedt U het bouwbesluit. U moet dus het pand verlaten.

Het college paste deze truck toe bij het onlangs gekraakte pand Hendriks aan de Catharinastraat. De eigenaar had zonder succes bij de rechter geprobeerd de krakers uit zijn pand te krijgen. Hij zou net een huurovereenkomst getekend hebben toen de kraak werd gezet. De rechter geloofde het verhaal niet. Het was ook niet aannemelijk dat de bewuste klokkenrestaurateur ineens een vier keer zo grote winkel wilde hebben. De krakers mochten blijven zitten.

En toen haalde het college dus met het bouwbesluit uit de hoge hoed. Of de krakers maar binnen dertig dagen het pand wilden verlaten. En ja, natuurlijk mochten ze binnen die dertig dagen ook een douche en een keuken aanleggen, maar aangezien een verbouwvergunning alleen door de eigenaar van het pand aangevraagd kan worden – en die uiteraard niet van zins was om de krakers tegemoet te komen – had dat geen enkele zin. Jammer alleen voor het college dat er ook portable douchecabines bestaan. Die worden ook door anti-kraakbedrijven gebruikt.

Het is opzienbarend dat een gemeente een wetgeving die bedoeld is ter bescherming van woonconsumenten probeert in te zetten tegen de bewoners. Nog opzienbarender is het dat de gemeente daarbij duidelijk partij kiest voor de pandeigenaar en dus tegen de krakers. Het is uiteindelijk namelijk de eigenaar die het pand in hartje binnenstad jarenlang leeg heeft laten staan, waardoor het mogelijk werd om het te kraken. Het feit dat kraken na een jaar leegstand toegelaten wordt, is een stok achter de deur voor pandeigenaren om leegstand en verloedering te voorkomen. Een kraakverbod zal leiden tot meer leegstand en verloedering en daar is niemand bij gebaat. De gemeente zou de krakers dus dankbaar moeten zijn.

Het was voor mij in ieder geval aanleiding om er vragen over te stellen.

Lees verder “Homo Incolens – wo 9 jan. 2008”

Homo Consciscens – do 3 jan. 2008

Hillary Clinton

Het duurt nog een jaar voordat in de Verenigde Staten een nieuwe president wordt geïnstalleerd. Desondanks is het verkiezingscircus al in volle gang. Met een voorlopig hoogtepunt: de eerste voorverkiezingen in Iowa.

Afhankelijk van de expert die je spreekt, zijn de eerste voorverkiezingen in Iowa wel, of juist helemaal niet van doorslaggevend belang voor het succes van de kandidaat. Ik houd mezelf voor dat het wel erg belangrijk is, om vervolgens urenlang op CNN de binnendruppelende uitslagen te volgen.

Tevreden kon ik vaststellen dat Obama overtuigend gewonnen ha. En nog tevredener kon ik constateren dat Hillary Clinton niet als tweede, maar zelfs als derde uit de bus was gekomen. Een grote nederlaag.

Als ik de stemwijzer zou moeten volgen, was ik een aanhanger van de linkse, maar helaas enigszins protectionistische John Edwards. Clinton komt als tweede en Obama pas als derde uit de bus. Ik dicht Edawrds echter weinig kans toe, dus is de keuze tussen Obama en Clinton.

De keuze voor Obama is deels ingegeven door een keuze tegen Clinton. De eerder verschenen biografie van Bernstein over deze politica heeft voor mij eens te meer duidelijk gemaakt dat zij als politica niet integer is. Hillary Clinton is een machtspolitica zonder scrupules. En daar houdt ik niet van.

De keuze tussen Clinton en Obama is niet, zoals regelmatig gezegd wordt, de keuze tussen een neger of een vrouw. Het is hooguit het bewijs dat de Verenigde Staten op het punt van acceptatie een stuk verder zijn dan Nederland. En als er al mensen zijn die aanhanger zijn van Hillary Clinton, dan toch even het volgende. Een vrouw als machtigste man van de wereld, dat zou vooruitgang zijn. Maar niet als die vrouw vervolgens op met zo’n afkeurenswaardige wijze politiek bedrijft als al haar mannelijke voorgangers. Dat was volgens mij nooit de bedoeling van de vrouwenemancipatie. En vooruitgang is het sowieso niet.

Ik ga er nog altijd vanuit dat een toename van vrouwen in hoge functies leidt tot een andere, meer menselijke kijk op zaken. Maar wellicht is dat wel heel naïef geweest. Of, zoals Freek de Jonge het ooit zei: ‘als vrouwen steeds meer op mannen moeten lijken om een hoge positie te bereiken, dan wordt het alleen maar twee keer zo erg’. Zo bekeken is Hillary Clinton eigenlijk het tegenovergestelde van een geslaagd emancipatieproces.

Homo Gentilis – ma 31 dec. 2007

Jowi en ik in discussie in een kroegje in Okana, 2006

Tijdens de wandeling gisteren, had ik af en toe sms-contact met Jowi. Hij bevond zich op dat moment in de buurt van Kisumu aan het Victoria-meer. Hij wilde eigenlijk naar Eldoret, maar kon dat niet vanwege de ongeregeldheden in Kenya. Die dag had zittend president Kibaki zijn overwinning bekend laten maken.

Het lijkt onvoorstelbaar dat het land, dat ik twee jaar geleden had ontmoet als één van de betere succesverhalen van Afrika, nu dreigde af te glijden naar een situatie waarin stammen tegenover elkaar komen te staan. Het lijkt onvoorstelbaar, maar is het helaas niet helemaal.

Toen twee jaar geleden in Kenya het grondwetreferendum werd gehouden, waarschuwden ze ons al voor mogelijke ongeregeldheden. Blijf ‘s avonds maar binnen, en dat deden we dan ook maar. De nieuwe grondwet was namelijk ook niet helemaal vrij van etnische belangen. Deze grondwet voorzag onder andere in verregaande machtsconcentratie bij de president, vrijwel altijd een lid van de Kikuyu-stam. De oppositie tegen de grondwet pleitte voor een ‘Europese variant’ waarin de macht meer verdeeld is tussen president en premier.

Hoewel het referendum met 58% was verworpen, bleven de politieke spanningen bestaan en liepen ze geleidelijk verder op. Langs etnische lijnen werden coalities gesmeed en verstevigd voor enerzijds Kibaki en anderzijds Luo-politicus Raila Odinga.

Toen ik Jowi in Kenya vroeg naar de politieke organisatie van zijn land, vertelde hij vol trots over de multi-etnische coalitie die Raila vanuit Kisumu aan het opbouwen was. Ik fronste mijn wenkbrauwen. Zou het niet beter zijn als politiek niet meer langs etnische, maar langs ideologische lijnen zou worden georganiseerd? Jowi wuifde mijn westerse opmerking glimlachend weg: etnisch is ideologisch, antwoordde hij. Als je niet zorgt dat je een machtsfactor bent, wordt je een achtergesteld gebied. Daarnaast, Kenya is gewend aan de vele stammen die samen in een democratisch georganiseerd land wonen, sprak hij gemoedelijk.

Jowi had natuurlijk ook gelijk. De etnische factor, de trots op de eigen stam en de bloed- en bodemband van de Kenianen is volstrekt niet te vergelijken met de manier hoe ik daar tegenaan kijk. In Europa, en veel meer zelfs nog in de VS, is afkomst niet meer dan een leuk verhaal, een interessante eigenaardigheid. Het definieert je niet als mens. In Kenya is dat heel anders: daar leer je allereerst de taal van je eigen stam, en pas vervolgens, als je ooit zover komt, de officiële talen Swahili en Engels. En dat laatste vaak nog behoorlijk matig.

Voilà, dacht ik, daar ga je. Eén frauduleuze verkiezing. Eén politicus die aan de macht blijft vasthouden. Eén stam die, na jaren heer en meester geweest te zijn, niet tegen zijn verlies kan. Daar ga je met je ento-centrische politiek. Het is geen vuurwerk wat er deze avond in de straten van Kenya klinkt.

Homo Confitens – vr 9 nov. 2007

Gaypride

Wat? Een speciale dag voor homo’s om hun coming out te organiseren. Zijn die staatspaternalisten in Den Haag nu helemaal van God los?

Wie een coming out-dag wil organiseren, geeft daarmee aan dat iets wat eigenlijk doodnormaal zou moet zijn, dat kennelijk toch niet is. Een idee van een coming out-dag is zijn essentie badinerend en beledigend.

Wie een special coming out-dag wil houden, geeft daarmee aan dat op die dag mensen uit de kast kunnen komen, maar impliciet ook dat je het de rest van het jaar beter niet kunt doen.

Wie een speciale coming out-dag wil houden, reduceert een individueel en persoonlijk moment tot een obligate, collectieve verplichting. We gaan toch ook niet collectief trouwen?

Homo’s zijn bij uitstek individualisten. Niets mis met een gezamenlijk feestje, maar anderen moeten zich niet met de keuzes in ons leven bemoeien. En al helemaal niet met onze coming out. Kom zeg, er zijn grenzen.

Wie een coming out-dag wil houden laat ouders van pré-pubers, pubers en postpubers jaarlijks in een welhaast ondraaglijke spanning of hun zoon of dochter dit jaar wellicht eventueel toch een flikker of en pot blijkt te zijn.

Tot overmaat van ramp is de gekozen datum, 11 oktober, ook een gruwel. Veel te koud om met ontbloot bovenlijf je anders-zijn te vieren. Liever midzomernacht. Maar van enig inlevingsvermogen voor gays is dit christenkabinet natuurlijk niet te beschuldigen.

Beter kan dit kabinet overgaan tot het afschaffen van het homo-huwelijk, het verbieden van homo-seks, het eenzaam opsluiten van samenwonende mannen en alle homo’s het leger uitschoppen. Het zou ontegenzeggelijk meer betekenen voor de emancipatie van homoseksuelen dat dit abjecte plan dat slechts in de jaren vijftig revolutionair en licht sympathiek genoemd had kunnen worden.

Homo Immanis – do 8 nov. 2007

Berlijnse Synagoge na de Kristalnacht

Twee jaar geleden werd mij gevraagd of ik een stukje wilde schrijven voor een boekje over de Kristalnacht. Dat boekje is uiteindelijk nooit verschenen. Wat me bij het herlezen van de tekst die ik twee jaar eerder op papier zette, opvalt, is dat er zo ontzettend weinig verandert is in de tussentijd. Je zou er treurig van worden.

«Als op tien november 1938 de etalageruiten van joodse winkels sneuvelen, kon niemand bedenken tot welke gruwelijke gebeurtenissen de jodenhaat in Nazi- Duitsland nog zou leiden. De kristalnacht was, na de boycotdag in 1933 en de invoering van de Neurengberg wetten in 1935, de zoveelste stap in het systematisch uitsluiten van de joodse medeburgers. Het zou nog leiden tot massale onteigeningen, de opsluiting van joden in getto’s en, uiteindelijk, de vernietiging van zo’n 6 miljoen Europese joden en daarmee het einde van de rijke Jiddische cultuur in Europa.

De Kristalnacht staat symbool voor de ontwrichtende gevolgen waartoe intolerantie en haat kunnen leiden. Ten tijde van de tweede wereldoorlog werd die haat gepropageerd door het nationaal-socialisme van Hitler. Joden waren daarvan de meest in het oog springende slachtoffers. Maar ook zigeuners, gehandicapten, homoseksuelen en politieke tegenstanders werden rücksichtslos uit de weg geruimd. Chelmno, Belzec, Sobibor, Treblinka, Majdanek en Auswitz- Birkenau zijn plaatsnamen die voor altijd verbonden zullen zijn met de vernietigende gevolgen van haat en intolerantie tussen mensen.

Geschiedenis, zullen mensen denken. Maar de intolerantie leeft tot op de dag van vandaag voort. In Bosnië en Kosovo, in Sudan, in Rwanda en in Israël staan bevolkingsgroepen tegenover elkaar en leiden terreur en staatsgeweld tot vele duizenden onschuldige burgerslachtoffers. En ook in Nederland komen groepen steeds meer tegenover elkaar te staan. Moslims worden op straat nagekeken of uitgescholden, joodse Nederlanders hebben te kampen met antisemitisch geweld. Marokkanen, Surinamers en Antillianen worden geweigerd aan de deur van discotheken en agressieve homohaat laait weer op. Mensen kunnen steeds minder van elkaar hebben en geven andersdenkenden steeds minder ruimte. Onder het mom van het christelijk humanisme en de verlichting worden andere geloven zoals de islam en het jodendom geridiculiseerd. Dat gebeurt aan de kroegtafel, maar ook in Den Haag, waar bij een aantal politici de nuance en de relativering compleet zoek is.

Veel meer nog dan de jaarlijkse bevrijdingsdag is de herdenking van de Kristalnacht voor mij een moment om stil te staan bij de gevaarlijke gevolgen van onverdraagzaamheid. Toen Hitler in 1933 zijn antisemitische propagandamachine in werking stelde, hadden zelfs de joden in Duitsland niet het vermoeden dat dit zou leiden tot een grootscheepse, perfect georganiseerde volkerenmoord. Ook in onze samenleving nu, leiden onverdraagzaamheid en gebrek aan respect tot discriminatie en geweld, waar elk willekeurig individu het slachtoffer van kan worden. Ikzelf, omdat ik homo ben, mijn overbuurvrouw, omdat zij een hoofddoekje draagt, of vrienden, omdat zij joods zijn. De Kristalnacht is het moment waarop wij zeggen: ‘dat nooit meer’. Wie zin wil geven aan die woorden, zal het gesprek met anderen moeten aangaan, zal zich moeten inzetten voor kennismaking en wederzijds respect. Maar vooral, moeten wij tegenwicht bieden aan mensen die haat of onverdraagzaamheid prediken en tot geweld oproepen. Dat is voor mij de achterliggende boodschap; de echo van het glasgerinkel in 1938.

Selçuk Akinci
oktober 2005»

Homo Audiens – di 18 sept. 2007

plaatsbewijs

De koningin had me uitgenodigd voor een uiteenzetting van het regeringsbeleid van het komende jaar. En aangezien ik niet te beroerd ben om met haar van gedachten te wisselen, ging ik op de uitnodiging in. Eenmaal aangekomen op het binnenhof, bleek ik niet de enige genodigde. Van een brainstormsessie en petit comité was dan ook geen sprake.

Jaarlijks laat ik me weer verbazen over de creativiteit die mensen aan de dag leggen om maar het meest rare, vunzige, lelijke of absurde hoedje aan te doen. Die hoedenparade van de vrouwen, die Prinsjesdag ergens in de jaren ‘90 zo is gaan kenmerken, mag van mij nog morgen afgeschaft worden. Met enige trots stel ik dan ook vast dat Femke zo’n ding nooit opdoet.

De koningin heeft een hoed op. Als plaatsvervanger van de kroon. De rest moet haar niet de loef af proberen te steken. Of haar proberen te imiteren. Stelletje surrogaat-koninginnen. De hoed, die is van hare majesteit en daarmee klaar.

Of zou het gewoon afgunst zijn, omdat ik het lef niet had een grote pluchen hoed op te doen en afgelopen weekeinde de tijd niet had om een vette mohawk in mijn haar te zetten.

Homo Assimilis – di 7 aug. 2007

Gay Pride 2007

Naar aanleiding van de Canal Pride schreef ik voor GroenLinks onderstaande column, die ik op verzoek van Mathieu Hemelaar ook hier publiceer.

Mijn naam roept doorgaans één van de twee volgende vragen op. De eerste is of ik Pools ben. De tweede en meest gestelde vraag is of ik het even kan spellen. Opgroeien als halve Turk is niet altijd een pretje. Om naast mijn naam niet nog een stok aan te reiken om de hond mee te slaan, probeerde ik voorbeeldig te integreren. Ik nam drop mee op vakantie, probeerde te excelleren in het vak Nederlands en ben tot op de dag van vandaag lid van het Comité van Liefhebbers van de Zuivere Tweede Stem van Pierre Kartner.

Ik ben dan ook nooit een zeer uitbundige homo geweest. Mijn integratieproces verliep geheel volgens de lijnen van het hoofd dat niet te ver boven het maaiveld uitgestoken diende te worden en het Calvinistische ‘doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg’. De kliek uitgesproken flikkers die zich uitgesproken nichterig in het straatbeeld manifesteren, daar wilde ik niet bijhoren. In homo-kroegen kwam ik in die dagen nooit. Ik was nog niet bevrijd van mijn bij vlagen communitaire ideeën en ik had dan ook weinig op met de zelfverkozen apartheid van mijn soortgenoten.

Kortom, ik was het toonbeeld van sociaal wenselijk (lees: heteroseksueel) gedrag. ‘Goh, je zou helemaal niet zeggen dat je homo was’, kreeg ik dan ook veelvuldig te horen. Of ‘je bent ten minste niet zo overdreven’. En misplaatst vatte ik het op als compliment. Achteraf bezien heb ik de belangrijkste jaren van mijn leven zo verkwanseld. De pubertijd, de tijd waarin homo’s leren met hun kont te wiegen, met hun handjes te wapperen en uitermate vrouwelijk te springen, bracht ik door in hard-rockcafés, waar de dode puntjes van mijn lange haar dan wel in een pul bier, dan wel in de pindaschaal hingen.

Na mijn pubertijd ging het snel bergopwaarts met mijn bevrijdingsproces. Mijn lange haar verdween voorgoed in de prullenbak en mijn garderobe verschoot van kleur. Homo ben ik, er zal gedanst en gesprongen worden. Ik ben anders en ik ben er trots op. Ik ben een geëmancipeerd individu.

Juist daarom moest ik even slikken op de boot van RozeLinks, afgelopen zaterdag tijdens de Canal Pride in Amsterdam. Waar anderen prachtige, thematische showboten hadden met mensen in op elkaar afgestemd kostuum of broekje, was de boot van RozeLinks een ratjetoe van verschillende outfits. We probeerden het nog goed te praten door te stellen dat we zo onze onderlinge diversiteit probeerden te benadrukken, maar bovenal stemde het een beetje droevig. Wij zijn toch van de uitbundigheid, van de smaak? Van het soort wat niets uit de weg gaat om de beste, de mooiste, de meest indrukwekkende show neer te zetten? Wij zijn toch de voortrekkers van alles dat rijmt op operette en musical? Waar was dan de franje, de pracht en praal, de rijkdom van onze subcultuur?

Nu het geweld tegen homo’s weer toeneemt en de maatschappelijke acceptatie voor alles dat afwijkt begint af te nemen, wordt het tijd voor een offensief. Er is maar één manier om te vechten tegen alles dat intolerant, onmenselijk en lelijk is, en dat is door er uitbundigheid, vrolijkheid en schoonheid tegenover te zetten. Het wordt tijd voor een offensief dat de potenrammers verdrinkt in schoonheid. We zullen spetteren, we zullen glanzen. En iedereen zal zeggen, wat zijn ze mooi, zij van RozeLinks.

Het is het enige dat ik me kan bedenken. Want met knokploegen van flikkers de straat op te gaan om als burgerwacht de straten schoon te vegen, dat zie ik ons nog even niet doen. Tenzij we onze lessen in kontwiegen en handjewapperen gaan inruilen voor een cursus kickboksen. En dat zie ik persoonlijk niet zo zitten. Dat macho-gedrag behoort inmiddels tot mijn verleden, diep begraven in de spelonken van mijn geheugen. En daar wilde ik het eigenlijk ook maar laten zitten.

Homo Sonticus – do 2 aug. 2007

Goederenvervoer

Na de beleidsmedewerker van dienst, de voorlichter van dienst en het kamerlid van dienst, was nu ook de provincie Brabant verbolgen over het feit dat er geen treinen over de Betuweroute rijden. Ondertussen neemt het vervoer van gevaarlijke stoffen over de door dichtbevolkte gebieden rijdende Brabantroute enorm toe.

In het midden van het land, door de Betuwe, ligt het meest veilige stuk spoor van Europa. Het is vooral zo veilig omdat er geen treinen overheen rijden. Als er nu wel treinen overheen zouden rijden, dan zou het niet zo heel veilig zijn. Volgens een woordvoerder van pro-rail komt dat omdat de baan en de trein niet goed met elkaar communiceren. Ik zou er een psychiater bij halen.

Wanneer iemand zegt dat een spoorlijn en een trein niet goed met elkaar communiceren, dan begin ik me grote zorgen te maken. Niet zozeer om het spoor en de trein, maar vooral om degene die het zegt. Spoorlijnen en treinen communiceren niet. Net zoals auto’s en afvalt dat niet doen. Mensen in treinen, die leuteren, en dat is soms al erg genoeg.

Nu vinden de beleidsmedewerker van dienst, de voorlichter van dienst en het kamerlid van dienst en de provincie Brabant dat het spoor in Brabant veel veiliger moet worden. Want er zou zo maar eens een ongeluk kunnen gebeuren, zoals vorige week in Tilburg bijna was gebeurd. En als minister Eurlings dat niet voor elkaar weet te krijgen, dan moet het hele vervoer van gevaarlijke stoffen maar worden stilgelegd.

Zou het sowieso niet veel handiger zijn als ze die fabrieken die gevaarlijke stoffen nodig hebben, gewoon bij de haven zouden bouwen? Of op de plek waar die gevaarlijke stoffen vandaan komen? Of nog beter, waarom zijn er eigenlijk bedrijven die gevaarlijke stoffen nodig hebben en wat maken ze ervan? Vast iets heel gevaarlijks.

Homo Scribens – di 8 mei 2007

bikinidame van Hunkemöller

Eigenlijk was het me maanden geleden al gevraagd. Of ik een maandelijks column wilde schrijven voor een GroenLinks e-zine. Ja hoor, dat wilde ik wel. Eindelijk werd twee weken geleden de eerste column gepubliceerd. En hoewel het inmiddels een beetje mosterd na de maaltijd is – wie kan zich immers de bikini-rel van de ChristenUnie nog herinneren, wil ik ‘m toch niet onthouden aan de niet-GroenLinksers die dit weblog wellicht ook wel eens bezoeken.

Eén ding dat de ChristenUnie de afgelopen maanden in ieder geval bereikt heeft, is dat een bonte coalitie van feministen, liberalen en kapitalisten bij elk nieuw idee van deze partij wijst op de volstrekte achterlijkheid daarvan.

Terwijl je natuurlijk ook zou kunnen zeggen dat de CU inmiddels niet meer tegen euthanasie en abortus is en daarbovenop ook nog eens het homohuwelijk heeft omarmd. Maar dat doen we niet.

Het was dan ook volstrekt voorspelbaar dat, toen de Utrechtse CU-fractievoorzitter Mirjam Bikker ageerde tegen een groot affiche van een dame in gouden bikini, diezelfde wereldlijke coalitie reageerde als de hond van Pavlov. Opnieuw werd de ChristenUnie verweten dat zij vrijheden en verworven rechten wilde afnemen. De vergelijking met het sluieren van vrouwen in Islamitische landen was snel gelegd.

Dat terwijl er heel wat te zeggen is voor het standpunt van Bikker. Het meer dan levensgrote affiche van de dame in de gouden bikini hangt immers op de gevel en dus onderdeel van het straatbeeld. Daarmee is het de facto publieke ruimte. En de publieke ruimte is van iedereen, ook van mensen die niet tegen wil en dank geconfronteerd willen worden met prikkelende afbeeldingen van al dan niet gephotoshopte dames met weinig of niets om het lijf. Hoe openbaar is dit gebied dan nog voor vrome christenen of moslims? Of kinderen?

De vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van kunstuitingen, daar mag niet aan getornd worden. Maar aan de verpornografisering van de openbare ruimte in het kader van ordinaire handelsreclame kan wel degelijk paal en perk gesteld worden.

De publieke ruimte wordt steeds meer in beslag genomen door reclame. Gemeenten door heel het land financieren de aanleg van bushokjes door langdurende contracten met exploitanten van abri’s, muppies en billboards. Die dingen, die in eerste instantie bedoeld zijn om aandacht te trekken, staan ook nog eens bij voorkeur op kruispunten waar verkeersdeelnemers hun aandacht beter op het overige verkeer kunnen richten. Op het station worden steeds meer fietsenrekken ingenomen door reclamefietsen, niet bedoeld om op de rijden, maar alleen bedoel om gezien te worden. En de binnenstad wordt, uiteraard alleen op momenten dat je toch al niet door kunt lopen, bevolkt door studenten met zware sandwichborden of een stapel flyers van de niet zo plaatselijke hamburgergigant.

Het toppunt van de infantilisering van de publieke ruimte maakte ik vandaag mee toen een schuimrubberen zaktelefoon met twee armen en twee benen mij een mobiel abonnement probeerde aan te smeren met een nog goedkopere SMS-bundel. Het werd mij ineens duidelijk. Deze naargeestige ontwikkeling moet worden gekeerd.

Als nieuwe architectuur door een welstandscommissie moet worden beoordeeld, dan kan er ook een toetsingscommissie in het leven geroepen worden voor reclame-uitingen. Een commissie die beoordeelt op goede smaak. Een commissie die er voor zorgt dat de vrijheid van de ondernemer om op de meest ordinaire wijze zijn of haar producten aan te prijzen, niet ten koste gaat van de bewegingsvrijheid en belevingsvrijheid van de normale burger. En als er dan ook meteen iets gedaan kan worden aan medepassagiers die te veel goedkope en onwelriekende parfums over hun lijf heen gieten, of aan mannen met lelijke knokkelknieën die desondanks menen een korte broek aan te mogen doen, dan kan ik nog meer genieten van mijn eigen belevingsvrijheid.

Ondertussen wacht ik ongeduldig op het moment dat de winkel tegenover mij zijn handelswaar gaat aanprijzen middels een affiche met daarop een halfnaakte, enigszins gebronsde, atletische man. Het zou een verrijking van het straatbeeld zijn. Blijmoedig zou ik van de schepping Gods genieten. Daar kan toch niemand tegen zijn. Toch?

Homo Europaeus (1) – wo 28 mrt. 2007

Europees Parlement

De Europese Fractie van GroenLinks had een werkbezoek georganiseerd voor medewerkers en geïnteresseerden van de Europawerkgroep van GroenLinks. Ik ging mee met een tweeledig doel: een overleg met de internetters van Europa en een kennismaking met mensen die ik verder alleen van de telefoon ken.

In de diverse bijeenkomsten werd vooral gesproken over de Europese Grondwet, die zowel in Nederland als in Frankrijk naar de prullenbak werd verwezen. Hoe nu verder? Want de andere landen willen wèl en dus zal ook Nederland flink wat concessies moeten doen, wil ze nog een beetje invloed houden op alles dat er in Europa gebeurd.

Wat mij betreft drie speerpunten. Allereerst geen grondwet meer die zo dik is dat je er een olifant mee kunt doodslaan. Een pagina of twintig over de toekomst van Europa lijkt me voorlopig meer dan genoeg. En dan noemen we het ook geen grondwet meer, maar een verdrag. Want die oude grondwet was eigenlijk ook al geen grondwet.

Ten tweede, in dit verdrag moet duidelijk worden afgesproken waar Europa over gaat en waar de verschillende landen zeggenschap over blijven houden. Met een ingewikkeld woord: een goede uitwerking van het subsidiariteitsbeginsel. Mijn uitgangspunt is dat Europa beslist over de punten waarbij samenwerking zinvol is, zoals bij milieuproblematiek, die immers niet stopt bij de grens, buitenlands beleid en defensie, zodat Europa een eigen koers kan varen ten opzichte van machtsblokken als de Verenigde Staten, en een minimum-eis voor het niveau van sociale rechten, zodat ook de landen in het Oostbliok verplicht zijn hun sociale wetgeving op te poetsen.

Ten derde, Europa moet nu ècht democratisch worden. Dat betekent dat de macht niet meer bij de Europese Commissie en de raad van ministers van de afzonderlijke landen moet komen te liggen, maar bij het democratisch gekozen Europees Parlement. Alleen zo kan het besluitvormingsproces uit de achterkamertjes gehaald worden. Een nieuw verdrag moet waarborgen dat niet een koehandel van afzonderlijke nationale belangen de beleidsvorming bepaalt, maar een integrale afweging van Europese belangen de basis vormt van de Europese besluitvorming.

Ik was destijds voorstander van de Grondwet, omdat daarin kleine stappen in de goede richting werden gezet. Doordat die grondwet van tafel is geveegd, is er een unieke kans ontstaan om een grotere stap vooruit te zetten. Dat betekent dat we af moeten van de irreële angst dat Europa het straks helemaal voor het zeggen krijgt en Nederland geen eigen beleid kan voeren. We moeten ook af van de krampachtige benadering dat Nederland eigenlijk geen keuze heeft en wel mee moet doen, omdat we economisch afhankelijk zijn van Europa. Die nieuwe stap moet zijn ingegeven vanuit de oprechte wil het Europese samenwerkingsproject vooruit te helpen, omdat grensoverschrijdende samenwerking op tal van terreinen zinvol en profijtelijk is voor alle Europese burgers.