Homo Belgicus – di 15 juli 2008

 

Cartoon by Lectrr
Cartoon by Lectrr

 

Premier Leterme van België, de man die ooit, gevraagd naar het Belgisch volkslied spontaan de Marseillaise aanhief, heeft het opgegeven. Hij komt er met de Walen niet uit een staatshervorming door te voeren.

Het probleem: Yves Leterme wil te graag. Trouwens, zo’n beetje alle partijen aan de Vlaamse kant willen te graag. En door het vreemde Belgische staatsmodel is het dan al amper mogelijk om met de Walen tot en vergelijk te komen. Iets wat collega-blogger en denker Simon Otjes trouwens al maanden eerder geconstateerd en verklaard had.

Het schept een interessant dilemma, want wat dient er dan te gebeuren als nieuwe verkiezingen niet mogelijk zijn (Brussel-Halle-Vilvoorde zal toch eerst gesplitst moeten worden vooraleer nieuwe verkiezingen uitgeschreven mogen worden), niemand gebaat is bij het handhaven van de status quo en splitsing van België geen optie is?

Voor succesvolle onderhandelingen is het belangrijk dat de beide kampen eerst eens in de huid van de ander gaan zitten om het probleem vanuit een andere invalshoek te benaderen. Pas wanneer je de wensen van een ander op waarde weet te schatten kun je de hakken uit het zand halen om te pogen tot een vergelijk te komen. Yves Leterme mag een stemmenkanon zijn geweest, de kunst van onderhandelen is hem vreemd. Iets waar mensen zonder geduld en diplomatieke vaardigheden overigens wel vaker last van hebben.

„Ik vraag U, wat is een volk zonder één taal”, zong Freek de Jonge in het nummer ‘Heer, heb meelij met de Belgen’. En er valt veel voor te zeggen dat een volk zonder een gezamenlijke taal wellicht ook minder verwantschap voelt. Een Vlaamse kennis trok de parallel nog wat verder door. België heeft als gevolg ook geen gezamenlijke media, althans, niet meer sinds dat de omrpoep NIR gesplitst is in de Vlaamse BRT en de Waalse RTBF. Het resultaat daarvan is dat de Belgen op het avondjournaal amper meer te horen krijgen wat er aan de overzijde van de taalgrens gepasseerd is.

Nu de politieke impasse dieper wordt, lijkt in België de huidige politieke generatie steeds meer haar failliet te tonen. En hoewel ik zeker niet gecharmeerd ben van het idee van verplichte maatschappelijke stages, zou goed zijn als de Belgische overheden een verplichte maatschappelijke stage instellen die aan de andere kant van de taalgrens vervuld moet worden. Alleen als Vlamingen en Walen weer wat dichter bij elkaar komen te staan, kan het lukken de eenheid van België te verstevigen…

… sprak de ‘Ollander.

Homo Iris – wo 25 juni 2008

Selcuk Akinci, foto Ron van Zeeland

Geen voetbalwedstrijd dus. Wel een forumdiscussie over een eventueel provinciaal Homobeleid waar ik door SP-Statenlid Ron van Zeeland voor was uitgenodigd. Als fractievoorzitter van GroenLinks in Breda, maar waarschijnlijk vooral ook als homo.

De eerste vraag die er meteen voorlag: is homobeleid, of liever diversiteitsbeleid, nu eigenlijk wel een provinciale taak. Om niet in een procedurediscussie te verzanden zeiij Ron van Zeeland maar meteen dat ‘de provincie gaat over die onderwerpen waarover zij wil gaan’.

Aanvankelijk vreesde ik een houding waarin vooral veel van de overheid verlangd werd, maar dat bleek gelukkig alleszins mee te vallen. Dus geen provinciaal gesubsidieerde Roze Huizen in de provincie. Daartegenover staat dan wel dat er geld moet zijn voor de financiering van praatgroepen en roze activiteiten, zoals bijvoorbeeld een tweewekelijks ‘roze restaurant’.

Moeilijker lag de discussie over speciale ouderenzorg voor hlbtg’s. Mijn stelling was een pragmatische: hoewel ik persoonlijk niet zo’n voorstander ben voor speciale tehuizen voor etnische, religieuze en dus ook seksuele groepen, vind ik dat de groep zelf maar moet aangeven of er behoefte aan is. Ik moet er zelf niet aan denken, maar als Turken behoefte hebben aan een eigen oudedagsvoorziening, dan moet dat mogen. En waarom zou niet hetzelfde gelden voor homos, lesbo’s enzovoort’s.

Overigens ben ik er, net als die lesbische dame in het publiek die moest walgen bij het idee in een lesbische vleugel van een bejaardentehuis oud te worden, van overtuigd dat die vraag naar speciale zorg een tijdelijke is. Net als bij etnische groepen zal de generatie homo’s die nu opgroeit, helemaal geen behoefte hebben aan een eigen voorziening, tenzij er ineens iets radicaal zou veranderen in de maatschappij.

Grootste probleem, en dat werd door iedereen erkent, blijkt toch weer de veiligheid. Hoewel ik me werkelijk nog nooit onveilig gevoeld heb als homo, neemt het aantal homo-gerelateerde incidenten toe en voelen ook steeds meer homo’s zich onveilig op straat. Hier een duidelijke taak voor de provincie om, in samenwerking met de korpsen en gemeenten, meer aandacht voor dit thema te vragen. Dat betekent: goed registreren, slachtoffers doorverwijzen naar passende organisaties en veel sneller ingrijpen wanneer bijvoorbeeld een homoseksuele buurtbewoner dreigt weggepest te worden. Overigens werd ook nog opgemerkt dat in de jeugdzorg meer aandacht moet zijn voor het herkennen van problemen van pubers rond het thema seksualiteit. Ook een mooie taak voor de provincie.

Wel of geen apart diversiteitsbeleid: mijn antwoord is nee. Wat echter wel kan is om op elk relevant thema een paragraaf over diversiteit op te nemen. Dus zorgbeleid, onderwijsbeleid, veiligheidsbeleid: al die stukken moeten een ‘roze paragraaf’ hebben over de effecten van het beleid op de hlbtg’s.

Discussieleider Anja Meulenbelt loofde nog een prijs uit voor degene met het beste alternatief voor het nogal zakelijke hlbtg (homo’s, lesbo’s, bi’s en transgenders). Ik kwam met het alternatief regenboogmensen. Misschien een beetje te lief, maar in ieder geval minder kil dan een opsomming uit het alfabet.

Lees ook het blog van Anja Meulenbelt en Ron van Zeeland.

Homo Confectus – di 10 juni 2008

Embryo

Even voor de duidelijkheid, ik ben onverkort vóór de keuzevrijheid van ouders om via embryoselectie te voorkomen dat erfelijke ziekten met een dodelijke afloop worden doorgegeven. Maar erg veel sympathie voor een aantal van de verdedigers van die keuzevrijheid kan ik ook niet opbrengen.

Simpel gesteld worden bij embryoselectie de embryo’s gescand op genetische aanleg voor ziekten als (erfelijke) borstkanker. Alleen als een embryo die aanleg niet heeft, wordt het teruggeplaatst. De rest verdwijnt in de blender. Daar heb ik overigens weinig moeite mee: als dit embryonale leven toch geen kans krijgt om geboren te worden, dan kan het net zo goed vernietigd worden: een extracorporiale miskraam.

Toch wringt het ook ergens. En hoewel ik dat gevoel niet messcherp kan duiden, zit het in het streven naar perfectie. De medische wetenschap baseert zijn bestaansrecht op het uitbannen van alles dat ziek of dood maakt. En met alle technologische mogelijkheden, wie is er dan nog bereid te accepteren dat dingen nu eenmaal niet altijd perfect volmaakt zijn.

Een ander voorbeeld: de combinatie vruchtwaterpunctie en abortus heeft tot gevolg dat er in Nederland veel mongoloïde kinderen worden geaborteerd. Overigens, ook een hoop niet. En iedereen die die moeilijke keuze heeft moeten maken, verdient daarvoor waardering. Sommige ouders kunnen het perspectief van een gehandicapt kind niet aan. Anderen kunnen dat wel en zien vervolgens hun hele leven omgegooid worden. Tegelijk constateer ik -op macroniveau- dat er in Nederland steeds minder plek is voor mongooltjes. Omdat ze niet perfect zijn. Een voor sommigen veel wrangere constatering dan de wetenschap dat embyo’s met een vrijwel zekere vroegtijdige dood door een walgelijke ziekte in de blender verdwijnen.

Komt er ooit een tijd dat de keuzevrijheid zo ver gaat dat ouders hun kinderen kunnen samenstellen als ware het een bestelling bij de Subway. Jongen, meisje, het is technisch al lang mogelijk. En voor zover homoseksualiteit al genetisch bepaald is, waarom niet meteen uitbannen? Nu geloof ik niet dat er veel mensen zijn die zoiets zouden laten doen, maar zo’n extreem voorbeeld geeft wel aan dat er grenzen zijn aan de mate van maakbaarheid die we nog acceptabel vinden

Een samenleving mag nooit bepalen dat je een kind moet houden. Net zoals een samenleving nooit mag bepalen wie er geaborteerd moeten worden. Dus blijf ik een hardnekkig voorstander van de vrijheid van mensen om daarin een eigen, individuele keuze te maken. Maar een aantal voorstanders van die keuzevrijheid mogen zich er wel rekenschap van geven dat die keuzevrijheid minder ééndimensionaal is als zij in het debat doen voorkomen.

Homo Detergens – do 5 juni 2008

hoofddoekjes

De hoogste Turkse rechtbank heeft de opheffing, enkele maanden geleden, van het hoofddoekjesverbod op universiteiten weer teruggedraaid. De strijd tussen religieus en seculier Turkije gaat door.

De hoofdoekjeskwestie is in Turkije een gevoelig punt. Misschien wel één van de gevoeligste. Het hoofddoekje staat symbool voor het Turkse secularisme. En die is nogal anders dan de scheiding tussen kerk en staat zoals wij die kennen.

Om een voorbeeld te geven: de Turkse seculiere staat kent een minister van geloofszaken. Iets wat in Nederland ondenkbaar zou zijn. Hier betekent de scheiding tussen kerk en staat immers dat de staat zich verre houdt van de organisatie, inrichting en beleving van religie. In Turkije moet de religie door de overheid worden gereguleerd.

Voor de duidelijkheid, als het gaat om Nederland ben ik voor de vrijheid van religie en dus ook voor de vrijheid om hoofddoekjes, keppeltjes, kruisjes, chadors en weet ik veel wat te dragen. Dat behoort een individuele keuze te zijn: zonder groepsdrang, maar ook zonder overheidsdrang. Slechts in bepaalde functies, die van rechter bijvoorbeeld, is het dragen van religieuse (of politieke) symbolen ongepast. En als ik dat voor Nederland vind, zou ik daar wat Turkije betreft niet anders over moeten denken.

Probleem is: Turkije is geen Nederland, net zoals Duitsland geen Frankrijk is. De strenge vorm van secularisme in Turkije is een regelrecht gevolg van de tijd van het Sultanaat, toen de geestelijk en politiek leider dezelfde persoon was. Nadat het Sultanaat was gevallen, wilde Mustafa Kemal Atatürk een seculiere staat. En met de daaropvolgende islamisering van het Midden-Oosten is dat secularisme altijd broos gebleven. Het hoofddoekjesverbod op universiteiten en in het parlement heeft een hoog symbolische waarde: valt dat bastion, dan is de islamisering van Turkije begonnen.

Maar het hoofddoekjesverbod heeft een tweede symboolwaarde. Als seculier symbool is het verbod een speeltje van de seculiere politieke elite, die op hoge afstand staat van het volk dat voor 90% (al dan niet gematigd) islamitisch is. Het hoofddoekje is dus ook het ding dat de gevestigde orde, de top van het land, scheidt van de rest. Die seculiere elite is al ruim vijf jaar de macht kwijt, sinds dat de islamitische AK-partij (een soort SGP in CDA-kleren) tot twee maal toe een absolute meerderheid in het parlement heeft weten te bewerkstellingen. De seculiere partijen zijn ‘oude politiek’. De AK-partij is moderne politiek.

De AK-partij, die onlangs het hoofddoekjesverbod heeft opgeheven) is niet geïnteresseerd in individuele vrijheid. Ze is geïnteresseerd in meer ruimte voor gelovige, islamitische Turken. Vooralsnog lopen die twee, min of meer toevallig, gelijk op. De AK-partij lijkt dus een partij die burgerrechten hoog in het vaandel heeft staan, maar ik waag dat te betwijfelen. Concrete bewijzen voor die twijfel heb ik niet. Vooralsnog kom ik niet veel verder dan de constatering dat een gevaarlijke partij veel goede dingen weet te bereiken.

Wat vind ik nu van het hooddoekjesverbod. Principieel ben ik van mening dat dat opgeheven dient te worden. De scheiding tussen moskee en staat moet in Turkije anders, minder rigide, worden ingericht. Moskee en staat zijn aparte grootheden. De moskee houdt zich aan de wet, de staat bemoeit zich niet met de moskee en met religieuze uitingen.

Maar het opheffen van het hooddoekjesverbod? Eigenlijk gun ik de AK-partij deze op religieuze gronden ingegeven overwinning niet. Dan trek ik liever nog op met de elitaire seculier dan met de islamist.

Volgens mij heeft Turkije dringend behoefte aan een progessieve linkse en seculiere groene partij.

Homo Truncuns – vr 30 mei 2008

Jannes Mulder

Sta de lichte vorm van vrouwenbesnijdenis maar toe, schreef oncoloog Jannes Mulder in het vakblad Medisch Contact. Hij hoopt daarmee de verminkende vorm van besnijdenis, waarbij het hele zootje wordt weggesneden, terug te dringen. Het duurde niet lang voordat iedereen over hem viel.

Ja, vrouwenbesnijdenis is verschrikkelijk. Überhaupt ben ik van mening dat elk niet-medisch noodzakelijk en onomkeerbaar ingrijpen in het menselijk lichaam bij minderjarigen strikt verboden moet worden. Tatoeages misschien als enige uitzondering. En aangezien heel Nederland vrouwenbesnijdenis een verschrikking vind, was een rel geboren. Met de politiek als meest verontwaardigde partij.

Jammer dat daardoor niemand meer hoorde wat Mulder werkelijk bedoelde. Zijn argumentatie was als volgt: vrouwenbesnijdenis is een rituele handeling. Sommige groepen hechten nogal aan dat ritueel, hoe verwerpelijk ook. Het ritueel bestaat in vele vormen, waarbij de incisiemethode de meest milde vorm is, een speldenprik in de clitoris. Strikt genomen is hier van verminking geen sprake, behalve het kleine stukje bindweefsel dat vervolgens op de plaats van de prik ontstaat: een klein litteken. Van enige vermindering van de seksuele beleving is geen sprake. Incisie is op geen enkele manier te vergelijken met de vele andere, brute vormen van vrouwenbesnijdenis.

Nu is vrouwenbesnijdenis, ook in deze milde vorm een tamelijk vrouwonvriendelijk, onderdrukkend ritueel. Maar, zo denkt Mulder, als de rituele waarde voor mensen de overweging is om hun dochter te verminken, zou het dan niet de moeite waard zijn om mensen zo ver te krijgen voor de milde incisiemethode te kiezen. In hoeverre verschilt dat moreel nog van de steeds populairder wordende schaamlipcorrecties en weet ik veel wat allemaal. Samenvattend: een klitje geprikt is een klitje gespaard, in de gedachte van Mulder.

Nu vraag ik me af of zijn idee in de praktijk zou werken. Ik heb daar zo mijn twijfels bij: zouden er mensen over te halen zijn om ‘slechts’ voor incisie te kiezen. Maar ondanks mijn twijfel, vind ik het de moeite waard om dat eens wat verder te onderzoeken. Elk meisje dat je op deze manier eventueel kunt redden is de moeite al waard.

Maar niets daarvan: de politiek schreeuwde om het hardst dat het een schande was. Dezelfde politiek overigens, die onder het mom van de vrijheid van religie, al eeuwenlang toestaat dat jongetjes van hun voorhuid worden beroofd door mensen omdat dan wel de rabbi, dan wel de imam zegt dat het goed is. Over niet medisch noodzakelijke genitale verminking gesproken. Hypocriet zijn ze.

Homo Perquirens – wo 7 mei 2008

White Man's Burden

In het kader van mijn project over de effectiviteit van ontwikkelingssamenwerking hadden de directeur van het Wetenschappelijk Bureau en ik een gesprek met een aantal ambtenaren van het ministerie van financiën. Gezien het weer vond die afspraak plaats op het terras van de Eeuwige Jachtvelden in Den Haag.

Eén van de perverse prikkels van het Ontwikkelingsbeleid is de 0,8 Procent van het Bruto Nationaal Product die standaard wordt uitgetrokken voor ontwikkelingssamenwerking. Aangezien het bedrag vast staat, is er geen sterke prikkel om de effectiviteit van de uitgaven te controleren. Immers, ook al kom je tot de conclusie dat het effectiever kan, de hoogte van het bedrag zal niet wijzigen. Op ontwikkelingssamenwerking kan, om het maar bot te zeggen, geen efficiency-korting behaald worden.

Nu zou je als weldenkend mens zeggen dat de effectiviteit van de bestede middelen desondanks een belangrijk onderwerp is. Als we ontwikkelingssamenwerking dan zo belangrijk vinden dat we er jaarlijks een vast deel van ons geld insteken, dan zou je het toch ook interessant moeten vinden om te weten hoe je effectiever kan werken en dus ook meer mensen kunt helpen met hetzelfde geld. Toch lijken de ambtenaren van ontwikkelingssamenwerking niet erg veel zin te hebben in die lastpakken van financiën. En aangezien financiën het op zijn beurt ook niet zo interessant vindt om te controleren, aangezien er toch niets te halen valt, dringt dat departement nu ook niet echt aan op een stevige controle.

Nog perverser is wellicht dat vaak lopende het jaar blijkt dat ontwikkelingssamenwerking nog extra geld krijgt, omdat de ecnomie weer eens harder is gegroeid dan de vaak nogal voorzichtige schattingen van het ministerie van financiën. En 0,8 procent is 0,8 procent, dus dat extra geld moet dan in alle haast nog in één of ander projectje geduwd worden. Ook niet echt een garantie op het meest doeltreffende beleid.

Nu wil dat niet per definitie zeggen dat ze bij ontwikkelingssamenwerking alleen maar fout en onhandig bezig zijn. Toch is een prikkel tot meer en scherpere controle nuttig. Want zoals een oude accountantwijsheid zegt: vertrouwen is goed, maar controle is beter.

Homo Idealisticus – za 19 apr. 2008

Afrikadag

Vanwege mijn project over ontwikkelingssamenwerking bij het wetenschappelijk bureau van GroenLinks was ik bij de Afrikadag van de Evert Vermeer Stichting.

Naast van de vele workshops en de helaas nogal korte pauzes waardoor het netwerken een beetje in de knel kwam, was vooral de lezing van Paul Collier interessant. Niet dat hij iets nieuws te melden had, want zijn lezing bestond uit niet veel meer dan een gepopulariseerde samenvatting van een onderdeel van zijn pakkende boek ‘The Bottom Billion’. Interessant was wel de manier waarop hij dat verhaal vertelde. Eigenlijk komt die op het volgende neer: het westen neemt de ontwikkeling van Afrika niet serieus.

Want hoe divers Afrika ook is, het grootste deel van de achterblijvende landen ligt nu eenmaal in dat continent. En heel pijnlijk constateerde Paul Collier dat we het kennelijk niet belangrijk genoeg vinden. En daar heeft hij natuurlijk ook gelijk in. Want als we de ontwikkeling van de armste landen in de wereld serieus gingen oppakken, zouden we bakken geld die kant op sturen om een economie op te kunnen bouwen; zouden we importbarrières opheffen en onze producten niet meer voor belachelijke prijzen dumpen. En we zouden serieus werk maken om regionale conflicten op te lossen en de ontwikkelingslanden een stem geven in belangrijke organen als de WTO en de Wereldbank. Maar dat doen we dus allemaal niet.

De pijnlijke stilte die eigenlijk zou moeten volgen na deze constatering werd helaas overstemd door een daverend applaus. En inderdaad, Collier is een begenadigd en indrukwekkend spreker. Ik vraag me alleen af hoeveel meer indruk zijn woorden hadden gemaakt als het een paar minuten stil was geweest.

Homo Disceptans – do 27 mrt. 2008

meningsuiting

Nee, ik ga het er niet over hebben. Ik heb het er nog nooit over gehad, omdat ‘ie niet bestond en nu heb ik het er niet over omdat er al teveel mensen iets over hebben gezegd. En in toenemende mate steeds minder relevant, origineel of anderszins boeiend.

Ik heb hem ook niet gezien, omdat de server overbelast was, en ik hoef hem eigenlijk ook niet te zien. Ik heb de actualiteitenrubrieken overgeslagen en de helft van de krant. De discussie kan best een dagje zonder mij. Ik haal mijn schouders op en denk met een gerust hart: „zo dat hebben we ook weer gehad, tijd voor een biertje”.

Homo Ignorans – zo 3 febr. 2008

Mitt Romney

Eerder schreef ik al dat ik, tijdens de voorverkiezingen en caucassus in de Verenigde Staten tot de vroege ochtend naar CNN zit te kijken om de binnendruppelende uitslagen op de voet te volgen.

Enkele dagen geleden, op 29 januari, hadden de republikeinen een voorverkiezing in de staten Florida en South Carolina. De democraten hadden een voorverkiezing in Florida, die achter alleen moreel van belang was, aangezien de Democratische afgevaardigden in Florida geen stemrecht hebben op het nationale congres. En dat komt weer omdat Florida de datum van de voorverkiezingen, tegen de wil van de federale partijleiding, had vervroegd tot voor Super Tuesday.

De Mormoonse kandidaat voor de Republikeinen, Mitt Romney, verloor in beide staten. Op zich niet erg verassend. Wel verrassend was zijn toespraak die avond, live te volgens via CNN.

In die toespraak sprak Romney onder meer over de globalisering van de economie en de gevaren van de opkomende economiën in Azië. „Our jobs are being sought by new competitors, countries like Asia and India”, zei hij letterlijk.

Het toont aan hoe weinig vooral Republikeinen weten over de rest van de wereld. De opmerking is net zo dom als die van George W. Bush, die acht jaar geleden in een interview zei dat Israël de meest betrouwbare bondgenoot in het noorden was. Alhoewel ik die opmerking niet terug heb kunnen vinden op internet en dus ook niet helemaal zeker weet of en wanneer hij dat ook daadwerkelijk heeft gezegd. Maar Bush heeft nog genoeg andere stomme quotes op zijn naam staan.

Homo Consumens – do 10 jan. 2008

TelSell Ab King Pro

Er zullen weinig mensen zijn die droevig zijn om het faillissement van TelSell. Hooguit die paar mensen die al een aanbetaling hebben gedaan voor de abcruncher en deze nu nooit meer zullen ontvangen. Dat worden dus toch sit-ups.

Het deed me even denken aan mijn kabelleverancier, die ik voor het gemak maar even Casema noem. Dit onwerkelijke bedrijf heeft het enkele maanden in zijn hoofd gehaald om de zender BBC World van de kabel te halen. Behoorlijk vervelend, zeker nu in Kenya de situatie zo gespannen is. Ik zal het echter met de World Service op de radio moeten doen.

Casema beweert destijds deze zender om twee redenen te hebben verwijderd: allereerst om plaats te maken voor de nieuwe televisiezender ‘Het Gesprek’ en ten tweede omdat de BBC haar wereldkanaal alleen nog digitaal verspreid zou willen hebben. Dat ‘Het Gesprek’ toentertijd het kanaal 22 uur per dag deelde met een winkelzender, berustte uiteraard op puur toeval.

Dat het allebei onzin is, is inmiddels duidelijk: ‘Het Gesprek’ deelt inmiddels haar kanaar niet meer met LiveShop, maar met EuroNews. Desondanks gaat Casema vrolijk door met het uitzenden van de infomercials. En dat de BBC niet meer analoog wil uitzenden, kun je buiten Nederland moeilijk volhouden. Alsof ze in Afrika massaal digitenne hebben.

Er komt een moment dat ik Casema de deur uit flikker. Dan moet er eerst wel een andere aanbieder komen die BBC World wel doorgeeft.